De wereld als toeristisch themapark

Het wezen van toerisme: 'Er geweest zijn, is belangrijker dan ervan genoten hebben.' De Engelse fotograaf Martin Parr werkte zeven jaar aan een fotoboek over de werkelijkheid van het toerisme, de branche waarin de klant niet wegloopt, ook al wordt hij telkens teleurgesteld....

MARTIN PARR produceert een gemeen lachje. 'Alle tijdschriften, alle reisbijlages van kranten blijven toerisme en reizen presenteren als iets uitermate heerlijks, als iets zeer goeds. Ja, uw krant ook. Ze zullen wel moeten, want de enige reden dat ze gemaakt worden is de verkoop van advertenties voor allerlei heerlijke vakantiebestemmingen. Ik hoop dat u dat wel even opschrijft.'

Parr (44) is Engelsman en lid van het beroemde foto-agentschap Magnum. Hij houdt erg van op vakantie gaan, 'net als iedereen'. En net als iedereen viel het hem steeds weer op dat bij aankomst de realiteit anders was dan in de vakantiefolder was voorgespiegeld. Over dat gat, tussen de mythe en de werkelijkheid van het toerisme, besloot Parr een fotoboek te maken. Hij werkte eraan tussen 1987 en 1994 en het resultaat was het even wonderlijke als mooie Small World.

Het is niet zomaar een mythe die Parr te lijf ging. Naar schatting gaan elk jaar 750 miljoen mensen op vakantie, en gezamenlijk gooien zij daarvoor ruim drieduizend miljard gulden over de balk. Daarmee is toerisme, na de olie-industrie, de tweede industrie ter wereld. En voor het jaar 2000 zal het 's werelds grootste industrie zijn, want de groei zit er nog stevig in.

Dat zou je merkwaardig kunnen noemen. Want in welke industrie kan de klant telkens zo worden teleurgesteld, zonder dat hij wegloopt? Parr zocht naar een antwoord, als toerist onder de toeristen.

Parr: 'Het enige dat ik heb gedaan is het toerisme laten zien zoals we allemaal weten dat het bestaat. Maar de foto's zien er anders en vreemd uit, omdat we zo gewend zijn aan het zien van de beelden die de reispropaganda op ons loslaat. De basis van mijn foto's is dat ik altijd de ikoon laat zien en de grappige dingen die mensen doen als ze ervoor staan. En dat laatste zie je gewoonlijk niet in de tijdschriften.'

De iconen in Parr's boek zijn het Pantheon, Florence, het San Marcoplein, Bethlehem, de Keukenhof, de pyramides. 'Als je in Egypte bent, voel je je verplicht om naar de pyramides te gaan. En als je in Nederland bent moet je naar de Keukenhof. Waarom? Omdat je weet dat het bestaat. Er naar toegaan maakt deel uit van de menselijke behoefte om vast te stellen wie je bent in de wereld. Het is een ritueel, waar bijhoort dat je je voor de icoon laat vastleggen, als bewijs dat je er geweest bent.'

Parr noemt het toerisme de moderne variant van de oude pelgrimages. 'Ook daar begon je niet puur voor de lol aan.' Evenmin als aan een reis naar de Keukenhof. 'Maar we kunnen ons niet aan het idee onttrekken dat als je daarheen gaat, dat je dan de enige bezoeker zult zijn. Want als je de Keukenhof ziet afgebeeld, ís er niemand. Alles is perfect, het is een prachtig cliché.

'Pas als je er komt, realiseer je je dat duizenden anderen hetzelfde willen en ook nog op hetzelfde moment. En daarom sta je in de rij, is het er een rommeltje, wordt het een belasting. Dat is de ironie van de vakantie. Het is een bezigheid die als ontspanning is bedoeld, maar die heel vaak zeer stressvol uitpakt.'

Maar waarom dóen mensen dat dan? 'Vakantie is het najagen van een droom. Niet voor niks zit vaak het grootste deel van de lol in het je verheugen op de vakantie, op de droom die gaat komen, hoe het er zal zijn. Daar klopt meestal weinig van, dus dat is minder leuk. Maar we zien het paradijs op televisie en daar willen we deel van uitmaken, daar willen we een stukje van pakken, voor onszelf.

MAAR eigenlijk weten we het ook wel. We weten wel dat dromen en paradijzen niet bestaan, ook de dromen en de paradijzen in de reisgidsen en op televisie niet. Maar we geven ons eraan over. Omdat het een belangrijk ritueel is en wij mensen hebben rituelen nodig. We gaan niet meer om religieuze redenen op pelgrimage, maar om te ontdekken of te bevestigen wie we zijn.'

Met een grijns: 'Daarom gaan we in een rondvaartboot door de grachten van Amsterdam varen. En daarom leggen we dat ook vast op een foto. Er geweest zijn, is belangrijker dan ervan genoten hebben. De foto en het souvenir bewijzen dat je er geweest bent en daar gaat het om.

'Het souvenir is erg belangrijk als deel van het ritueel dat vakantie heet. Mensen kopen belachelijke souvenirs, die dingen zijn meestal van nature uitermate lelijk en kitscherig. Ze worden later ook altijd weggegooid. Maar omdat het een rituele vorm van gedrag is, blijven mensen ze toch kopen. Mensen móeten ze kopen. Ik sluit mezelf niet uit hoor, ik doe dat ook, ik maak deel uit van dat proces.

'Ik zeg niet dat ik anti-reizen of anti-toerisme ben. Ik zeg alleen maar: kijk, dít is zoals het is. Ik probeer de manier waarop deze dingen gewoonlijk getoond worden weer een beetje in balans te krijgen, want het evenwicht slaat nu wel erg door in de richting van pure propaganda.'

Zo fotografeerde Parr een paar weken geleden in EuroDisneyland, bij Parijs. 'Het was een drukke dag, dat moet ik erbij zeggen. Ik heb nog nooit zoiets gezien. Alleen om iets simpels als een blikje cola te kopen, moest je een half uur in de rij staan. Mensen waren hongerig, dorstig. Ze werden helemaal gek, stonden wanhopig in die rijen te wachten. Bij alle attracties hetzelfde, enorme rijen. En je zit opgesloten hè, in dat park. Je kunt er niet uit! Langzamerhand veranderde het voor mijn ogen in één grote nachtmerrie. Ik overdrijf niet, het was een gruwelijke ervaring.

'Dat laten ze ons natuurlijk niet zien op foto's van EuroDisney. Want dan zou er absoluut niemand meer naar toe gaan. Dat is dus een voorbeeld van iets dat wordt gepresenteerd als iets plezierigs, maar dat in werkelijkheid een nachtmerrie blijkt te zijn.' Zo extreem is het natuurlijk niet altijd, haast Parr zich hieraan toe te voegen. 'Mensen beleven ook wel eens plezier op vakantie.'

Dat valt uit Parr's foto's maar zelden op te maken. De meeste toeristen lijken zich verloren te voelen in een vreemde wereld. Lachende mensen komen op de foto's nauwelijks voor, het vakantieritueel is kennelijk een bloedserieuze bezigheid.

De wereld wordt volkomen surrealistisch in de foto's die Parr maakte in Japanse themaparken. Door de imitatie-ikonen af te drukken naast de echte, laat hij mythe en werkelijkheid opeens door elkaar heenlopen. 'We weten niet meer waar we zijn. Hier, deze man, met zijn shirt waar Bali op staat, bij de Sagrada Familia. Het is in Barcelona, maar het zou natuurlijk ook een themapark in Japan kunnen zijn, waar ze de Sagrada Familia hebben nagebouwd en Bali-shirts verkopen. Wie zal het zeggen?'

Parr wijst op een foto van een vader en zijn zoontje, in wat zo te zien een typisch Engels dorpje is, er komt zelfs een dubbeldekker aanrijden. 'Dat is in Japan, in een Brits themapark. Het regent er zelfs, is dat niet wonderbaarlijk? Alle clichés zijn er aanwezig. Clichés zijn belangrijk. Ze bevestigen wat we weten over de wereld. Je kunt ze verzamelen in een park, maar in het echt worden ze natuurlijk ook aangeboden.

'Als toeristen naar Amsterdam komen, willen ze tulpen en molens en grachten zien. Want ze geloven dat dat Nederland is. Ze zouden zeer teleurgesteld zijn als ze de werkelijkheid kregen voorgeschoteld. Dus zorgen de Nederlanders en alle andere volken die geld verdienen aan toeristen ervoor dat toeristen de clichés te zien krijgen.

'De stap naar het verzamelen van die clichés in een park is dan niet zo'n grote meer. Je hoeft er niet de halve wereld voor af te reizen, de mensen in het park spreken je taal en je hoeft niet bang te zijn dat je wordt beroofd.'

EEN Japans jongetje in een Duits themapark eet een Bratwurst. Op de volgende foto zien we een hand met een Bratwurst bij het (echte) slot Neuschwanstein in Beieren. Dat staat trouwens ook in Japan, zo blijkt uit de foto ernaast.

Het is Parr's verhaal: de wereld krimpt ineen tot een toeristisch themapark. 'Ik zeg niet dat dat slecht is. Ik zeg alleen dat het gebeurt en dat heb ik in foto's proberen uit te leggen.'

Small World zit vol prachtige ironie. De grappigste foto is de laatste: man op paard in Turkije, videocamera in de aanslag. Erom lachen is lachen om jezelf.

Parr: 'Natuurlijk. Ik sta straks ook weer in de rij voor een kaartje voor de lift op Kleine Scheidegg. Volkomen belachelijk, maar ik doe het en heb er geen problemen mee. Dat kunnen wij nog hè, wij Engelsen. Wij zijn tegenwoordig niet in veel dingen goed meer zoals je weet, maar we kunnen nog wel heel goed hartelijk om onszelf lachen. Dat is de enige manier om het in dit land uit te houden en het komt ons ook goed van pas als we op vakantie gaan.'

Martin Parr geeft morgen om 14.00 uur een lezing in het Soeterijn te Amsterdam, in het kader van 'Beeld voor beeld', een antropologisch festival voor film en fotografie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden