De wilde kust van Donegal

De Ierse noordwestkust ademt de sfeer van oude Keltische sagen en van armoede. Gerrit Jan Zwier trekt de wandelschoenen aan en ontdekt de schoonheid van het ruige landschap....

Door een groen en heuvelig land, waarvan de toppen vaak een helm van gele gaspeldoorns dragen, rijden we vanuit Dublin naar Donegal. De meeste toeristen gaan automatisch naar het zuidwesten (Kerry) en westen (Connemara), zonder te beseffen dat het Ierse noordwesten een lange wilde kust in de aanbieding heeft.

Tot diep in de twintigste eeuw streken antropologen graag neer in deze uithoek om er onderzoek te doen in besloten, traditioneel levende dorpsgemeenschappen.

Aan Ballyshannon is nog weinig wilds te ontdekken. Het plaatsje, dat tegen een heuvel is opgebouwd, dommelt voort aan de oevers van het verleden toen de haven nog niet verzand was. Het 'guesthouse' doet, met zijn bloemetjesbehang en boeketten droogbloemen, erg Engels aan. Maar de maaltijd van gebakken eieren, bacon, tomaat, meelworstjes en 'blackpudding' (bloedworst) heet er beslist geen Engels maar een Iers ontbijt. Bovendien hangen hier zowel de portretten van de paus als van J.F. Kennedy aan de muur, en ook dat is typisch Iers.

Voorbij Killybegs wordt het land steiler en ruiger. Killybegs, een drukke vissershaven, speelt een piepklein rolletje in het leven van Adriaan Roland Holst, de prins onzer dichters. Hij kwam er in maart 1913 met de trein aan en nam zijn intrek in een vervallen logement. De spoorlijn is al lang opgeheven en ook het hotelletje is inmiddels vervangen door het luxueuze Bay View Hotel.

Roland Holst had een sterke band met Ierland, vooral met het magische, heldhaftige Ierland. Maar de reis die hij naar Ierland maakte om er de sfeer van de oude sagen te proeven, liep op een grote teleurstelling uit. Het weer was slecht, evenals het comfort, en het Gaelic van de mensen in de pub kon hij niet verstaan. Al na een paar dagen vluchtte hij weg naar meer beschaafde streken. Maar niet voordat hij een wandeling langs de zuidkust had gemaakt, waar de berg Slieve League boven de zee oprijst. Daar deed hij de grootse natuurindrukken op die hij zich zijn leven lang zou herinneren.

Wij volgen een kronkelpaadje dat zich over hei en veengrond en tussen rotsblokken door een weg naar boven zoekt. De bruingele hellingen zijn met puinwaaiers overdekt. De wind veegt met harde hand door het steengruis en vult de lucht met een orakeltaal die mij opnieuw aan Roland Holst doet denken.

De volgende dag komen wij in Glencolumbkille aan. Een langgerekte rij van grijswitte huizen slingert zich vanaf de zee het boomloze land in. Het Normandische kerkje staat los van het dorp. Glencolumbkille, kortweg Glen genoemd, is een bolwerk van de oude Keltische cultuur. Een speciaal instituut tracht de teruggang van het Iers (Gaelic) te stoppen. Het dorp is beroemd om zijn prehistorische monumenten. Een aantal ervan speelt een rol in de pelgrimstocht die hier in de zomer wordt gehouden; wie de route over de noordhelling van het dal biddend en blootsvoets aflegt kan een aflaat verdienen.

Door een gelukkig toeval lopen wij in het cultuurcentrum Paddy tegen het lijf, die bereid is ons het een en ander te laten zien. Hij groeide op in Glen en was zelfs misdienaar onder vader James McDyer, de haast legendarische priester met het 'rode' hart die tussen 1950 en 1980 op de bres sprong voor zijn armlastige parochianen. Paddy is nu een man van in de zeventig, nog steeds vol vuur, al is hij helaas, vanwege tandenloosheid, niet altijd even goed verstaanbaar. In zijn jeugd had een jongen of meisje slechts de keus uit armoede en werkloosheid of emigratie. De kust van Donegal is dan ook een 'coast of grief', waar de achterblijvers afscheid namen van hen die naar Amerika vertrokken.

Paddy brengt ons eerst naar een kustwei met een paar omgevallen dolmens (hunebedden) die nooit door archeologen onderzocht zijn. Hetzelfde geldt voor een overwoekerde bult met grafkamers, het oudste monument in de streek. 'Het is een schande dat deze plek zo wordt verwaarloosd!' roept onze gids uit. Volgens hem wordt het geld voor monumentenzorg alleen in kastelen gestoken.

Bij de kerk met zijn vierkante toren vertelt hij over de processie. Het vijf kilometer lange traject over de noordhelling van het dal moet op blote voeten worden gelopen. Jongeren hebben al lang afgehaakt en van de ouderen houden de meesten hun schoenen aan. Je kunt er een aflaat mee verdienen; zevenmaal Glencolumbkille is evenveel waard als de zware boeteprocessie op de steenhellingen van Lough Derg, vlak bij Donegal.

Op de terugweg naar het dorp barst Paddy, als een echte Ier, in gezang los. Het gaat over de vissers van Killybegs. De eerste regels van het refrein zijn gemakkelijk te verstaan: There are wild and rocky shores/Round the coast of Donegal. Hij brengt ons regelrecht naar de pub, niet omdat hij zin heeft in een glas zwart bier met een romige schuimkraag - It's a nice day for a Guinness, roepen talloze reclameborden ons toe -maar omdat hij precies weet waar Roland Holst in 1913 heeft gelogeerd.

De jonge dichter meende dat je in dit dorpje tussen de zee en de bergen, waar de lucht vervuld was van het geruis en gedonder van de branding, de stem van het oude Ierland kon horen. Hij trof er een troosteloze vlek aan. Op zijn koude, smerige kamertje boven een visserskroeg kreeg hij een vreugdeloos maal voorgezet. 'Jezus!' scheeuwt Paddy, 'zeg asjeblieft niets tegen de waard over dat vieze eten en die rokende kachel.'

De eigenaar van Roarty's Pub laat ons eerst een ingelijste foto van zijn overgrootvader zien, een man in zwarte kleren en een witte snorrenbaard, die destijds het onsmakelijke maal opdiende, en brengt ons vervolgens naar boven. De kachel is vervangen door een open haard. De kamer is ook twee keer zo groot geworden. Maar het licht golvende vensterglas van 1913 zit nog in de ramen en biedt uitzicht op de kerktoren aan de overkant van het dal.

Over binnenwegen en door turfland rijden wij naar het noordelijker gelegen Port. Het bestaat uit twee ingestorte huizen, een zomerhuisje, een paar aan land getrokken roeiboten, een stapel kreeftenvallen en een tegen de rotsen dreunende oceaan. Hier begint het kustpad naar Glencolumbkille. Nagekeken door schapen met zwarte gezichten - de lammetjes zijn een ware symfonie in zwart en wit -passeren wij een bruggetje over bruin veenwater. Het gras gaat al snel over in rotsgrond. Links en rechts wordt het veen nog steeds afgestoken. Ook bij nieuwe huizen zie je vaak een stapel turf naast de deur staan. Het pad klimt omhoog naar een zendmast waarop de wind een 'ijle wijze van wanhoop en eentonige waanzin fluit', zoals Roland Holst ooit schreef. De top geeft een prachtig uitzicht op Glen, met op de achtergrond de half in de mist verborgen Slieve League.

Wij dalen niet af naar het dorp, maar buigen af naar de kust. Hoog op de berg staat een oude verdedigingstoren. Steen verandert in veen en na een tijdje houdt het pad gewoon op. Wandelen verandert nu in 'bogtrotting' (een 'bog-trotter' is een Engels scheldwoord voor een Ier), waarbij je zompige plekken en diepe gaten moet zien te vermijden. Het beste is om uitgesleten schapenpaadjes te volgen. Elk moment verwacht je een 'faery' tegen te komen, een oud mannetje met een groene cape, zoals Marten Toonder eens overkwam. Na een flinke klim bereiken we een hek dat schapen voor een val in de afgrond moet behoeden. De wind doet zijn uiterste best ons uit onze jas te helpen. In de diepte breken enorme golven, die uit Amerika komen aanrollen, op de rotsen in stukken. Niet het achterland van veen en keuterboerderijen maakt Donegal indrukwekkend, maar de kust.

Dat geldt ook voor Tory Island. Vanaf de noordkust van Donegal zie je achter een paar lage eilandjes een hoge rotskust opduiken en een witte vuurtoren die juist aan de andere kant is gelegen. Volgens de legende is Tory de woonplaats van de Keltische zeegod Manaan Maa Lir. Het heeft in ieder geval een eigen stempel dat mede bepaald wordt door het eeuwenlange isolement en het vasthouden aan de eigen tradities en de Keltische taal.

Op een mooie dag stampen we er in een kleine veerboot naartoe. In tegenstelling tot de kust van het vasteland en de eilandjes waar we langs varen heeft Tory Island geen zandstranden. Aan de luie toerist heeft het eiland niets te bieden. Je moet naar de kliffen om vogels te zien, zoals kuifaalscholvers en papegaaiduikers, en je moet naar de pub om 'locals' te ontmoeten.

Het dorp maakt een armoedige indruk. Huizen zijn vaak leeg of in verval. Dat laatste geldt ook voor de ronde toren, die op veel plaatsen in Ierland wordt aangetroffen (het was een schuilplaats in barre tijden). Het gaat hier niet zo goed, horen we later van overigens weinig toeschietelijke eilanders. Er is geen visserij meer, nauwelijks landbouw, de mensen trekken weg. Toerisme, vooral uit Noord-Ierland, wordt steeds belangrijker.

De zwart-witte vuurtoren op de westpunt is door een stevige witte muur omringd. Aan het hek hangt een roestig slot, de generator dreunt; van de vuurtorenwachter ontbreekt elk spoor. Achter de toren hebben de golven diepe kloven in de rotsen uitgesneden. De tientallen zeehonden, die er vadsig op de rolstenen liggen uitgestrekt, staren bij onze komst zonder veel interesse terug.

De oostkant van het eiland is spectaculair. Daar valt het land in kliffen en zeebergen uiteen. Over een landbruggetje kun je, als hoogtevrees je onbekend is, nog een laatste grasplateau bereiken en neerkijken op een branding die ook dit bastion hoopt te slopen.

Bij Malin Head, de noordpunt van Donegal en Ierland, botsen de stromen uit de Atlantische Oceaan en de Ierse Zee op elkaar. Verweerde rotsen vormen er een natuurlijke vesting tegen de zee. Dit is het domein van stormen en schipbreuken. Een kustpad slingert zich langs engtes en kloven die namen dragen als 'Devil's Bridge' en 'Hell's Gate'. De lucht is verzadigd van zout. Uit de diepte stijgt een aanhoudend gesis en gebulder op. Op sommige plekken verandert de zee in een maalstroom van woedend water, alsof er een melkfabriek ontploft is.

Wat jammer dat Roland Holst al na een paar dagen het hazenpad koos! Aan deze noordkust had hij werkelijk onvergetelijke indrukken van de natuur en het zeegeweld kunnen opdoen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden