De wereld maakt nieuwe voornemens

In 2015 moeten de Millenniumdoelen bereikt zijn en moet een eind zijn gekomen aan extreme armoede in de wereld. De eerste schetsen voor een nieuwe, bredere agenda voor ontwikkelingshulp liggen al op tafel.

De armoede in de wereld is gehalveerd. Meer meisjes gaan naar school en veel meer mensen hebben schoon drinkwater. Tot zover de successen. Maar: nog steeds moeten 2 miljard burgers rondkomen van minder dan 2 dollar per dag. Deze mensen leven nu niet meer alleen in de allerarmste landen maar vooral in landen die ongekende groeispurts hebben doorgemaakt zoals India, China, Bangladesh en Brazilië.


De wereld, kortom, is ingrijpend veranderd sinds de internationale gemeenschap zich in 2000 verbond aan de acht zogeheten Millenniumdoelen (MDG's) om de armoede in ontwikkelingslanden in 2015 te hebben teruggedrongen. Hiervoor zouden de rijke landen 0,7 procent van hun bruto nationaal product beschikbaar stellen. Een afspraak waaraan - zoals bekend - slechts weinig landen zich werkelijk hielden, waaronder Nederland. Nu de deadline voor de doelen in zicht komt, dringt de vraag zich op hoe succesvol de ontwikkelingsagenda is geweest en vooral: hoe het na 2015 moet met internationale afspraken over de besteding van miljarden dollars aan donorgeld.


Waar de Millenniumdoelen - bedacht in de jaren negentig van de vorige eeuw - hoofdzakelijk gericht waren op armoedebestrijding, gaat het anno 2013 meer om verdeling van welvaart. De meeste mensen onder de armoedegrens wonen nu immers in de nieuwe middeninkomenlanden, waar vooral de bovenklasse profiteerde van de economische groei.


'Die sociale ongelijkheid is geen zaak voor de internationale donorgemeenschap maar de verantwoordelijkheid van de nationale overheid in die landen', zegt Rob Vos, lid van een denktank van de Verenigde Naties die een discussiestuk heeft opgesteld voor armoedebestrijding ná 2015.


Eendimensionaal

In het rapport Realizing the future we want for all schetst de VN-denktank de contouren voor een meer geïntegreerde kijk op ontwikkelingshulp, waarin ook de klimaatagenda moet worden opgenomen. 'Er is heel veel bereikt met ontwikkelingshulp, maar er zijn nog een hoop losse eindjes', zegt Vos vanuit het hoofdkantoor in New York. 'We gaan sommige doelen bereiken, maar daarmee is onze ideale wereld lang niet in zicht. Dat komt doordat de agenda te eendimensionaal geconcentreerd was op armoedebestrijding.'


Volgens Vos was er onvoldoende aandacht voor zaken die sociale en economische ontwikkeling in de weg staan, zoals sociale ongelijkheid, gebrek aan toegang tot markten en politieke instabiliteit. Dat besef was er 25 jaar geleden eenvoudigweg niet.


Bovendien ziet de wereld zich inmiddels geconfronteerd met nieuwe uitdagingen zoals het klimaat en veiligheid. Ontwikkelingshulp kan niet worden losgezongen van de aanpak van deze mondiale vraagstukken, zo is de heersende opinie. Volgens de VN-denktank moet de zogeheten 'post 2015-agenda' daarom worden verbreed. Er moeten ook thema's op komen zoals voedselzekerheid, klimaat, vrede, veiligheid en werkgelegenheid.


Kernwaarden daarbij moeten zijn gelijkheid, duurzaamheid en mensenrechten. Vos: 'We moeten ons afvragen of je in de toekomst economische groei kunt realiseren zonder dat de inkomensongelijkheid toeneemt, de sociale cohesie afneemt en het milieu wordt bedreigd.'


Spanningen

Als gevolg van de globalisering zijn veel problemen inmiddels universeel, legt Vos uit. 'Sociale ongelijkheid zie je niet alleen tussen rijk en arm in ontwikkelingslanden, maar ook tussen vrouwen en mannen, etnische groepen of generatie. Ook in Tunesië of in Griekenland en Spanje zit nu de helft van de jeugd werkeloos thuis. Ook daar is de welvaart niet voor iedereen. Dat leidt vroeg of laat tot spanningen.'


Ook voedselvoorziening is niet alleen een probleem voor arme landen maar evenzeer voor het Westen, vervolgt Vos. 'Al onze systemen hangen tegenwoordig met elkaar samen. Als boeren in ontwikkelingslanden bossen omkappen, de bodem uitputten en daarmee het broeikaseffect vergroten, is dat ook een probleem voor het Westen.'


Ook in Nederland staat het traditionele ontwikkelingsbeleid ter discussie. Eind vorig jaar pleitte de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) al voor verbreding van het beleid en een afscheid van traditionele donorprogramma's. ' De wereld is ingrijpend veranderd sinds de Millenniumdoelen zijn opgesteld, zegt Rolph van der Hoeven, hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit en lid van de AIV. 'Achteraf kun je concluderen dat de MDG's te veel waren gericht op sociale doelen. Er is verzuimd te investeren in infrastructuur, in versterking van burgerorganisaties en in de opbouw van publieke diensten. De balans is doorgeslagen naar de verkeerde kant.'


Katalysator

Internationale hulp moet een katalysator zijn, vindt Van der Hoeven. De les geleerd uit decennia van goedbedoelde geefprogramma's is bekend; 'geef een arme geen eten, maar een hengel om mee te vissen'. 'Je moet dus zorgen dat boeren zichzelf organiseren, dat ze toegang tot de wereldmarkt krijgen en een eerlijke prijs krijgen voor hun spullen. Het is niet altijd een kwestie van geld, maar van samenwerking.'


Daarnaast moet de wereld onder ogen zien dat het geen zin heeft hulp te geven aan ontwikkelingslanden, als de rijke landen tegelijkertijd doorgaan met het beschermen van hun eigen markten. De landbouwsubsidies en handelsbelemmeringen moeten ook op de schop, maar wanneer die 'publieke schanden' ter sprake komen zie je direct oude reflexen de kop opsteken, zegt Van der Hoeven. 'Dit proces vereist diplomatie enerzijds en versterking van de burgermaatschappij in ontwikkelingslanden anderzijds. Burgers moeten hun rechten opeisen.'


Met al deze kanttekeningen zij overigens niet gezegd dat ontwikkelingshulp geen zin heeft gehad, benadrukt Van der Hoeven. Zonder decennia van hulp waren de nieuwe opkomende economieën nooit zo ver gekomen. Uit een recent rapport, dat hij met onder meer Herman Wijffels schreef, blijkt dat landen als Indonesië, Bangladesh en Vietnam, die voorheen aan het donorinfuus lagen, in 2010 voor 1,5 miljard euro aan Nederlandse goederen en diensten importeerden. 'Dat is ruim eenderde van het huidige budget voor ontwikkelingssamenwerking. Op termijn loont internationale samenwerking dus', aldus Van der Hoeven.


De uitdaging is om die boodschap uit te dragen aan een steeds sceptischer bevolking die bovendien kampt met de ballast van zware bezuinigingen als gevolg van de crisis.


Reflexen

Gemakkelijk zal dit niet worden, denkt Van der Hoeven. 'Toch moeten we blijven uitleggen dat internationale samenwerking nodig is. Dat het veiligstellen van voedselzekerheid, milieu en veiligheid in ontwikkelingslanden ons allemaal aangaat. Daarmee kun je ook populistische reflexen smoren. Wanneer je kunt uitleggen dat wat er aan de ene kant van de wereld gebeurt, ook een andere kant van de medaille heeft, die bij ons tot uiting komt in bijvoorbeeld dure grondstoffen of migratiestromen. Denk dan ook aan de kosten voor defensie om in te spelen op politieke instabiliteit elders in de wereld.'


Verbreding van de agenda voor ontwikkelingshulp kent bovendien een financiële noodzaak, zo wijzen de veranderde geldstromen uit. De 133 miljard euro die de rijke landen jaarlijks aan officiële ontwikkelingshulp besteden, valt inmiddels in het niet bij de honderden miljarden die landen ontvangen aan private investeringen en geldzendingen van migranten aan hun land van herkomst.


'Het mag duidelijk zijn dat we de problemen in de wereld niet kunnen oplossen met die 133 miljard alleen', zegt Vos van de VN. 'We moeten alle geldstromen benutten en met elkaar samenwerken om onze wereld te verbeteren en te verduurzamen. Sociale en economische ontwikkeling gaat ook om handelsbetrekkingen, het creëren van werkgelegenheid, duurzame oplossingen en toegang tot technologie.'


Voor het bedrijfsleven is hier een belangrijke maatschappelijke rol weggelegd. Niet alleen voor het creëren van werkgelegenheid, maar ook voor het bedenken van slimme oplossingen om productiviteit te verhogen zonder het milieu verder te belasten, zegt Van der Hoeven. 'Zo'n drama als onlangs in een kledingfabriek in Bangladesh schudt de wereld even wakker op het gebied van arbeidsomstandigheden, maar er zijn meer gevaren om voor te waken. Investeringen van bedrijven lonen niet wanneer die bedrijven hun miljardenwinsten even hard weer wegsluizen, het milieu uitputten of de arme landen beroven van hun grondstoffen.'


Eenzijdig

De belangrijkste zwakte van de eenzijdige sociale benadering van de Millenniumdoelen was dat wat buiten die doelen viel niet werd beschouwd als 'officiële' ontwikkelingshulp. Dit stond subsidiëring en samenwerking met de private sector in de weg. Dat de nieuwe minister, Liliane Ploumen, de portefeuille Ontwikkelingssamenwerking én Buitenlandse Handel onder haar hoede heeft, stemt Rolph van der Hoeven dan ook hoopvol. 'Maar van mij had het nog wel een stapje verder gekund. Ook de ministeries van Landbouw en Financiën zijn relevant voor ontwikkelingshulp als het gaat om wereldwijde verduurzaming van voedselketens of bijvoorbeeld de toegang tot financiële producten in arme landen.'


Minister Liliane Ploumen bevestigt dat financiële schotten goede hulpprogramma's nu vooral tot last zijn. 'Er is sprake van een nieuwe ball game', zegt ze voor ze het kerstreces ingaat. 'De private sector staat te popelen om te investeren in ontwikkelingslanden en kan daaraan een zeer zinnige bijdrage leveren. Denk aan onze expertise op het gebied van waterbeheersing of voeding. De tijd dat ontwikkelingssamenwerking zich terugtrok in haar eigen wereldje moeten we echt achter ons laten.'


Het is volgens Ploumen dan ook hoog tijd de criteria voor officiële internationale ontwikkelingshulp te verruimen. 'De financiële beperkingen zijn volkomen disfunctioneel. Nu we toch nadenken over de post-2015-agenda moeten we de ruimte benutten om het budget voor officiële internationale ontwikkelingshulp ook te herdefiniëren. Het gaat om het einddoel: armoede en ongelijkheid uitbannen, nog in onze generatie.'


Heldere herkenbare doelstellingen, zoals de vorige Millenniumdoelen, zijn hiervoor nog steeds nodig. Daarover is iedereen het eens. De uitdaging, zegt Vos, is ze zo te formuleren dat iedereen zich er wereldwijd in herkent en iedereen zich aangesproken voelt. Een proces van jaren wordt dat, waarbij landen zeker zullen gaan dwarsliggen, waarschuwt Van der Hoeven. 'Zo zullen de Verenigde Staten zich blijven verzetten tegen harde klimaatafspraken. Weer ander landen zullen zich verzetten tegen het afschaffen van landbouwsubsidies. En opkomende landen zoals China houden niet van dat opgestoken vingertje dat Europa aan zijn koloniale verleden heeft overgehouden.'


'De duivel zit in de details', zegt Vos. 'Dat wordt duidelijk als we straks de echte agenda gaan opstellen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden