De wetenschapper die gek was op Margot Frank

Verdreven door de nazi's belandde hij in 1937 in Nederland, waar hij uitgroeide tot zowel een Nobelprijswaardige biochemicus als een gereputeerd voorzanger in de synagoge.

Hans Bloemendal Beeld .

Hij liet op zijn 80ste jaar nog emmers met runderogen leeggooien op het Nijmeegse lab, zodat de werkstudenten onderzoek konden doen naar ooglenseiwitten. Hij vond het abnormaal dat ouderen na hun pensioen foto's van kinderen en kleinkinderen aan iedereen wilden tonen. Dat deed de Nijmeegse hoogleraar, zanger en schrijver Hans Bloemendal nooit. De enige foto in zijn portemonnee was die van Brigitte Bardot, hetgeen voor een orthodoxe jood hoogst bizar was.

Hij wilde doorwerken. Op zijn 80ste jaar had hij ook zijn tachtigste promovendus in Nijmegen met daarnaast nog vier van andere universiteiten. Een recordaantal.

Aan het met tumultueuze en vaak zo tragische gebeurtenissen getekende leven van prof. dr. Hans Bloemendal is op 7 oktober een einde gekomen. Hij was zowel een internationaal vermaard biochemicus als een gereputeerd chazzan (voorzanger in een synagoge) met talrijke cd's op zijn naam. Hij was verder kinderboekenschrijver, wiens laatste werk, Een licht aan de Klaagmuur, ook in alle Duitstalige landen verscheen. En hij speelde een grote rol bij de heropbouw van het joodse leven en vooral joodse jeugdwerk na de oorlog.

Zijn gedrevenheid kwam deels voort uit zijn oorlogsverleden, waarin hij zijn ouders en enige zus verloor in de gaskamers. 'Ik ken zijn nachtmerries. Maar hij wilde er naar buiten toe niets van laten merken. Als iemand vroeg hoe het met hem ging, antwoordde hij altijd: Goed', zegt zijn vrouw Mirjam Bloemendal.

Haantje de voorste

Bloemendal werd geboren in het Duitse garnizoensstad Fulda in de deelstaat Hessen, waar zijn uit Winschoten afkomstige vader een stoffenzaak had. Hij kreeg een orthodox-joodse opvoeding. Als kind was hij gek op de parades. Zijn droom was paukenist te worden, omdat die altijd te paard voor de stoet uitreed. 'Ik had toen al de wil haantje de voorste te zijn.' Maar toen hij naar de middelbare school wilde, hadden de nazi's de macht gegrepen en kon hij als jood alleen nog verder leren aan een religieuze school waar vakken werden gegeven als torastudie en Hebreeuws.

In 1937 werd Hans in zijn eentje naar Amsterdam gestuurd voor een hbs-opleiding. Hij kwam bij een straatarme joodse weduwe in de kost die gedurende de week de eigen twee kinderen naar het weeshuis stuurde om Hans onderdak te kunnen geven. Op de sabbat bezocht hij de vele synagoges, waar hij liefde opvatte voor de religieus-joodse gezangen die onder meer werden vertolkt door de beroemde chazzan Israel Maroko. Hij maakte met Margot Frank deel uit van een literatuurclubje. 'Hij kwam daardoor ook bij het gezin Frank aan het Merwedeplein. Ik heb hem weleens gevraagd wat hij van Anne vond. Hij vond haar niet heel bijzonder, het was gewoon het jongere zusje van Margot, op wie hij volgens mij wel een beetje gek was', zegt zijn echtgenote.

In 1939 werd het in Duitsland ook te heet onder de voeten van zijn ouders en kwamen zij samen met hun dochter naar Nederland. Hij herinnerde zich nog hoe hij auditie deed voor het conservatorium. 'Ik was verkouden en kreeg te horen: 'met deze snotkoker kun je niet zingen'. Hans liep naar achter, maar bemerkte dat hij geen zakdoek bij zich had. Hij pakte zijn keppeltje, snoot daar zijn neus in, zette het weer op, zong iets uit La Traviata en kreeg een beurs.'

Zwerven

Maar de Duitsers kwamen. Hans maakte de hbs nog af. Twee keer ontsnapte de familie aan de bezetters. In juli 1943 werden zijn beide ouders en zus echter opgepakt bij de grote razzia, terwijl Hans zich schuilhield in een kruipruimte onder de trap. Hij hoorde hoe de politie zijn 12-jarige zusje bedreigde en sloeg om hem te vinden. Ze zei niets. Net op het moment dat het hem te veel dreigde te worden, werd het stil. Hij zou daarna dagen zonder jodenster op straat zwerven voordat hij op een onderduikadres in Alphen aan den Rijn terechtkwam. Na de oorlog bleken zijn ouders en zus in Sobibor te zijn vermoord. Hans ging scheikunde studeren, werd chazzan bij de grootste Asjkenazische synagoge en trad op in operettes, waarin hij tot ergernis van de opperrabbijn zijn armen moest leggen om de hals van sopranen.

Na zijn promotie op een onderzoek naar ooglenseiwitten, kreeg hij een baan bij het Nederlands Kanker Instituut. 'Op een congres presenteerde hij de uitkomsten van een van zijn onderzoeken aan een groep wetenschappers. Dat werd allemaal ijverig genoteerd, en toen kwamen anderen eerder met hun publicatie dan wij. Daar is een Nobelprijs uit voortgekomen. We hebben het gewoon weggegeven. Ontzettend zuur.'

In 1965 werd Bloemendal benoemd als eerste niet-katholieke hoogleraar biochemie aan de universiteit in Nijmegen. Jarenlang werkte hij vijf dagen in Nijmegen en was hij het weekeinde in Amsterdam om te zingen. Tegelijkertijd hield hij zich strikt aan de wetten van de vijf boeken van Mozes. Toen hij in 1988 met pensioen moest, spande hij een proces aan. Hij vond zichzelf nog goed genoeg was om miljoenen met de promovendi te verdienen. 'L'art pour l'art', dat bestaat in de wetenschap niet. Als je niets meer weet te publiceren, houdt het ook vanzelf op.'

Bloemendal laat zijn tweede vrouw en twee kinderen uit zijn eerste huwelijk achter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden