BESCHOUWING

De wettige grootvader van het 20ste-eeuwse abstract expressionisme

Zwagerman kijkt naar Joseph Mallord William Turner (1775-1851)

Veel kunstenaars leden onder het syndroom van Turner, de Britse schilder die het zonlicht wilde vangen. En daarmee God.

Light and colour (1843) Beeld Tate Britain

Arme Bavink. Hij was een kunstenaar die, schrijft Nescio in zijn verhaal De uitvreter (1911), 'gemeenlijk hard werkte'. Maar Bavink werd 'stapelmal' van de zon. Die liet zich namelijk niet schilderen. Toen de zon een keer groot en koud aan 'de kim' stond, sloeg Bavink zich tegen het voorhoofd. 'God, God, dat schilder ik nooit.'

God zélf liet zich evenmin schilderen. God riep Bavink steeds maar weer. Dan moest God van Bavink 'op een brokkie linnen met verf'.

God schilderen, hoe dóé je dat? Bavink werd er 'stapelmal' van. God, die snoodaard, liet Bavink niet met rust. Hij riep en riep maar. Overal en altijd. Waarna Bavink weer aan het schilderen sloeg. En God aanriep. Zo bleven ze elkaar vergeefs aanroepen.

De zon was net als God. Beiden lieten Bavink nooit met rust. Smekend vroeg Bavink aan z'n vriend Koekenbakker of die de zon in een hoedendoos kon doen. 'Doe hem in een hoedendoos. Hij verdient niet beter. (...) Ik wil met vrede gelaten worden.'

Doordat God en de zon tegen hem samenspanden, móest Bavink het wel verliezen. Hij eindigde in 'een gesticht voor zenuwpatiënten'. Daar werd hij rustig. Hij tuurde er naar de zon tot zijn ogen er pijn van deden.

Syndroom van Turner

Bavink leed onmiskenbaar aan het syndroom van Turner, vernoemd naar Joseph Mallord William Turner (1775-1851), schilder, wonderkind en aanvankelijk protégé van de Britse 19de-eeuwse bourgeoisie vanwege zijn hoogromantische landschappen en marines. Maar Turners werk veranderde in de loop der jaren, waarna diezelfde bourgeoisie hem uitspuugde.

En het was zo netjes begonnen. Al in zijn jonge jaren was Turner geliefd bij de Britse bourgeoisie. De rijken kochten zijn werk; critici en connaisseurs prezen het de hemel in. Collega-kunstenaars, vaak jaren ouder, respecteerden en bewonderden hem. Zelfs het Britse hof dweepte met zijn werk. Die dweepzucht had een politiek-correcte kant. Turner kwam uit de lage klasse en had een volkse, rauwe natuur. Wie zijn talent bejubelde, toonde zich vooruitstrevend en tolerant. De bourgeoisie feliciteerde zichzelf, omdat het een onbehouwen proleet binnen de gelederen had toegelaten. Stiekem vond men Turners talent te groot.

De wending

Toen kwam de wending. Niet abrupt, maar geleidelijk. Turner nam afstand van zijn delicate, fijngepolijste landschappen. Zijn schilderijen werden rauw, ongebreideld, soms sinister. Zijn zeegolven werden demonisch duister, maar de zon gedroeg zich op zijn doeken het uitzinnigst. De zon leek te exploderen.

Turner schilderde soms met zijn vinger in plaats van met een kwast. Met een lange duimnagel kraste hij soms in de half hard geworden verf op het doek. Hij mengde speeksel in zijn verf. Zijn publiek twijfelde niet: hun troetelkind, verworden tot een dikke alcoholicus, was gek geworden. Niemand herkénde nog iets in zijn schilderijen. Zon en zeewater vormden vaak een brij. Het voormalige wonderkind schilderde alsof er permanent een strook vergeelde vitrage voor zijn ogen hing. 'Pictures of nothing', sprak een criticus vernietigend. Kunst van niks, weg ermee.

Tegenwoordig is het usance te beweren dat Turner zijn tijd ver vooruit was. Meer dan vijftig jaar voordat in Frankrijk de term werd gemunt, vond Turner in Engeland in z'n eentje het impressionisme uit. Niet Jackson Pollock, maar William Turner was 's werelds eerste action painter. Zijn schilderwijze maakt hem tot de wettige grootvader van het 20ste-eeuwse abstract expressionisme.

Of Turner artistiek-revolutionaire intenties had toen hij, achteraf gezien, de schilderkunst aan het vernieuwen was? Net als Bavink wilde hij vooral de zon schilderen. Niet de anekdotische bol in een sfeerschets, maar de zon zélf, kern van licht en warmte. De ziel van de zon.

Zonsopgang met monsters (1845) Beeld Tate Britain

Een van de werken in Late Turner. Painting set free in Tate Britain in Londen is Light and colour (1843). Het is een uitzinnig schilderij. Een woestenij van zonlicht spettert tot in de uithoeken van het canvas. Turner probeerde tot de binnenkant van het licht te komen. Hij vocht zich het zonlicht in, als in het oog van een orkaan. Niet zo vreemd dat Turner in de laatste fase van zijn leven danig in de war raakte. Niemand kijkt ongestraft lang in de zon, ook Turner niet - en Bavink evenmin.

Onlangs zag ik Mr. Turner van Mike Leigh. Het is met die film vreemd gesteld. Aan de ene kant wilde Leigh tot in de subtielste details Turners 19de-eeuwse Londen laten herleven. Tegelijkertijd goochelt Leigh onbekommerd met Turners levensloop. Tot aan de laatste scène is Mr. Turner geromantiseerd en speculatief. In die slotscène, en wat voor een, overlijdt de kunstenaar. Turner, fysiek en geestelijk in verval en wegrottend in een smoezelig bed, lijkt zich even te bevrijden uit de ketenen van eenzaamheid en miskenning. Satanisch toont de stervende zijn verwoeste voortanden, richt zich even op en roept: 'The sun is God!'

En zijgt neer.

De zon is God

Veel ellendiger en schrijnender had ik het stervensmoment van een kunstenaar niet in een film gezien, of het was in Milos Formans Amadeus. Aan het einde van die film wordt Mozarts dode lichaam in een deken gewikkeld en door vier arbeiders routineus weggeworpen in een massagraf-voor-de-armsten. Maar aan het graf van Mozart stond nog een handvol dierbaren, vrienden en bewonderaars. Aan Turners ziekbed zaten slechts zijn arts en Mrs Booth, een weduwe uit het kustplaatsje Margate. In de laatste jaren van zijn leven huurde Turner onder valse naam bij haar een kamer als hij Londen ontvluchtte. Mrs Booth wist niet dat deze huurder ooit een gerespecteerd kunstenaar was. Waarom de zon volgens de stervende God zou zijn, zal zij niet of nauwelijks hebben begrepen - in de film. Want of Mrs Booth in Turners leven bestond?

Ook Turners 'laatste woorden' zijn historisch gezien discutabel. Met slechts twee anonieme zielen aan je bed is de kans klein dat je laatste woorden opgetekend worden. Tegelijkertijd is het een dijk van een slotakkoord. Hier krijgt iemand op de valreep een groot inzicht. Eindelijk! Hij is erachter! Natúúrlijk lukte het niet de ziel van de zon te schilderen. Net als God is de zon onkenbaar. Als je lang naar de zon kijkt, wordt de zon inderdaad God: alomtegenwoordig en onzichtbaar tegelijk. God en de zon zijn subliem: onbevattelijk, onaanraakbaar, onbereikbaar.

Zo was het, besefte Turner. De zon is God. Op het nippertje viel alles samen. En hij stierf. Bavink kreeg dit inzicht helaas niet - althans, niet direct. Misschien had hij zijn vermoedens. Hij werd daar immers 'rustig'.

Veel kunstenaars leden aan het syndroom van Turner: Ze poogden het sublieme van binnenuit op het canvas te krijgen - het belangrijkste symptoom van dit syndroom. Voor Kazimir Malevitsj was een zwart vierkant dit sublieme. Hij noemde het zwarte vierkant 'het gelaat van God'. Wassily Kandinsky meende dat kunst onstaat doordat God en kunstenaar samenwerken. Barnett Newman ving het sublieme in 'het zuivere idee'. Mark Rothko wilde dat zijn doeken vanaf de muur een 'transparant licht' zouden verspreiden. Zonlicht, misschien. De symptomen mogen in nuances verschillen, de diagnose is telkens dezelfde.

Late Turner. Painting Set Free
Tate Britain, Londen, t/m 25/01

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.