De woede van de zolderkamer

Alle negers doodmaken. Pim Fortuyn is gelijk aan Hitler. Op internet werd soms extreem en agressief gereageerd op de moord op Pim Fortuyn....

Francisco van Jole

LUTTELE uren na de moordaanslag op Pim Fortuyn verschijnt op de officiële site van zijn partij een foto van Adolf Hitler met de commentaartekst: 'Ik zie geen verschil. U wel?' De afbeelding is door een onbekende geplaatst op het in allerijl geopende online condoleanceregister. Kennelijk wordt de campagne tegen Fortuyn door sommigen zelfs boven zijn lijkkist voortgezet.

Een ander tracht in hetzelfde condoleanceboek argeloze bezoekers te verwijzen naar een extreem-rechtse site. Slechts minuten nadat de dood van Fortuyn bekend wordt, verschijnen al reacties op andere sites die opvallen door hun onwerkelijke toon. 'Hahahahaha zielige pim hahaahahah hij heeft tenminste nog kunnen lijden hahaha', laat een anonieme gebruiker om zeven minuten over half acht weten in het condoleanceregister van write2me.nl. Anderen ventileren regelrecht racistische opvattingen. Het zal wel een neger zijn die dit op zijn geweten heeft, tikt ene Dennis twee minuten later op dezelfde plek, gevolgd door de oproep ze allemaal dood te maken.

Dit is internet, het medium dat bij uitstek de belofte in zich droeg een volksmedium te zijn. Het medium waar de berichtgeving immers niet gefilterd wordt door bevoogdende redacties. Het medium waarvoor een concept werd bedacht als one to many, omdat het ieder individu de mogelijkheid biedt om vanaf zijn zolderkamer CNN naar de kroon te steken. Internet dat ook stond voor narrowcasting, waarmee het net, anders dan de massamedia, in staat zou zijn op geraffineerde wijze individuen te bereiken en hun persoonlijke interesses te bevredigen. Internet zou het publiek verlossen van de geconstrueerde werkelijkheid die de massamedia, met de televisie als hoofdschuldige, het publiek opdringen. Het is een beeld dat tot op de dag van vandaag wordt geschetst. Maar klopt het ook?

Door tragische gebeurtenissen worden de functie van media uitvergroot en en hun specifieke eigenschappen geaccentueerd. Maandagavond om kwart over acht, twee uur na de aanslag, spreekt demissionair minister-president Kok het Nederlandse volk live via de televisie toe. Hij doet een dramatische oproep. 'Laten we in godsnaam onze kalmte bewaren. Kalmte is misschien wel de beste dienst die we nu in waardigheid aan onze rechtsstaat en onze democratie en aan de nagedachtenis van Pim Fortuyn kunnen geven.'

Op vrijwel hetzelfde moment roept iemand die zich DJ-Vision noemt via een condoleanceregister op tot aanslagen op de tegenstanders van Fortuyn en vooral buitenlanders. Een schriller contrast is amper denkbaar.

De televisie vertoont die avond precies het gedrag dat critici het medium immer verwijten. Het wordt een groot filter. In een mum van tijd staat alle berichtgeving louter in het teken van de moord op Fortuyn, een andere werkelijkheid lijkt nog maar amper te bestaan. Het gebruikelijke wereldnieuws vindt wel plaats maar de redacties zorgen er voor dat het de huiskamers niet meer bereikt. De berichtgeving is bovendien opvallend gedienstig aan de waardigheid waar Kok toe opriep. Niemand vergelijkt Fortuyn met abjecte personen als Hitler of wrijft hem zelf nog maar iets aan, veeleer wordt de nadruk gelegd op zijn kwaliteiten en verbazingwekkende opkomst. De televisie kortom, gedraagt zich zoals een bezoeker op een begrafenis zich geacht wordt te gedragen. Als er al sprake is van wanklanken dan vormen ze in een praktijk van zelfkastijding onderdeel van kritiek op de media. Fortuyn zou volgens sommige aanhangers letterlijk het slachtoffer zijn van demonisering door de media. Demonisering, wederom een voorbeeld van een geconstrueerde werkelijkheid.

De echte werkelijkheid is die avond te zien op de Coolsingel in Rotterdam waar een grote mensenmassa opvallend waardig een rij vormt om het condoleanceboek in de hal van het stadhuis te tekenen. De realiteit is een massa rouwenden bij het huis van Fortuyn. De werkelijkheid is ook een woedende groep Fortuyn-sympathisanten die kortstondig een rel veroorzaakt rond het Binnenhof. Voor de rest blijft het land opvallend kalm. Meldingen van incidenten of gewelddadigheden rond voor- of tegenstanders, auto- of allochtonen, blijven uit. Het is de werkelijkheid die zowel binnenshuis op de televisie als buiten op straat waarneembaar is.

Alleen op internet is het anders. In de nieuwsgroep nl.politiek bijvoorbeeld verschijnen in rap tempo honderden bijdragen waarin de schrijvers elkaar figuurlijk de ogen uitkrabben. Kort na Fortuyns dood vliegen de eerste zieke grappen al over het beeldscherm. Internet is een afgesloten wereld. De agressie op het net heeft kennelijk geen invloed op de realiteit. Van conflicten en toegenomen polarisatie is daar geen sprake, eerder van het tegenovergestelde.

Een verklaring voor het verschil is dat internet een heel ander karakter draagt dan de reguliere massamedia. Zoals vroeger de omroep Veronica komen de oude media als het ware naar je toe. Internet daarentegen vereist actie van het publiek. De gebruiker moet het nieuws opzoeken en daar zelf op reageren. Dat principe werkt als een veel groter filter dan welk ander ook. Het sluit namelijk het grootste deel van het publiek uit, zij die geen bericht achterlaten of zij die om te beginnen al niet eens op internet gaan kijken. Mede hierdoor zegt iedere peiling op internet niets over de realiteit.

Die constatering wil echter niet zeggen dat internet geen waarde heeft, of geen invloed op de werkelijkheid. Alleen is die veel minder direct en voor de hand liggend. Uit een recent onderzoek van de Universiteit van Texas naar communicatiegedrag in de nasleep van 11 september blijkt dat mensen die via e-mail op emotionele wijze hun gevoelens uitten de weken daarna gezonder bleken dan de mensen die zich van commentaar onthielden.

Dat het uiten van emoties een gunstige invloed heeft op de gezondheid is al langer bekend. Nieuw is dat eenzelfde effect optreedt als die uitingen gemaild worden, een vorm van communicatie die tot nu toe als kil werd gezien.

Bij maatschappelijke ontsporingen wordt nog wel eens met een beschuldigende vinger naar de invloed van internet gewezen, de plek bij uitstek waar het Kwaad gecultiveerd wordt. Dat laatste is onmiskenbaar waar, maar het lijkt erop dat dergelijke uitingen geen enkele katalyserende invloed hebben op de werkelijkheid.

Misschien is zelfs sprake van het tegendeel. Omdat het op internet gebeurt, gebeurt het juist niet in werkelijkheid. Oproerkraaiers die stoom afblazen achter het beeldscherm doen het op dat moment in ieder geval niet op straat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden