De week van Obama, Pelosi en de lijken in de kast

Het is opmerkelijk om te zien hoe de Verenigde Staten hun reputatie van een land van uitersten telkens weer eer aandoen....

Paul Brill

Een van de meest uitzinnige voorbeelden vind ik nog altijd de tv-commercial die de conservatieve Club for Growth in 2004 lanceerde tegen Howard Dean, de toenmalige gouverneur van de kleine, als links bekendstaande staat Vermont, die de presidentsnominatie van zijn Democratische partij probeerde te bemachtigen. In de commercial worden twee Joe Sixpacks (de Amerikaanse variant van Jan Modaal) opgevoerd, die Dean toevoegen: ‘Ga met je aan steeds hogere belastingen verslaafde, voor een grotere overheid ijverende, Italiaanse koffie drinkende, sushi etende, Volvo rijdende, New York Times lezende, Hollywood adorerende, linkse freak show terug naar Vermont waar het allemaal thuishoort.’

Ook bij het attaqueren van partijgenoten gaat het er vaak hardhandig aan toe. In Florida heeft gouverneur Charlie Crist zich kandidaat gesteld voor een Senaatszetel. Crist behoort tot een bedreigde diersoort: die der gematigde Republikeinen. Als een van de weinigen in zijn partij heeft hij zich uitgesproken voor het stimuleringsplan van Barack Obama. Tijdens een rally, drie maanden geleden, heeft hij de president zelfs omhelsd.

Hiervan maken zijn tegenstanders gretig gebruik. De conservatieve Republikein Marco Rubio, die dingt naar dezelfde Senaatszetel, heeft op zijn website een filmpje geplaatst waarop de omhelzing langzaam scherp wordt, terwijl een stem uitvaart tegen ‘bepaalde politici’ die ‘steun verlenen aan het roekeloos uitgeven van biljoenen dollars, geleend van China en het Midden-Oosten, waardoor een fragiele economie nog verder wordt belast en onze kinderen worden opgescheept met torenhoge schulden’.

In progressieve kringen neemt het volume van de kritiek op de regering-Obama inmiddels ook sterk toe. Vooral na zijn beslissing om, anders dan hij aanvankelijk van plan was, de vrijgave aan te vechten van de foto’s waarop is te zien hoe slecht en vernederend Iraakse gevangenen worden behandeld door Amerikaanse militairen. Linkse bladen spreken over een schandelijke knieval voor het Pentagon, waar de militaire top ernstige bedenkingen heeft tegen publicatie van de foto’s, uit vrees dat Amerikaanse troepen in Irak en Afghanistan daardoor extra gevaar lopen. Een woordvoerder van de American Civil Liberties Union (ACLU), de bekendste actiegroep voor burgerrechten, oordeelde zelfs dat Obama’s Witte Huis door zijn opstelling ‘in wezen medeplichtig is geworden’ aan de martelpraktijken die zich onder de vorige regering hebben voorgedaan.

Dat een organisatie als de ACLU volledige openheid van zaken eist, ongeacht de omstandigheden of consequenties, is natuurlijk niet verwonderlijk. Maar het kan evenmin verbazen dat voor Obama ook andere overwegingen tellen. Hij heeft niet de luxe om het nationaal veiligheidsbelang en de kans op politieke collateral damage buiten beschouwing te laten.

Een van de dingen waarmee Obama zich in de verkiezingscampagne heeft onderscheiden, is zijn verzoeningsgezindheid, zijn met zoveel woorden uitgesproken voornemen om zich niet te laten meesleuren in de culture war die al vele decennia woedt tussen links en rechts en die een nieuwe regering – of een nieuwe meerderheid in het Congres – er vaak toe brengt om ostentatief af te rekenen met alles wat de vorige heeft gedaan. Alles wijst erop dat een gematigd pragmatisme inderdaad een wezenskenmerk van deze president is. Gevraagd naar een typering van zijn politieke denken, omschreef een naaste adviseur van Obama hem onlangs als een ‘overtuigde non-ideoloog’.

Wellicht met uitzondering van het stimuleringsplan voor de economie, heeft hij tot nu toe geen radicale ingrepen gedaan. Hij zette de banken de pin op de neus, maar liet hen niet omvallen. Hij gelastte stopzetting van kwalijke ondervragingstechnieken, maar betuigde nadrukkelijk zijn waardering voor het werk van de CIA. Hij zette de beloofde terugtrekking van de troepen uit Irak door, maar bouwde toch iets meer speling in. Hij stuurde minder troepen naar Afghanistan dan sommige bevelhebbers hadden bepleit, maar meer dan de linkervleugel van de Democraten wenselijk acht.

Voor zover Obama’s eigen instinct hem al niet tot een gematigde koers brengt, zal ook het besef helpen dat hij zijn verkiezingszege bovenal te danken heeft aan de (onafhankelijke) kiezers in het midden. Kiezers die de ideologische rigiditeit en de incompetentie van de regering-Bush beu waren, maar die zeker ook van hun president verwachten dat hij Amerikaanse militairen die onder zijn verantwoordelijkheid een precaire missie uitvoeren, niet onnodig in gevaar brengt.

In het geval van de martelpraktijken, en de mate waarin de verantwoordelijkheid daarvoor tot de bodem moet worden uitgezocht (en eventueel bestraft), doet zich nog een politieke complicatie voor. Door sommige Democraten en velen in het buitenland worden deze praktijken volledig op het conto van George Bush en de zijnen geschreven. Daarbij wordt miskend dat in de eerste jaren na 11 september 2001 bijna heel Amerika in de greep was van de angst voor meer terreuraanslagen. Ook veel Democraten. Zo bleek deze week dat de huidige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Nancy Pelosi, al in 2002 een zekere kennis had van – en niet protesteerde tegen – CIA-methoden die nu gelden als ontoelaatbaar.

Zonder hulp van Pelosi kan Obama zijn beleidsplannen niet verwezenlijken. Hij zou dus wel gek zijn om haar vleugellam te maken.

Reageren? vk.nl/opinie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden