NieuwsDodencel NSB’er

De weggestucte tekst in de dodencel blijkt van een NSB’er die wachtte op zijn vonnis

De inscriptie ontheiligde de cel in het Oranjehotel in Scheveningen waarin zoveel verzetsstrijders op hun dood hadden gewacht, en daarom ging er een laag plamuur overheen. Delftse studenten keken door het stucwerk heen en zagen wat een NSB’er schreef.

Dodencel 601 in het Oranjehotel met rechts, schuin boven het voeteneinde van het bed, het betrokken stuk muur.Beeld Ulrike Grafberger

74 jaar lang was het een intrigerend plekje in dodencel 601 van het ‘Oranjehotel’, de gevangenis waar in de Tweede Wereldoorlog veel verzetsstrijders aan hun eind kwamen: een stukje muur waarover een stuclaag was aangebracht. Vier studenten van de TU Delft hebben nu ontdekt wat er achter de pleisterlaag schuilgaat: inscripties van een prominente NSB’er die er na de oorlog zijn vonnis afwachtte.

Het gaat om Daniël de Blocq van Scheltinga, burgemeester van Wassenaar en naaste medewerker van NSB-leider Mussert, die tijdens zijn maandenlange eenzame opsluiting tussen de hartenkreten van verzetsleden ook zijn signatuur heeft achtergelaten: de Delftse studenten ontwaarden zijn naam en een kalender, met daaronder de strafeis die hij bij het Bijzonder Gerechtshof tegen zich had horen uitspreken: ‘Eisch 11/9/45 Dood’. Hun onderzoek is woensdag gepubliceerd door vakblad Heritage Science.

De aangetroffen inscriptie op het geplamuurde stuk muur, met onderaan: ‘Eisch 11/9/45 Dood’. De twee kleuren geven weer welk deel met welke techniek zichtbaar is gemaakt.Beeld Heritage Science/TU Delft

Het is alsof een uitgewist onderdeel van de geschiedenis van de cel is onthuld, reageert historicus Bas von Benda-Beckmann, die een boek schreef over het Oranjehotel. In de oorlogsjaren werden in het Scheveningse complex meer dan 25 duizend mensen vastgehouden op verdenking van anti-Duitse activiteiten, onder wie ‘soldaat van Oranje’ Erik Hazelhoff Roelfzema, Titus Brandsma en Simon Vestdijk. Na de Bevrijding werden de cellen een tijdlang bevolkt door collaborateurs (onder wie NSB-leider Mussert), in afwachting van hun berechting; daarna werd het complex weer in gebruik genomen als reguliere gevangenis. Eén voormalige dodencel bleef in de oude staat, een wonderlijke ‘tijdcapsule’, vol met in de muur gekraste teksten van gevangenen die de dood in de ogen keken. In die cel, bedoeld als monument voor omgekomen verzetshelden, werd de inscriptie van een NSB’er vlak na de oorlog als een smet gezien, zegt Von Benda-Beckmann. ‘Nu is blootgelegd wat toen geen plek mocht hebben.’

Geïntrigeerd

Het idee voor het onderzoek kwam van hoogleraar Jilt Sietsma, vertellen de studenten via zoom vanaf hun vakantie-adres. Sietsma, verbonden aan de faculteit Werktuigbouwkunde, zit in het bestuur van het Oranjehotel en was al jaren geïntrigeerd door dat lichte vlakje van 45 bij 60 centimeter in de voormalige dodencel. Hij zag er een mooi onderwerp in voor een eindscriptie van zijn  bachelorstudenten.

Joost Wempe en Rick van den Brink herinneren zich hun eerste afspraak in het Oranjehotel, een betonboor in de koffer om een soort dwarsdoorsnede van de muur te maken. Aan de hand van die kennis bouwden ze samen met medestudenten Esmée Mooldijk en Nienke Feirabend de muur uit de dodencel na zodat ze verschillende technieken konden uitproberen. De dodencel, met het originele meubilair, verkeert in een delicate staat, de studenten mochten er slechts twee keer korte tijd onderzoek doen.

De vier studenten tijdens hun onderzoek in de dodencel. Beeld TUDelft

Ze maakten er opnames met strijklicht (licht vanaf de zijkant) en met een warmtebeeldcamera, waarvoor ze, opgepropt in de kleine cel van 7 vierkante meter, met een halogeenlamp het stukje muur naast het bed moesten zien te verwarmen. Daarna werden alle contouren uit de opnames versterkt en zo kwamen de woorden en de kalender in beeld die zo lang aan het zicht onttrokken waren geweest.

Voor de onderbouwing van hun bevindingen togen ze naar het Nationaal Archief om het dossier van NSB’er De Blocq van Scheltinga in te zien. Daar lazen ze dat de in de muur gekerfde kalender en de datum van de strafeis overeenkomen met de historische werkelijkheid: De NSB-topman werd op 7 mei 1945 gearresteerd en zat in afwachting van zijn berechting in de Scheveningse gevangenis.

Vonnis

Alleen de onderste regel van de tekst op de muur is niet helemaal duidelijk, maar de letters V en O die wel zichtbaar zijn, doen vermoeden dat de gevangene daar zijn vonnis had neergekrast: twee weken na de eis kreeg hij levenslang opgelegd, eind 1945 werd hij naar de gevangenis in Leeuwarden overgebracht. Acht jaar later volgde gratie, in 1953 kwam hij vrij. Hij verhuisde naar Düsseldorf waar hij in 1962 overleed.

Hoogleraar materiaalkunde Joris Dik, die de studenten begeleidde, hoopt op een vervolg. De Scheveningse gevangenis telde in oorlogstijd honderden cellen die na de oorlog zijn gestuukt en overgeschilderd om te worden hergebruikt. Het kan niet anders, zegt hij, of ook die muren hebben indertijd vol met inscripties gestaan. Een aantal teksten is na de oorlog op de foto gezet, zegt historicus Von Benda-Beckmann, maar dat overzicht is niet compleet, en teksten van collaborateurs ontbreken: ‘Het is historisch gezien zeer de moeite waard om alle inscripties zichtbaar te maken. Van tijdens én vlak na de oorlog. Ik zou wel willen weten of een man als Mussert voor zijn executie nog uitingen van volharding heeft achtergelaten.’

Mogelijk zijn de aangebrachte pleister- en verflagen in de andere cellen te dik en kunnen de twee technieken die in de dodencel zijn gebruikt niet worden ingezet. Hoogleraar Dik verwacht echter dat andere technieken ( ‘we kunnen ook met foto-akoestiek gaan luisteren naar de muren’) een uitkomst kunnen bieden.

Het voormalige cellencomplex is sinds vorig jaar een Nationaal Monument, de dodencel is sindsdien voor het publiek toegankelijk. Von Benda-Beckmann pleit er zeker niet voor om de stuclaag in de dodencel te verwijderen. Juist dat lichte plakaat op de muur zegt iets over de sentimenten van vlak na de Bevrijding, zegt hij. ‘Maar we kunnen nu wel aandacht geven aan de gelaagdheid van de geschiedenis. Zonder dat we daarmee afbreuk doen aan de waarde van het monument.’

Inscripties op de muur van dodencel 601.Beeld GAPS / Arjan de Jager
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden