De winkels puilen uit van maanden leesstof

De herfsttijlozen bloeien. Het seizoen is weer begonnen. De boekwinkels puilen uit van de nieuwe waar. De Werken van Godfried Bomans, het Verzameld werk van Nescio - en ga nu niet allemáál die tochtjes nafietsen!...

Wie nu toetast, heeft voor maanden leesstof te over: de nieuwe Maarten 't Hart, De nakomer geheten; het tweede deel van Het bureau van J. J. Voskuil; Trainspotting van Irvine Welsh; Kasper Valentijn van Willem Melchior; weer een roman van de onvolprezen Giorgio Bassani, De gouden bril; weer een roman van de minstens zo onvolprezen Cesare Pavese, Het huis op de heuvel; een nieuwe roman van Hendrik van Teylingen, De grote verschuiving van de aardas in 1998; een nieuwe verhalenbundel van Maxim Biller, Land van vaders en verraders; een nieuwe verhalenbundel van Frans Pointl, De hospita's; De tovenaar van - laat ik het eens zo eenvoudig en eerlijk mogelijk zeggen - zo'n beetje de allergrootste schrijver van de twintigste eeuw, Vladimir Nabokov. . . En zo kan ik nog wel even aan het opsommen blijven. . .

Meer dan ooit heb ik in deze prille septembermaand de indruk dat hoe groter de uitgeversconglomeraten worden, hoe meer boeken er uitkomen. Niet omdat de leiding van deze concerns hier hoogst persoonlijk de hand in heeft en pas na zorgvuldige lezing van al die op de pc aangemaakte schijfjes tot uitgave besluit, maar omdat er jaarlijks een omzet moet worden gehaald, die altijd weer groter moet zijn dan die in het voorafgaande jaar.

Wie die omzet haalt, zit gebeiteld. Wie eronder blijft, gaat in zijn wanhoop nòg meer boeken uitbrengen, met nòg meer publiciteit en nòg meer geroep dat het allemaal 'leest als een trein', terwijl de koper steeds radelozer door de boekwinkel doolt en niet weet wat hij voor 's avonds in bed mee naar huis moet nemen. Zo wordt iedereen steeds drukker, niettegenstaande het feit dat de gemiddelde mens - de enige mens die zich in sociaal-wetenschappelijk 'onderzoek' laat vangen - aantoonbaar een zee van vrije tijd heeft.

De ware lezer heeft alle tijd van de wereld. Hij bekreunt zich niet om het coachen van zijn zevenjarige zoon bij het aankleden, want een vader die 's morgens rustig de krant leest, heeft vanzelfsprekend kinderen die zich op die leeftijd (zeven jaar!) geheel zelfstandig van spijkerbroek en T-shirt weten te voorzien. Als je al dat ge-onderzoek moet geloven, beginnen ouders steeds gestoorder gedrag te vertonen. Het zou mij niet verbazen als binnenkort 'wetenschappelijk' wordt vastgesteld dat dit komt doordat zij niet lezen (en hun kinderen evenmin).

Goed, we zijn weer onder ons, gezellig tussen de nieuwe boeken. Zij kunnen je behoeden voor al te sombere gedachten over 's mensen lot in een tijd van popcultuur en andere rampspoed (gaat Ajax in de Arena degraderen?) en ik begin maar eens met Arthur van Schendel, een schrijver die je met zijn sociale rechtvaardigheidsgevoel nog immer meer bezielt dan Wim Kok (of de koningin).

Het is niet waar dat Van Schendels Verzameld werk zojuist het licht heeft gezien. Dat gebeurde alweer een aantal jaren geleden. Dat was in de tijd dat je eerste drukken van Van Schendels boeken voor een habbekrats in de antiquariaten kon kopen. Zijn Verzameld werk kocht ik vrijwel meteen na verschijnen voor ¿ 195,- bij De Slegte. Dat was geen teken van grote populariteit, maar inmiddels lijkt Van Schendel door een aantal schrijvers te zijn herontdekt. Door Willem Jan Otten bijvoorbeeld, die gloedvol zijn lof betuigde aan deze grote voorganger.

Bij Meulenhoff moet Maarten Asscher, de verantwoordelijke uitgever daar, in deze oplevende belangstelling mogelijkheden hebben gezien om Van Schendel weer onder de aandacht te brengen. Hij doet dat door een aantal boeken opnieuw uit te brengen: Het fregatschip Johanna Maria (¿ 25,-); De wereld een dansfeest (¿ 29,90); Het broos geluk en andere verhalen (¿ 34,90) en - bij wijze van presentje - het piepkleine Minnebrieven van een Portugese non in de reeks Vertellingen voor één nacht (¿ 5,-). Ik kan me voorstellen dat iemand die door deze uitgaven Van Schendel gaat lezen of herlezen, het Verzameld werk wel in huis wil hebben. Om op een regenachtige zondagmiddag ook andere, en zelfs betere boeken van Van Schendel te lezen. Dat kan. Het Verzameld werk is nog steeds verkrijgbaar, misschien nog wel bij De Slegte.

Het is gek, dat waar er in de literatuur geen grenzen zijn, noch in de tijd, noch in de ruimte, de meeste uitgevers het hardste kraaien als ze iets hebben dat 'geheel van deze tijd' is, zoals nu weer Trainspotting van Irvine Welsh. Vertaald door Ton Heuvelmans verscheen dit epos over de junk bij De Arbeiderspers (¿ 34,90) en ik kan niet zeggen dat al het gekut, gelul en gefuck dat in dit boek van de bladzijden spat mij direct mateloos opwond. Bovendien kun je zo'n boek - waarvan men de titel kennelijk onvertaalbaar achtte - beter in de oorspronkelijke taal tot je nemen (dan verrijkt het tenminste nog je kennis van het Engels). Maar mij hoor je niet zeuren als al die moderne ouders van tegenwoordig zich er samen met hun kids kapot om lachen, net als indertijd met The Young Ones op de VPRO-tv.

Het is een hype ('opgeklopte flauwekul') en die kwalificatie lijkt ook op te gaan voor Drift van Sapphire, die in haar eerste roman een misbruikte zestienjarige haar leven laat vertellen. In haar eigen, ongeciviliseerde taal vol kromme zinnen en spelfouten. Als het ware om de authenticiteit van dit relaas te onderstrepen. Het is een truc die wel vaker in de romanliteratuur is toegepast, misschien nog het meest schrijnend door William Faulkner in The sound and the fury (waarin hij de debiele jongen Benjamin ogenschijnlijk onverstaanbaar, maar geleidelijk aan des te duidelijker zijn gevoelens onder woorden laat brengen). Ik heb Drift nog niet gelezen, maar ik ben wel benieuwd hoe dit procédé bij Sapphire uitpakt (Prometheus, ¿ 29,90).

Het ene boek haalt het andere uit, dacht ik, toen ik Drift alvast in verband bracht met Faulkner (en eigenlijk ook met Guimaraes Rosa, de schrijver van Diepe wildernis: de wegen), maar nog meer bekroop me dat gevoel toen ik De gouden ezel van Apuleius en Satyricon van Petronius, twee herdrukken van Querido (beide ¿ 25,-) uit de enorme stapel haalde. Het zijn boeken die gymnasiasten vroeger alleen 'gekuist' onder ogen kregen - áls er al over deze boeken werd gesproken - maar die faam, nog versterkt door Fellini's verfilming van Satyricon, doet maar ten dele recht aan het genoegen dat je ook nu nog beleeft aan beide verhalen, die in het begin van onze jaartelling werden geschreven en behoren tot de oudst bekende romans.

Het kost mij geen enkele moeite om bijvoorbeeld De gouden ezel, waarover zoveel grote schrijvers de loftrompet hebben gestoken, tot een 'postmodern' werk te bestempelen, want alles wat je wel eens onder dat etiket gerangschikt ziet, vind je al bij Apuleius (misschien op het slot na, waar de in een ezel veranderde Lucius, voor wie geen menselijke ondeugd verborgen blijft, weer mens geworden is en priester wordt van de godin Isis).

Het dagboek van Lo van de Italiaanse schrijfster Pia Pera is, denk ik, zonder kennis van andere literatuur, meer bepaald zonder dat je Lolita van Vladimir Nabokov hebt gelezen, zelfs helemaal niet te begrijpen, want Pera laat in haar boek Lolita zelf aan het woord, zodat de lezer nu eindelijk de volledige waarheid over haar en haar verhouding met die rare, vieze oude man te horen krijgt. Ook dit heb ik, recent, eerder zien gebeuren: in het leuke boek van David Caute over George Orwell, Dr Orwell and Mr Blair, dat ik op 21 juni 1995 signaleerde. Caute liet in zijn boek het zoontje van de boer uit Animal Farm zijn visie geven op Orwells prachtige satire ('allemaal leugens') én op de schrijver zelf. Dat boek is, bij mijn weten, nog niet vertaald. Het dagboek van Lo verscheen, vertaald door Rosita Steenbeek, bij Meulenhoff (¿ 45,-).

En dan zijn we, geheel volgens de ondoorgrondelijke wetten van het grage lezen, bij de grote Nabokov himself aanbeland. Zoals bekend heeft De Bezige Bij de afgelopen jaren alle boeken van de Russische meester opnieuw uitgegeven. De tovenaar is het staartje van deze sublieme reeks. Je zal die prachtige boeken maar in je kast hebben staan en ze gewoon, als je daar zin in hebt, ter hand kunnen nemen.

De tovenaar werd in 1939 in Parijs geschreven en is de 'pre-Lolita', zoals Nabokov het in zijn nawoord bij Lolita noemt, het boek dat zijn grote navolger al in de kiem bevatte. Ook in dit boek raakt een oudere man geobsedeerd door een jong meisje, maar dat is niet alles. Na het verschijnen van Lolita herlas Nabokov Volsjebnik, zoals De tovenaar in het Russisch heet, en hij zag dat het goed was. Helemaal geen 'levenloos vod' naar hij zich herinnerde, maar 'een prachtig stuk Russisch proza, helder en precies', dat 'met wat zorg' heel goed door de Nabokovs in het Engels te vertalen zou zijn, wat gebeurde. Marja Wiebes maakte er Nederlands van, van het Russisch, en zo heeft de lezer er weer een Nabokov-juweel bij (¿ 29,90).

De Bezige Bij voegt aan deze uitgave een 'kleine biografie' van Nabokov door Guus Luijters toe. Die kleine biografie is een nieuwe reeks bij de Bij, waarin hartstochtelijke bewonderaars in kort bestek het doopceel van hun lievelingsauteurs mogen lichten (terwijl de tekst onbekrompen van plaatjes wordt voorzien). Wat Luijters deed voor Nabokov, doet Henk Pröpper voor Cesare Pavese, van wie - zoals ik hierboven al signaleerde - opnieuw een roman (geschreven in 1947-'48) werd vertaald: Het huis op de heuvel (De Bezige Bij, ¿ 36,50). De kleine biografieën kosten ¿ 19,90.

Bij wat er nog rest zitten boeken als Zinnespel van Barry Unsworth, in Engeland en hier zeer goed besproken (De Geus, ¿ 34,90); de tweede roman, Yak, van de architect Edzard Mik, die met zijn debuut De bouwmeester verwachtingen wekte (AP, ¿ 29,90); Gepasseerd station, een dagboek van de Franse schrijfster Danièle Sallenave, die rondreisde in het van het communisme bevrijde Oost-Europa (AP, Privé-Domein, ¿ 49,90); De liefdesverhalen van Hermann Hesse (AP, ¿ 39,90); essays van Michel Tournier, Ideeën en hun spiegelbeeld (Meulenhoff, ¿ 34,90); Bericht uit klein Konstantinopel van J. M. H.Berckmans (Nijgh & Van Ditmar, ¿ 34,90); Ochtendwandeling, verhalen van Lodewijk Henri Wiener (Contact, ¿ 29,90); Een man die slaapt van Georges Perec (AP, ¿ 25,-) en nog veel meer.

Ik heb er helaas pas vluchtig kennis van kunnen nemen, doordat al mijn tijd ging zitten in Land van vaders en verraders van Maxim Biller, een man die zich in Duitsland (en ver daarbuiten) tot dé woordvoerder van de joodse gemeenschap heeft gemaakt (Meulenhoff, ¿ 45,-) en ik bovendien deel 2 van Het bureau niet kon laten liggen. Het heet Vuile handen, het verschijnt morgen, en het lijkt wederom de waarheid en niets dan de waarheid over het saaie leven van Maarten Koning te bevatten. Maar wat heet saai: hoe beperkter een leven, des te meer zie je wat er niet allemaal gebeurt, áls het tenminste door iemand als Voskuil zo droog en onopgesmukt wordt verteld (Van Oorschot, ¿ 59,-gebonden ¿ 89,-). Ik vrees dat Voskuil lezen een rage wordt (er volgen nóg vijf delen).

Literatuur en moderniteit in Nederland van de neerlandici Frans Ruiter en Wilbert Smulders, een geschiedenis van de periode 1840-1990 (AP, ¿ 59,-), en een nieuw boek van Ton Anbeek, Het donkere hart, romantische obsessies in de moderne Nederlandstalige literatuur (Amsterdam University Press, ¿ 39,50) moesten - hoe nieuwsgierig ik ook was - voorlopig nog even plaatsmaken voor nieuwe gedichten van C. O. Jellema, Spolia (Querido, ¿ 29,90) en de postume verzen van de ons op 9 juni ontvallen Bert Schierbeek, Vlucht van de vogel (De Bezige Bij, ¿ 34,50). Want zonder poëzie lees je niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden