De week van Jay-Z

Gijsbert Kamer

Vannacht weer genoten van Glastonbury op de BBC. Vorig weekend had ik al het een en ander van meegekregen, en deze twe uur durende compilatie vloog voorbij. Los van de steeds aangekondigde maar opnieuw niet vertoonde beelden van Leonard Cohen (deze week hier meer over dit heerschap) en een iets te grote voorkeur voor alles wat zich op de grote podia afspeelde, was de coverage voorbeeldig te noemen.

Grote ster van het festival leek me niet zozeer Neil Diamond (zijn Sweet Caroline achter de slot-montage was meesterlijk) maar toch Jay-Z. Er was op zijn boeking als afsluiter van de zaterdag op het hoofdpodium veel kritiek, en ik vroeg me zelf ook wel af of het zou werken, een rapper op de plek waar de laatste jaren grote rockbands als Oasis, Radiohead, Coldplay en Arctic Monkeys stonden. Ook Kings Of Leon en The Verve die er op vrijdag en zondag stonden leek me een zwaktebod. Kwa Kings zag ik vrijdag hoe enorm groot die band in de UK is, ook al blijf ik het betrekkelijk mediocere rock 'n roll vinden. En ook The Verve betekent daar nog altijd meer dan hier, maar armoedig was het wel, een band zo hoog op de affiche zetten met materiaal dat al meer dan tien jaar oud is.

En dan Jay-Z. Ik kon me niet voorstellen dat het echt zou werken, al had Noel Gallagher natuurlijk ongelijk met zijn opmerking dat Glastonbury voor gitaarbands was. Het leuke is juist dat alle genres er vertegenwoordigd worden. Wat zou de respons bij Jay-Z worden?
Die bleek overweldigend en zijn opkomst kan de boeken in als de meest legendarische ooit op het podium. Na een naar verluidt (nog altijd niet gezien ook gisteren niet) knappe video montage waarin Noel Gallagher Jay-Z verdoemde, klonken er de eerste tonen van Oasis' Wonderwall. Jay-Z kwam op met een gitaar om zijn nek (wel gezien), en het publiek begon keihard de Oasis hit mee te brullen.

Na een minuutje legde Jay-Z het nummer stil en riep hij 'I Just Got One Thing To Say' voordat hij een vlammend 99 Problems inzette. Het publiek leek geen enkele twijfel te hebben, hier stond de absolute vedette van het festival, en zijn show werd vervolgens ook alom geprezen als het hoogtepunt van Glastonbury.

Ik wil Jan Smeets echter niet op een idee brengen, in Landgraaf zie ik een dergelijk tafereel niet voor me. Het lukte Jay-Z hier nog net de Ahoy' twee dagen later voor de helft te vullen, maar meer ook niet.
Toch bleek hij ook met dit optreden goed ambassadeurs-werk voor hiphop te hebben verricht. Zijn show werd in de pers alom bejubeld, en ik moet ook zeggen dat het me zeer speet dat ik er niet heen kon. Ik was bij Radiohead, maar dezelfde dag waren er zelfs nog twee optredens waar ik graag heen had gewild (Raconteurs in de Melkweg en Vampire Weekend in Tivoli). Genoten heb ik volop, dus wat zou het.

Maar die Jay-Z houdt me al een tijdje bezig. Mag ik die man nu wel of niet? Ik moest lachen bij Jonathan Ross, en vond 'm gisteren in een kort interview op Glastonbury weer vreselijk irritant. Doet het er wat toe? Nee, ik denk het niet. Jay-Z is er niet om door mii aardig gevonden te worden. Het gaat om zijn 'ding' en ook dat duurde even voor ik het begon te waarderen.

Midden jaren negentig volgde ik hiphop aanzienlijk fanatieker dan nu. Van Group Home, Nas, Notorious BIG en natuurlijk de Wu-Tang Clan kocht ik alles. Jay-Z's debuut Reasonable Doubt (1996) is me volledig ontgaan. Zijn hitje met die Annie sample van een jaar later kende ik, maar dat Jay-Z echt iets kon, besefte ik pas veel later met albums als The Blueprint en Black Album.

Ik begon pas echt over hem na te denken toen ik een uitmuntend verhaal over hem las in de New Yorker in augustus 2001. Dit door Kelefa Sanneh geschreven portret Gettin' Paid werd een jaar later ook opgenomen in de dor Jonathan Lethem samengestelde bundel Best Music Writing 2002 en is nog altijd een van de beste artikelen over de man. Het schetst een goed beeld van de artiest, zijn tijd, de hiphopgeschiedenis en vooral zijn zakeninstinct.

Slimme man die Jay-Z, zo bleek ook vrijdagnacht toen de BBC een andere bijdrage leverde aan de week van Jay-Z. In de serie Classic Rock Albums was het dit keer Reasonable Doubt dat centraal stond. Los van de rapper kwamen ook zijn producers aan het woord net als de toen 16 jarige Foxy Brown. Het gaf niet alleen een prachtig inkijkje in de werkwijze van Jay-Z, die toch al 26 was toen hij debuteerde met deze plaat die ik nooit als 'klassiek rock album' gekwalificeerd had gezien. Ook de concertbeelden waren schitterend, vooral die waarop de rapper met de betreurde Biggie Smalls (Notorious BIG) te zien was.

De docu bleek al van vorig jaar en voor 12 dollar bij Amazon te bestellen. Heb er meteen het album (10 dollar) bij gedaan want daar was ik ineens heel nieuwsgierig naar. En een rondje langs Utrechtse platenzaken leverde gistermiddag niks op. Logisch want uit ervaring weet ik dat juist hiphop zich niet leent voor het bewaren van een goede back catalogue in de winkel.

Ben benieuwd of die plaat nu echt zo goed is, en of ik in 1996 echt iets heel bijzonders over het hoofd heb gezien. In ieder geval heeft Jay-Z bereikt dat ik ineens weer veel aardigheid in hiphop heb en de nieuwe Lil' Wayne al drie keer dit weekend heb opgezet. Aan de Kings Of Leon noch The Verve heb ik enige behoefte gehad.

.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden