Essay 100 jaar na WO1

De wereld van nu lijkt huiveringwekkend veel op die rond ’14-’18

Honderd jaar geleden brak, na vier jaar oorlog, de vluchtige en gebrekkige vrede van het interbellum aan. De wereld heeft er lering uit getrokken. Maar de lessen van 1918 lijken in de vergetelheid te raken.

Canadese soldaten keren terug van Vimy Ridge. Beeld Canadian War Museum George Metcalf Archival Collection

De Eerste Wereldoorlog, die honderd jaar geleden eindigde, is ver weg maar toch ook dichtbij. Misschien wel dichter bij dan de Tweede Wereldoorlog, waarnaar zo vaak als vermaning wordt verwezen. Er volgde een vrede op met veel gebreken: Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, de veronderstelde agressors, werden door Frankrijk en Groot-Brittannië op de pijnbank gelegd. En de Verenigde Staten wilden zich niet langer bemoeien met het continent dat de vrede maar niet wist te bewaren. Pas na een nieuwe wereldoorlog, de tweede in nog geen dertig jaar tijd, werden de lessen van 1918 alsnog ter harte genomen: de vijanden van vroeger moesten een gemeenschap vormen zodat ze nooit meer tegen elkaar ten strijde zouden trekken.

Honderd jaar na de Eerste Wereldoorlog wankelt die orde – waarvan onder andere de Verenigde Naties, het Internationale Gerechtshof en de Europese Unie de uitdrukking zijn. De Verenigde Staten verliezen hun belangstelling voor de rest van de wereld. Nationalisme en rechts-radicalisme zijn terug van bijna weggeweest. En de bipolaire wereld met twee machtsblokken heeft plaatsgemaakt voor een multipolaire wereld met veel wedijverende landen. Die constellatie wekt bange associaties met die van het Europa van voor 1914. ‘De wereld is weer net zo dynamisch als toen en dus even instabiel’, zegt Joris Voorhoeve, oud-minister van Defensie en voormalig hoogleraar internationale organisaties aan de Universiteit Leiden. ‘De Eerste ­Wereldoorlog lijkt uit het collectief ­geheugen te verdwijnen.’

Deze zaterdag, honderd jaar na de wapenstilstand die de wereld geen rust bracht, spreekt Voorhoeve in het Haagse Vredespaleis op een conferentie, 100 jaar vrede organiseren, over de erfenissen van de Eerste Wereldoorlog. Die zijn niet uitsluitend negatief. Zo wijst hoogleraar internationaal recht en volkenrecht Nico Schrijver erop dat de conferentie van Versailles niet alleen een wraakneming was op de veronderstelde aanstichters van de oorlog, maar ook een poging tot structureel vredesoverleg. Die poging is weliswaar goeddeels mislukt, maar met de lessen van Versailles heeft de wereldgemeenschap later haar voordeel gedaan. En Beatrice de Graaf, hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen, staat in haar bijdrage stil bij het vermogen van ­Europa om zich na elke catastrofe te herpakken. Voorafgaand aan de conferentie sprak de Volkskrant met hen.

Een fabrieksarbeider maakt granaten voor het slagveld. Beeld Tom Marshall (PhotograFix) / med

Wereld op drift

Wat Beatrice de Graaf altijd opvalt als het in Nederland over november 1918 gaat, is ons onvermogen om ons ‘te verplaatsen in de angsten en de vermeende dreigingen van toen’. Van die tijd weet een enkeling dat in Rusland de tsarenfamilie was vermoord, dat vluchtelingen de Nederlandse grenzen over trokken, dat er een aardappeloproer uitbrak in Amsterdam, dat opstandige militairen zich roerden in de Harskamp, dat de Spaanse griep veel slachtoffers maakte en dat de revolutie van Troelstra mislukte.

‘Daarover wordt geschreven in de wetenschap dat de rust op een zeker moment terugkeerde. In Nederland althans. Maar toen was dat helemaal niet zo zeker. In de zomer van 1918 ontving de commissaris der koningin in Overijssel heel zenuwachtige brieven van burgemeesters die wisten te melden dat allerlei revolutionairen de grens over kwamen. In de herfst waren Lenin en Trotski hier zelfs gesignaleerd. Als je nagaat hoe zenuwachtig wij nu, met veel betere nieuwsvoorzieningen, al worden van een wit bestelbusje dat misschien op weg is naar Nederland met een bom, dan zou je je beter in de angsten van de mensen in 1918 moeten kunnen verplaatsen.’

Temeer omdat Nederland destijds een oase van rust was in een wereld op drift. ‘In Duitsland is het niet meer veilig geworden op straat’, zegt De Graaf. ‘Links en rechts bewapenden zich. In grote delen van Europa bleef de oorlog doorsudderen of ontvlamde hij opnieuw. Turkije en Griekenland waren tot 1923 met elkaar in oorlog. Duizenden mensen kwamen daarbij om. Als Europa in november 1918 al illusies koesterde over de duurzaamheid van de vrede, werd het daar snel van beroofd.’

Duitse krijgsgevangenen, gevangengenomen tijdens een offensief in juli 1916, nabij Villers-Bretonneux. Beeld Frédéric Duriez / BDIC / media

Van de regeringsleiders die vanaf januari 1919 in Versailles een nieuwe wereldorde ontwierpen, koesterde eigenlijk alleen de Amerikaanse president Woodrow Wilson nog de hoop dat op de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog een betere wereld kon worden opgebouwd. Hij verwachtte veel heil van de hooggestemde principes, zoals het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, die hij in zijn Veertien Punten had vastgelegd. En hij hoopte dat eventuele tekortkomingen in de vredesregeling zouden kunnen worden gecorrigeerd door de ­Volkenbond.

‘Versailles was een ambivalent gedrocht’, zegt Beatrice de Graaf. ‘Een curieuze kruising van de hooggestemde, enigszins wereldvreemde idealen van Wilson en de wraakzucht van Engeland en, met name, Frankrijk. Die dachten: Wilson mag zijn mooie principes krijgen, als wij Duitsland maar mogen aanpakken.’

Van die zogenoemde Wilsonian principles is in de praktijk dan ook weinig terechtgekomen, zegt Nico Schrijver. Vooral omdat de Volkenbond, in vergelijking met de Verenigde Naties, een tandeloze organisatie was. Het Amerikaanse Congres blokkeerde de toetreding van de Verenigde Staten, en andere belangrijke landen – zoals de Sovjet-Unie, Duitsland, Italië en Japan – maakten er geen of slechts kortstondig deel van uit.

De Volkenbond kon geen collectieve veiligheid afdwingen doordat elke lidstaat een veto kon uitspreken over sancties tegen landen die zich aan agressie bezondigden. ‘Er wordt nu veel gemopperd over het vetorecht van de permanente leden van de Veiligheidsraad’, zegt Schrijver, ‘maar die situatie is te verkiezen boven het verlammende unanimiteitsprincipe van de Volkenbond. Als je de Russen en de Amerikanen erbij wilt houden, moet je hun de mogelijkheid bieden om de stekker eruit te trekken.’

Gewonde soldaten worden behandeld in een loopgraaf. Beeld Royston Leonard / mediadrumworld

Oorlogsverbod

Dat laat onverlet, zegt Schrijver, dat de Volkenbond de eerste ‘wereldpolitieke organisatie’ was. ‘En dat is niet de enige verdienste van ‘Versailles’. Het verdrag legde ook de rechten van minderheden vast, bevatte een sociale paragraaf, baande de weg naar de vestiging van de internationale arbeidsorganisatie ILO, en heeft een bijdrage willen leveren aan de verspreiding van democratische beginselen. Maar bovenal was Versailles de eerste aanzet tot het oorlogsverbod, dat in 1928 verder werd uitgewerkt in het ­Briand-Kelloggpact.’ In dit verdrag, ondertekend door 23 landen – inclusief de grote mogendheden van dat moment – werd de onrechtmatigheid van aanvalsoorlogen vastgelegd. ‘In zijn idealisme, compactheid en juridisch vakmanschap is het een juweeltje’, zegt Schrijver. ‘Vergelijkbaar met het Handvest van de Verenigde Naties. Het heeft gediend als rechtsgrond voor de bestraffing van oorlogsmisdadigers na de Tweede Wereldoorlog en het is nog steeds van kracht.’

Versailles en het Briand-Kellogpact hebben de wereld niet voor een nieuwe oorlog kunnen behoeden, maar hebben wel degelijk bijgedragen aan het besef dat oorlog geen aanvaardbare voortzetting was van de buitenlandse politiek. ‘Daarvan waren zelfs agressors zich bewust’, zegt Schrijver. ‘Getuige de eufemismen waarmee zij probeerden hun expansie te rechtvaardigden. Zo kenschetsten de Italianen hun verovering van Abessinië, het huidige Ethiopië, als een expeditie. Japan ­reduceerde zijn overname van Mantsoerije, in 1931, tot ‘incident’. En nazi-Duitsland verkocht de annexatie van Oostenrijk als Anschluss. Zelfs oorlogszuchtige landen vermeden het woord oorlog zo veel mogelijk.’

Met deze semantiek kan het falen van Versailles echter niet worden verhuld, zegt Joris Voorhoeve. ‘Als ik heel welwillend ben, zou ik het Volkenbondverdrag kunnen zien als aanzet tot het handvest van de VN. Maar als waarborg van de collectieve veiligheid schoot het natuurlijk ernstig tekort.’ En het verontrustende is, dat de geopolitieke constellatie van dit moment lijkt op die welke de Eerste Wereldoorlog en Versailles baarde.

‘Vóór de Eerste Wereldoorlog was de gedachte dat de Europese mogendheden elkaar in evenwicht hielden. Ze waren nog wel in een machtscompetitie verwikkeld, maar die was verplaatst van Europa naar de gekoloniseerde wereld. Zoals is gebleken, heeft dit systeem – om het vriendelijk uit te drukken – niet voor duurzame vrede gezorgd. Uiteindelijk kwamen de rivalen elkaar toch weer op het eigen continent tegen.’

Beeld Royston Leonard / mediadrumworld

Nieuwe rivalen

Nu leven we in een ander multipolair systeem met hetzelfde gemis aan stabiliteit, meent Voorhoeve. ‘Door de buitengewoon slechte leiding vanuit het Witte Huis verzwakt het Noord-Atlantisch systeem waarvan de Verenigde Staten de garant waren. Dat systeem heeft een langdurige vrede mogelijk gemaakt met een relatief kleine kans op een oorlog tussen de grote mogendheden, en een iets grotere kans op conflicten in de periferie. Landen in de Amerikaanse invloedssfeer voerden onderling geen oorlog. Conflicten, bijvoorbeeld tussen Turkije en Griekenland, werden altijd bezworen door de Verenigde Staten.’

De huidige bewoner van het Witte Huis ambieert die rol niet meer. Sterker: hij steunt de middelpuntvliedende krachten in Europa en wekt twijfel aan zijn bereidheid het Noord-Atlantisch systeem desnoods met militaire middelen overeind te houden. ‘In het Noord-Atlantisch systeem waren de Amerikaanse machtsorde en de Amerikaanse liberaal-politieke orde verenigd. Recht zonder macht bestaat slechts op papier, zoals de Volkenbond heeft laten zien. En macht zonder recht is rechteloosheid.’

Met hun terugtrekkende bewegingen scheppen de VS ruimte voor oude en nieuwe rivalen. ‘China is bezig die ruimte stap voor stap en in betrekkelijke stilte te bezetten, om te beginnen economisch. De politieke en militaire expansie zullen volgen. China is momenteel de enige mogendheid met een langetermijnplan dat stelselmatig wordt uitgevoerd. Rusland, de oude rivaal, is vooral bezig andere landen met kwaadaardig beleid te verzwakken. Met lijfsbehoud als enig motief. Want Poetin weet ook dat de toekomst voor Rusland er niet zo best uitziet. Het heeft een kleine economie, niet veel groter dan die van België en Nederland samen en voor driekwart afhankelijk van olie en gas. Een bron van inkomsten die met de energietransitie alleen maar zal krimpen. Rusland is een economische dwerg met kernwapens. Daar valt veel gevaar van te duchten.’

Een Duitse krijgsgevangene in 1916 te midden van Britse soldaten. Beeld Royston Leonard / mediadrumworld

Neokolonialisme

En Europa? Europa koestert de illusie dat het de migratiecrisis heeft bezworen ­terwijl die feitelijk nog moet komen. ‘Deze eeuw komen er in Afrika, een slecht bestuurd continent met povere vooruitzichten, 2,5 miljard mensen bij. Velen van hen zullen hun heil in Europa zoeken. Maar niets duidt erop dat Europa zich daarop instelt. Anders dan bij China wordt de blik van Europa begrensd door de korte termijn. Door de winstcijfers van het komende kwartaal of – in de politiek – door de komende verkiezingen. Dit wordt Europa nog eens noodlottig. Want het moet nu ingrijpen om te voorkomen dat het straks door migranten uit Afrika wordt overspoeld. Hoe? Door te investeren in de ontzilting van zeewater voor de landbouw in Noord-Afrika, in de opwekking van zonne-energie en – niet in de laatste plaats – in goed bestuur. Van het verwijt dat Europa zich daarmee aan neokolonialisme zou bezondigen, moet het zich maar eens niets aantrekken.’

Voorlopig kunnen alleen de Verenigde Staten, samen met Europa, voor een enigszins stabiele wereldorde zorgen, denkt Voorhoeve. ‘En gelukkig beschikken de VS, anders dan bijvoorbeeld Rusland, over het vermogen zichzelf met min of meer vrije verkiezingen te corrigeren. Ik houd dus enige hoop op herstel van het Noord-Atlantisch systeem. Het probleem met Amerika is echter dat het wel een rechtsstaat is, maar slechts gedeeltelijk een democratie. De invloed van de superrijken op het democratisch proces is er enorm. Als de ongelijkheid en het populistisch nationalisme in het land blijven groeien, zal het geen aanspraak meer kunnen maken op moreel leiderschap. Tot schade van de hele ­wereldgemeenschap.’

Duitse soldaten op de uitkijk in een loopgraaf. Beeld Royston Leonard / mediadrumimage

De conferentie ‘100 jaar vrede organiseren’ vindt op zaterdag 10 november plaats in het Haagse Vredespaleis. Informatie: www.eerstewereldoorlog.nu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.