De wondere wereld van Belcampo

Herman Pieter Schönfeld Wichers werd vierennegentig jaar geleden in Naarden geboren. Hij groeide op als notariszoon in Rijssen, studeerde rechten en medicijnen in Amsterdam, was huisarts in Bathmen en behandelde vanaf 1953 tot zijn pensionering reeksen Groningse studenten voor hun 'kandidaatsziekten' en andere kwalen....

Een nuttig en welbesteed leven, maar als Herman Pieter Schönfeld Wichers zich geen Belcampo was gaan noemen, zou nauwelijks nog iemand een gedachte aan hem wijden. Men zou zelfs niet weten dat hij pas zes jaar geleden (in 1990) overleed.

Belcampo debuteerde in 1923 met het verhaal 'Koningin Vozenkone' in het Amsterdamse studentenblad Propria Cures en alhoewel de uitgevers zich niet meteen op zijn stoep verdrongen blééf hij schrijven. In 1936 gaf hij zijn vreemde, grillige, studentikoze verhalen in eigen beheer uit - zelden een middel om een grote lezersschare te bereiken.

Met De zwerftocht van Belcampo, de neerslag van een voettocht naar Rome, die in 1939 verscheen, wist de schrijvende arts meer aandacht te trekken, maar pas in de naoorlogse jaren werd het fantastische in zijn werk - gekruid met steeds meer eigenzinnige filosofie en kennis van de moderne geneeskunst - als iets bijzonders in de Nederlandse literatuur onderkend en mochten zijn bundels op een redelijke belangstelling aanspraak maken.

In 1975 maakte Jaap Drupsteen voor de VPRO een prachtige tv-bewerking van het verhaal 'Het grote gebeuren' uit 1958, dat over de dag des oordeels ging. In 1979 verscheen, bij wijze van een soort 'verzameld werk', Al zijn fantasieën, en die bundel is uitgangspunt geworden voor het boekwerk van 866 bladzijden dat vorige week het licht zag en waarnaar door de inmiddels vele, vele liefhebbers van Belcampo's werk werd uitgezien.

In de nieuwe, door Querido mooi vormgegeven bundel, die niettemin 'maar' ¿ 49,90 kost, is de eerste afdeling van Al zijn fantasieën integraal overgenomen, terwijl 'Koningin Vozenkone' er als 'extra' werd bijgedaan. Belcampo keurde dit verhaal voor zijn eerste bundel, De verhalen, af, maar toen de Bosbespers er in 1985 een herdruk van wilde maken, was hij minder hardvochtig. Uit de andere delen van Al zijn fantasieën is een selectie gemaakt.

Toegevoegd is een 'kleine representatieve keuze' uit de verhalen die na Al zijn fantasieën zijn verschenen, zoals een aantal heiligenlevens die Belcampo beschreef in De toverlantaarn van het christendom uit 1975, Rozen op de rails uit 1979 en Pandora's album uit 1989. En verder werden De zwerftocht van Belcampo en het eerste deel van zijn wat merkwaardige wijsgerige beschouwing, die in 1972 onder de titel De filosofie van het belcampisme bij Kosmos uitkwam, opgenomen.

Men heeft met De wondere wereld van Belcampo, zoals de nieuwe bundel heet, dus niet het héle oeuvre van Schönfeld Wichers in handen, maar wel véél. Stof genoeg in elk geval om net als Piet Grijs in zijn bundel ...honderd. Ik kom! uit 1982 te constateren: 'Zo nu en dan ontmoet ik iemand die het ook vindt: Belcampo is één van onze bijzonderste schrijvers. Het is een wonder, dat hij zomaar schrijft, en dank zij hem mag het Nederlands nog wat voortbestaan. Belcampo is een fantast. Al zijn verhalen zijn fantastische fantasieën. Onder de levende Nederlandse schrijvers is hij, met Raoul Chapkis en Sybren Polet, de enige die krankjoreme dingen bedenkt en opschrijft.'

Belcampo deed dat niet alleen als verteller, maar ook als wijsgeer, zoals blijkt uit De filosofie van het belcampisme. Hoed je voor kunstenaars die gaan filosoferen. Je kunt je afvragen of De wondere wereld van Belcampo er niet bij had gewonnen als men Belcampo's wijsgerige verklaring van de wereld had weggelaten. 'Ik raad u niet aan dit boek te kopen', schreef Piet Grijs na De filosofie van het belcampisme gelezen te hebben. 'Maar', liet hij daar terstond op volgen, 'als u net zo van Belcampo houdt als ik, doet u het toch. En dan beleeft u dezelfde teleurstelling.' Inderdaad, maar om dàt te kunnen constateren moet je zowel de wijsgeer als de fantastische verteller die Belcampo was weer even tot je toe laten. Dan zie je hoe rijk een verhaal kan zijn en hoe arm de filosofie die eraan ten grondslag ligt.

Over 'rijke' verhalen gesproken. Niemand die daarvan beter kan getuigen dan Maarten Biesheuvel. Hij is degene die de Verzamelde verhalen van Vladimir Nabokov mag introduceren. Zoals u weet, heeft De Bezige Bij voor elk boek van de grote Rus, dat in haar prachtige Nabokov-reeks wordt herdrukt, een 'liefhebber' uitgenodigd om er de lof van te zingen. Biesheuvel doet dat voor de Verzamelde verhalen twee keer, want de in totaal 65 verhalen die Nabokov schreef - Biesheuvel: 'Hij was een beter verhalen- dan romanschrijver, hoewel hij in die laatste hoedanigheid bekender is geworden' - werden in twee dikke delen gepubliceerd. 'Het mooiste verhaal dat ik ken', schrijft Biesheuvel, 'is ''Eerste liefde'', direct gevolgd door ''Wolk, burcht, meer'', ''Lance'', ''Mademoiselle O'' en ''Prikkebeen''.'

Uit het vermogen om zo'n rangorde aan te brengen spreekt niet alleen kennis, liefde en bewondering, het is - voor de minder ingewijde - ook nogal ontmoedigend, want hoe vaak moet je deze, telkens weer verrassende, ongelooflijk knap geschreven vertellingen lezen om tot zo'n top-vijf te komen? Ik maakte me er met een Jantje van Leiden af: ik vind ze allemáál schitterend (De Bezige Bij, vertaald door Yolanda Bloemen, Anneke Brassinga, Rien Verhoef, Peter Verstegen en Marja Wiebes, ¿ 71,90 en ¿ 76,90).

De Boekenweek is nog niet voorbij of het ene na het andere opvallende boek komt uit de lucht vallen. Alsof zulke boeken er weinig voor voelden om als aanhangsel van Palmwijn te worden behandeld. Dan liever De Slegte! Toch hielden twee, door mij als bijzonder ervaren romans verband met het Boekenweekthema El Dorado. De ene heet Sao Bernardo en werd geschreven door de Braziliaan Graciliano Ramos; de andere is van de Argentijn Eduardo Mallea en heet Al het groen zal vergaan. De twee boeken verschenen in de bekende, zorgvuldige vormgeving van Coppens & Frenks, beide ¿ 49,50).

Graciliano Ramos (1892-1953) werd hier vorig jaar bekend door Angst, waarin de zwakke, nogal literair georiënteerde Luís da Silva de hoofdrol vervult. In Sao Bernardo draait alles om de krachtdadige Paulo Honório die er als onderbetaalde dagloner in slaagt het landgoed Sao Bernardo te verwerven. Het doel heiligt voor hem de middelen. Pas wanneer hij in contact komt met de mooie onderwijzeres Madalena, die bereid is met hem te trouwen, verandert zijn wereld ingrijpend.

Zijn reactionaire, brute instelling botst op de civilisatie die Madalena, inclusief haar 'linkse' ideeën over een betere behandeling van het personeel, op de hoeve tracht te verspreiden. In feite is Sao Bernardo een microkosmos, waarin Graciliano Ramos, de tegenstellingen in het vooroorlogse Brazilië - de roman is van 1934 - verpersoonlijkt: het leven als een bitter zinloos gevecht; de werkelijkheid een illusie die, zodra daaraan getornd wordt, in een hel verkeert.

August Willemsen vertaalde het boek uit het Portugees en stipt in zijn nawoord trekken ervan aan (de Griekse peripetie, de catharsis van de hoofdpersoon) die dit 'Eldorado', los van zijn couleur locale, verbinden met de klassieke tragedie.

Al het groen zal vergaan is, gepubliceerd in 1941, de eerste vertaling in het Nederlands uit het omvangrijke oeuvre van de Argentijnse schrijver Eduardo Mallea (1903-1982). Het is een aangrijpend verslag van het leven van een jonge vrouw, Agata Cruz, die alleen opgegroeid met haar vader, een arts, op duistere gronden huwt met een boer, die zijn bedrijf in het desolate gebied ten zuiden van de stad Bahía Blanca, ziet verkommeren. Alsof de mens hier niet opgewassen kàn zijn tegen het geweld van de natuur.

Nadat haar man is gestorven, raakt Agata in de stad in een steeds dieper isolement, omdat zij evenmin als tegen de natuur en haar zwijgende echtgenoot opgewassen is tegen de leegte, de nutteloosheid, het zinloze gekakel en het achteloze gebruik van mensen in de stad (voor haar des te pijnlijker omdat een gevierd advocaat haar liefde weet te wekken). Wurgend is de uitzichtloosheid van Agata's bestaan en niet voor niets heeft de Britse schrijver Lawrence Durrell eens opgemerkt dat 'Mallea een van de grootste schrijvers van onze tijd is.' 'Het is me altijd een raadsel geweest', zo schreef hij, 'waarom hij niet het publiek gevonden heeft dat hij verdient.' Misschien gebeurt dat nu, in Nederland, dank zij de vertaling van Al het groen zal vergaan door Arie van der Wal.

Maar ook Dominique mag er zijn. Deze roman, de enige die Eugène Fromentin (1820-1876) schreef - hij werd vooral bekend als schilder, bewonderaar van de Nederlandse landschapsschilders in de zeventiende eeuw en schrijver van reisverhalen - wordt in Frankrijk sinds jaar en dag gekoesterd als een 'voorloper' van Prousts A la recherche du temps perdu, omdat Fromentin net als Proust tracht de hevigheid van jeugdindrukken terug te roepen.

In Dominique vertelt de landeigenaar Dominique de Bray aan een vriend over zijn onvervulde liefde voor een jonge vrouw: Madeleine d'Orsel. Daarbij legt hij een heel landschap van emoties, vol kleurrijke details en subtiliteiten bloot, omdat de herinnering zelfs het meest verzonkene blijkt los te woelen. Een mooi boek; niet iets om 'doorheen te vliegen', maar een roman die erom vraagt langzaam te worden gelezen, zoals Sjef Houppermans in zijn enthousiasmerende nawoord onderstreept (Van Oorschot, vertaald door Jan Versteeg, ¿ 39,90; ¿ 55,- gebonden).

De roman van Eugène Fromentin verscheen in de Franse Bibliotheek van Van Oorschot, waarin ook een nieuw deel uit déze tijd uitkwam: Gemengde berichten van François Bon. In deze roman laat Bon, die in 1982 debuteerde met Sortie d'usine, met een serie innerlijke monologen mensen aan het woord, die betrokken waren bij een moord. Een werkloze Duitser, Arne Frank, rijdt op een dag op zijn brommer van Marseille naar Le Mans - waar zijn Franse vrouw zich ophoudt na van hem gevlucht te zijn - en steekt daar iemand dood, terwijl hij zijn vrouw, een vriendin en een vriend in gijzeling houdt. Gemengde berichten werd vertaald door Marianne Kaas (¿ 29,90; ¿ 44,90 gebonden).

En verder is het weer te veel om op te noemen. Om te hèbben: een luxe-editie van George Orwells Dierenboerderij, met illustraties van Ralph Steadman (AP, ¿ 39,90). Om te zien of Kees Fens gelijk heeft met zijn afkeer van Maxime du Camp: diens Uren met Flaubert en andere herinneringen (AP, Privé-domein, ¿ 49,90). Voor een onbekend stuk van de psychoanalytische geschiedenis: Sabina, het verhaal van de Noor Karsten Alnaes over Sabina Spielrein, een leerlinge van Jung, die door de nazi's werd vermoord (De Geus, ¿ 49,90). En om voorgoed van alle communistische wreedheid in China genezen te raken: De boom van wijsheid van X. L. Zhang, zijn 'onverzonnen roman' over de hel van het strafkamp, aanbevolen door Ian Buruma in The Independent on Sunday (De Geus, ¿ 59,90).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden