De wereld van ouder en kind

Als kinderen vroeger een probleem hadden, konden ze daar in de meeste gevallen niet mee naar hun ouders. Ze wachtten tot het overging, of bespraken de kwestie - als die zich daartoe leende - met een leeftijdsgenoot....

In dat gemeenschappelijke gebied zaten dingen als het eten, het kerkbezoek, en nog zo wat. Maar een groot gedeelte van het kinderbestaan speelde zich volstrekt buiten het gezichtsveld van de ouders af. Dat wilden ouders zo, en dus deden kinderen dat. Hele gedeeltes van het gezamenlijk bewoonde huis waren voor sommige kinderen een no-go area. Zo mochten kinderen bij ons thuis tot op hoge leeftijd nooit in de voorkamer komen, omdat ze daar volgens mijn moeder onmiddellijk als beesten te keer zouden gaan.

Maar tegenwoordig is de vertrouwelijkheid tussen ouders en kinderen enorm toegenomen. Dat is bijvoorbeeld al te merken aan het te verwaarlozen aantal kinderen dat zijn ouders nog met U aanspreekt. Dat gebeurt waarschijnlijk alleen nog in streng christelijke milieus, waar vader en moeder nog worden geërd.

Kinderen bemoeien zich steeds meer met hun ouders, en ouders doen dat omgekeerd ook met hun kinderen. Dat kinderen nooit alleen zijn, daar is al heel wat over afgeschreven. Hoe ze vroeger eindeloos buiten konden spelen, en hoe de kinderen nu per auto van het ene clubje naar het andere vervoerd worden en altijd onder ouderlijk toezicht staan, wat hun zelfontplooiing ernstig in de weg zou zitten.

Maar ook geldt dat ouders nooit meer zonder hun kinderen zijn. Zo ken ik mensen die onlangs een extra verdieping bij hun huis kochten, waarbij vooral de aparte opgang ze erg aantrok. Dáár kunnen de kinderen tenminste niet komen, sprak vader ingenomen.

De psychische last die kinderen hun ouders op de schouders leggen, is misschien nog wel zwaarder dan alleen maar hun constante fysieke aanwezigheid. Alles wordt tegenwoordig besproken en gedeeld met vader en moeder. Dat is ontzettend frustrerend voor de ouders.

Stel dat je een, zoals dat heet, moeilijk kind hebt, dat voortdurend aan zichzelf twijfelt, zich steeds achtergesteld voelt en zich van alles in het hoofd haalt. Zo'n kind dat niet zo aardig gevonden wordt als ze wel zou willen, dat allemaal twijfels heeft en overal problemen ziet. Vroeger zweeg zo'n kind daarover of praatte met een klasgenoot. Nu moeten vader en moeder daar tijd voor vrij maken. Urenlang krijgen ze de puberale en prepuberale twijfels van hun kroost over zich uitgestort.

Het kind gaat tenslotte opgelucht slapen, maar die ouders liggen de hele nacht te woelen, wel wetend dat het hier om problemen gaat waar geen oplossingen voor zijn, anders dan de tijd. Ze maken zich zorgen, maar heel diep in hun hart denken ze ook: kind, val mij er niet mee lastig, ga toch eens gewoon lekker slapen. Misschien moeten ouders zo langzamerhand tot de slotsom komen dat ze hun kinderen niet met alles kunnen helpen, en dat het maar goed is dat er ook nog leeftijdsgenoten, vriendjes en vriendinnetjes zijn.

Liesbeth Wytzes

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden