De wetten van Muppet

Verrassing: de nieuwe Muppetfilm is erg leuk. Waarom zijn de Muppets zo tijdloos en onverwoestbaar geestig? Een verklaarpoging.

Voor wie huiverig is voor humortheorie, die per slot van rekening net als de experimenten in het Muppet Lab de neiging heeft vóór het einde te ontploffen (in lachverpestende droogte, in dit geval): een paar keer de legendarische sketch Mah Nà Mah Nà op YouTube kijken, da's alles wat nodig is om de essentie van de Muppets te voelen.


Kost geen enkele moeite, omdat je er zo ontzettend plezierig de slappe lach van kan krijgen. Een paar keer, en dan snap je vanzelf wat de Muppets tot zo'n briljant hoogtepunt in de comedygeschiedenis maakt.


Een baardige, bezonnebrilde jazzzanger doet een relaxed mopje easy listening (afkomstig van de soundtrack van een Italiaanse documentaire over Zweedse seksgebruiken, maar dit terzijde). 'Mah nà mah nà' zingen is in het begin zijn enige aandeel in het nummer. Twee roze-koei-ige wezens met een halsstarrig neutrale blik doen de achtergrondpartij: tu tuuu tududu. Gaat prima zo, maar al snel geeft baardmans zich over aan ad libs die duidelijk buiten het denkkader van de weinig flexibele koeien vallen. Ze kijken hem licht verbaasd aan, en hij laat zich door die blijken van afkeuring weer terug in het gareel brengen, waarna hij zich weer tot de basis van het nummer beperkt: Mah nà mah nà. Tu tuu tududu.


Maar al snel kan hij het wéér niet laten om vol overgave buiten het stramien van de song te breken. Waarna hij steeds weer tot de orde wordt geroepen en weer terugkeert. Ook letterlijk breekt hij steeds verder uit het kader: hij loopt ongebruikelijk ver naar achter, en een keer zelfs radicaal de scène uit. Resulterend in een geniale grap: het muziekje gaat door, maar we bevinden ons inmiddels in het kantoortje van Kermit die een telefoontje krijgt, het toneel oploopt met de hoorn, die aan de koeien overhandigt ('It's for you!'), waarna je aan de andere kant van de lijn inderdaad de zanger weer hoort: 'Mah Nà Mah Nà.'


Dit is, we maken het niet eens mooier dan het is, de allereerste sketch uit de allereerst opgenomen aflevering van The Muppet Show, die liep van 1976 tot en met 1981. Uiteindelijk zou die aflevering pas later worden uitgezonden, maar wat een aantrekkelijk idee dat dit eigenlijk het openingsstatement van de Muppets was - want dit vat de hele Muppethumor samen.


Natuurlijk omdat bedenker Jim Henson samen met zijn Muppetspelers hier al laten zien een paar klassieke comedywetten tot in de perfectie te beheersen. Timing, om maar een belangrijk voorbeeld te noemen. Humor is gebaseerd op het spanningsveld tussen verwachting (man loopt rechtdoor) en verrassing (man glijdt uit over bananenschil), en binnen dat spanningsveld kun je spelen met timing - denk aan Toon Hermans. Leuker wordt de grap naarmate je meer met die verwachting speelt - het publiek verwacht op een gegeven moment dat de baardmans gewoon weer met Mah Nà Mah Nà doorgaat, maar de spanning wordt opgevoerd door dit moment lekker lang uit te stellen. In de sketch wordt daar toonhermanswaardig mee omgesprongen, en dat masseert flink de lachspieren.


De 'running gag', een andere stokoude comedywet, is door de Muppets tot in het extreme doorgevoerd: het gaat altijd mis als Gonzo het slotakkoord van de openingstune wil trompetteren, Miss Piggy is altijd romantisch-opdringerig, eindigend in een kungfuklap, Beaker is altijd het slachtoffer van de gewelddadige experimenten in het Muppet Lab. Ook bij de running gag is de de lol weer: je ziet van mijlenver aankomen dat het misgaat (verwachting), maar de manier waarop die verwachting wordt ingelost, is telkens weer anders (verrassing).


Maar de legendarische status hebben de Muppets toch echt aan hun eigen komische uitvindingen te danken. En die begint bij de poppen zelf. Nauwelijks te overschatten is het belang van de Muppetmimiek. De meeste Muppets hebben een relatief uitgestreken nulstand gekregen. De roze koeien kijken vrij neutraal, Kermit kijkt heel opgeruimd voor zich uit, Fozzie Bear kijkt enigszins onbevangen maar nog altijd vrij strak voor zich uit. Het zijn gezichten waarop je emoties kunt projecteren, zolang ze niet bewegen. Afhankelijk van de situatie om hem heen, kijkt een neutrale Kermit beteuterd, beledigd, afwachtend, of hoe dan ook.


Opgeteld bij die goed gevonden nulstand maakt het materiaal van de poppen het verschil. Onder een vacht van stofbeestenstof zit stevig schuimrubber, dat met de hand flink van vorm kan worden veranderd. Het maakt de Muppets (zeker ook in vergelijking van wat we van handpoppen gewend waren) erg expressief. Je kan Kermit lekker overdréven beteuterd laten kijken, of verbijsterd, of extatisch; waarbij het natuurlijk helpt dat veel Muppets een erg grote, expressieve mond hebben. Die overdrijving kan uitermate geestig werken, weten we sinds de gouden jaren van de cartoons (1930-1950) van Tom en Jerry en Bugs Bunny. Ze zorgt ervoor dat het lijkt of niet iemands uiterlijk, maar het innerlijk wordt verbeeld - zoals je bij verbazing uitpuilende ogen lijkt te voelen, of je onderkaak die op de grond valt, of dat je van louter extase een paar centimeter de lucht in wordt getild.


Die verbeelding van de innerlijke emotie raakt aan een raadselachtige humorwet: we vinden het over het algemeen grappig als een personage iets lijkt te doen ondanks zichzelf. Alsof hij wordt bestuurd door een robot, of een innerlijke dinosaurus. Dat houdt namelijk in dat je je waardigheid niet kan bewaren, en het verliezen van je waardigheid, autoriteit, voornaamheid (een net persoon die een scheet laat, een hoogwaardigheidsbekleder die een taart in zijn gezicht krijgt) vinden mensen nu eenmaal grappig. Jezelf verliezen in je (vrolijker) emoties past in dat rijtje.


Muppets lijken zich constant te verliezen in hun emoties - staat Kermit het ene moment nog serieus de show aan te kondigen ('With our very special guest star: John Cleese'), het volgende moment barst hij uit in jubelend gejuich, met die onweerstaanbare handjes hoog in de lucht ('Yeeeey!'). Drummer Animal is als personage zelfs helemaal gebaseerd op die extase: het enige wat hij doet is dreigend-hijgend voor zich uit kijken, om vervolgens in woest geschreeuw of een idiote drumsolo uit te barsten. Maar ook als het niet in het personage zelf zit, wordt dat contrast steeds gezocht: de extreem afgemeten wetenschapper Dr. Bunsen Honeydew uit het Muppet Lab tegenover diens chronisch (en met reden) panische assistent Beaker; de opdringerig amoureuze Miss Piggy tegenover een mannelijke gastacteur, de humorloze Sam the Eagle tegenover willekeurig welk ander personage.


En dat alles zomaar van het ene moment op het andere - de flexibele expressie maakt ook de heel bruuske, plotselinge timing mogelijk, wat het verrassingseffect vergroot, en daarmee de grappigheid van de grappen. Ook die timing lijkt geïnspireerd op de cartoons uit de jaren dertig en veertig.


Aan geheel de andere kant maakt de relatief neutrale nulstand van de Muppetgezichten ze in zekere mate volwassener, menselijker en daarmee geschikter voor identificatie. Vergelijk de 'echte' Muppets met de merchandise-edities die door Albert Heijn worden uitgevent - die zijn aaibaarder, puppyesker, dierlijker, schattiger, en zouden een stuk minder geschikt zijn voor het soort humor waarop de Muppets het patent hebben. En dat is, in hoge mate, dat het net mensen zijn. Mensen in al hun feilbaarheid, om precies te zijn - het uitgangspunt van een rammelende show, van een act waar lang niet alles perfect loopt, van personages die lang niet zo goed zijn als ze in hun dromen zijn, kortom, van leuke losers à la jij en ik, werd in The Muppet Show tot in de herkenbaarste details uitgewerkt en volgehouden.


Daardoor onstaat bij de kijkers een humeur van aardig-vinden, van gunnen - de Muppets kunnen veel potten breken. Ergens tussen wat sukkelige vrienden en opgroeiende kinderen in, zo zie je ze. En dat sluit dan weer aan bij de constante toon van verregaande meligheid - want als de Muppets ergens in excelleren, dan is het wel in de corny grap, in de afgezaagde humor. Van Fozzie acts en Veterenarians Hospital tot de mopperende oudjes Statler en Waldorf en de terugkerende ballroomscènes zijn ontelbare sketches gewijd aan intens flauwe woordspelingen en moppen van het type 'hoe draait-een Belg een gloeilamp in'. Die constante stroom zorgt voor een zekere slappe-lachbereidheid die een essentieel Muppet-element is.


Sketches die niet per se hilarisch zijn (en daar zijn er veel van) worden zo alsnog 10 procent grappiger; en áls er dan weer iets over the tops gebeurt, begin je onbedaarlijk te hinniken. En dat gebeurt óók vaak, want de Muppets zijn meesters in slapstick - dat je een pop zomaar door de lucht kan smijten of een kip met een hamer op zijn hoofd kan slaan, daar wordt ten volste gebruik van gemaakt.


Zo combineren de Muppets het menselijke met het absurde, het herkenbare met de poppen, het lekker lodderige met de strakke timing, het schijnbaar informele met doordachte trucages tot een cocktail die uniek is in de comedygeschiedenis, en die grote invloed heeft gehad - je kan bijvoorbeeld makkelijk stellen dat de manier van bewegen van cowboy Woody uit de Toy Story-reeks er heel anders uit had gezien zonder de Muppets.


Maar nu komt het rare: probeer eens een Beste Comedyserie Aller Tijden-lijst te vinden waarop de Muppets staan. Die vind je niet, of nauwelijks.


Een schandelijke omissie. Met het succes van de nieuwe film móet daar verandering in komen.


EXTRA: Andere Muppetfilms

Er zijn zes eerdere Muppet-bioscoopfilms, The Muppet Movie (1979), The Great Muppet Caper (1981), The Muppets Take Manhattan (1984), The Muppets Christmas Carol (1992), Muppet Treasure Island (1996) en Muppets from Space (1999). De eerste drie gelden als de klassiekers, en da's niet geheel onterecht, want de latere zijn wel erg wisselend van kwaliteit. Manhattan is waarschijnlijk de leukste want origineelste, Muppet Movie een goeie tweede. Begin dus daar.


EXTRA: Muppetgeschiedenis in 76 woorden

Op de middelbare school had Jim Henson in 1954 al poppen gemaakt voor een kinderprogramma, en eenmaal op de universiteit, met een college textielbewerking op zak, werd hij gevraagd een show te bedenken voor de lokale tv. Dat werd Sam and Friends (1960) met een proto-Kermit in de hoofdrol. Commercials en vaste gastrollen voor de poppen volgden. In 1969 werd Sesame Street geboren, nu met de echte Kermit. En in '76, voor volwassenen, The Muppet Show.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden