De wraak van Kaïn op het opperwezen

Fictie Almachtig, goedertieren en barmhartig? Vergeet het maar bij de laatste Saramago.

Is God almachtig? Dat is de vraag die al eeuwenlang leidt tot felle discussies binnen de theologie en daarbuiten. Immers, als Hij werkelijk almachtig is, waarom heeft Hij dan een onvolmaakte schepping afgeleverd, waarin de zonde zegeviert en het kwaad de goede mensen treft?


In Kaïn, de laatst voltooide roman van de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago, die in juni van dit jaar op 87-jarige leeftijd overleed, is 'de heer', zoals de schrijver Hem consequent aanduidt, vooral een sukkel, die vergeet het schepsel mens van een tong te voorzien, zodat er aanvankelijk niet gecommuniceerd kan worden, en die 's nachts nog eens afdaalt uit de hemel om Adam en Eva met een vingerprik een navel te geven, omdat het zonder echt geen gezicht is.


Maar het stomste is wel dat Hij midden in de Hof van Eden een boom plant - die der kennis van goed en van kwaad - van de vruchten waarvan het Adam en Eva verboden wordt te eten. Dat vraagt om moeilijkheden die even onafwendbaar als desastreus zullen blijken.


Nadat de eerste mensen uit het paradijs verdreven zijn, en Eva zich - zoals Saramago subtiel suggereert - heeft laten bezwangeren door de cherubijn die de toegang bewaakt, begint de ellende pas goed. De zoons van Adam en Eva krijgen ruzie omdat de heer het offer van de een - cherubijnenzoon Abel - wèl, en dat van Kaïn niet aanvaardt, waarop de laatste de eerste de schedel inslaat.


Gewezen op de ernst van zijn daad, gaat Kaïn met God in discussie. Wie is er hier nou schuldig? Waarom liet de heer de rook van Kaïns brandoffer neerslaan, terwijl die van Abels offer fier omhoog steeg? Schoorvoetend erkent de heer medeschuldig te zijn. Hij veroordeelt Kaïn tot levenslang dolen, maar voorziet hem van een teken op het voorhoofd dat hem behoedt voor vijandige aanvallen van derden.


In zijn even satirische als scherpzinnige vertelling laat Saramago Kaïn - de oermoordenaar uit de Bijbel - zich ontwikkelen tot het geweten dat God zelf ontbeert. Hij spreekt de heer aan op zijn onredelijkheid, onbetrouwbaarheid en wreedheid en grijpt, reizend door de tijd, waar mogelijk persoonlijk in. Zo is hij degene die Abrahams hand tegenhoudt als deze, op bevel van de heer, zijn enige zoon Isaäk dreigt te offeren - de engel die dat had zullen doen blijkt verlaat, vanwege panne aan een vleugel - en roept hij God tot de orde omdat deze Zijn belofte om Sodom en Gomorra te sparen als er onder de inwoners tien onschuldigen zijn, niet nakomt. Hetzelfde doet hij als God toestaat dat Satan Jobs trouw aan de heer test door hem aan de ergste plagen te onderwerpen. En hij protesteert tegen de wrede slachtingen in steden als Ai en Jericho, waarbij zelfs geen kind gespaard is.


Gods weerwoord spreekt boekdelen. Ik ben alleen aan mezelf verantwoording verschuldigd, riposteert Hij, en hoef me niet te laten weerhouden door overwegingen van persoonlijke aard. Bovendien ben ik begiftigd 'met zo'n flexibel geweten dat dat altijd in overeenstemming is met wat ik doe'.


Almachtig, goedertieren en barmhartig? Vergeet het maar. De heer die Saramago in zijn virtuoos geschreven zwanenzang beschijft, overtreft in woord en daad de ongelooflijke slechtheid die Karel van het Reve Hem eind jaren tachtig al toedichtte.


Het stemt de lezer daarom tot intense tevredenheid dat Kaïn - de eerste, de enige en de laatste rechtvaardige die op aarde rondliep - in het verrassende slot op ultieme wijze wraak neemt op dit gewetenloze opperwezen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden