De weidebeekjuffer is allesbehalve romantisch

Wat mensen aanzien voor een romantisch spektakel is in werkelijkheid een ware veldslag, weet bioloog Tim Termaat. En de schitterend gekleurde vleugels van de beekjuffers spelen daarin een belangrijke rol.

null Beeld Anne Geene
Beeld Anne Geene

'Het splendens in zijn wetenschappelijke naam zegt het al: hij heeft prachtige, felgekleurde vleugels die lijken te schitteren. Zijn Engelse naam is: banded demoiselle, in het Duits heet hij gebänderte Prachtlibelle. De weidebeekjuffer is, kortom, een van onze mooiste libellen. En hij vliegt ook nog eens op de mooiste plekjes; bij zonbeschenen beekjes met stroomversnellinkjes, met helder, zuurstofrijk water met een grote variëteit aan waterplanten. Je associeert ze met zo'n idyllisch beekje waar je op vakantie graag je tentje opzet. Als je daar staat, kan de paringsdans je moeilijk ontgaan, opeens vliegt er een sliert aan blauwe juffers voorbij, een vrouwtje voorop en een stoet mannetjes er achteraan. Ze voeren op dat moment onderling oorlog, waarbij verkrachtingen plaatsvinden, maar mensenogen zien een romantisch spektakel.

'Juffers zijn doorgaans kleiner en frêler dan 'echte' libellen, maar beekjuffers zijn relatief groot. Een kenmerk van juffers is dat hun vier vleugels gelijk van vorm zijn, in rust houden ze die samengeklapt boven het achterlijf. Beekjuffers vertonen net als 'echte' libellen, en anders dan de meeste juffers, territoriumgedrag. Ze hebben een ingewikkeld ritueel van baltsen, verdedigen en agressief gedrag. Hun felle vleugelkleur heeft daarbij een belangrijke functie. De mannetjes imponeren er andere mannetjes mee, en maken indruk op de vrouwtjes, die er iets saaier uitzien.

'Het complexe vlieggedrag van de weidebeekjuffer is nauwgezet geanalyseerd. Op het moment dat een mannetje op zijn uitzichtpost een vrouwtje voorbij ziet komen en erop afvliegt, gaat hij zijn vleugels van het ene op het andere moment heel anders bewegen. Hij draait zijn gekleurde vlekken naar het vrouwtje toe en blijft dan een tijdlang rond zo'n vrouwtje vliegen, totdat het vrouwtje helemaal dizzy wordt van al dat blauw. Vaak vliegt ze dan een eindje weg, en dan gaat het mannetje in de achtervolging. Daarbij vliegt hij weer op een andere manier. Dat mannetje is soms alleen, maar als de dichtheden hoog zijn, in de piek van de voortplantingstijd, ontstaat soms die sliert van juffers boven dat beekje.

De weidebeekjuffer

(Calopteryx splendens)

Kenmerken 45-48 mm. Forse juffers met brede vleugels, en een dicht netwerk van vleugeladers.

Mannetje blauw metallic glimmend lichaam, met grote zwarte vlek op de vleugels.

Vrouwtje groen metaalachtig lichaam, vleugels groen tot groenbruin getint.

Leefgebied Beken, rivieren, kanalen. Stromende zonbeschenen wateren met variatie in stroomsnelheid en veel waterplanten.

Verspreiding In bijna heel Europa, niet in Spanje en Portugal. In Nederland algemeen bij stromend water van redelijke kwaliteit. Zeldzaam in het westen van het land.

Vliegtijd Mei tot september, hoogste dichtheden van half juni tot eind juli.

Mannetjes afschrikken

'Andere mannetjes afschrikken doen ze door te fladderen en te flikkeren met hun vleugels, in feite maken ze zich groot. De theorie is dat die vleugelvlekken iets zeggen over de conditie van het mannetje. De concurrent moet er aan aflezen: ik kan me maar beter uit de voeten maken. Vaak vertrekt een van de twee mannetjes meteen, maar soms gaan ze het gevecht aan. Dan vliegen ze minutenlang om elkaar heen. Dat ziet er heel chaotisch uit, zo'n schijngevecht. Het is een uitputtingsslag, het mannetje dat het eerst door zijn energiereserves heen is verliest. Zo'n mannetje kan die dag in elk geval niet meer meedoen met de strijd om voortplanting.

'Het territorium bij libellen wordt elke dag opnieuw bepaald. Mannetjes zijn eerder geslachtsrijp dan vrouwtjes, en op dat moment zoeken ze een positie aan de waterkant, bij voorkeur al bij plekken die geschikt zijn voor vrouwtjes om eieren af te zetten. Dat is meestal in de buurt van stoomversnellingjes, waar het water iets zuurstofrijker is.

'Vrouwtjes hoeven Alleen maar langs te vliegen. Voor het vrouwtje is het de kunst om het mannetje aan de haak te slaan dat in haar ogen het meest geschikt is. Ze speelt hard to get, ze laat die mannetjes eerst flink knokken, zodat de sterksten achter haar aan blijven vliegen.

'Uiteindelijk paart het vrouwtje met meerdere mannetjes. Ze slaat het sperma op, zodat ze haar eitjes door meerdere mannetjes kan laten bevruchten, in het kader van de risicospreiding. Bij juffers is, zoals bij alle libellen, sprake van spermacompetitie. Mannetjes is er alles aan gelegen om tijdens de paring eerst het sperma van het vorige mannetje te verwijderen. Daar heeft hij allerlei borstelorgaantjes voor. Het vrouwtje heeft juist dode hoekjes, opslagtankjes voor dat sperma, zodat ze van alle mannetjes toch iets kan achterhouden.

Eitjes prikken

'Het vrouwtje prikt de bevruchte eitjes onder water op waterplanten. Die eitjes worden larven, ze vervellen en vervellen, en na één of twee winters klimmen ze, ergens in mei of juni, langs die waterplanten omhoog en vervellen voor de laatste keer. Dan komt er een echte libel tevoorschijn die zijn vleugels oppompt en kan vliegen. Er is geen popstadium, geen volledige gedaanteverwisseling, zoals bij vlinders.

'Als ze eenmaal libel zijn, hebben ze drie, vier weken de tijd om zich voort te planten. Het leuke aan beekjuffers is dat het voortplantingspektakel zo zichtbaar is. En het is tegenwoordig weer overal te zien, ze baltsen, vechten en paren voor je neus. Dat was in de jaren zeventig wel anders, toen had je echt een goede dag als je een weidebeekjuffer zag. Het water was door de vervuiling te voedselrijk en te zuurstofarm geworden, de larven konden er simpelweg niet meer ademen. De waterkwaliteit is sindsdien verbeterd, door regulering van meststoffen, door rioolwaterzuivering, en weidebeekjuffers hebben daar direct op gereageerd. De weidebeekjuffer zie je tegenwoordig zelfs weer in kanalen en langs rivieren.

'Ik betrap me er weleens op dat ik graag eens in 1850 zou rondlopen, nog voor het begin van de milieuvervuiling. Hoe kleurrijk en divers moet het leven toen zijn geweest langs de waterkant. Maar ik prijs me nu ook maar gelukkig dat de weidebeekjuffer in ieder geval weer vliegt. Het is een succesverhaal. De weidebeekjuffer is het schitterende bewijs dat het ook de goede kant op kan gaan.'

Tim Termaat (34) is bioloog en projectleider libellen bij De Vlinderstichting.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden