'De werkelijkheid voelt voor mij niet veilig'

Sabine Kupferberg (58) danst de titelrol in Queen Lear. Ze is net hersteld van een ongeluk waarbij ze haar bovenbeen brak....

De machtige vorst in King Lear van William Shakespeare maakt een diepe, diepe val. Overdrachtelijk gezien. Hij legt zijn decorum af, zwerft door bossen, belandt in een storm, wordt waanzinnig en komt tot inkeer. Door dit louteringsproces ontdekt hij – te laat – waarin de ware liefde zich verschuilt.

Of zijn vrouwelijke evenknie volgende week ook zo veel wijzer wordt, zal blijken, tijdens de nieuwe Holland Dance productie Queen Lear, met danseres Sabine Kupferberg (58) in de titelrol. Gevallen is ze echter al wel, deze koningin Lear. Behoorlijk diep. En letterlijk helaas. Van een vlonder van een paar meter hoogte.

Tijdens een repetitie van de nieuwe creatie Zugvögel (Trekvogel) van haar levens- en werkpartner Jirí Kylián, dit voorjaar in Duitsland, tuimelde Kupferberg naar beneden, een week voor de première. De voorstelling had de opening moeten worden van de internationale Ballet Festwoche in München. In de veronderstelling dat ze maar een paar centimeter boven de grond stond, stapte ze van het plateau. Het dikke bot in haar rechterbovenbeen brak volledig doormidden. Een pin en schroeven houden het nu bij elkaar.

‘De val voelde als het eind van mijn carrière, en eigenlijk ook van mij’, zegt Kupferberg nu, zeven maanden later, in een dansstudio in het gelegaliseerde krakersbolwerk De Grote Pyr in Den Haag. ‘Ik was mezelf kwijt, kon niet eens alleen naar het toilet. Mentaal was ik er 24 uur per dag mee bezig. Ik dacht nooit meer Queen Lear te kunnen maken.’ Ze werd vervangen in de tournee van de succesvolle Holland Dance Productie Last Touch First.

Het was choreograaf, danser en improvisatiegrootheid Michael Schumacher – samen met Kylián het brein achter Last Touch First – die haar door haar crisis en handicap heen sleepte met de belofte desnoods een Queen Lear in een rolstoel te maken, of op krukken. Hoe moeilijk ze dat als virtuoos en veelzijdig topdanseres ook had gevonden, ze had het gedaan, zegt ze. ‘Zonder het podium kan ik maar moeilijk leven.’

Nu kan ze zelfs weer zonder krukken lopen. En hoewel de repetities veel van haar vergen, gaat het goed, zegt ze. Volgende week gaat tijdens het Holland Dance Festival gaat Queen Lear in première. Kupferberg en Schumacher brengen Shakespeares complete Lear tot leven. In dialogen, maar bovenal in mimiek en beweging. Kupferberg speelt Lear, Schumacher een groot deel van de andere rollen. Samen volbrengen ze het proces van ijdelheid naar kwetsbaarheid, van vanity naar vulnerability.

Wie Kupferberg op een stoel in de hoek van de studio bescheiden hoort praten over werk en leven herkent in niets die trotse, overdonderende persoonlijkheid op het podium. Alleen haar lichtblauwe ogen hebben nog steeds die olijke twinkeling waarmee ze grote zalen kan ontroeren. Collega Gérard Lemaître noemt haar de Marlène Dietrich van de dans, in het gewone leven voelt diezelfde vrouw zich een veulen op wankele benen.

Het contrast kan nauwelijks groter: op toneel durft Kupferberg brutaal te zijn, lelijk, grotesk, theatraal en karikaturaal, een femme fatale én een clown, off stage is ze verlegen.

In Hans van Manens schitterende duet over ouder worden en afscheid nemen, The Old Man and Me (1996), steekt ze haar middelvinger omhoog. In Chapeau (2005), de dansbonbon die Kylián cadeau gaf aan koningin Beatrix, liet Kupferberg zich ronddragen door jonge goden en gooide ze de ene koninklijke hoed na de andere in de lucht. In Sight (2000) van Shusaku Takeuchi gaf ze haar 50-jarige naakte lichaam over aan het scheermes van Lemaître; hij scheert haar buik, borsten, nek, dijen. In The Dinnerparty (1996) van Jennifer Muller hield ze een lange dramatische dialoog. In Last Touch First (2007) was ze een deerniswekkende zuipschuit. En in Martha Clarkes beroemde Nocturne persifleert ze een strompelende butoh-danseres, met haar hoofd in gaas en een lam armpje voor haar naakte boezem.

Maar als ze met Kylián en Vrienden van het Nederlands Dans Theater een rondwandeling door Praag maakt, doet ze een blonde pruik op haar ravenzwarte krullen. Geen divagedrag of interessantdoenerij: ‘Ik dacht dat de Vrienden mij dan niet zouden herkennen. Ik voel mij het best als danser onder de dansers. Sociale rolwisselingen, bijvoorbeeld als echtgenoot van Jirí of als danseres tussen fans, vind ik lastig.’

Op haar verzoek presenteren Kylián en Kupferberg zich daarom ook niet al te nadrukkelijk als echtpaar. ‘Ik voel mij meer thuis in een creatie dan in het echt leven.’ Zachtjes verhaalt ze over haar jeugd. Hoe ze werd geboren als liefdesbaby en buitenechtelijk kind van Christian Adalbert Kupferberg en Anneliese Götze-Heiligenstedt, beiden met een gezin. Ze groeide op in een weeshuis. En net op het moment dat haar vader besloot een nieuw leven met Kupferbergs moeder te beginnen, kwam die om bij een auto-ongeluk: ‘Ze is bij mijn vader uit de auto gevlogen en tegen een boom geknald.’ Met haar halfbroers en –zussen in Duitsland heeft ze geen contact.

Het is niet dat ze haar jeugd in het weeshuis als onprettig heeft ervaren. De directrice werd haar pleegmoeder en tot haar 10de dacht ze dat dit haar echte moeder was. ‘Maar als je achternaam drie keer verandert nog voor je 10 bent, doet dat wat met je. Ik ben nu pas oud genoeg om dat hardop te durven zeggen. De werkelijkheid voelt voor mij niet veilig.’

Haar redding waren illusies, dromen, en die speelden zich af in dans. Haar moeder had voor haar dood gezegd hoe belangrijk ze een goede houding voor een net meisje vond. Dus financierde haar vader danslessen voor haar. ‘Daar kon dat leven van mij, als illegaal kind, plotseling alles worden. Een rozentuin, een sprookjeswereld.’

Tijdens de auditie in 1968 bij het beroemde Stuttgart Ballet van John Cranko kreeg ze te horen dat ze beter actrice kon worden. Toen al had ze een expressieve mimiek en elastische gezichtsspieren – Kupferberg wordt nog steeds ‘de vrouw met duizend gezichten’ genoemd, zoals ook de documentaire heet die regisseur Rainer Moritz in 1997 over haar maakte.

Toch nam Cranko haar aan. Ze wilde ook liever dansen dan acteren: ‘Ik heb altijd gepraat met mijn lichaam, niet met mijn hoofd.’ Haar 20ste verjaardag vierde ze uitbundig met de groep in New York; het gezelschap belandde op de dansvloer. Een dag later vroeg de jonge solist Kylián of hij met haar een ballet mocht maken. Zij was al verliefd, hij werd het ook.

‘Jirí is de ideale man voor mij. Met hem heb ik een voortdurende schakel tussen realiteit en illusies. We leven in creaties, delen dezelfde passie ervoor.’ Ze lacht verlegen als het woord ‘muze’ ter sprake komt – altijd wordt ze zo genoemd in één adem met een van ’s werelds grootste choreografen.

‘Ik heb lang niet begrepen wat het woord ‘inspiratiebron’ inhoudt. We waren gewoon dag en nacht met creëren bezig. We spelden de muziek. Ik deed bewegingen voor en dan gingen we naar de studio. Misschien inspireerde het hem dat ik soms domme dingen deed of gekke bekken trok als ik te veel wijn op had. Ik weet het niet. Daar hadden we het nooit over. Jirí wordt door zo veel mensen geïnspireerd. ’

Waar ze het wel over hadden waren hun moeders. Die van Kylián – als tienerdanseres een kindsterretje – was altijd dominant aanwezig, die van haar afwezig. ‘Hij moest haar juist op afstand houden, ik wilde Jirí’s moeder wel als mama. Maar ze was zo hardvochtig en ook oneerlijk tegen haar zoon. Paradoxaal genoeg wordt ze nu zachter, nu ze met haar 95 jaar begint te dementeren.’

Kupferberg herhaalt de in de danswereld bekende anekdote dat het Nederlands Dans Theater in 1973 geïnteresseerd was in haar als danseres, maar afhaakte toen een onbekende choreograaf-met-ambitie met haar mee zou komen. Twee jaar later had het Haagse gezelschap zijn zinnen gezet op ene Jirí Kylián. Die kwam maar bracht wel zijn vrouw mee. Het bleek Sabine Kupferberg.

In talloze Kylián-balletten heeft Kupferberg een belangrijk aandeel, zoals in zijn internationale doorbraak Sinfonietta (1978). Keerpunt voor haarzelf was Silent Cries (1986), een ballet opgedragen aan Kupferberg vanwege haar ‘schoonheid, onvolmaaktheid en twijfels’. Achter een spiegel veegde ze langzaam de verf van het glas om zichzelf te durven zien én te laten zien. Toen pas besefte ze dat haar onzekerheid voor Kylián een inspiratiebron was, zoals hij zich zelf ook vaak een ‘onzeker’ mens noemt.

‘Als danser wil je het perfecte lichaam hebben, je vreest lelijk te zijn, bent bang om te vallen. Op dansacademies leer je nooit hoe je moet opstaan na een val. Maar niemand is perfect. Jirí daagde mij uit door mijn twijfels heen te gaan. Op toneel in elk geval. In de studio voel ik mij het meest veilig, onder dansers, mensen van wie ik weet dat ik ze kan vertrouwen.’

Na grootse tournees in binnen- en buitenland besloot ze in 1990 te stoppen met dansen, op de normale pensioenleeftijd voor topdansers: 39 jaar. Al wist ze dat ze de illusies vreselijk zou missen.

Een half jaar later kwam Kylián als artistiek leider van het Nederlands Dans Theater met het beste cadeau denkbaar voor haar 40ste verjaardag: de oprichting van een seniorengezelschap voor dansers boven de 40. Met choreografen die speciaal voor hen werk creëerden. Uniek in de wereld.

Zestien fantastische jaren volgden bij het Nederlands Dans Theater III, met Kupferberg in opvallend theatrale, niet zelden komische rollen. ‘We waren net grote kinderen. Als je jong bent, is dansen een ambitie. Als je ouder wordt is dansen een levensspel.’

De opheffing van NDT III in 2006 kwam als een mokerslag. ‘Voor het eerst in mijn leven werd ik echt ontslagen. Niet omdat ik te oud was of geblesseerd. Ik kreeg min of meer te horen: ‘Daar is de deur.’ Vreselijk. Ik was nog lang niet klaar.’

Kort daarvoor beleefde Kupferberg ook privé een crisis. Kylián bleek vader te worden van een meisje, verwekt bij een NDT-danseres, een buitenechtelijk kind, alsof haar vroege geschiedenis zich leek te herhalen. ‘Daar kan ik niet over praten. Dat is nog steeds een trauma.’ Kylián heeft het vaderschap erkend. Zijn dochter groeit op bij haar moeder in Japan. Als echtpaar overleefden ze de breuk.

Vorige week nam Kylián afscheid als huischoreograaf van het Nederlands Dans Theater, met zijn – zoals het er nu uitziet – voorlopig laatste choreografie, Mémoires d’Oubliettes (Herinneringen uit vergeetputten). ‘Hij is klaar met het Nederlands Dans Theater. Eigenlijk zes jaar geleden al. Eindelijk heeft hij de vrijheid te kiezen wat hij gaat creëren: film, dans, toneel, design. Ik verheug mij daarop. We zijn geen echtpaar dat samen gaat fietsen of uitstapjes maakt. In het geheel niet’, zegt ze lachend.

Zelf wil ze er niet aan denken dat na Queen Lear misschien een stilte komt. Ze kijkt niet vooruit: ‘Mijn mooie been is aan het genezen, dat is het belangrijkste.’ De herleving van NDT III? ‘We hadden toen de artistieke vleugels van Jirí achter ons. Ik weet niet wie nu bij NDT die artistieke spankracht zou hebben.’

Eerst moeten nog die pin en schroeven eruit en volgt een tweede revalidatieproces. Het zal lang duren voordat ze haar oude motoriek volledig terugheeft, al hoopt ze niet ‘dat iemand dat ziet’. De breekbaarheid zal blijven.

Tegen het slot van Queen Lear bestrooit Schumacher als nar haar met blaadjes van droogbloemen: ‘een kleed van waanzin’ dat Queen Lear ‘aantrekt’ in het bos. Hoe de première straks ook zal worden ontvangen, het repetitieproces is van levensbelang geweest, zegt Kupferberg. ‘In Queen Lear heb ik mijzelf teruggevonden. Tsjechov zei het al: ‘We eindigen waar we ooit begonnen zijn.’ Ik zal altijd illusies nodig hebben om mezelf te zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden