DE WRAAK VAN RINI WAGTMANS

De jeugd van Rini Wagtmans was diep ellendig. Er was één manier om te ontsnappen: de koersfiets. Ook daarna ging het gevecht door: iets te betekenen in de wereld....

Zacht streelt de kampioen de fiets, een blauwe Gazelle Champion Mondial uit 1973, de laatste waarop hij koersen reed. Hij haalt het voorwiel uit het frame.

Goed materiaal, zegt hij, en hij geeft het wiel een slinger, zodat het snort tussen zijn handen. 'Kijk', zegt hij, 'zit nog geen slagje in.'

Dan legt hij het horizontaal op zijn rechterwijsvinger, buigt zich voorover, verheft één been van de grond, steekt het bevallig achter zich de lucht in en strekt, als een gracieuze zwaan in volle vlucht, rug en hals. Verliefd kijkt hij naar het wiel op zijn vinger, dat voor zijn ogen rondjes draait.

Standbeeld van de kampioen op één been met draaiend wiel, St. Willebrord, maart 2006.

Hij is 59, maar in zijn ogen glinstert de trotse branie van het jochie van 11.

Hij is perfect in balans.

'Kunnen jullie dat?' Nu grijnst de kampioen.

Nee.

Hij was altijd al perfect in balans, Rini Wagtmans, zelfs als de wereld om hem heen leek te kantelen of uit elkaar dreigde te vallen. Zelfs als zwaartekracht en andere krachten er alles aan deden om hem linea recta een ravijn in te trekken.

Hij stortte zich op zijn fiets met zulke duivelse snelheden van de berghellingen van de Tour, dat de andere coureurs het amper konden aanzien, laat staan dat ze hem konden volgen. Hij zei altijd dat hij wist wat hij deed, maar het was ook pure doodsverachting.

Hij stond op zijn kop op het dak van het huisje aan de Rozenkransstraat - tot zijn vader eraan kwam en hij vier meter naar beneden sprong van angst. Want zijn vader, als die gedronken had, 'dan sloeg hij om dood te slaan'. Hij pakt de suikerpot in zijn vuist en doet voor hoe dat ging. 'Tegenwoordig zou je er zes jaar cel voor krijgen.'

Zijn oude buurvrouw in de Rozenkransstraat knikt. Kees Wagtmans kon heel hard slaan, nou. En de moeder van Rini, Anna Sep, het is beter om daar maar helemaal over te zwijgen. Het was me het huishouden wel. Ze gaf de kinderen Wagtmans 's ochtends regelmatig te eten, als ze hongerig aan de deur stonden. Hadden ze thuis weer eens niks gehad.

Een paar huizen terug, op nummer 6, woonde Wim van Est, eerste Nederlandse drager van de gele trui in de Tour, 1951. Eerste Nederlandse wielermythe, na zijn val van de Aubisque, in het geel, in diezelfde Tour.

Rini Wagtmans wijst op een klein raampje. 'Daar hing hij naar buiten om naar de massa mensen voor zijn huis te zwaaien. En ik stond achter hem.' Zijn vader was de masseur van Van Est. En een heel goede. 'Ja, een half uur per dag was hij heel goed als masseur. Maar die andere 23.5 uur, dat was verschrikkelijk.' Wout Wagtmans, de maat van Van Est die in 1956 de Tour de France had moeten winnen, was Rini's neef.

Dus zo raar was het niet, dat hij ging wielrennen.

Losgeslagen gezin

Het is nu door Peter Ouwerkerk allemaal opgeschreven, zijn levensverhaal: Ongekend, Rini Wagtmans van straatjongen tot ridder. Het is een bij vlagen huiveringwekkend verhaal over verschrikkelijke armoede, over een zuipende vader en een moeder met een tamelijk losse moraal - vijf kinderen, drie vaders. Het is een verhaal over een losgeslagen gezin, waarin de vader een van de dochters misbruikte en de moeder haar oudste zoon.

En ook een verhaal over hoe je die shit in godsnaam overleeft. Geen gewoon sportboek, meer een rauwe zedenschets.

'Het was niet best', zegt de buurvrouw. Rini Wagtmans heeft het nu allemaal verteld. 'Mijn vrouw zegt: moet dat nou allemaal? Waarom wil je dat? Ik heb toch ook een eigen leven. En kleinkinderen.' Maar het moest. 'Er staan dingen in het boek die niet zo mooi zijn, maar die wel waar zijn, omdat ik ze gezegd heb.'

Dat klinkt niet direct logisch, maar is het wel. 'Ik ben een boeren-Willebrordse jongen. En ik zweer dat ik nooit van mijn leven praat met voorbedachten rade. Dat ik nog nooit heb gelogen. Ik heb weleens dingen niet gezegd. Want als ik het zou moeten zeggen, zou ik moeten liegen. Dan zeg ik niks. Is ook niet eerlijk, maar wel een oplossing om niet te hoeven liegen.'

Wie in het boek één onware regel kan vinden maakt hij rijk.

Zijn verhaal is ook een klassiek verhaal over hoe sport een jongetje redde dat tegenwoordig kansarm zou heten - zo niet kansloos. Hij was 7, toen hij voor zijn kleine broertje en zusjes moest zorgen. 'In een land als Peru, daar zie je dat nog steeds. Zie je een klein kind met drie nog kleinere kinderen aan de arm. Dat was ik.'

Tot 2003 stond er aan de Achtmaalseweg een boom met zijn naam erin gekerfd. Dat was zijn oorlogsverklaring aan het leven, op zijn 18de. 'Ik had gezworen dat ik wraak zou nemen. Op wat ze me hadden aangedaan. Dat ik iedere avond zonder moeder naar bed moest. Dat ik niet eens wist waar ze was. Dat ze, toen ik 7 jaar oud was, tegen me riepen: je moeder is een hoer. Dat mijn tantes zeiden: je moet hier niet komen, want je stinkt. Ik wilde wraak op de vernederingen. Ik wilde laten zien dat ze het verkeerd hadden gedaan.'

Hij moest en hij zou bewijzen dat hij iets kon. Als hij in die tijd de verkeerde mensen was tegengekomen, had hij ook zomaar een grote crimineel kunnen worden - jezelf bewijzen kan op vele manieren.

Toen het gezin Wagtmans definitief uit elkaar viel, vader Kees zich volledig in de drank stortte en moeder Anna verdween, fietste hij van St. Willebrord naar Zundert en huilde de hele weg.

Hij was 14 jaar, maar hij voelde dat er iets ging gebeuren. Hij moest en zou iemand worden en dat moest dan maar met de fiets. De fiets, die al zoveel stervensarme Willebrorders een belegde boterham had bezorgd.

'Ik moest fietsen. Ik zat in een Kursk, op de bodem van de zee, en ik móest eruit. De fiets was het enige middel. Want daar kon ik geld mee verdienen als slik.'

In St. Willebrord lachten ze om de romantische kant van het wielrennen. Dat vonden ze daar meer iets voor de jongens van de krant en de radio - die verzonnen de mooie verhalen over de helden van 't Heike. Maar die fietsten niet voor eer of vaderland, die zagen af voor de poen. Punt.

Misschien was het daarom ook nooit écht zijn wereld. 'Fietsers moeten a-sociaal zijn. Egoïstisch moeten ze zijn, en met een plaat voor het hoofd of oogkleppen op. Ik heb niet veel geleerd van het wielrennen. Alleen dat wielrenners lompe mensen zijn. Nu nog steeds. Er zitten veel schuinsmarcheerders tussen en weinig echte mensen.' Als mensen hem nu nog altijd aanspreken als Rini Wagtmans de oud-wielrenner, dan vindt hij dat wel eens beledigend.

Godvergimmekes, nou

We rijden door St. Willebrord. We passeren het eerste huis van Wim van Est, het tweede huis van Wim van Est en de laatste bungalow van Wim van Est. Bij de kerk staan de twee dochters van Wim van Est. Stóp! 'Dat is familie.' De witte bungalow van Woutje Wagtmans, het huis van Marijn Valentijn, bijgenaamd Vent van de Bok, de eerste Nederlandse kampioen bij de profs. Ho, stop, daar peddelt Cees Brouwers voorbij, de juist herkozen 79-jarige loco-burgemeester van de gemeente Rucphen met 44 jaar als raadslid achter de rug. Jongejonge, wat hebben ze wat afgelachen, Cees en hij, niewaor Cees? Waar!

Widde nog, Rini, die-jen keer in Antwerpen?

Godvergimmekes, nou. Da was me wa.

Door moeten we, naar 'Sporthuis Hubert' van Hubert van Hoydonck, begenadigd fietsenmaker en mechaniker, die meer dan dertig jaar geleden Rini's fietsen al behandelde en die nu nog altijd de fiets van Servais Knaven prepareert. We steken aan bij Ljuba, de Russische overbuurvrouw in de Rozenkransstraat - inmiddels ook alweer 86. En voort gaat het, naar Henk Knobel, supporter van het eerste uur, die zeker twee auto's heeft versleten met Rini van de ene koers naar de andere te transporteren - maar met liefde.

Het zoveelste huis van Wim van Est, met de garage die Wim nog eigenhandig heeft gebouwd er nog altijd naast - alleen het hondenhok is verdwenen. En daar is zowaar ook nog de kapster die Rini als 14-jarige tijdelijk van zijn bles afhielp -de kenmerkende witte lok waaraan half wielerminnend Europa hem begin jaren zeventig ogenblikkelijk herkende. In heel St. Willebrord dachten ze dat hij zijn haar verfde en dat hij dus homo was. Kon hij geen meisje krijgen. Heeft zij z'n haar geverfd.

Waor of nie?

Waor. Behalve van die meisjes. Ach ach, Rini, gij zijt me d'r ene. Zo 'n schoon menneke.'

Ze houden van Rini Wagtmans in St. Willebrord. Ook Pietje de haringhandelaar, hoewel hij zo langzamerhand knap vergeetachtig begint te worden en zich niet meer álle streken van zijn buurjongetje Rini weet te herinneren.

Kende me nog wel, vraagt Rini Wagtmans.

'Rini', zegt Pietje de haringhandelaar. Zo dement kunnen ze in St. Willebrord niet zijn, of ze herkennen Rini Wagtmans.Toen Wim van Est op sterven lag, zegt Rini Wagtmans, herkende hij niemand meer. Van Est verkeerde al bijna in coma, toen Wagtmans aan zijn bed verscheen. Weet je wie dat is, vroeg dochter Lieske aan Van Est, die al dagen geen enkel teken van herkenning meer had gegeven.

Van Est sloeg zijn ogen open, keek Wagtmans even aan en knikte. 'Smokkel', zei hij zacht. Niet helemaal goed, wel bijna. Smokkel was de bijnaam van Rini's vader en niet voor niks.

Wagtmans is een centrale figuur in de Willebrordse samenleving. Sponsor van wielerclub, voetbalclub en biljartclub. Actievoerder voor standbeelden, nieuwe glas-in-loodramen voor de kerk, en gehandicaptensport. Steun en toeverlaat voor wie pech heeft gehad in het leven.

Hij pakt een oude vuilniszak en schudt de inhoud leeg op tafel. Medailles, een vaantje voor de winnaar van een Touretappe in 1970, Carpentras-Montpellier. 'Dat blijft er over van de roem', zegt Rini Wagtmans. 'Het is niks. Het is helemaal niks! Het heeft geen waarde. Voor mij misschien een klein beetje, vanwege de herinneringen. Maar voor een ander is het niks. Stof.'

Het is meer dan stof. Hoe kortstondig ook, zijn wielerloopbaan maakte hem mede tot wie hij nu is. In 1970 werd Wagtmans vijfde in de Tour, waarna de grote Merckx hem inlijfde. In 1973 was het plotseling voorbij. Wagtmans kreeg ernstige last van hartritmestoornissen. Doorgaan, zeiden de artsen, betekent sterven. Het was al; een wonder dat hij niet dood van de fiets was gevallen.

Zo kwam er een voortijdig einde aan de wraakactie. 'Ik zweer bij God en allemachtig dat ik waarschijnlijk een keer de Tour de France had gewonnen. Ik wist precies hoe ik dat moest doen.' Voornamelijk door als een kei van de bergen af te vallen en per bocht twee seconden te pakken.

Wagtmans ging het zakenleven en de pr in, hoewel hij geen idee had hoe hij dat precies moest doen. Al zat het gevoel voor handel er altijd al in. Prof-wielersport ís nu eenmaal voor een deel handel.

In 1980 begon hij met zijn bedrijf Gowa, in sportkleding. Daar kwamen later nog tientallen andere bedrijven en bedrijfjes bij - op het hoogtepunt, halverwege de jaren negentig, 32 in totaal. Hij bezat drie wielerspeciaalzaken, vier wielerkledingfabrieken, twee timmerfabrieken en hij importeerde 'kilometers tuinhek' uit Siberië. Hij was eigenaar van lappen grond in St. Willebrord, van twintig huizen en de laatste school waarop hij zat kocht hij als bedrijfspand. Het arme jongetje uit de Rozenkransstraat was rijk geworden.

Niet dat hij dat uitbundig laat merken. Wagtmans rijdt niet in patserige auto's en er staan in St. Willebrord heel wat duurdere huizen dan het zijne.

'Geld?', zegt Rini Wagtmans. 'Ik ben bereid om als arme sloeber te sterven. Geld is niks. Je kunt het kwijtraken en je kunt het elke dag weer terugverdienen. Maar gevoel kun je maar één keer kwijtraken.'

In 1998 liet zijn hart het weer afweten en verkocht hij de onderdelen van zijn kleine imperium, liquideerde ze of deed ze over aan zijn oudste zoon Marijn - die van Gowa inmiddels een nóg bloeiender bedrijf heeft gemaakt.

Rini Wagtmans is een man in bonis. 'Al word ik 110, dan nog hoef ik al die tijd echt níks te doen en kan ik heel goed leven.'

Hij heeft wraak genomen. Zijn zakenreizen naar de voormalige Sovjet-Unie hebben hem een immens netwerk opgeleverd. Hij tutoyeert de dictatoriale president van Kazachstan, Nazarbajev. Hij was de vismaat van de voormalige Russische vice-president onder Boris Jeltsin, Aleksandr Roetskoj.

En voor wie het allemaal niet wil geloven: Rini Wagtmans bewaart alles, in keurig geordende mappen. Brieven, telegrammen, mails. Ook die van Nazarbajev en Roetskoj. Hij heeft zich uit de ellende gevochten en met de groten der aarde gepraat - laat niemand het in zijn kop halen te zeggen dat hij een fantast is.

Martelgang

Het boek over zijn leven, zegt Rini Wagtmans, is een afsluiting van veel ellende.

Zijn oudste broer André kreeg te horen dat hij longkanker had. Zwaar depressief wilde hij zelfmoord plegen. André liep over het spoor de trein tegemoet. Tien meter achter hem liep zijn jongere broer, en die probeerde hem ervan te overtuigen het niet te doen. 'André, kom nou', riep Rini.

'Ga weg, ik sla je de hersens in', riep André terug. Hij liep maar door, de trein tegemoet. Zo nu en dan gooide hij een steen naar Rini, maar die hield vol. Anderhalf uur duurde de martelgang, de absurde scène van de twee broers langs het spoor - er was geen trein. Toen sloeg André plotseling af, en keerde terug naar huis, zonder ooit nog over het tafereel te spreken. Hij was 47 toen hij overleed.

Rini Wagtmans heeft veel achter ellende aangelopen. Soms lijkt zijn leven bijna een persoonlijke kruistocht tegen de ellende van de wereld. Hij is een zeer actief lid van de Stichting Exodus, die gevangenen tracht bij te staan bij het opbouwen van een nieuw bestaan. Hij gaat naar Huizen van Bewaring en vertelt over zijn leven.

Als een gevangene in zijn boek één zin vindt die hem kan inspireren een nieuwe weg in te slaan, is het al de moeite waard geweest, zegt Rini Wagtmans. IJdelheid is hem niet vreemd - je móet wel een beetje ijdel zijn wanneer je iemand vraagt je biografie te schrijven. Maar uiteindelijk zit onder de ijdelheid een goed hart.

En een gewond hart. Op 8 april 2005 overlijdt zijn moeder, even later wordt de zoon benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Uit Ongekend: 'Wat zou die ervan hebben opgekeken, wat zou die nu tegen mij hebben moeten zeggen? Zou ze mij eindelijk erkend hebben? Zou ze nu hebben durven inzien wat ik in de wereld te betekenen heb?'

Zijn jongste broer Martin is gepromoveerd medicus. Heeft zich er ook bovenuit gevochten. Rini Wagtmans laat trots het proefschrift zien. 'Dat vind ik nog knapper dan de Tour winnen.'

'Nog een paar weken', zegt Ria Wagtmans, al veertig jaar echtgenote. 'Dan gaan we eindelijk het leven leiden dat we zelf willen. In mei is het afgelopen.'

'Maar dan moeten we naar de Ronde van Italië', zegt Rini.

Ria Wagtmans kijkt nu heel erg vermoeid.

'Ik ga het boek niet helemaal lezen', zegt jongste zoon Jean-Michel. 'Er zijn dingen, die wil ik helemaal niet weten.'

Heeft nooit coureur hoeven worden, Jean-Michel, om zich aan zijn haren uit het moeras te trekken. Die tijd is voorbij in St. Willebrord.

'Hij is een heel goeie jongen', zegt Rini Wagtmans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden