REPORTAGEKwetsbare cliënten

De wijkverpleegkundige komt alleen nog goed ingepakt langs

Beeld Linelle Deunk

Corona verandert de verpleging aan huis. Hoe neem je afscheid op anderhalve meter? Hoe help je iemand zich wassen? Hoe beschermt de wijkverpleegkundige zich tegen besmetting door cliënten en hoe zorgt ze dat ze geen cliënt besmet? Rosanne Kropman liep mee met Buurtzorg in Bovenkarspel. 

Het paar mintgroene handschoenen is het eerste dat aangaat. ‘Dat doe ik al bij mijn auto, vanwege de deurklinken’, zegt Inge Goudsblom, wijkverpleegkundige van Buurtzorg. Op de galerij van het seniorenwooncomplex staat een rollator naast de voordeur met daar overheen een lang groen schort, dat Goudsblom een paar keer kan hergebruiken als het niet in de met corona besmette woning wordt bewaard. Ze werkt zich erin met wat geworstel aan de strikken op de rug en zet daarna haar mondkapje en spatbril op. ‘Zo, net een marsmannetje.’

Na twee weken is het aan- en uitkleden routine. Samen met een collega doet Goudsblom (27) ‘de coronaroute’ van Buurtzorg Bovenkarspel. Dat wil zeggen dat zij de zorg voor alle coronacliënten voor hun rekening nemen en geen cliënten zonder corona zien. Ze was nieuwsgierig naar deze voor haar nieuwe manier van zorg verlenen en ze wilde iets betekenen in de crisis. Het scheelde dat zij niemand in haar directe omgeving heeft die kwetsbaar is.

Bij een coronapatiënt kleedt Inge zich volgens een vaste procedure aan. Eerst de handschoenen aan. Daarna een nieuw schort of het schort dat al bij de patiënt hangt (wordt maximaal 3 keer gebruikt). Een mondkapje op en een veiligheidsbril.Beeld Linelle Deunk

Buurtzorg is een thuiszorgorganisatie die werkt met zelfsturende teams, dat wil zeggen dat de verpleegkundigen geen leidinggevenden hebben. Ze verdelen in onderling overleg de taken en verantwoordelijkheden. Het kantoor van Buurtzorg in Almelo regelt zaken als bevoorrading en de administratie, maar vertelt ze niet hoe ze hun werk moeten doen of hoe lang ze daarover mogen doen. Het maakt de zorg voor zowel de verpleegkundige als cliënt beter en vooral menselijker, is de gedachte.

Dat was bij de oprichting in 2007 – schaalvergroting en de vermanaging van de zorg vierden hoogtij – een revolutionaire manier van werken die lof oogstte in binnen- en buitenland. Met ruim 15 duizend werknemers en 400 miljoen omzet is Buurtzorg inmiddels een van de grootste zorginstellingen van Nederland. Het idee van de zelfsturende teams is geëxporteerd naar partnerorganisaties in het buitenland.

Douchen mag niet

Nu Goudsblom helemaal in haar pak zit, kan ze naar binnen. Daar zitten het echtpaar Janssen en hun dochter aan de koffie voor het raam. ‘Zullen we dan maar’, vraagt Goudsblom aan mevrouw Janssen (79). Moeizaam komt die overeind. Voetje voor voetje, neus aan neus, helpt Goudsblom haar naar de badkamer en zet haar op de dichte wc om haar uit haar nachthemd te helpen en haar te wassen. Douchen mag niet, vanwege de druppels die dan in het rond vliegen. Het wordt een washandje, net als vroeger in de Jordaan, waar mevrouw Janssen geboren is.

Twee weken geleden viel ze om: een blackout, maar daarvoor was ze al dagen niet lekker. Ze wilde eigenlijk niks: niet eten, niet bewegen, ze had koorts en alles deed zeer, van de Parkinson, of van de beroerdheid die corona veroorzaakt, wie zal het zeggen. Ze belandde na de val in het Dijklanderziekenhuis in Hoorn waar ze die avond meteen getest werd: ze had corona en kon daardoor niet op de verpleegafdeling terecht. Het was of terug naar huis, of in volledig isolement opgenomen worden op de covidafdeling.

Diezelfde nacht bracht de ambulance haar terug naar Bovenkarspel. Evengoed was dat een desoriënterende, vervelende ervaring, zegt mevrouw Janssen. ‘Ik had het steenkoud, alles deed zeer. Alsof ik een flinke kater had. Mijn man was ook helemaal van de weg af. Je vriendinnetje ’s nachts op visite is leuk… als je 20 jaar bent.’

Goudsblom trekt haar een schoon nachthemd aan en helpt haar weer terug naar haar stoel. Buiten laat ze de voordeur open. De handschoenen trekt ze uit, die gooit ze in de gang. Ze giet een scheut alcohol over haar handen en maakt de strikken van het schort los, drapeert die weer over de rollator.

Mevrouw Janssen (79) belandde na een val in het ziekenhuis. Ze werd getest en bleek besmet. Diezelfde nacht bracht de ambulance haar terug naar Bovenkarspel.Beeld Linelle Deunk

Dan pakt ze haar mondkapje voorzichtig aan twee puntjes vast, en doet het met de vieze kant boven in een papieren zakje van de plaatselijke groenteboer. De opdruk ervan is de reminder waar de vieze kant van het kapje zit, want die heeft ze ook voor de volgende twee cliënten nog nodig. Meneer Janssen, die ook in quarantaine zit maar niet ziek is, zal de naar binnen gegooide handschoenen zo oprapen en weggooien en dan ook de deur dichttrekken.

Niet-coronaroute

Op de parkeerplaats komt Goudsblom haar collega Anita van Dijk tegen, die bezig is aan de niet-coronaroute. Ook zij heeft handschoenen aan, maar een ander mondkapje. Deze is zelfgemaakt, van bloemetjesstof met een papieren zakdoekje in een speciaal erin genaaid vakje voor neus en mond. Het patroon kwam op intranet, de verpleegkundigen gingen zelf aan de slag en familie die handig is met de naaimachine kluste zo tientallen kapjes in elkaar.

Buurtzorg draagt deze kapjes al ruim een maand, om twee redenen: volgens de organisatie beschermt een mondkapje cliënten tegen bacteriën en virussen die de verpleegkundige bij zich kan dragen en door een kapje te dragen zit je niet aan je eigen gezicht, een psychologisch effect dus. Jos de Blok, directeur van Buurtzorg, zei vorige week in de Volkskrant: ‘Ons gaat het om het gevoel van veiligheid van onze medewerkers, om geruststelling, het beperken van de emotionele last.’

Daarmee gaat Buurtzorg in tegen het advies van het RIVM, dat mondkapjes in de thuiszorg bij niet-coronapatiënen juist ontraadt, omdat er schaarste zou kunnen ontstaan in de ziekenhuizen. Zelfgemaakte mondkapjes bieden volgens het RIVM onvoldoende bescherming, bijvoorbeeld omdat ze niet goed afsluiten.

Voor het zelf inkopen van mondkapjes en die niet ter beschikking stellen aan het door de overheid in allerijl opgerichte centrale verdeelpunt kreeg Buurtzorg zelfs de inspectie op zijn dak, maar De Blok legt de kritiek dat hij zijn personeel te veel zou beschermen naast zich neer. ‘De overheid had hetzelfde als wij kunnen doen, waarom ze het niet heeft gedaan weet ik niet. We hadden aanbiedingen uit de hele wereld en die krijgen we nog steeds.’

Mondkapje of niet, verpleegkundige Anita van Dijk maakt zich toch zorgen. Een van haar cliënten is gisteren opgenomen in het ziekenhuis met coronaverschijnselen. De vrouw was vorige week al een twijfelgeval: ze was benauwd, maar wilde niet op de coronaroute. ‘De cliënt wilde het zelf absoluut niet, want ‘dan hoor je bij corona’.’ Goudsblom knikt: ‘Ja, hier moeten we alerter op zijn. Als we het niet vertrouwen, moeten ze bij ons op de route.’

Eigenlijk wil Van Dijk weten of ze het al heeft, liever vandaag dan morgen, maar ze zal moeten wachten tot de testresultaten van haar cliënt binnen zijn. Van Dijk: ‘Mijn vriend komt ook bij veel mensen thuis voor zijn werk, dan ben je het zo aan het verspreiden. Dus ja, ik vind het wel eng, ja. Voor mijn cliënten, voor mijn collega’s en voor de mensen om mij heen.’

Buurtzorg heeft al sinds maart – ook anders dan de meeste andere zorgorganisaties – eigen testen voor hun verpleegkundigen die kunnen worden aangevraagd bij de regiocoaches, de afgevaardigden van het hoofdkantoor in de verschillende provincies. De beslissing om zelf te gaan testen kwam voort uit onvrede met het wisselende beleid van de GGD’s: sommige verpleegkundigen werden wel getest bij klachten, anderen niet, wat er weer toe leidde dat ze niet konden werken. Of erger: toch werkten met milde klachten en wellicht hun cliënten besmetten.

Een vitaal, maar vergeten beroep

In het tweede huis dat Goudsblom vandaag bezoekt woont Simon, hij krijgt al twee jaar hulp bij wassen en aankleden. Hij heeft MS, geen corona, maar zijn vriendin Yolande, die bij hem woont, is wel besmet. Goudsblom helpt hem met het wassen van de onderkant, de bovenkant kan hij nog zelf. De verslaggever, zelf ook uitgerust met mondkapje, handschoenen en op anderhalve meter afstand, mag erbij zijn. Simon wil namelijk iets zeggen: zijn huishoudelijke hulp, van een andere thuiszorgorganisatie, heeft niet zoals Goudsblom een beschermend pak. Ze heeft zelfs geen mondkapje en moet toch komen poetsen van haar baas. En ja, ze komt niet binnen de anderhalve meter afstand, maar toch… Simon vindt het niks. ‘Een vitaal, maar vergeten beroep. Ik kan niet zonder hulp, maar ik wil ook dat zij hun werk allemáál veilig kunnen doen.’

In het huis van Goudsbloms volgende cliënt sloeg een maand geleden het noodlot toe. Zowel Piet als zijn vrouw Corrie voelden zich niet goed. Zijn vrouw was benauwd en hoestte, Piet had vooral buikpijn, eerst zeurend, daarna niet te harden. Eenmaal in het ziekenhuis bleek hij een geperforeerde dikke darm te hebben. Op de CT-scan zag de arts ook vlekjes in zijn longen. De coronatest bleek positief. Maar eerst moest hij een spoedoperatie, de chirurg verwijderde de ravage in zijn buik en plaatste een stoma.

Eenmaal wakker lag hij negen dagen, zo ziek als een hond, in eenzame isolatie. ‘Het was net een gevangenis’, zegt Piet. ‘Af en toe was er een verpleegkundige die het hoogst noodzakelijke deed. Maar niemand mocht langskomen, mijn vrouw niet, mijn twee dochters niet.’ Intussen werd Corrie thuis steeds beroerder en ongeruster. Ze maakte zich zorgen om haar man en om wie ze allemaal zou kunnen hebben aangestoken.

Goudsbloem verzorgt Piet bij wie corona werd geconstateerd toen hij met buikklachten in het ziekenhuis belandde.Beeld Linelle Deunk

Toen Piet naar huis mocht, hoestte ze nog steeds en eiste een test bij de huisarts. ‘Ik wilde zeker zijn dat het corona was, zodat ik Piet niet ook nog eens aan zou steken met bijvoorbeeld griep.’ Ook zij bleek het te hebben. Nu hebben ze de kinderen en kleinkinderen nog steeds niet gezien, maar het geeft niet. Liever het zekere voor het onzekere. ‘Het ergste hebben we achter de rug.’

Wekelijks maakt Goudsblom als ze haar route heeft afgerond vanuit haar eigen woonkamer een belronde. Een handvol cliënten is tijdelijk ‘uit zorg’ gegaan omdat ze vrezen voor infectie van iedereen die over de vloer komt. Juist zorgmedewerkers vormen een risico om het virus over te dragen doordat zij dichtbij hun vaak kwetsbare cliënten komen.

Half april meldde de Patiëntenfederatie Nederland dat een derde van de mensen die thuiszorg of ondersteuning van een wijkverpleegkundige heeft minder of helemaal geen zorg meer krijgt vanwege het coronavirus. Tegelijk wordt ook de mantelzorg door het virus minder, bleek uit dezelfde enquête van de Patiëntenfederatie. Mantelzorgers blijven weg omdat ze hun dierbaren niet willen besmetten. Los van de eenzaamheid is het dus voor veel kwetsbaren behelpen zonder douche, steunkousen, of in een steeds viezer wordend huis.

‘Hoe gaat het’, vraagt Goudsblom telefonisch aan een ouder echtpaar. ‘Behelpen’, zegt de man. Zijn vrouw heeft de longaandoening COPD en al vaak longontsteking gehad. Een coronainfectie zou haar waarschijnlijk fataal worden. Dus doet hij even maar één steunkous aan in plaats van twee. Zijn vrouw smeert zijn benen in met zalf en trekt haar eigen steunkousen aan. Het scheelt dat je in isolatie ook weinig onderneemt, waardoor ook de slecht doorbloede benen meer rust krijgen. ‘Het gaat wel zo, maar we missen jullie wel.’

Bijzonder werk

Op de niet-coronaroute zet wijkverpleegkundige Josephine Omvlee (59) haar cliënt Jan Zwart onder de douche. Tussen de verzameling koeien en tuinkabouters door rijdt ze hem naar de badkamer en helpt hem uit zijn rolstoel en uit de kleren. Dat doen zij en haar acht collega’s twee keer per week, in de zomer drie keer. Omvlee werkt al dertig jaar in de zorg, eerst in verpleeghuizen, nu al een paar jaar als verpleegkundige in de wijk. De zelfsturende teams, met een grote mate van zelfstandigheid voor de verpleegkundigen bevallen haar. ‘De gesprekken die je hebt met cliënten gaan vaak over de dingen die echt belangrijk zijn in het leven. Je komt bij ze thuis op een kwetsbaar moment in hun leven. Dat maakt dit werk bijzonder. Ik ervaar het vaak niet eens alsof ik aan het werk ben.’

Met douchelaarzen aan (een soort plastic zakken die je over je schoenen aantrekt) en een plastic schort voor, wast ze Zwarts haren terwijl hij in zijn rolstoel zit te kletsen. Zwart kan het zelf niet meer, hij heeft een kapotte knie van de trap van een koe, diabetes en vooral – daarom loopt hij niet meer – zware artrose. Over corona maakt hij zich niet zo veel zorgen, al is hij wel een risicogroep, echt veel buiten kwam hij toch al niet. Maar hij mist een deel van zijn zorg die de pijn van de artrose verlicht. De fysio komt niet, maar ook de masseur en de acupuncturist werken niet, dus zijn nek zit nog vaster dan anders, zegt hij terwijl de niet grote maar kennelijk wel sterke Omvlee de steunkousen bijna moeiteloos over zijn kuiten trekt.

Beeld Linelle Deunk

Omvlee stapt weer in haar Peugeotje met knalblauwe Buurtzorg-sticker achterop, rijdt een paar minuten door de jaren zeventigwijkjes van Bovenkarspel en belt aan bij meneer en mevrouw Laan, 91 en 85 jaar oud. Sinds twee jaar wonen ze in een superschoon, smaakvol ingericht appartement zonder drempels, en zonder onderhoud. De medische hulpmiddelen die in zo veel andere huizen overal links en rechts staan, zijn hier keurig opgeborgen. ‘Ik hou van opgeruimd’, zegt mevrouw Laan.

Geen dagopvang

Meneer Laan is licht dementerend, maar zelfs hij ontkomt niet aan het coronanieuws op televisie. En hij kan niet naar de dagopvang, twee keer per week, in Enkhuizen. Dat vindt hij zelf niet zo erg, ‘ze verstaan me daar meestal niet’, maar voor mevrouw Laan waren die twee dagen alleen thuis de momenten om even rustig een dutje te doen tussen de middag, om even niet te hoeven mantelzorgen. De dagopvang blijft nog wel even gesloten, maar ze redden het wel, zegt mevrouw Laan. ‘Het is weer mooi weer, dat scheelt de wereld.’

Op het laatste adres van vandaag wonen Pierre (74) en zijn vrouw Nanda (60). Pierre belandde vorig jaar met een gebroken sleutelbeen in het ziekenhuis. Toen er foto’s werden gemaakt, bleek er een gezwel op zijn schouder te groeien, een uitzaaiing van kanker in zijn galblaas. Inmiddels zit het overal. In januari werd hij ‘naar huis gestuurd’.

Nu vult het ziekenhuisbed de doorzonwoonkamer, met de eettafel en de twee leren banken is het er opeens vol. Omvlee en haar collega’s komen een paar keer per week langs om te kijken of de voormalige kroegbaas nog iets nodig heeft. Pierre was 55 jaar kastelein, een echte: met sterke verhalen, een imposante grijze snor, bretels en liefde voor alles wat lekker is. Nog steeds heeft het echtpaar een café in Purmerend. Maar dat is – gelukkig voor Nanda – gesloten door de coronamaatregelen. ‘Even een prikje’, zegt Omvlee als ze Pierre een bloedverdunner toedient. De morfinepleister op zijn schouder kan nog blijven zitten, die zal morgen door een collega vervangen worden. ‘Ik ben blij dat ik bij hem kan zijn nu. Het klinkt cru, maar wat dat betreft is corona voor mij een geschenk’, zegt Nanda. Pierre: ‘Ze zorgt heel goed voor me. Ik heb ongelooflijk lieve mensen om me heen, en dat vind ik het moeilijkst, dat ik van hen afscheid moet nemen.’ Door de coronamaatregelen is ook dat opletten: dichtbij komen mag niet, ook zijn kinderen zitten op anderhalve meter afstand als ze hem bezoeken. Zijn kleinzoons van 8 en 10 kunnen hun opa nog wel knuffelen, had de huisarts gezegd. ‘In dit stadium maakt het niet meer zo veel uit.’ En af en toe, dan omhelst Nanda ook weleens haar kinderen. Gaat vanzelf.

Geen tijd

Op de parkeerplaats op weg naar haar auto, zegt Omvlee: ‘Ik heb dat ook thuis. Mijn pleegzoon wordt niet meer beter. Reken maar dat ik hem af en toe gewoon knuffel.’ Even daarvoor heeft ze verteld dat hij, 21 jaar oud pas, slokdarmkanker heeft, met uitzaaiingen naar zijn lever. Er is niks meer aan te doen. De oncoloog geeft hem anderhalf jaar, maar misschien dat hij dat niet eens haalt omdat hij zo hard achteruit gaat. ‘Hij zegt het zelf ook: ik heb geen tijd.’ En dus heeft zij ook geen tijd om corona te krijgen: twee weken in afzondering zou een ramp zijn. ‘Dat was ook dé reden om me niet op te geven voor de coronaroute. Normaal gesproken hou ik wel van een uitdaging.’

Bang voor besmetting door de cliënten die ze wel verzorgt is ze niet. Ze beschermt zich goed. Het handschoenen aan- en uittrekken, het kapje goed opzetten zonder dat haar bril beslaat, de scheut desinfecterende alcohol in haar handen, ze kan de routine inmiddels dromen. En dus werkt Omvlee door: ‘Zo lang als dit gaat, werk ik nog. Ik kan altijd stoppen als ik wil.’

Om privacyredenen worden sommige personen in dit artikel alleen met hun voornaam aangeduid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden