De wereldmacht van Italiaanse stijl

Salvatore Ferragamo is het summum van Italiaanse elegantie. Bij het peperdure merk is in de verste verte geen sprake van zorgen om de toekomst. Zeker niet sinds het China heeft ontdekt - en omgekeerd.

BEDRIJF: SALVATORE FERRAGAMO - Waar: Florence, Italië

Sinds: 1927

Aantal werknemers: 3.000

Jaaromzet: 780 miljoen euro

Indruk maken op bezoekers is niet al te moeilijk voor Ferruccio Ferragamo, de grijzende president-commissaris van de Italiaanse luxeketen Salvatore Ferragamo. Allereerst is er de locatie - het hoofdkantoor in Florence is gevestigd in een van de mooiste Renaissancepaleizen van de stad, het Palazzo Spini Feroni.

Waar de Arno onder de Ponte Santa Trinita stroomt, staat op de oever een machtig hoge burcht met kantelen en majestueus uitzicht over de stad en de rivier. Wat in de vijftiende eeuw het eigendom van de machtige Florentijnse bankiersfamilie Spini was, viel in 1938 in handen van een ooit straatarme schoenmaker van Napolitaanse afkomst, Salvatore Ferragamo.

Diens inmiddels 67-jarige zoon ontvangt in de Sala Musica, een acht meter hoog vertrek met aan de muur zestien Chinese etsen van gelijke, aanzienlijke omvang. Het blijkt een cadeau dat de Chinese keizer in de zeventiende eeuw aan de Franse koning Louis XIV gaf. Dat het nu in de muziekzaal hangt, is te danken aan de verzamellust van een vrouwelijke Ferragamo-telg. Met een geschat vermogen van een miljard kan de familie zich wat permitteren.

Tenslotte is er Ferruccio Ferragamo zelf, die alle hoffelijkheid uitstraalt die een voorname Italiaan is toevertrouwd. Een rijzige gestalte, met helder blauwe ogen, grijs haar en een tikkeltje verweerd gezicht. Een man ook met een buitengewoon arbeidsethos: al 48 jaar werkt hij voor het familiebedrijf, twaalf uur per dag. 'Ik kom om acht uur 's ochtends en ga weg om acht uur 's avonds.'

Als elfjarig jongetje werd Ferruccio - vierde uit een gezin met zes kinderen - al door zijn vader Salvatore aan het maken van damesschoenen gezet - hij vond de maandenlange schoolvakanties van zijn zoon maar niets. Zelf was Salvatore reeds op zijn negende, in 1907, aan zijn eerste paar schoenen begonnen.

Hollywood

Zeven jaar later emigreerde Salvatore, het elfde kind uit een arm Napolitaans gezin met veertien kinderen, naar de Verenigde Staten. Daar ontpopte hij zich als ondernemer en kunstenaar. Via wat omzwervingen kwam hij terecht in Hollywood. Op stomme films uit die tijd zijn al actrices met Salvatores kunstzinnige schoenen te zien. Later volgden alle grote namen uit vooral de eerste helft van de vorige eeuw: Greta Garbo, Ava Gardner, Sophia Loren, Marilyn Monroe - ze vertrouwden allemaal hun voeten aan de Italiaanse emigrant toe.

Die kon fantastisch ontwerpen en vol passie over vrouwenvoeten spreken: 'Ze praten tegen me wanneer ik ze in mijn handen neem, ik voel hun kracht, hun zwakheden. Een goede voet is heerlijk om aan te raken.' Aan hem is in het Palazzo Spini Feroni een museum gewijd. In een vitrine staan de handgemaakte houten mallen met de namen van de sterren erop - de voeten van Ingrid Bergman vallen op door hun lengte en platheid.

Een drang tot internationale expansie is altijd kenmerkend geweest voor het bedrijf - niet verwonderlijk met een emigrant als oprichter. Opmerkelijk is het vermogen om heel vroeg de grootste groeimarkten ter wereld te onderkennen: de VS in de jaren twintig, Japan eind jaren vijftig en China al begin jaren negentig.

Dat laatste land is voor Salvatore Ferragamo tegenwoordig het paradijs. Chinezen kopen zich suf aan de peperdure schoenen, handtassen, luchtjes en andere accessoires die het bedrijf maakt. Allemaal 'made in Italy', want 'made in China' zou de Chinese kopers paradoxaal genoeg afschrikken.

De lof voor het onderkennen van de Chinese markt geeft Ferruccio aan zijn broer Leonardo. 'Ik herinner me dat hij me in 1993 meenam naar Sjanghai, waar we een mooie zaak in een fraai winkelcentrum openden. Maar buiten zag ik alleen maar een zee van fietsen en mensen die zich grauw kleedden. Leonardo, ik zie helemaal geen klanten, riep ik tegen hem', zo vertelt Ferruccio met de nodige zelfspot.

Inmiddels zijn Chinezen de belangrijkste klanten. China telt 58 winkels, 'waarbij we recent vooral hebben uitgebreid in wat zij kleine steden noemen, maar die nog altijd groter zijn dan Milaan'.

Bovendien is er het groeiende leger van Chinese toeristen, die in steden als New York, Rome, Parijs en Londen de weg naar de winkels weten te vinden. Over de eerste negen maanden van 2011 droeg dat in belangrijke mate bij aan het resultaat: 78 miljoen winst op 701 miljoen euro omzet.

Waar een belangrijk deel van de Italiaanse maakindustrie steen en been klaagt over de concurrentie die China hen aandoet, is deze Italiaanse ondernemer dan ook alleen maar vol lof over de Chinezen. Dat zij in het nabij gelegen Prato met naar schatting 40 duizend man in de lokale textielindustrie zijn beland en een flink aantal Italianen brodeloos hebben gemaakt, leidt bij hem slechts tot bewondering: 'Chinezen zijn nu eenmaal heel slimme zakenlieden.'

Competitie

Het bewijs ervoor vormt hun handige gebruik van het merk 'made in Italy', ook al laten ze hun textiel uit China komen en door Chinese handen bewerken. 'Het is legaal en ze slapen 's nachts niet. We zitten in een mondiale competitie.'

Die ontspannen houding tegenover de mondialisering geldt vooral zijn eigen bedrijf - over Italië en Europa maakt hij zich meer zorgen. Zuiniger leven, harder werken en meer innoveren zijn de recepten die dokter Ferragamo aan de patiënt voorschrijft: 'Wanneer je griep hebt, word je daar sterker van. Italië en Europa hebben nu een griep met complicaties.'

In de competitie met China is meer arbeidsuren maken onvermijdelijk, meent hij: 'Toen ik begon was een 48-urige werkweek normaal. We hebben ons de luxe kunnen permitteren dat tot 37 uur terug te brengen. Maar in Azië werken ze 60 uur. De spelregels zijn aan het veranderen, ze zijn niet meer hetzelfde als twintig jaar geleden. Als we nu met zijn allen één uur per dag langer doorwerken, van acht naar negen uur, dan zou dat al flink schelen. En dat hoeft toch niet het einde van de wereld te zijn?'

Familie voor het langetermijndenken

Makers van luxegoederen als Gucci, Armani en Salvatore Ferragamo groeien ondanks de crisis flink, omdat het aantal rijken wereldwijd blijft toenemen. Er is wel een tendens onder Italiaanse topmerken om onderdak te zoeken bij grote moederbedrijven om hun verdere expansie te financieren.

Zo zit Gucci bij het Franse PPR en modehuis Fendi bij het eveneens Franse LVMH. Salvatore Ferragamo verkiest daarentegen voor voortzetting van zijn 83-jarige zelfstandigheid, al bracht de familie afgelopen zomer wel een kwart van de aandelen naar de beurs in Milaan. De Chinese partner van de Italianen, vastgoedmiljardair Peter Woo, kreeg een belang in de holding van 6 procent en een zetel in de raad van commissarissen. Ook is de topman sinds 2006 een niet-familielid.

Veel verder ziet Ferruccio Ferragamo de bemoeienis van de buitenwereld met zijn bedrijf niet gaan. 'Een overname door een groter bedrijf lijkt me uitgesloten. Het zou me in elk geval helemaal niet bevallen. We zijn sterk genoeg om op eigen benen te staan. Wat we nu hebben, is ideaal: een bestuur voor de dagelijkse gang van zaken en de familie voor de langetermijnvisie.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden