De wereld volgens Fellini

In zijn hoofd kon alles. En nog veel meer. In werkelijkheid bleek bíjna alles te kunnen. Filmmuseum Eye wijdt deze zomer een tentoonstelling aan het werk van dromer, kunstenaar, reclameman, en vóór alles filmmaker Federico Fellini.

Tentoonstelling

Van de posters en flyers tot het suikerzakje bij de koffie, overal in EYE staat Anita Ekberg tot aan haar heupen in de Trevifontein. Een witblonde, wulpse godin. Ekberg staat precies zoals ze altijd heeft gestaan; althans, sinds Federico Fellini haar in La dolce vita (1960) met Marcello Mastroianni in die beroemde fontein plantte, en daarmee een beeld schiep dat inmiddels net zo iconisch is als Mona Lisa's glimlach en de moonwalk van Michael Jackson.

Geen wonder dat precies dit beeld is uitgekozen als embleem van de grootscheepse tentoonstelling die EYE aan het leven en werk van Fellini (1920-1993) wijdt. En dat La Ekberg - 81 jaar oud, in een rolstoel sinds ze beide heupen brak - afgelopen zaterdag de tentoonstelling officieel mocht openen. Maar eigenlijk is dat iconische beeld niet helemaal van Fellini zelf, zo blijkt in Eye. De sensatiefotograaf Pierluigi publiceerde twee jaar vóór La dolce vita een fotoserie in dagblad Il tempo, waarin Ekberg (in witte, opgetrokken jurk en het haar in een knotje) eveneens in de Trevifontein staat te pootjebaden. Een gebeurtenis die Fellini met La dolce vita dus als het ware inlijfde in zijn eigen universum, zodat hij het meest sprekende symbool kon worden voor alles wat zijn films zo sensueel, surrealistisch en vrouw-aanbiddend maakt.

En zo ging het steeds weer. Als Fellini - The Exhibition één ding duidelijk maakt, dan is het dat Fellini het materiaal voor zijn films telkens ontdekte in de onversneden werkelijkheid. Terwijl je van alle kunstenaars kunt zeggen dat ze hun inspiratie uit de realiteit putten, is dat bij een droombeeldenbouwer als Fellini geen open deur, maar een revelatie: wat een hoogstpersoonlijk oeuvre van freaks, circusparades en fantasmagorieën lijkt, verschijnt bij EYE consequent als een virtuoze variatie op het leven zelf.

Zo groots als dat klinkt, zo ingetogen is de expositie in Eye opgezet. De tentoonstelling, een flink gewijzigde voortzetting van de Fellini-expositie die Sam Stourdzé vier jaar geleden samenstelde voor het Parijse museum Jeu de Paume, is een toonbeeld van beheersing. Geen kakelbonte 3D-reconstructies van geuren en kleuren , maar een dwaaltocht langs grijs geschilderde wanden vol fascinerend archiefmateriaal. Een chronologische volgorde zit er niet in het parcours van setopnamen, stills, tekeningen, brieven, kranten, tijdschriften en filmfragmenten; hoogstens gestuurd door enkele hoofdstuk- en thema-aanduidingen, kun je alle kanten op slenteren, in wat EYE en Stourdzé graag als een 'visueel laboratorium' omschrijven.

De versmelting van Fellini en werkelijkheid blijft dan het belangrijkste houvast. Soms wordt die invalshoek heel speels aangeduid, door bijvoorbeeld de zeven minuten durende eetscène uit Roma (1972) te plaatsen naast een charmante foto van Fellini die een bord spaghetti verorbert op de set van La dolce vita. Of lees je dat Fellini, na de opnames van een film, enkele uren vrijmaakte voor een soort open podium; iedereen die meende als acteur iets voor hem te kunnen betekenen, was welkom. Op die manier kon Fellini een uitvoerige catalogus aanleggen van 'vreemde tronies', die hij onderverdeelde in categorieën als 'exotische mannen', 'chique en rouwende vrouwen' en 'gezichten van kleine flikkers'.

'Niet de wereld volgens Fellini, maar de wereld zoals hij zich bij Fellini meldde,' schrijven Stourdzé en EYE er scherpzinnig bij. Daarmee verwoorden ze het motto van de hele expositie. Kijk maar naar de muur vol brieven en zelfportretten van fans die graag met de maestro zouden willen samenwerken - hier een knalrood geviltstift hart met de hoofden van de fan en Fellini erin geplakt, daar de ontroerende bekentenissen van een man die per se in Satyricon (1969) had willen spelen, maar dat pas begreep toen hij de film zag. Of zie het bizarre katholieke bioscoopjournaal van 1 mei 1956: een Jezusbeeld, met kabels bungelend aan een helikopter, precies zoals dat vier jaar later in de controversiële openingsscène van La dolce vita te zien zou zijn.

Nou ja, precies - natuurlijk doet Fellini helemaal zijn eigen ding met het bizarre tafereel. Zo laat hij Christus' schaduw langs de façades van betonflats opstijgen, en de helikopter over een zwembad vol zonnebadende meisjes vliegen - 'Daar is Jezus!' roepen ze verbijsterd. Door de openingsscène uit La dolce vita op een hemelsbreed scherm te presenteren en het bioscoopjournaal ernaast, onderstreept EYE dat het twee kanten opwerkt: je ziet hoe Felliniaans de ongefilterde werkelijkheid kan zijn, maar ook des te beter hoe 'FeFe' die ruwe realiteit tot briljante, eigenzinnige kunststukken smeedde.

Fellini - The Exhibition is geen expositie die van de daken schreeuwt hoe geweldig Fellini was. En die des te meer effect sorteert wanneer je de tijd neemt om alle dwarsverbanden op je in te laten werken. Het van nissen en doorkijkjes vergeven zaalontwerp van Claus Wiersma steekt wat dat betreft precies goed in elkaar: drukke opstellingen maken net op tijd plaats voor grotere ruimtes waar je even op adem kunt komen. Net zo verstandig is de keuze om de bezoeker niet met plotbeschrijvingen te bombarderen: niemand die zo goed wist om van scènes op zichzelf staande composities te maken die verder geen uitleg en misschien niet eens een verhaal nodig hebben, als Fellini.

Ook geen gedoe met decorstukken, zoals bij de Stanley Kubricktentoonstelling van zomer 2012; toen waren de seksmannequins uit A Clockwork Orange (1971) één van de grote publiekstrekkers. Als ooit al de verleiding bestond om de barokpsychedelische kostuums uit Giulietta degli spiriti (1965) over te vliegen, een vitrine in te richten met de bril die Marcello Mastroianni draagt in 8¿ (1963), of het reusachtige Mussolini-bloemenhoofd uit Amarcord (1973) op schaal na te bouwen, dan is daar in Fellini - the Exhibition niets meer van te merken. Een facsimile van Fellini's dromenboek is dan nog het meest opvallende rekwisiet in deze puntgave expositie, die de beelden wonderwel voor zich laat spreken.

Credit:Fellini?

Met zijn uiterst energieke films vol rariteitenkabinetten, koortsdromen, zwoele dames en clowns geldt Federico Fellini (1920-1993) als een van de grootmeesters van de Italiaanse cinema. Al met zijn debuut Luci del varietà (1950) en het vroege meesterwerk La strada (1954) betuigde hij zijn liefde voor de revue en het circus; van film naar film ontwikkelde hij zijn eigen methode om het destijds in Italië gangbare realisme te overstijgen. Hij wilde niet alleen de alledaagse werkelijkheid vangen, 'maar ook de spirituele werkelijkheid, de metafysische werkelijkheid - alles wat de mens in zich draagt.' Kleeft een film als La dolce vita (1960) nog gretig aan het oppervlakkig-chique leven van de Romeinse jetset, in surrealistische drama's als Giulietta di spiriti (1965) en het autobiografische Amarcord (1972) lopen fantasie en werkelijkheid volledig in elkaar over. In films als 8 ¿ (1963) koos Fellini zichzelf uit als hoofdpersonage, met acteur Marcello Mastroianni als alter ego. Het matig gewaardeerde La voce della luna (1990), waarin Roberto Benigni de maan probeert te vangen, zou Fellini's laatste speelfilm zijn. Hij stierf op 31 oktober 1993 in Rome.

24 keer Fellini

Fellini - the Exhibition wordt vergezeld door 'Alles is Fellini', een programma met allerlei Fellini-evenementen, speciale filmvertoningen en een compleet retrospectief van Fellini's 24 speelfilms. Drie maanden lang draait er elke dag ten minste één film van Fellini in EYE; daarvan komt 70 procent uit de eigen collectie van het museum, en zijn 5 films (Il bidone, La dolce vita, Giulietta degli spiriti en I clowns) in nieuwe kopieën te zien. Voor meer informatie zie eyefilm.nl (Foto Kippa)

NIET GEREALISEERDE FILMS

De verbeeldingskracht van een meester als Fellini kun je ook aflezen aan de films die hij nooit wist te realiseren. Vijf projecten waarbij Fellini's fantasie het tegen beperkte budgetten of andere praktische problemen moest afleggen.

Il Viaggio di G. Mastorna

Telkens wanneer hij gevraagd werd naar zijn volgende film, noemde Fellini dit project, over cellist Mastorno die het hiernamaals ontdekt. Op de eerste scènes na zou hij Mastorno nooit van de grond krijgen - niet als film, althans. Met tekenaar Milo Manara publiceerde hij in 1992 een Mastorno-strip in tijdschrift Ciak.

Viaggio a Tulun

Fellini was een groot bewonderaar van de mystieke Peruviaans-Amerikaanse schrijver Carlos Castaneda en wilde graag diens The Teachings of Don Juan (1968) verfilmen. Dat het daar nooit van kwam, lag er volgens Fellini aan dat Castaneda door een occulte sekte werd bedreigd.

Don Quichote

Collega-regisseur Jacques Tati zou de titelrol spelen in deze bewerking van Cervantes' romanklassieker. Fellini vond net genoeg geld om de film in 16mm te kunnen draaien, maar dat was aanvankelijk voor Tati geen probleem: 'Ik hoop voor hem dat alle Cinerama's, Cinepanorama's en Cinetadeo's in de wereld hem niet ervan weerhouden dat hij ons laat zien wat hij met zijn Don Quichote te zeggen heeft.' Toen Tati toch afhaakte, viel het doek voor Fellini's Don Quichote.

Mandrake the Magician

Fellini had een zwak voor Lee Falks goochelaar-stripheld Mandrake. Alle pogingen die hij tot een Mandrake-film ondernam, liepen echter op niets uit. Wél duikt Mandrake op in Intervista (1987) en verscheen er in de Vogue van december 1972 een Mandrake-beeldroman, gemaakt door Fellini en fotografen Franco Pinna en Tazio Secchiaroli. Marcello Mastroianni kroop steeds in de huid van de rood-gemantelde magiër.

Viaggio con Anita

Nog zo'n gekoesterd project van Fellini dat nooit het daglicht zag. Het script van deze romantische roadmovie lag klaar, hoofdrolspelers Sophia Loren en Gregory Peck hadden al getekend, maar door het gesteggel van voormalige productiepartners Dino de Laurentiis en Carlo Ponti kwam het er niet van. Veel scènes vonden onderdak in La dolce vita, 8¿ en Amarcord, terwijl Mario Monicelli het scenario in 1979 onsuccesvol verfilmde met Goldie Hawn en Giancarlo Giannini in de hoofdrollen.

Extra: Fellini in de Reclame

Naast films maakte Fellini ook reclamefilmpjes, zo blijkt op Fellini - The Exhibtion. Eerst om uiting te geven aan zijn dedain voor het medium televisie. Later gewoon om geld te verdienen.

Voor de film Ginger e Fred ( 1986 ), draaide Fellini een uur aan nep-commercials voor allerlei niet bestaande producten. De meeste filmpjes werden in de uiteindelijke bioscoopversie niet gebruikt, maar drie zijn er wel te zien in EYE. Grappige, maar opzettelijk nietszeggende reclames zijn het, onder meer voor kruidenbouillon en een drankje dat op een begrafenis zelfs de dode aan het zuipen zet en de rouwlinten boven zijn kist doet dansen.

De filmpjes onderstrepen met hun leegheid dat Fellini de tv als een onzalig medium beschouwde, 'niet in staat om de beelden van een authentiek cineast weer te geven.' Des te opmerkelijker dat hij aan het einde van zijn carrière zelf enkele bijzondere tv-reclames voor bestaande producten zou maken, eveneens te zien in EYE. Mooi, charmant en grappig is het Campari-spotje uit 1984, waarin een verveelde vrouw en een opdringerige man tijdens een treinreis per afstandsbediening van het ene landschap naar het andere zappen - tot het Campo di Miracoliplein van Pisa verschijnt, met een gigantische fles Campari op de voorgrond. Iedereen blij.

In hetzelfde jaar maakte Fellini ook een nogal matig spotje voor pastamerk Barilla, om in 1991 zijn allerlaatste films af te leveren met drie reclames voor de Banca di Roma. 'Slechte nachten', werd deze trilogie door Fellini genoemd, waarin het mannelijke hoofdpersonage achtereenvolgens droomt dat hij vast komt te zitten in een tunnel, overreden wordt door een trein en als schooljongetje tevergeefs de aandacht vraagt van zijn (vreemdsoortig Nederlands sprekende) lerares. Nachtrust krijgt hij pas wanneer hij, op aanraden van zijn psycho-analyticus, zijn spaargeld bij de Banca di Roma deponeert.

Fellini, die al jaren geen kans meer had gekregen om films te maken, leefde zich helemaal uit in deze prachtig vormgegeven, hoogstpersoonlijke commercials.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden