De wind is hard genoeg

Vandaag komt de 1691ste Nederlandse windturbine in bedrijf. Maar lang niet iedereen is even enthousiast over de opmars van de windenergie....

Windenergie kost handenvol subsidie en is voorlopig, wellicht altijd, veel duurder dan conventionele vormen van elektriciteit.

Ja, windenergie is duurder dan conventionele elektriciteit. Een kilowattuur moet zo'n 10 eurocent opbrengen, willen financiers in een windmolen investeren. De elektriciteitsmaatschappijen betalen windmolenaars ongeveer 2,5 eurocent voor elke geleverde kilowattuur. De overheid doet er via de MEP-subsidie, 7,7 cent (voor 2005) en 6,5 cent (voor in 2006 geplaatste turbines) bij. Conventioneel opgewekte elektriciteit kost 4,5 eurocent per kilowattuur, door de gestegen olieprijs (die de prijs voor kolen en gas bepaalt) loopt dat in 2006 op naar 5,3 cent.

Pas als de olie zo'n 120 dollar per vat kost, zullen elektriciteit uit wind en uit olie of gas even duur zijn. Het is onwaarschijnlijk dat dat binnen afzienbare tijd gebeurt.

Een andere factor die kan leiden tot kostenverhoging voor conventionele elektriciteit is een stijgende heffing op de productie van het broeikasgas CO2. De kooldioxide-heffing maakt niet-duurzame elektriciteit nu gemiddeld bijna anderhalve cent per kilowattuur duurder.

Een windturbine op land levert nooit een jaar lang zijn maximale vermogen, zij is immers afhankelijk van de wind. De moderne molens van twee megawatt hebben een efficiëntie van zo'n 25 procent. Dat betekent dat ze 70 tot 80 procent van de tijd wel stroom opwekken, maar dat de totale hoeveelheid overeenkomt met 2200 uur op vol vermogen draaien van de 8760 uur die er in een jaar zitten. Een molen van twee megawatt levert dan 4,4 miljoen kilowattuur elektriciteit, waarmee 1300 huishoudens een jaar toe kunnen.

Het totaal in Nederland opgestelde vermogen is met de nieuwe windturbine - vandaag geopend - in Ouderkerk aan de Amstel gekomen op 1196 megawatt. Goed voor de elektriciteitsvoorziening van zo'n 750 duizend Nederlandse huishoudens of 1,7 procent van de nationale elektriciteitsbehoefte. Ter vergelijking: met de kerncentrale in Borssele (450 megawatt), die een efficiëntie van ruim 95 procent heeft, kunnen ruim een miljoen huishoudens worden bediend. Met de gas- en kolengestookte Amercentrale in Geertruidenberg (1.245 megawatt, 85 procent efficiëntie) zo'n drie miljoen huishoudens.

Grotere windturbines van bijvoorbeeld vier megawatt en regelbare rotorbladen, zodat ze ook bij een windkracht van minder dan 2 of boven de 9 elektriciteit produceren, kunnen de efficiëntie verhogen. 40 Procent, zoals op zee wordt verwacht, zal het op land echter nooit worden. Op zee waait het vaker en harder, bovendien zijn de geplande windmolens groter en hoger dan die op land, zodat ze meer wind vangen.

Toch is een windturbine op zee voorlopig bijna twee keer zo duur als eentje op land. Dit komt doordat fundering en onderhoud duurder zijn evenals de aansluiting van de kilometers uit de kust staande molens op het net. De investering voor windmolens op zee is nu 2000 euro per geplaatste kilowatt aan vermogen.

Omdat deze molens wel efficiënter zijn, zal een kilowattuur van zee slechts een paar centen duurder zijn dan op land. In 2020 is de investering naar verwachting tussen 1350 en 1700 euro, mede afhankelijk van het aantal turbines dat wereldwijd wordt geproduceerd. De molens worden ook groter, zeker tien megawatt en 160 meter hoog.

De prijsvergelijking tussen windenergie en conventionele energie is echter geen eerlijke, stellen onderzoekers van ECN en Econcern. In de prijs per kilowattuur windelektriciteit zijn alle kosten meegenomen. Van de productie van de molen en de aanleg van het koppelingsnet tot de afbraak ervan. De energie die benodigd is voor de productie van een windmolen, is overigens in twee tot zes maanden terugverdiend, afhankelijk van de plaats waar de molen staat.

In de huidige Nederlandse prijs voor conventionele centrales zijn dergelijke kosten meestal niet meegeteld. De centrales zijn ooit met subsidies neergezet en de energiekosten van de bouw zijn niet in de prijs meegerekend.

Ook zijn de afbraak en ontmanteling, zeker van de kerncentrales, niet in de prijs verdisconteerd. Gebeurt dat wel, dan zijn conventionele en windenergie op land nu ongeveer even duur. Indirecte kosten van de vervuiling en productie van broeikasgassen meegerekend, zijn conventionele centrales absoluut duurder.

De wind is te grillig als betrouwbare bron van energie, zeggen tegenstanders van windmolens. Bij te weinig wind gaat de televisie uit.

Ja, de wind is grillig, maar niet té grillig. Als de Nederland voor honderd procent afhankelijk was van windenergie, zou wellicht het licht doven als het nergens waait. Geen weldenkend mens echter wil Nederland volledig afhankelijk van windenergie maken. Een goede elektriciteitsvoorziening is een mix van diverse bronnen.

De (Europese) doelstelling voor 2010 is 9 procent duurzame elektriciteitsopwekking. Dat hoeft niet alleen met behulp van wind, het kan ook met zon, verbranden of vergassen van biomassa of door waterkracht (getijde-centrales). Nu vormen duurzame energiebronnen ongeveer 6 procent van de Nederlandse elektriciteitsproductie. Het grootste deel daarvan is biomassa dat wordt bijgestookt in conventionele centrales.

Er is voorlopig dus geen sprake van een substantieel aandeel van windenergie in de Nederlandse elektriciteitsproductie. 20 Tot 25 procent acht men met het huidige elektriciteitsnet haalbaar. De rest van de stroom moet met conventionele of duurzame centrales worden opgewekt. Centrales die deels snel harder of zachter moeten kunnen draaien om een grote vraag of overproductie op te vangen.

Elektriciteitscentrales op gas en op biomassa kunnen gemakkelijk geregeld worden, kolen- en kerncentrales nauwelijks of niet. Een kerncentrale produceert altijd op vol vermogen. Pieken en dalen in productie kunnen ook worden opgevangen door import en export van elektriciteit.

Windenergie maakt, door de grote pieken en dalen in vermogen, het elektriciteitsnet instabiel.

De inpassing van windenergie in het elektriciteitsnet kan inderdaad een knelpunt worden. De huidige Nederlandse plannen voor windenergie vormen geen probleem, maar vereisen in de toekomst wel maatregelen in het net. Dat is er nu op ingesteld dat alleen de vraag naar elektriciteit varieert, het productievermogen wordt daarop aangepast. Door het op grote schaal toepassen van windenergie gaat ook het aanbod fluctueren.

In sommige netverbindingen treden (ook internationaal) grote pieken en dalen in het elektrisch vermogen op. Kwetsbare plekken zullen moeten worden versterkt en er zullen ook methoden moeten worden ontwikkeld om het vermogen beter door het net te sturen. Tot een aandeel van 25 procent windenergie is dat technisch geen probleem.

De belemmeringen zijn meer politiek en economisch van aard. Wie bijvoorbeeld, moet het koppelnet onderhouden en eventuele verliezen betalen? Als er te veel elektriciteit wordt geproduceerd, zullen gas- en kolencentrales eerder worden teruggeregeld dan windmolens. De wind is immers gratis, terwijl een centrale brandstof verbruikt. Draaien elektriciteitscentrales echter niet op optimaal vermogen, dan stijgen de kosten per geproduceerd kilowattuur. Daar zijn de beheerders van deze centrales niet blij mee.

Aan het opvangen van de pieken en dalen wordt hard gewerkt. Bijvoorbeeld met systemen die de elektriciteit via elektrolyse omzetten in waterstof. Deze kan direct als brandstof worden gebruikt of met een brandstofcel later weer worden omgezet in elektriciteit.

Een andere mogelijkheid is de overcapaciteit aan elektriciteit te gebruiken om, eventueel in Scandinavië, water omhoog te pompen. In tijden van elektrische schaarste kan daar via waterkracht weer elektriciteit van worden gemaakt.

Blijft staan dat windturbines schaarse ruimte vreten, met hun groeiende grootte steeds dominanter in het landschap worden, en vogels vermorzelen.

Het grote beslag op ruimte en horizon valt niet te ontkennen. Op een stuk grond van tien bij tien kilometer passen 400 windturbines van drie megawatt, goed voor een vermogen van 1200 megawatt. Net zoveel als nu in heel Nederland staat. Sommigen menen dat zo'n optie voor bijvoorbeeld de Maasvlakte beter zou zijn dan de huidige wirwar aan afzonderlijke molens of kleine turbineparkjes.

Het is een illusie om de moderne windmolens in het bestaande landschap in te passen, daarvoor zijn ze te groot geworden. Beter is ermee te ontwerpen, zodat een plek ontstaat waar mensen een eindeloze zee van molens kunnen 'beleven' en die zelfs een recreatieve of toeristische trekpleister kan zijn. Tussen de turbines, die vijfhonderd meter uiteen staan, kunnen desgewenst zelfs bedrijven worden neergezet.

De plannen voor wind op zee ontstonden mede door het grote ruimtebeslag en toenemende weerstand van omwonenden tegen windturbines. Horizonvervuiling, het geluid, flikkering en slagschaduw van de draaiende wieken en vogels en vleermuizen die zich tegen de molens te pletter zouden vliegen zijn argumenten tegen de windturbines.

'Het vogelverhaal wordt soms overdreven. Iemand heeft de turbines ooit gehaktmolens genoemd en dat is blijven hangen', zegt drs. Sjoerd Dirksen van Bureau Waardenburg die ecologische effecten van windmolens onderzoekt. 'Als je windturbines niet op een al te beroerde plaats zet, zoals in vogelgebieden en trekroutes, vallen er per molen enkele tientallen slachtoffers. In totaal zijn dat er in Nederland zo'n vijftigduizend.' In het verkeer vallen enkele miljoenen vogelslachtoffers per jaar.

Uit onderzoek met radar blijken veel vogels om de windmolenparken heen te vliegen. Wat niet wil zeggen dat er niet ook relatief veel dieren tussen de wieken terechtkomen. Over hoe vogels reageren op windparken op zee, is nog weinig bekend. De aanvaringsrisico's zouden groter kunnen zijn, maar een voor de visserij gesloten windpark zou ook juist aantrekkelijker voor vogels kunnen worden.

Toepassing van windenergie zet geen zoden aan de dijk bij het behalen van reductiedoelstellingen voor kooldioxide.

Met het huidige opgestelde vermogen aan windenergie wordt 1,6 miljoen ton minder CO2 uitgestoten. Bij de meest ambitieuze doelstellingen (1500 megawatt op land en zesduizend megawatt op zee) is de besparing 14 miljoen ton. Ongeveer evenveel als de jaarlijkse emissie aan CO2 door elektriciteitscentrales in 2003 is toegenomen ten opzichte van 1990. Op de totale Kyoto-doelstelling van 40 miljoen ton CO2 -reductie in 2010 is de huidige 1,6 miljoen ton een klein deel. En dat met bijna 210 miljoen euro subsidie per jaar.

Dat geld had ook aan andere energiebesparende maatregelen besteed kunnen worden. En dat gebeurt ook. Duurzame elektriciteitsproductie met windenergie kan in de toekomst echter een substantiële bijdrage leveren aan zowel CO2-reductie als aan het veiligstellen van de stroomvoorziening.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden