Opinie

'De wereld van voor de crisis komt niet terug'

Puur economische groei is niet het antwoord op de crisis: het sleutelwoord is duurzaamheid. Dat betogen Arie Slob en Joël Voordewind.

Joop den UylBeeld ANP

Gaat u maar rustig slapen' (Colijn 1936); 'Peace in Our Time' (Chamberlain, 1938): sommige leiders hebben zich onsterfelijk gemaakt met bezweringsformules die door de geschiedenis ruw werden gelogenstraft. Als een ander uiterste klinkt nu de onheilsprofetie die premier Den Uyl in december 1973 tot het Nederlandse volk richtte: 'Voor het eerst sinds de oorlog zal een jonge generatie te maken krijgen met distributie en schaarste. (...) Zo bezien keert de wereld van voor de oliecrisis niet terug.'

Terugblikkend, bijna veertig jaar later, lijkt het erop dat de soep aanmerkelijk koeler is gegeten dan ze door Den Uyl werd opgediend. 'We zullen ons blijvend moeten instellen op een levensgedrag met een zuiniger gebruik van grondstoffen en energie', zei Den Uyl - waarna de Nederlandse autovloot onbekommerd is verveelvoudigd.

Nederland heeft na de eerste (1973) en vooral na de tweede oliecrisis (1979) economische teruggang gekend, met name in de jaren '80. Maar deze werd gevolgd door groei en vooruitgang, vooral in de jaren '90 en van 2005 tot 2008. In dat laatste jaar belandden we in de bankencrisis, die vanaf 2010 vergezeld gaat door de schuldencrisis waarmee niet alleen Europese landen kampen, maar ook de Verenigde Staten en Japan. Een blik op het conjunctuurverloop door de decennia heen leert dat we deze crises te boven kunnen komen als de economische groei maar weer op gang komt, tot tenminste 2 procent en liefst nog wat hoger. Groei is nodig, om werkloosheid te bestrijden en de overheidsfinanciën weer op de rails te krijgen. Maar wat nu als de groei op natuurlijke grenzen stuit?

De groei na de crisis van begin jaren '80 kwam voor rekening van een aantal factoren. De forse toeloop van vrouwen tot de arbeidsmarkt bijvoorbeeld, en de waardestijging van het onroerend goed. Maar uit die beide bronnen kunnen we nu niet meer putten: de beroepsbevolking gaat krimpen, de kosten van de zorg voor de naoorlogse geboortegolf gaan scherp oplopen, de prijzen van huizen en kantoren zijn op een glijbaan geraakt.

En intussen beginnen we toch echt de eindigheid te ervaren van brandstof- en grondstofvoorraden, waarvoor Den Uyl zijn tijdgenoten waarschuwde. Eventjes een economische groeispurt inzetten om er als vanouds bovenop te komen, dat zit er dus niet in. De kans is reëel dat Den Uyls woorden veertig jaar na dato alsnog bewaarheid worden: 'De wereld van voor de crisis keert niet terug.' Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog kunnen we er niet zonder meer vanuit gaan dat onze kinderen nog meer te verteren hebben dan wijzelf. Meer groei en meer consumptie, het ouderwetse recept tegen recessie, kan op korte termijn misschien nog wat soelaas bieden - maar op de lange termijn zal het een riskante drug blijken te zijn. Alleen de omslag naar een duurzame economie kan volgende generaties een gesaneerde, gezonde samenleving bieden, afgekickt van haar jarenlange olieverslaving.

Wat 'duurzaam' betekent, zouden alle juffen en meesters in deze week van Duurzame Dinsdag hun klassen moeten kunnen uitleggen. Namelijk dat je de vruchten plukt, maar de boom beschermt: niet meer verbruiken dan wat de aarde te bieden heeft. Ons huidige consumptieniveau kan niet koste wat kost verdedigd worden. De druk die het legt op de schepping, op ruimte en milieu, is niet te rechtvaardigen tegenover de rest van de wereld en tegenover volgende generaties. We moeten dus onze verantwoordelijkheid hervinden en hernemen rond energiegebruik, mobiliteit, afval, kortom rond het beslag dat we op de milieugebruiksruimte leggen. Dat vergt individuele keuzes die de overheid kan aanmoedigen en stimuleren. Door vergroening van het belastingstelsel. Door de kringloopeconomie te bevorderen. En door zich niet langer blind te staren op de groei van het bruto binnenlands product, maar veeleer op (sociale) kwaliteit en evenwichtige inkomens- en welvaartsverhoudingen.

We hebben maar één aarde. De verdeling en toedeling van haar vruchten is geen nationaal maar een internationaal vraagstuk. Den Uyl en zijn tijdgenoten werden ruw met hun neus op dat feit gedrukt, toen de Arabieren hun oliekraan tijdelijk dichtdraaiden voor landen die Israël steunden. 'Nu moet blijken wat de Europese gemeenschap waard is', zei de premier - een onderbelicht citaat uit die beroemde winterspeech. Maar hij durfde ook een appèl te richten tot de Nederlandse burger: 'Houd u aan die 100 kilometer maximum op de weg. Wees zuinig met elektriciteit. Zet de verwarming wat lager, en eerder af.' Echo's uit een andere tijd; vandaag voert de grootste regeringspartij campagne met haar uitnodiging om vooral wat harder te gaan rijden. 'Gaat u rustig scheuren' (Rutte 2012), en z'n voormalige gedoogmaat wil Europa ontbinden en iedere vorm van ontwikkelingshulp afschaffen.

Verwachten we de wereld van vóór de crisis terug, gaan we rustig slapen en consumeren we nog een paar jaar door tot de bodem in zicht is? Eén ding is zeker: 'De aarde biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet ieders hebzucht' (Gandhi, een stem van voor alle olie- en grondstoffencrises).

Arie Slob is fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer. Joël Voordewind is Tweede Kamerlid van de ChristenUnie.

 
Meer groei en consumptie is op langere termijn een riskante drug
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden