De wielrenner is een trui

De wielrenner herken je niet direct aan zijn hoofd of aan zijn benen, noch aan de wijze waarop hij de trappers beroert....

Je ziet de wielertrui en het daarop vastgespelde nummer en je weet: Karsten Kroon van de Rabo's. De trui en het nummer zeggen wie hij is, waar hij staat in de strenge rangorde, of hij een kampioen is of een kruimeldief, of hij behoort tot de elitetroepen of het kanonnenvoer.

De wielrenner is een trui, zoals de soldaat een uniform is.

In het Centrum Ronde van Vlaanderen, aan de Markt van Oudenaarde, hangen ze in eindeloze variatie, in het kader van de expositie 'Wielergeschiedenis in 594 truien' – het zijn er in werkelijkheid nog veel meer. Het mag voor de buitenstaander een tamelijk idiote expositie lijken, voor de wielerliefhebber is het een schitterend tableau de la troupe, een geïllustreerde wielerhistorie in een verbazingwekkend pandemonium van schreeuwende tinten. Een gestold peloton, vastgespijkerd aan de muur.

Aan de wielertrui kun je zien of de renner wereldkampioen is – of is geweest. Aan de trui laat zich aflezen of hij een trekpaard is of de getrokkene, knecht of meester.

Er hangt een Panasonic-trui met de regenboogstrepen van de wereldkampioen erop. 'Van Rudy Dhaenens', zegt Michel Wuyts, wielercommentator bij de VRT en voorzien van een harde schijf boordevol wielerkennis. 'Werd in 1990 in Utsunomiya wereldkampioen in dienst van PDM, maar reed het seizoen erna voor Panasonic.' Rudy Dhaenens kwam enkele jaren geleden om het leven bij een autoongeluk, maar het mooiste hoofdstuk van zijn loopbaan leeft voort in de trui. De wielrenner is een trui en de trui is een verhaal.

Een voetballer kan in de krottenwijk op weg gaan naar de legendestatus, gehuld in vodden. Hij toucheert een bal en is voetballer. Trekt hij het shirt van de grote club over zijn hoofd, dan is dat een bevestiging, een eerbewijs aan zijn talent, een logisch vervolg.

Fietsers kunnen gaan wielrennen in oude plunje, maar écht coureur worden ze pas met een trui met reclame en een rugnummer erop. Voor de wielrenner kan dromen van eer en roem, moet hij éérst aan een wielertrui zien te komen. Want die is zijn toegangsbewijs tot het voorportaal van het heldendom. Niet voor niks fietsen er ook tegenwoordig nog coureurs voor 'een broek en een trui' – hun vergunning voor de premiejacht. De trui is de koers.

Aan de trui herken je onmiddellijk het karakter van de wielersport. De tennisser gerieft subtiel fluisterend zijn financiers en de voetballer propageert terughoudend één of twee namen. Maar de wielrenner schreeuwt van de daken wie zijn broodheer is. De wielersport is geen koele femme fatale die subtiel verleidt. Ze is een warmbloedige stoephoer die zich schaamteloos aanbiedt. Ordinair, maar wel heel erg mooi ordinair.

De wielertrui is al sinds de oertijd van de sport de voornaamste bron van inkomsten voor de eenvoudige klepper. De trui, in samenspel met de broek, is de roeptoeter waarmee hij de waar van zijn sponsor aanprijst – hoe harder hij fietst des te groter zijn publiek.

Michael Boogerd is ingetekend in de marketingstrategie van de Rabobank, hij doet aan parallelle communicatie en specifieke productpromotie, maar in diepste wezen is Michael Boogerd nog altijd gewoon een fietsende wielertrui met reclame erop.

Op de expositie in Oudenaarde hangt een rechthoek van 8 bij 12 truien aan een muur. Het kost weinig moeite wansmaak en lelijkheid te ontdekken, vloekende kleuren te onderscheidenen je de proleet die de ergste exemplaren heeft ontworpen voor de geest te halen.

Maar samen vormen de 96 truien een prachtig wandtapijt dat je betovert en waarin de poel van kleuren en vormen samenvloeien tot de verbeelding in textiel van een waanzinnige wereld. Het is een fascinerend gobelin van de volkssport pur sang, waar het zweet van afdruipt en dat ruikt naar de platte commercie die de wielersport maakt tot wat ze is.

De wielertrui als biografie: Eddy Merckx valt goed te beschrijven aan de hand van de truien van Solo (1965), Peugeot (1966-1967), Faema (1968-1969), Faemino (1970), Molteni (1971-1976), Fiat (1977) en C & A (1978). Merckx, een van de allergrootste atleten van de twintigste eeuw, was lang het fietsend uithangbord voor Molteni, fabrikant van fijne vleeswaren. Hoe kan het ook anders, dat zelfs de kampioen der kampioenen een bescheiden man is gebleven?

De oertijd van het cyclisme was nog maar amper voorbij, of op de truien van de coureurs verschenen de namen van fietsfabrikanten. De Italiaan Fiorenzo Magni zorgde in 1954 voor een revolutie. Omdat de fietsproducenten door de opkomst van bromfiets en auto hun omzetten dramatisch zagen dalen en noodgedwongen de wielersponsoring beperkten of stopzetten, ging Magni als eerste op zoek naar een geldschieter buiten de wielerindustrie.

En zo kwam het dat de al wat kalende Italiaan plotseling rondfietste met reclame voor Nivea haarcrème.

Daarna was het hek van de dam en werd de wielertrui een vrijplaats voor ieder die wat in de aanbieding had. In steeds schreeuwender kleuren en, naarmate de druktechnieken verfijnder werden, in steeds creatievere designs.

In de jaren vijftig was het meestal één enkele naam die op het shirt was geborduurd. Later groeide de trui langzaam dicht met reclame-uitingen. Samensteller Rik Vanwalleghem spoorde voor de expositie een trui op van de Selle Italia-ploeg, met het recordaantal van 25 namen van sponsors. Wat dácht de firma Bottoli, toen ze ook tien vierkante centimeter reserveerde?

De onbeschaamde en onbekommerde uitverkoop van rug, borstkas en dijen: het is ontroerend om te zien. Het is het schelle getetter van het circus, de nadruk op elke lettergreep van de kermispoëzie.

Eén ding is jammer. Over de namen en kleuren van geldschieters heen, schilderen de elementen vaak een dreigend doek van modder en drek, soms bijgekleurd met het warme bloedrood van de val. Dat is het enige spijtige van de prachtige expositie in Oudenaarde: dat er alleen schone wielertruien hangen – het ware verhaal van de koers zit natuurlijk in de ongewassen exemplaren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden