De winterspelen waren een winters oranjefeest, weg van de cynische wereld

Foto de Volkskrant

Pyeongchang was een winters oranjefeest van vooral witvrouwen en witmannen, ver weg van de grote cynische wereld. Je zette 's ochtends de tv aan en ergens viel wel wat te vieren. De glimlach brak bijna door de beeldbuis. Irene en Ireen, Kjeld en Sven, Carlijn en Esmee, Suzanne en Koen, Yara, Lara en Jorien, ze straalden, ze schaatsten korte of wat langere rondjes naar al dan niet eeuwige roem.

Iedere volger van het Koreaanse spektakel koos zijn favoriete heldenverhaal. Koningin Wüst. Suzanne Schulting, de spontane spraakwaterval van het shorttrack, of anders massastarter Irene Schouten, wier moeder tijdens de lange aanloop naar de Spelen een hersenbloeding kreeg. 'De warmte is uit huis verdwenen', zei tulpenkweker Klaas Schouten, de vader van Irene, poëtisch in een mooie reportage over de familie uit Andijk bij EenVandaag.

En als in het schaatsen dan eens geen Nederlands succes was op te tekenen, heette de winnaar doodleuk Ted-Jan, of de trainers Johan de Wit en Bob de Jong. De Russische rivaal was vanwege doping al vooraf uitgesloten en zelfs toen het over matchfixing ging, met als hoofdrolspeler schaatscoach Jillert Anema, was het een vertederend verhaal. 'Jullie mogen winnen, als jullie ons maar niet de vernieling in rijden', was het best sympathieke voorstel van de toenmalige (in 2014) coach van de Franse ploeg aan de oppermachtige Nederlanders.

Het was sport zoals sport bedoeld is, met passie bedreven, door mooie, vaak spontane atleten. Ze omarmden succes en accepteerden verlies als volwassenen. Kom daar eens om in het vaak zo grimmige voetbal met zijn chagrijnige koppen, waar de moraliteit iets te vaak onder het poenige tapijt is geveegd. Waar PSV op meelijwekkende wijze protesteerde tegen een rode kaart voor Lozano, waar Roda de uitslag van het bekerduel tegen Willem II niet accepteerde uit onvrede over de videoscheidsrechter, tot de rechter aan toe. Waar ventjes van Ajax zichzelf schromelijk overschatten, gek gemaakt door scouts van Barcelona of Manchester City of door wie dan ook.

Sport is vaak bittere ernst, rekenmachinewerk, met doodsangst om te verliezen. De achtste finales van de Champions League leren ons bovendien dat de internationale top in het voetbal, als dat al mogelijk is, nog smaller is dan bij het internationale schaatsen. Terwijl het schaatsen nog goede excuses kan aandragen voor die staat van zijn, namelijk dat weinigen deze sport serieus bedrijven, heeft het voetbal het zelf zo ver laten komen, met zijn ontelbare beoefenaars. De pakweg honderd beste spelers zijn verdeeld over een paar clubs, waardoor de topcompetitie is verworden tot een privéfeestje van de elite. Het is topsport op zijn smalst, afdrijvend op het morele faillissement.

In Pyeongchang ramden zelfs de Noord- en Zuid-Koreanen elkaar op de schouders, zo lief was iedereen voor elkaar in deze oase van sportbeleving. En de Nederlanders die bij het afscheid in de medaillespiegel keken, zagen een zoete glimlach.

Reageren? w.vissers@volkskrant.nl