De wetten van je zelf

Het lijkt alsof er geen eind komt aan de stroom ouders met kinderen op de paden achter het Leidse station....

De rij voor de ingang is meer dan vijftig meter lang, maar gelukkig is de doorstroom vlot. Vijfde verdieping, een flinke zaal. Meteen stuit je, in het halfduister, op een wand waarop de omtrekken van dieren staan. In hun kop zit een model van hun hersenen: het drolletje van een kip onder andere, de walnoot van een kat en de uitgebreide kronkels van een mens.

Achter die wand begint het drukke leven pas goed. Bij de tientallen opstellingen met testjes en wetenswaardigheden krioelen nieuwsgierige kinderen en volwassenen, ongeduldig wachtend op hun beurt.

Twee meisjes veroveren de tafel die in tweeën is gedeeld door een wandje met enkele tientallen gekleurde woordjes erop: het woord 'rood' in gele letters bijvoorbeeld, of 'blauw' in rode. De ene deelneemster somt de woorden ongeacht hun kleur op - 'rood', 'blauw', enzovoorts - de ander houdt met een stopwatch bij hoe lang ze daarover doet. Daarna moet de eerste deelneemster de kleuren noemen waarin de woorden zijn gedrukt: 'geel', 'blauw', et cetera. Met dat laatste heeft ze moeite, lijkt het wel.

Verderop staat een pop, die een lange man voorstelt met een pet op. Voor hem op de grond zijn strepen getrokken. Ga dertig centimeter voor hem staan en je voelt je intiem met hem, luidt de uitleg. Vanaf de gele streep op 45 centimeter afstand voelt zijn aanwezigheid niet intiem, maar wel 'persoonlijk' aan. En meer dan een meter is een goede afstand voor een eerste contact op feestjes.

Het klopt, maar wat zegt dat? Het zegt dat de hersenen volgens bepaalde regels werken die je op het spoor kunt komen met leuke experimenten. Met dit uitgangspunt zijn de samenstellers van de tentoonstelling, de Deense ontwerpersgroep Experimentarium, de boer op gegaan in Europa. De expositie was al in Lissabon en Wenen te zien en gaat na Leiden naar Brussel.

De wetten van het brein dus, het brein dat het lichaam stuurt. Bewegend als een dronkeman probeert een jongen tevergeefs een lijn op de vloer te volgen. Hij heeft een bril op die links en rechts omdraait. Een andere bril bewerkstelligt dat een man systematisch een bal rechts naast een basket werpt. Toch, na een paar van die missers, scoort hij wél, want de hersenen wennen aan alles.

Andere wetten bestieren het brein dat onze identiteit draagt, want wat je denkt, dat ben je zelf. Maar kloppen die regels wel, zoals ze soms worden beschreven? Volgens de gangbare theorie domineert bij mannen de rechter hersenhelft en bij vrouwen de linker. Bij die laatste hoort het begrip voor vormen, bij de eerste dat voor functies.

Er staat daarom een beeldscherm op de expositie dat een voorwerp toont, een fractie van een seconde lang, bijvoorbeeld een gloeilamp. Daarna verschijnen twee andere objecten. Het één heeft dezelfde vorm als het eerst vertoonde object - een peer in dit voorbeeld - het andere refereert aan de functie: een schemerlamp. Deelnemers moeten snel kiezen welk van de twee bij het eerste voorwerp hoort. En zie: twee meisjes kiezen verreweg het meest voor de functie, terwijl een jongetje vaker de vorm prefereert.

Ze zijn met hun drieën natuurlijk een steekproef van niks, en ze mogen de pret dan ook niet drukken. Overal in de zaal wordt enthousiast op knoppen gedrukt, in beeldschermen gegluurd, in een touwladder geklommen, warmte en kou gevoeld of op een biologische klok gekeken. Sommige opstellingen zijn onduidelijk en trekken dan ook weinig belangstelling. Maar de meeste lijken de wat oudere kinderen en de volwassenen redelijk tot zeer te boeien. Alles dóet het bovendien. En je komt ook aan de beurt, al was het maar omdat er zo véél staat.

Ondanks de nadruk op het interactieve is er behoorlijk wat achtergrondinformatie. De experimenten zijn voorzien van korte tekstjes en tussen de opstellingen staan wanden met nog meer uitleg. Als het ware tussen neus en lippen door leest de bezoeker over, pakweg, reflexen en het ruggenmerg, de 125 miljard hersencellen van de mens en hun vertakkingen - 'evenveel als het aantal takken aan alle bomen in Nederland en België' - of over de reden waarom je bij kou eerst koude voeten en handen krijgt.

Zo kom je ook aan de weet dat de hersenen wél snel woorden kunnen bevatten, en kleuren ook, maar in de war raken als die twee 'raar' worden gecombineerd. Had daarom dat ene meisje zoveel moeite met het opsommen van de afwijkende kleuren waarin de woordjes voor kleuren staan gedrukt?

De tafel met die woordjes komt vrij en een jongen is bereid de stopwatch in te drukken. In minder dan tien seconden volbreng ik de eerste opdracht: het opsommen van de woorden ongeacht de kleuren waarin ze zijn gedrukt.

Dan is het tijd om juist deze kleuren te noemen. 'Rood', nee, 'geel', hoort de jongen stamelen, 'en eh . . .blauw'. Dertig seconden gestruikel over simpele woorden. Aan het eind is het net alsof het in mijn bovenkamer een beetje warmer is geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden