De wonderlijke economie van Jaap van Duijn

'Over een à twee jaar komt de economische groei dichtbij de nul. Vóór 2000 zitten we in Nederland en Europa in een recessie.' Jaap van Duijn, lid van het beleidscomité van beleggingsgroep Robeco, baarde eind september opzien met deze voorspelling....

FRANK KALSHOVEN

Nog interessanter dan de voorspelling zelf, was de manier waarop Van Duijn haar bereikte. De groei vertraagt omdat de beurskoersen dalen. 'De beurs loopt vooruit op de economie. Dat doet hij al honderd jaar', zei Van Duijn in een interview met de Volkskrant.

Deze week volgde de langverwachte onderbouwing van zijn bijzondere stellingname. Donderdag hield Van Duijn de oratie waarmee hij, zoals dat heet, het ambt aanvaardde van hoogleraar in de praktische aspecten van de beleggingstheorie aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Economie en beurs heet het werkje.

Het is, teleurstellend genoeg, een merkwaardig schrijfsel geworden dat pertinent niet voldoet aan de eisen die aan een oratie moeten worden gesteld. Het is historisch onvolledig (scherper geformuleerd: onjuist), technisch onder de maat, en bovendien inconsistent.

Economie en beurs bestaat uit drie hoofdstukken. Het eerste handelt over cyclische bewegingen in de reële economie, het tweede over golven op de beurs, en in het derde hoofdstuk worden deze golfbewegingen met elkaar in verband gebracht.

Van Duijn toont zich in het eerste hoofdstuk aanhanger van de opvatting dat 'economieën van nature een cyclisch verloop hebben'. En, stelt hij dan, in de wetenschap dat een oratie een historisch uitstapje hoort te bevatten, 'deze interpretatie van de economische werkelijkheid is al in 1911 neergelegd door de grote Oostenrijkste econoom Joseph Schumpeter in zijn Theorie der wirtschaftlichen Entwicklung'.

Dat klinkt wel goed, maar de geschoolde lezer vraagt zich af waarom Van Duijn de geschiedenis van de conjunctuurtheorie in hemelsnaam bij Schumpeter laat beginnen. Bevat David Ricardo's Principles of political economy uit 1817 dan geen conjunctuurtheorie? Of Das Kapital van Karl Marx? Dat zal Van Duijn toch ook wel weten - de door hem zo bewonderde Schumpeter schreef immers een vuistdikke pil over de geschiedenis van economische ideeën, die nota bene door hem wordt aangehaald in zijn overigens bepaald karige literatuurlijst (acht verwijzingen; de meest recente uit 1991).

Deze historische misser is niet de enige. Waar Van Duijn spreekt over de lange golf in de economie haalt hij - standaard - de goeie oude Kondratieff van stal, de Rus die inderdaad in de jaren twintig een beroemd artikel schreef over het fenomeen. Maar waarom niet even gerefereerd aan de echte ontdekkers van de lange golf, de Nederlandse marxisten J. van Gelderen en Sam de Wolff?

Noem het academische muggenzifterij - akkoord - , maar het is zo slordig!

In het hoofdstuk over de beurs is Van Duijn gedwongen partij te kiezen tussen degenen die denken dat financiële markten efficiënt zijn, en degenen die denken dat de markten er vaak naast zitten. Van Duijn maakt zich hier makkelijk vanaf: 'Ik zal hier weinig aandacht aan besteden, behalve dan dat ik constateer dat ik waarschijnlijk een andere werkgever zou hebben als mijn collega's en ik de efficiënte-markthypothese zouden aanhangen.' Met 'werkgever' bedoelt Van Duijn vermoedelijk Robeco en niet de universiteit.

Dit wegwimpelen van een boekenkast vol literatuur komt Van Duijn duur te staan in het derde hoofdstuk. Beurskoersen, heet het daar, zijn een leading indicator van de conjunctuur.

'Verdisconteert de Nederlandse beurs de economische toekomst wel? Met andere woorden: is er een verband tussen de getoonde beurscyclus en de economisch cyclus? Het antwoord is zonder meer ja.'

Nog even afgezien van de manier waarop Van Duijn dit 'aantoont' - de technieken die hij gebruikt dateren uit de tijd van Schumpeter, Kondratieff, Van Gelderen en De Wolff - , heeft hij zichzelf op dit punt in een inconsistente positie gemanoeuvreerd.

Het is van tweeën één: óf de markt is efficiënt en de aandelenprijzen bevatten alle relevante informatie zodat uit het koersverloop op de beurs de macro-economische ontwikkelingen kunnen worden afgeleid; óf de markt is niet efficiënt, de aandelenprijzen bevatten ruis en luchtbellen, en het verband tussen conjunctuur en koersverloop, zo het statistisch al bestaat, is toevallig.

Deze inconsistentie is niet alleen academisch interessant, maar raakt ook aan de strategie van de beleggingsfondsen van Robeco. Kiezen we voor de eerste logische positie - markt efficiënt, dus goede voorspeller - dan is het voor beleggers onaantrekkelijk om hun spaargeld bij Van Duijns Robeco te investeren. Want in dit geval is geen enkele actieve portfolio-manager in staat om, op lange termijn, de beursindex te verslaan. Beleggers halen logischerwijs een hoger rendement bij een index-fonds, dat passief blijft en dus lage kosten maakt.

Kiezen we voor de tweede logische positie - markt inefficiënt, dus slechte voorspeller - dan kan het spaargeld bij Robeco blijven, maar moet Van Duijn zijn voorspelling intrekken.

Wat zou het aardig zijn - serieus - als de propositie van Van Duijn stand zou houden: inefficiënte markt, goede voorspeller. Dat is, een tikje overdreven, Nobelprijs-onderzoek.

Van Duijn echter heeft bij de Erasmus Universiteit geen onderzoeksambities, vertelde hij vrijdag in de Volkskrant. Hij heeft maar een hele kleine aanstelling, die wel goed is voor één collegecyclus per jaar, maar niet voor het doen van onderzoek. 'Robeco heeft meer middelen om onderzoek te doen. Daar doe ik mijn kennis op', zei hij.

Gaat de Nobelprijs volgend jaar naar Robeco?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden