DE WERELDVAN DONNER

De minister van Justitie speelde opnieuw een hoofdrol in de Tweede Kamer. Hij bleef op zijn eigen vertrouwde manier overeind in het debat over de 'Schiedamse parkmoord'....

Piet Hein Donner heeft een Gazelle. Een degelijk zwart herenrijwiel. Hijrijdt ermee van zijn huis naar het ministerie van Justitie. Onverstandig,vinden sommigen. Het zijn er, zeggen zij, de tijden niet naar om alsminister van Justitie zomaar door de stad te fietsen. Maar daar is Donnerhet niet mee eens. In de eerste plaats leiden er veel wegen van huis naarkantoor en zo zie je nog eens wat. Ten tweede zijn er meer mensen vermoordin een auto dan op de fiets. En in de derde plaats weet hij zich geborgenin Gods hand, moet een mens zich geen angst laten aanpraten en peddelen ertegenwoordig een paar veiligheidsmensen mee.

Zo is Piet Hein Donner. Pragmatisch, relativerend, rationeel engelovig.

En altijd in voor een goede grap. Een half jaar geleden kwam hij terugvan een bijeenkomst van de Europese Raad van ministers van Justitie waarde veiligheid op de agenda stond. De verbazing was groot toen hij deministerraad binnenliep, verkleed als Sherlock Holmes: met pijp,hoofddeksel en geruite jas. Dat was lachen, in de Trêveszaal.

Zijn fiets is trouwens al tweemaal gestolen. Eén keer zelfs uit defietsenstalling van het ministerie. Vervelend, maar het verbaasde hem niet.Leer hem de Heidelbergse Catechismus kennen, leerboek van hetprotestantisme sinds 1563. Vraag 8: 'Maar zijn wij alzo verdorven, dat wijganselijk onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad? Ja wij;tenzij dan dat wij door de Geest Gods wedergeboren worden.'

Aangezien slechts weinig fietsendieven die staat van genade bereiken,is zelfs de fiets van een minister van Justitie niet veilig en blijft erook daarnaast volop werk aan de winkel. Donner gelooft niet in hetsociaal-democratische credo dat de overheid de mens beter kan maken. Welin de analyse van Hobbes dat de samenleving een kwestie is van ordening ommensen uit elkaar te houden. En voor die ordening heb je goede bestuurdersen wetten nodig. Anders, meent Donner, krijgt de krachtige menselijkeneiging er een soepzooitje van te maken de overhand.

Niet dat zulks hem tot zwart pessimisme drijft. Integendeel. Wie vanzijn medemens het slechtste verwacht, wordt ook vaak blij verrast door hetgoede dat hem toevalt. En dan is er de vreugde van het geloof, die hemjuist tot een optimistisch mens maakt. Voorts is er op moeilijke momentennog altijd de troost van een glas zelf-geïmporteerde Italiaanse witte wijnof een glaasje Hollandse jonge jenever, het meest aangehaaldeantirevolutionaire beginsel van Abraham Kuyper indachtig, dat 'bij denchocolade-ketel en de water- en melkkaraf men geen geslacht van kloekecalvinisten kweekt'.

Diepe frons

Wie is Piet Hein Donner? Wat gaat er om in dat vaak zorgelijk kijkendehoofd, waar een diepe frons en hoog geheven wenkbrauwen plotseling plaatskunnen maken voor een kwajongensgrijns?

Toen het CDA er in 1994 in de verkiezingen flink van langs hadgekregen, behoorde hij tot de best and the brightest van de partij, dieonder voorzitterschap van oud-minister en -eurocommissaris Frans Andriessenmaandenlang werkten aan een nieuwe politieke strategie. Piet Hein Donnerwas zéér aanwezig. Hij bemoeide zich met álle onderwerpen en, dachtvoorzitter Andriessen, hij heeft nog bijna altijd gelijk ook. Andriessenvond Donner een van de scherpzinnigste mensen die hij ooit had ontmoet.

Een bijtertje ook. Met de secretaris van het strategisch beraad,Jan-Peter Balkenende, kon hij op het scherp van de snede debatteren overeen concepttekst. Over de zo precies mogelijke formulering van de idee, deexacte kern van de boodschap. Alsof ze op de jongelingenvereniging eenbijbelvers te lijf gingen. Echte gereformeerde jongens, dacht Andriessen.Meestal won Donner het pleidooi.

Hij is verslaafd aan het debat. Als de CDA-bewindslieden opdonderdagavond bij elkaar komen, neemt Donner desnoods een rabiaat rechtsstandpunt in, om de tongen maar los te krijgen en de tegenargumenten aante scherpen. Dat doet hij zo overtuigend, dat de anderen zich weleensafvragen of hij die waanzin soms echt meent.

De grootvader van Piet Hein Donner heette Jan. Hij was voor de ARP van1926 tot 1933 zeven jaar lang minister van Justitie. Thuis aan de eettafelwil zijn kleinzoon bij wijze van grap nog wel eens verklaren dat het zijnultieme doel is die zeven jaar te overtreffen. Jan Donner, die laterpresident van de Hoge Raad werd, had als dominante karaktertrek de stelligeovertuiging dat hij altijd gelijk had. Dat trekje is kennelijk erfelijk.De grootvader van Jan Donner, Johannes Hendrikus Donner, was dominee en 21jaar - tot 1901 - Tweede-Kamerlid voor de ARP. Diens vader, JohanChristiaan, was een eenvoudige winkelier te Arnhem.

De schaker en publicist Jan Hein Donner was een oom van de minister.De liefde voor het spel, die bij oom Jan Hein nadrukkelijk aan deoppervlakte kwam, zit ook in diens kleine neefje. Die mocht zich van zijnvader André niet te serieus in het schaakspel verdiepen: één aan hetspel verslaafde bohémien in de familie achtte Donner sr. ruim voldoende.Maar eigenlijk is Donner toch schaker geworden. Een juridisch schaker, diehoudt van de speelsheid van het recht en het oplossen van ingewikkeldejuridische stellingen. Die als ambtenaar in één nacht een doorwrochtnoodwetje in elkaar kon draaien. En voor wie goed kijkt, verschuilt zichergens achter dat brave gezicht ook een kleine bohémien.

Blos op de wangen

De ogenschijnlijk zo brave Donner kan soms briefjes de Kamer insturenwaarvan zelfs geharde sociaal-democraten een blos op de wangen krijgen.Corpsbal-humor van de zuiverste soort. Hij kan ook heel erg goed deverkeerde grap op het verkeerde moment maken.

Minister Jan Pieter Hendrik Donner mag zichzelf nog altijd graag eenkind van gereformeerde 'kleine luyden' noemen, hoewel de Donners, metfamilies als de De Gaay Fortmans, de Winsemiusjes en de Holtrops, behorentot wat wel de 'gereformeerde adel' wordt genoemd. Een familie die, naastvele dominees, vooraanstaande juristen en politici voortbracht. Dat hijin een lijn van juristen en theologen staat, vervult Donner met trots. ToenFemke Halsema onlangs een initiatief-wetsvoorstel indiende betreffende deconstitutionele toetsing door de rechter, wees Donner dat af. En wat hijnou zo grappig vond: zijn betovergrootvader én zijn grootvader hadden eenidentiek voorstel ook al eens afgewezen.

Toen hij nog ouderling was van de Duinzichtkerk in Den Haag, stond hijzelf ook wel eens op de kansel. Dat vond hij mooi. Zoals hij er ook vanhoudt om een mooie preek af te steken in de Kamer. Hij spreekt bedachtzaam,in lange zinnen, als een geoefende kanseltijger. Wie in zijn jeugd gewendis geraakt aan preken van drie kwartier over de diepere betekenis van éénbijbelzin, is de verbale haast voorbij en heeft bovendien leren luisteren.

Zijn grootvader Jan was nóg langer van stof, gebruikte nóg langerezinnen, in dezelfde onverstoorbare en volstrekt van zichzelf overtuigderedeneertrant. Toen Hilbrand Nawijn zich in 2002 in Nieuwe Revu een paaronvoorzichtige opmerkingen over de doodstraf permitteerde, kwam Donner naarde Kamer om uit te leggen waarom die niet gepast waren, in een magistraalbetoog waarin parlementaire historie, de filosofie van het recht en eenexposé over waarden en normen hand in hand gingen. Waarden en normen, nietandersom, dat is te liberaal.

De gereformeerde matigheid voert het gezin Donner nog hoog in hetvaandel. 's Zomers reist het altijd voor drie weken af naar Italië, in eenMazda waarvan het telkens maar weer de vraag is of hij de Brenner zal wetente overwinnen dan wel rokend tot stilstand zal komen.

In de Donner-familie weerspiegelt zich de emancipatie van degereformeerde middenklasse, die zich in de 19de eeuw afwendde van deNederlandse Hervormde staatskerk, op zoek naar geloofsverdieping. Hardewerkers waren het, de gereformeerden, ambitieuze mensen die voelden datvoor hen een speciale maatschappelijke verantwoordelijkheid was weggelegd.Voor de slimsten onder hen was er de eigen universiteit, de VU inAmsterdam.

Piet Hein Donner heeft dat ook, die sterke arbeidsmoraal. Het 'als jeiets doet, doe je het goed', zit er bij hem ingebakken. Hij is 'een hardewerker in de wijngaard des Heeren' en heeft aan vier uur slaap genoeg,waarna hij zich weer monter aan een veertienurige werkdag zet.

Donner is een dossiervreter en schrijft veel speeches zelf. En zijnhumeur tast het niet aan, al dat geploeter. Op het ministerie verbazen zezich weleens over zijn onverstoorbare hoffelijkheid, ook als de zeeën hooggaan.

In 1968 maakte Piet Hein Donner zijn entree op de VU, nadat hij vanafzijn 10de jaar in Luxemburg had gewoond, waar zijn vader André rechter wasbij het Europees Hof van Justitie. Donner twijfelde na het eindexamengymnasium-b tussen de studies wiskunde en rechten. Dat was niet zo vreemd,in beide wetenschappen trok vooral de logica de jonge Donner aan, hetabstracte denken.

Het werd rechten, en die studie bracht Donner in aanraking met deideeën van een van de grote denkers van de gereformeerde denominatie,Herman Dooyeweerd, tot 1965 hoogleraar rechtsfilosofie. Dooyeweerd(1894-1977) geldt als een van de belangrijkste christelijke filosofen vande 20ste eeuw, wiens hoofdwerk, De Wijsbegeerte der Wetsidee, heminternationale faam bracht. Hij werkte de oude idee van Abraham Kuyper, desoevereiniteit in eigen kring, verder uit. De staat, vond Dooyeweerd, moetervoor zorgen dat verschillende maatschappelijke 'wetssferen' (gezin,economie, kerk) hun eigenheid en zelfstandigheid kunnen handhaven enonderling kunnen functioneren.

Die opvatting, het staatsbestuur dat ervoor moet zorgen dat demaatschappij marcheert zonder zich in directe zin met de maatschappelijkesferen te bemoeien, vormt ook de kern van Donners denken. De overheid,vindt hij, moet zich voortdurend de vraag stellen hoe burgers zélf hunproblemen kunnen oplossen en wat zij daaraan kan bijdragen.

Juristenelite

Van Dooyeweerd en diens navolgers leerden de jonge gereformeerdejuristenelite aan de VU structureel te denken, de maatschappij tot op demillimeter te analyseren en van een rechtsfilosofisch kader te voorzien.Donner ontwikkelde zich zodoende tot een maatschappelijk betrokken jurist.Dat is hij nog steeds, meer dan politicus. Maar zijn rechtskennis staat indienst van een grotere idee: dat recht, wetgeving en overheid gerichtmoeten zijn op het herscheppen en ondersteunen van sociale samenhang, vangemeenschap en collectiviteit. Alleen zo kan, volgens hem, weerstand wordengeboden aan de middelpuntvliedende krachten die de samenleving uiteendreigen te doen vallen, zoals het individualisme en de globalisering.

Toen hij in 2003 samen met Frans Leijnse informateur was voorBalkenende II, ging Donners voorkeur - vanuit die opvattingen - uit naareen kabinet met de PvdA. Toen Balkenende die mogelijkheid op de klippenliet lopen, leidde dat tot een tijdelijke verwijdering tussen de tweegeestverwanten: Donner was kwaad, baalde als een stekker en voelde zichdoor Balkenende misbruikt.

Dat de op Dooyeweerd gestoelde reformatorische filosofie nog steeds eenhoofdrol speelt in zijn denken, bleek toen Donner half augustus in Hoevenhet congres van de Vereniging voor Reformatorische Wijsbegeerte toesprak,dat dit jaar als thema had: Ethics: Person, Practices and Society. Waar hetwaarden- en normen-offensief vandaan kwam waarmee Balkenende en Donner hunregeringsperiode zo ongeveer begonnen, laat zich raden.

'Dat kan ik niet zeggen, omdat ik hier niet als mens sta, maar alsminister', voegde hij donderdagavond de afgevaardigde Wilders toe, dieinformeerde naar Donners persoonlijke opvattingen over een en ander.

Als minister van Justitie is zijn denkkader strikt juridisch en daarhuppelt de ministeriële verantwoordelijkheid doorheen. Dat hij de foutenvan anderen moet verdedigen, zoals de afgelopen week in de zaak-NienkeKleiss, zint hem niks. 'Het is goed dat er ministeriëleverantwoordelijkheid is, in die zin dat er iemand is aan te spreken op water mis is gegaan', zei hij donderdag gemelijk.

Donners problemen met de media gaan terug op dezelfde tegenstelling:zijn denkkader is totaal anders dan dat van de journalistiek. Die verwijthij de stukken niet te kennen, slecht te zijn geïnformeerd, het juridischedenkkader te missen. Niet eens Dooyeweerd gelezen en toch zo'n grote mond:daar kan Piet Hein Donner maar moeilijk aan wennen.

[Zie verder pagina 26, kolom 7]

HET EEUWIGE GELIJK

[vervolg van pagina 25]

Is Piet Hein Donner wereldvreemd? Zijn echtgenote merkte ooit op dat hetmaar goed was dat hij weleens naar de tandarts moest. Zodoende kwam hij inde wachtkamer ook nog eens gewone mensen tegen.

De echte wereld komt voornamelijk tot hem via zijn gezin. Zijn vrouwMarlies is psychotherapeute bij het Riagg en de afgelopen week konden zeop het departement merken dat Donner zich door haar had laten bijpratenover de ervaringen van het jongetje Maikel. Dat hij daardoor was aangedaan.Zijn kinderen vonden een tijdje geleden dat hij destijds beter niet hadkunnen beginnen over het slapende wetje betreffende godslastering.

Dergelijke periodieke oprispingen, zoals ook de opmerking over hetmaathouden in de satire op het koningshuis, komen voort uit oprechte zorg.Uit Donners overtuiging dat de samenleving structuur nodig heeft, datinstituties als het koningshuis daaraan bijdragen en dat je die dus nietmoet ondergraven. Dus dan zegt hij daar wat van, ook al weet hij dat halfNederland over hem heen zal vallen en dat hij het publieke debatvermoedelijk zal verliezen. Daar zit hij niet mee, kritiek glijdt langszijn koude kleren af.

Dat heeft mede te maken met een grote mate van onthechtheid. Piet HeinDonner vindt het leuk om minister te zijn, maar is er mentaal altijd klaarvoor om op te stappen. Hij is betrokken, werkt zich een slag in de rondteen jaagt wetten bij de vleet de Kamer door, maar als het moet, dan is hijweg. Dan zal zich wel weer wat anders op zijn weg voordoen, dewerkelijkheid komt zoals hij is. Die onthechting heeft veel te maken metzijn geloof, zijn spiritualiteit. Donner is doordrongen van het besef dater meer is in de wereld dan het hic et nunc, het hier en nu.

Hij heeft er ook nooit om staan springen om minister te worden. Hijtwijfelde er zelfs aan of hij het zou kunnen. Het op commando opdraven inde Kamer, het eindeloze beantwoorden van vragen: hij keek er niet naar uit.Zijn vader noemde het 'het grote verdriet van het ministerschap' enweigerde daarom consequent een ministerspost. Maar Donner mocht vanzichzelf niet weigeren, toen hij werd geroepen. En nu heeft hij er welplezier in. Hij is, zegt hij, zichzelf meegevallen.

Hij is nooit een power player geworden, doet niet aan netwerkjes ofpolitieke trucs. Het politieke spel van wheelin' and dealing acht hij verbeneden zijn waardigheid. Hij is, zeggen vriend en vijand, zaligrechtlijnig.

Beangstigend rechtlijnig zelfs, bij tijd en wijle. Toen hij ministerwerd, gaf hij zijn ouderlingschap in de kerk eraan, omdat hij vond datbeide werkkringen onverenigbaar waren. Een volstrekt betrouwbare man. Deenige die mijn pincode mag weten, zegt een lid van de oppositie.

In die rechtlijnigheid ligt ook zijn zwakte. In de weerbarstigepolitieke werkelijkheid kan die zich tegen een politicus keren. Gelijk enpolitiek gelijk zijn niet altijd hetzelfde. En de uit het gedachtegoed vanAR en Dooyeweerd voortkomende sterke overtuigingen, maken hem in de ogenvan politici ter linkerzijde tot een conservatieve man, die van naturebehoudzuchtig is en te allen tijde de bestaande machts- engezagsverhoudingen zal verdedigen.

De uitstraling van het eeuwige gelijk valt niet bij iedereen even goed.Is de Kamer tegen een voorstel, dan heeft zij het niet begrepen. En danlegt hij het graag nog een keertje extra uit. Hij kan, bijvoorbeeld inzakehet strafrecht, wat niet zijn fort is, met grote stelligheid juridischenonsens te berde brengen. Die arrogantie jaagt Kamerleden in de gordijnen,en zorgt er soms voor dat kleine incidenten hoog oplopen. Dan kan hij ietsgluiperigs krijgen, vinden sommigen.

Mediatraininkje

Bij het grote publiek doen zijn professorale uitstraling en gebrekkigetv-presentatie het ook niet echt lekker. Donner behoort inmiddels tot deminst populaire kabinetsleden. Hij kan er niet mee zitten, adviezen om eenseen keer een mediatraininkje mee te pakken, legt hij naast zich neer.Donner is niet van het populisme ter verovering van de volksgunst. Hij iseen koele jurist en geen aaibare politicus. Ooit nog eens een goedeminister-president?

Daarvoor, denken de sceptici, mist hij, net als Balkenende, het bindendvermogen. Hij zou er intelligent genoeg voor zijn, dat wel. Zelfs zijntegenstanders moeten toegeven dat hij over alles heeft nagedacht en overalles een gefundeerde mening heeft.

Tijdens de begrotingsbehandeling van Justitie voor 2003 verwees hijnaar een schilderij van Ambrogio Lorenzetti, in het Palazzo Pubblico inSiena, een allegorie over de effecten van goed en van slecht bestuur. Deeffecten van goed bestuur, zei hij, zijn een stad waar de poorten openstaannaar het omliggende land, waar burgers in veiligheid leven, nijverheid enhandel floreren, zieken worden genezen en kinderen onderwezen. Slechtbestuur leidt tot geweld, verval, moord en gesloten poorten naar eenuitgemergeld land.

Bij een goed bestuur, vervolgde Donner, staat justitie niet centraal.Zij sluit de rij der deugden, die wordt geopend door vrede, gevolgd doorkracht, wijsheid, grootsheid en matigheid. Justitie, wetten, recht enrechtspraak zijn een belangrijke voorwaarde voor goed bestuur, maar daarmeeniet identiek. Zelfs bij GroenLinks waren ze onder de indruk van datexposé.

Aukje Holtrop vroeg hem, tijdens een marathon-interview voor de VPROop de laatste dag van 2004, waarom hij zo moeilijk zijn ongelijk kontoegeven. Daar was geen sprake van, zei Donner. Integendeel, hij was daarinnu juist de soepelheid zelve. Maar waarom dóet u het dan zelden, ongelijkbekennen, vroeg Holtrop dapper door. Dat, zei Donner, is het probleem vanmijn gelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.