De woorden storten neer

Non-fictie Ook in haar essays beschrijft Herta Müller op indringende wijze hoe de dictatuur verhoudingen tussen mensen verziekt. Door Hans Driessen

Naar ironie zal men tevergeefs zoeken in het werk van Herta Müller (1953), om van humor maar te zwijgen - er is alleen ernst te vinden, ernst van de diepste soort. In haar essaybundel De koning buigt, de koning moordt wordt duidelijk waar die ernst vandaan komt.


Al tijdens haar vroege jeugd op het platteland - in de Banaat, in het zuidwesten van Roemenië - wordt ze gekweld door een angst die je bijna existentieel kunt noemen. De jonge Müller is niet vertrouwd met de natuur, haar geboortegrond is geen Arcadia. Ze ervaart de omgeving als bedreigend; die wekt geen liefde op maar haat: 'Ik haatte het stugge veld, dat wilde planten en dieren vrat om geteelde planten en dieren te eten te geven.' De dood ligt altijd op de loer, verschuilt zich zelfs in de grond: 'Elke akker was het randloos uitgespreide panopticum van de manieren van sterven, een bloeiend lijkmaal. Elk landschap oefende de dood.'


Behalve de natuur en het landschap is er nog een andere, concretere bedreiging, haar alcoholische vader met een, zacht gezegd, kwade dronk, waaronder haar moeder vrijwel elke dag lijfelijk te lijden heeft en die het haar onmogelijk maakt van haar kind te houden - het kind is immers de reden dat ze het ondanks alles bij haar man uithoudt, moet uithouden. En het ergste is dat ze het haar kind bij herhaling voorhoudt, om niet te zeggen, het haar verwijt: '(¿) ik was haar tot last, een blok aan haar been waardoor zij (¿) voor een scheiding terugdeinsde.' En het huilen van moeder en kind schept geen band, biedt geen troost: 'Want zij huilde omdat ze een zuiplap als man had (¿) Maar ik huilde omdat ik een moeder wilde hebben die ook eens om míj huilde (¿)' .


Ook in het gezin 'oefent de dood' en schrijnt het verlies, gepersonifieerd in de inwonende grootouders: de grootmoeder die nog dagelijks rouwt om haar zoon, die in de Tweede Wereldoorlog gevallen is, en de grootvader wiens bloeiende graanhandel door de socialistische staat onteigend werd en die zijn bescheiden dagelijkse uitgaven nog zorgvuldig optekent in de grootboeken die hij ooit voor zijn bedrijf aanschafte en die bestemd waren voor op zijn minst viercijferige bedragen.


Op haar vijftiende gaat haar droom in vervulling: de vlucht uit de benarde omstandigheden van haar dorps- en gezinsleven. Maar de droom slaat al gauw genoeg om in een nieuwe nachtmerrie. In de stad (Timisoara) komt de dreiging van de staat, in de gestalte van de geheime dienst, de Securitate.


Er is waarschijnlijk geen tweede schrijver die de invloed van de dictatuur op het leven indringender heeft beschreven dan Müller. Ook hier in haar essays geeft ze tal van schokkende voorbeelden van de werkwijze van de Securitate, van het bespieden en bespied worden, dat als een sluipend vergif alle menselijke verhoudingen verziekt. Het schrijnendste voorbeeld is dat van Müllers beste vriendin uit Roemenië, die haar in Berlijn (Müller ontvluchtte Roemenië in 1987) komt opzoeken. Deze vriendin, die vanwege kanker nog maar kort te leven heeft, komt afscheid nemen. Het wordt Müller algauw duidelijk dat ze in opdracht van de Securitate in Berlijn is, om haar gangen na te gaan. Diep geschokt stuurt ze haar na een paar dagen weg. Als ze jaren later haar Securitate-dossier kan inzien, is het eerste waar ze naar zoekt het moment waarop deze vriendin door de geheime dienst geronseld werd. Het is immers niet ondenkbaar dat ze altijd al een agente van de Securitate is geweest, die zich als vriendin aan haar heeft opgedrongen. Het blijkt dat deze vriendin pas later geronseld werd, of, beter gezegd, 'gedwongen' werd te spioneren, in ruil voor chemotherapie, in ruil voor een paar levensjaren. Dit is voor Müller een enorme opluchting - haar vriendin is dus echt een vriendin geweest.


Hoe de dictatuur de menselijke verhoudingen verziekt, is het ene thema van deze essays - het andere is of en hoe de gevolgen van die dictatuur in taal, in het gesproken of geschreven woord kunnen worden uitgedrukt. Müller is hier uiterst sceptisch over: 'Het is niet waar dat er voor alles woorden zijn. (¿) Vaak is juist dat waarover niets meer gezegd kan worden het belangrijkste (¿)' En: 'Als er niets meer klopt in het leven storten ook de woorden neer.' Je krijgt de indruk dat ze het zwijgen een waardiger reactie op de wandaden van het regime vindt. Ze geeft prachtige omschrijvingen van het zwijgen als 'communicatiemiddel'. Ze kent het van huis uit. 'Het is niet een pauze tussen het praten maar een zaak op zichzelf.' Hoe meer iemand in staat is te zwijgen, hoe sterker zijn aanwezigheid. Woorden zijn vluchtig, zodra ze zijn gesproken, verdwijnen ze weer, 'zijn ze al stom'. In zwijgen 'komt alles tegelijk. Alles blijft erin hangen wat lang niet wordt gezegd, zelfs wat nooit wordt gezegd.' Daarentegen is praten 'een draad die zichzelf doorbijt en steeds opnieuw geknoopt moet worden'. Maar zwijgen is ook geen werkbare oplossing, net zo min als praten. Haar enigszins deprimerende conclusie luidt: 'Als we zwijgen worden we vervelend, als we praten worden we belachelijk.'


Met dit duivelse dilemma wordt de schrijfster Müller dagelijks geconfronteerd. 'Nadenken, praten, schrijven zijn slechts hulpmiddelen, wat er gebeurd is zullen ze nooit treffen, zelfs niet bij benadering.' En toch voelt Müller de innerlijke drang te getuigen, al was het maar om met die gebrekkige hulpmiddelen monumenten op te richten voor de slachtoffers van Ceausescu en zijn kliek, want er is één ding erger dan het praten en het schrijven, ook al zijn die nog zo ontoereikend, en dat is het vergeten.


Schrijven dus, er zit niets anders op. Maar dan wel op een speciale manier: een schrijven dat de lezer naar regionen leidt waar woorden geen competentie meer bezitten. Müller zelf zegt het op haar onnavolgbare, enigszins mysterieuze wijze zo: 'Het criterium voor de kwaliteit van een tekst is voor mij altijd dit ene geweest: ontstaat er een zwijgend dwalen in je hoofd of niet. Elke goede zin mondt in je hoofd daar uit waar dat wat hij veroorzaakt anders met zichzelf spreekt dan in woorden.'


Wie als schrijver zulke hoge eisen aan zichzelf stelt, mag ook het een en ander vergen van de lezer. Müllers essays zijn allerminst lichte kost; het kost moeite om erin door te dringen. De Nederlandse lezer mag van geluk spreken dat er tussen hem en Herta Müller een voortreffelijke vertaalster als Ria van Hengel staat: zij heeft verhinderd dat een op zichzelf al niet toegankelijke tekst, na vertaling nog moeilijker toegankelijk wordt - en dat is een niet te onderschatten prestatie.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden