De werksimulator

In een kamertje op het Coronel Instituut in Amsterdam staat een rijtje intrigerende apparaten. Vijf grote blauwe kasten met glimmende handgrepen op ratelende rails, rijen schakelaars en ronde gaten om ballen in te gooien....

Het is de zogeheten Ergos werksimulator om de fysieke arbeidsgeschiktheid van mensen te beoordelen. Traditioneel keuren bedrijfsartsen werknemers aan de hand van vragenlijsten en gesprekjes. Op dezelfde manier keuren verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werknemers geheel of gedeeltelijk af. Een objectieve meetmethode ontbreekt.

Daarom bestaan in de Verenigde Staten al meer dan twintig jaar zogeheten FCE-apparaten: Functional Capacity Evaluation. Daarmee kunnen onderzoekers vaststellen tot welke bewegingen een werknemer daadwerkelijk in staat is. Bovendien kunnen ze die prestatie vergelijken met gegevens uit de zogeheten Jobbank. Daarin staan gedetailleerde beschrijvingen van werkzaamheden van dertienduizend verschillende beroepen.

'Maar een Amerikaanse postbode werkt weer anders dan een Nederlandse', zegt onderzoeker Judith Sluiter. Zij houdt zich bezig met beroepsziekten. Volgens de gezondheidskundige is de simulator pas bruikbaar als de databank wordt aangepast. Bovendien, stelt zij, is het nut van werksimulatoren onvoldoende wetenschappelijk onderzocht. Al staan al negen van deze apparaten bij Nederlandse arbodiensten en reïntegratiebedrijven.

'Hoe belangrijk is de volgorde van de test?', vraagt Sluiter zich af. 'Of het tijdstip?' Dingen die volgens haar nog steeds onderzocht moeten worden. Toch, stelt Sluiter, is een FCE-apparaat beter dan alleen een gesprek en een persoonlijke afweging van arts of arbeidsconsulent.

Wie zijn fysieke capaciteiten wil laten testen, moet zes tot acht uur uittrekken. De werksimulator is computergestuurd: het proefkonijn volgt aanwijzingen op de ingebouwde schermen en luistert naar een elektronische stem. 'Gebruik rij C', zegt die bijvoorbeeld voor een kast met draaiknoppen, drukknoppen en schakelaars. Op het scherm verschijnt een schematische tekening van allerlei standen waarin de knoppen moeten worden gezet.

Een begeleider naast het apparaat noteert de prestaties en waakt ervoor dat niet gesmokkeld wordt. De Ergos vraagt van iedereen maximale inspanning. Om te voorkomen dat testpersonen hun klachten simuleren, vraagt het apparaat om dezelfde soort oefeningen in drie varianten. De meeste toneelspelers vallen dan door de mand.

'Het apparaat kan inderdaad gebruikt worden om te checken of een WAO'er zich niet maximaal inspant', zegt Sluiter. Maar het omgekeerde is volgens haar ook mogelijk: een werknemer kan zijn baas overtuigen dat de gevraagde inspanning echt te veel is. 'Dat kan nuttig zijn bij reïntegratie.' Ook bij revalidaties kan een werksimulator twijfel wegnemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden