De welvaart zal hoe dan ook van technologie moeten komen

Amsterdam -Gepatenteerde schimmels die stro omzetten in biobrandstof. En middelen die schimmels juist bestrijden. Planten die groeien zonder zonlicht. En zonnecellen en die juist zoveel mogelijk zonlicht opvangen. Springpaarden waarmee de rijken over oxers springen. En zeepieren die rode bloedlichaampjes leveren voor zieken. 35 maandagen lang werden in de Volkskrant veelbelovende nieuwe Nederlandse exportproducten beschreven.


De serie was het gevolg van een discussie tussen twee redacteuren over de vraag of de Nederlandse economie over dertig jaar nog op iets anders draait dan het elkaar adviseren, oplappen en coachen. Verkopen we nog wat in de wereld? Staat er nog weleens made in Holland op een product? Kortom, waar verdienen onze kinderen in 2040 hun geld mee?


De zoektocht naar het antwoord op die vragen begon met het Nederlandse beurssysteem, dat nu door vele opkomende economieën wordt gekocht. Vorige week verscheen de laatste aflevering in de krant waarin ISIS werd geportretteerd, een bedrijfje uit Delft met directeuren van nog geen 30. Ze maken satellieten ter grootte van een uit de kluiten gewassen melkpak. De omzet groeit jaarlijks met 60 procent. Tussen die twee afleveringen in zijn beeldschermen, biologisch piepschuim, een opklapbare zeecontainer en zeer gevoelige sensoren de revue gepasseerd. En nog veel meer.


Maar hoe liggen de kansen van die bedrijfjes? En wat zeggen die 35 voorbeelden over de toekomst van de Nederlandse economie?


Er zitten zeker veelbelovende voorbeelden tussen, stelt Joeri van den Steenhoven van stichting Nederland Kennisland. Hij heeft net als twee andere innovatiedeskundigen de hele serie nog eens nagelezen en zijn persoonlijke favoriet is waterzuiveraar Voltea. Het bedrijf dat met een nieuwe techniek met elektrische lading en membranen efficiënt vervuiling uit water kan filteren. 'We zullen in de toekomst veel met schaarste krijgen, schaarste van metalen, van energie, van menskracht maar ook een gebrek van schoon water. Voltea heeft bovendien een techniek die heel veel verschillende toepassingen kent, van het ontkalken van water voor airco's tot het drinkbaar maken van zeewater. Daar is een grote markt voor.'


Carla Koen, hoogleraar technologie management en ondernemerschap in Tilburg, verwacht het meest van de beeldschermen van Liquavista, die zowel bij veel als weinig licht goed leesbaar zijn. Zeer geschikt voor e-readers zoals de iPad. 'Ze hebben al serieuze investeerders, private equity, en die doen dat alleen als ze een heel goed verdienmodel zien. Als het Liquavista lukt om door te breken hebben ze een enorme markt. Kijk naar de mega-aantallen die er nu van de iPad worden verkocht.'


Maar in dat voorbeeld ziet Koen direct het negatieve bericht dat er volgens haar in de 2040-serie schuilt. 'Liquavista komt voort uit Philips. Net als Anteryon, een ander veelbelovend bedrijf in de serie, dat op grote schaal minuscule lensjes produceert voor mobiele telefoons. Maar het Natlab van Philips waar al het fundamentele onderzoek voor deze bedrijven is gedaan (ook de beursgenoteerde chipfabrikant ASML is zo ontstaan) wordt steeds verder afgebroken. Op de kortere termijn loont het niet.'


Die ontwikkeling ziet Koen bij meer grote bedrijven. 'Dat is jammer, want het onderzoek dat daar is gedaan is voor veel van de 2040-bedrijven essentieel. Voltea komt bijvoorbeeld voort uit het onderzoekslab van Unilever.'


Bas ter Weel, onderzoeker bij het Centraal Planbureau, bevestigt dat innovatie doorgaans in grote onderzoeksinstituten plaats heeft. 'De 'garage van Bill Gates' is een romantisch beeld, de groene ondernemer Ruud Koornstra haalt het nog aan in de 2040-serie, hij gelooft heilig in drie technici in een schuurtje. Maar in de praktijk wordt de bulk van de werkgelegenheid toch gegenereerd door grote bedrijven die zelf nieuwe producten ontwikkelen.'


Toch is Ter Weel na het lezen van de serie niet zo bezorgd als Koen. Hij mag zich als werknemer van de onafhankelijke voorspellingsautoriteit CPB niet over individuele ondernemingen uitlaten, maar ziet 'veel kansrijke bedrijven'. 'Ze zullen een steentje bijdragen aan de toekomstige inkomsten van Nederland.'


Ter Weel schreef mee aan de CPB-publicatie NL2040, de toekomst van de Nederlandse economie in vier scenario's. Daarin wordt dezelfde vraag gesteld als de Volkskrant voor deze serie deed: waarmee verdient Nederland in 2040 zijn geld? 'In alle scenario's die wij gemaakt hebben, is technologie de drijvende kracht achter de welvaart van Nederland', stelt de onderzoeker. 'Dat is ook terug te zien bij de bedrijven uit de serie. Het gaat bijna allemaal om producten waar veel technologische kennis voor nodig is.'


Een echte 'doorbraaktechnologie', die zorgt voor een grote stap in de welvaart en ingrijpende veranderingen in de maatschappij, heeft Ter Weel niet in de 35 afleveringen kunnen ontdekken. 'De ict was de laatste doorbraak, eerder waren er de stoommachine of de elektriciteit. Of er weer zo'n doorbraak komt, is niet te voorspellen. Maar tot die tijd moet de economie het hebben van slimme ondernemers die de huidige technologieën gebruiken en verder ontwikkelen tot slimme nicheproducten.'


Niches zijn de toekomst, denkt ook Joeri van den Steenhoven. 'Bedrijven maken zeer gespecialiseerde producten maar doen dat wel voor de hele wereld. Dat zie je in de serie bij Xsens uit Enschede. Dat bedrijf maak zeer nauwkeurige bewegingssensoren, die in drie dimensies bewegingen waarnemen. Erg specialistisch, maar er is wereldwijd interesse voor.'


Koen vraagt zich bij het lezen over al die technologiebedrijven die hun eigen niche hebben wel steeds af: hoeveel banen levert dat op? Zij vreest veel te weinig. 'In de serie valt vaak de naam van China. Terecht, want bijna alle grote bedrijven hebben de afgelopen decennia een belangrijk deel van hun arbeid naar het Verre Oosten verplaatst. En ook de 35 bedrijven uit de serie laten vaak werk in China doen.'


Dat er met de werkgelegenheid in China ook een enorme afzetmarkt ontstaat, zoals Ter Weel en Van den Steenhoven tegenwerpen, vindt zij geen geruststelling. 'Ik vrees dat een aantal bedrijven goed geld zal verdienen op de Chinese markt, maar de arbeid wordt daar verricht. De welvaart komt hier dus maar bij een paar mensen terecht. Die bedrijven kunnen trouwens ook zo uit Nederland weg zijn - kijk naar de situatie bij Organon.'


Je moet als land inderdaad slimme mensen aan je zien te binden, stelt Bas ter Weel. In alle scenario's die hij met zijn collega's heeft, blijkt het grote belang van steden, voor de toekomstige economische ontwikkeling. 'Het hoogwaardige werk concentreert zich steeds meer in steden. Die moeten een verzamelplaats van talent worden. In de serie wordt dat mooi verwoord door Hermen Hulst van Guerrilla Games. Hij wil met zijn bedrijf in het centrum van Amsterdam zitten, omdat zijn werknemers dat een aansprekende omgeving vinden. In die zin is het geen verrassing dat Organon uit Oss verdwijnt. Er is daar geen inbedding in een economische omgeving zoals bijvoorbeeld in Amsterdam of in Eindhoven rondom Philips.'


Zolang Nederland een voorsprong in kennis en creativiteit behoudt, hebben we alleen maar te winnen bij de globalisering, vindt Van Weel. Maar dat gaat niet zonder inspanningen van de overheid. Kiezen voor bepaalde industrieën, zoals Liquavista-directeur Guy Demuynck in de serie suggereert, vindt hij geen goed idee. De overheid moet volgens hem niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten, maar ervoor zorgen dat de omstandigheden voor vernieuwende bedrijven goed zijn. 'Goede universiteiten, een flexibele huizen- en arbeidsmarkt, dat zijn dingen die een land aantrekkelijk houden voor slimme mensen.'


Ook Van den Steenhoven ziet niets in het kiezen voor bepaalde industrieën. 'Het innovatieplatform noemde chemie een belangrijk speerpunt, maar Akzo Nobel gaat zich nu bijvoorbeeld meer op de babyvoeding richten. Als je dan als overheid al je geld in zware chemische producten had gestoken, was dat een ongekende tegenvaller geweest.'


Dat de gerichte subsidies voor veelbelovende bedrijfstakken door het huidige kabinet ingrijpend worden teruggebracht, vindt Van den Steenhoven ook geen groot probleem. 'Investeren in onderwijs is veel belangrijker. De mensen die in 2040 de belangrijke posities gaan veroveren, zitten nu op de basisschool. Dat die een goede inspirerende opleiding krijgen is veel belangrijker. En dan gaat het er niet alleen om zoveel mogelijk universitair geschoolden te krijgen. Ook aan echte vaklui met een mbo-opleiding bestaat in de toekomst nog veel behoefte.'


Een mooi voorbeeld vindt de voorzitter van Nederland Kennisland de 3d-printer die in rap tempo de wereld verovert, overigens geen Nederlandse ontdekking. Daarmee kunnen bedrijven lokaal producten maken. Maquettes maar ook een lamp of een schroef bijvoorbeeld. Maar als die printer kapot gaat moet er wel een monteur aanwezig zijn om hem te maken. Onderwijsinstellingen moeten constant de ontwikkeling van de techniek volgen, en hun curriculum daarop aanpassen, vindt Van den Steenhoven.


Dat gebeurt nu nog te weinig, vindt Koen met Van den Steenhoven. 'De kennis die wordt onderwezen, is vaak erg achterhaald.' Gelukkig, zo stellen de drie deskundigen vast, zijn er wel steeds meer universiteiten actief bezig met het omzetten van kennis. Zij helpen bij het opzetten van eigen bedrijfjes, leveren juridische en praktische kennis. Dat doet veel goed. Ook in de serie is een deel direct afkomstig uit de zogenaamde 'incubators' van de universiteiten. 'Landen die vernieuwende ondernemers ruimte bieden, hebben een mooie toekomst', stelt Ter Weel.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden