De week van het strategische welbehagen in Teheran

Zijn gezicht laat zich nog moeiteloos voor de geest halen, maar zijn naam moest ik eerlijk gezegd googelen: Mohammed Said al-Sahaf....

Paul Brill

Vermakelijk, maar niet zo uniek als destijds wel werd gedacht. Want het hele bewind van Saddam Hussein was doortrokken van bedrog. Met een stalen gezicht werden voortdurend de grofste leugens verkocht. Dat het vaak ook aanwijsbare leugens waren, bracht een Iraakse woordvoerder zelden van zijn stuk.

Aan het begin van de Iraaks-Iraanse oorlog behoorde ik tot een groep buitenlandse journalisten die door het regime waren uitgenodigd om de Iraakse triomfen te komen bewonderen. Zo heette het dat de Iraanse luchtmacht al een vernietigende slag was toegebracht. Maar op de derde avond van ons verblijf in Bagdad begon het luchtafweergeschut massaal te ratelen, en op de dak van het hotel konden we twee vijandelijke vliegtuigen waarnemen die aan de rand van de stad kennelijk doel hadden getroffen, want er woedde een fikse brand. Maar de Iraakse voorlichters bezwoeren dat er sprake was geweest van vals alarm en dat de brand te wijten was aan een ongeluk.

Enkele jaren later probeerde een bevriende journalist in een gesprek met een hoge Iraakse functionaris te achterhalen wat Saddam precies had willen bereiken met zijn aanval op Iran, dat de revolutie van Khomeini nog amper had verwerkt. Maar hij moest een list verzinnen, want volgens de officiële lezing van Bagdad was het dappere Iraakse leger alleen maar in actie gekomen vanwege – niet nader omschreven – Iraanse ‘agressie’. Dus kleedde hij de vraag als volgt in: ‘Hoe valt te verklaren dat de Iraniërs Irak aanvielen juist op een moment dat ze nog zo zwak stonden?’

De Irakees liet zich evenwel niet uit de tent lokken. Zijn antwoord: ‘Because they are illogical people.’

Mensen zonder logica, onvoorspelbare mullahs – de ironie is dat deze taxatie, die in het Irak van Saddam fungeerde als rookgordijn, nadien in bredere kring in zwang is geraakt. Niet in de laatste plaats in Israël, waar de angst bestaat dat de vijandigheid jegens de ‘zionistische entiteit’ in een oogwenk zou kunnen overkoken.

Maar het lijkt me dat er meer is te zeggen voor de stelling dat het Iraanse gevaar juist is gelegen in het feit dat het bewind in Teheran ruim bemeten is met ongenaakbaarheid (deze week wordt herdacht dat medio 1988 duizenden politieke gevangenen over de kling werden gejaagd) en dat het daarnaast strategisch zeer behendig opereert. Wie de krachtsverhoudingen taxeert, kan niet anders dan concluderen dat Iran, ondanks de weerstand die het ontmoet, een rijzende ster aan het regionale firmament is.

Leek een Amerikaanse militaire actie tegen het land een paar maanden geleden nog een serieuze optie, nu mag die mogelijkheid vrijwel nihil worden geacht. Met de zware inspanningen die al in Afghanistan en Irak moeten worden geleverd, heeft het Pentagon onder minister Robert Gates er nooit om staan te springen, en stafchef Michael Mullen heeft dat onlangs ook met zoveel woorden gezegd.

Dat de regering-Bush haar kaarten feitelijk op de diplomatie zet, blijkt ook uit het feit dat staatssecretaris William Burns twee weken geleden in Genève aanschoof bij de onderhandelingen van de G6 met Iran. Hoewel het in Washington werd ontkend, vormde dat wel degelijk een bijstelling van het tot dan toe gevolgde Iranbeleid (geen officieel contact zolang Teheran doorgaat met de verrijking van uranium).

Dat wil niet zeggen dat Iran niets meer te vrezen heeft. Er bestaat ook nog altijd de kans op een Israëlische luchtaanval. Maar het is zeer de vraag of Israël werkelijk in staat is om het Iraanse nucleaire potentieel een vernietigende slag toe te brengen. De politieke kosten van een aanval zijn gegarandeerd hoog en vooral vanwege de Iraanse invloed op Hamas en Hezbollah moet rekening worden gehouden met prompte vergeldingsacties.

Het aangekondigde aftreden van premier Ehud Olmert maakt de ruimte voor een zeer riskante militaire operatie nog wat kleiner. Het is moeilijk voorstelbaar dat hij het groene licht zal geven en dan zijn opvolger zal opzadelen met de brokken die hoe dan ook zullen worden gemaakt. (Hetzelfde geldt voor George Bush, die nog altijd wel zal willen bevorderen dat John McCain en niet Barack Obama de volgende president wordt.)

Dit alles maakt dat Teheran zich betrekkelijk ontspannen kan beraden op het antwoord dat dezer dagen moet worden gegeven op het door de G6 voorgestelde moratorium op de uraniumverrijking (in ruil voor bevriezing van het sanctiebeleid). Moet het nucleaire programma onverkort worden voortgezet en mag worden aangenomen dat China, Rusland en de hoge olieprijs de pijn van verdere sancties zullen verzachten? Is het nuttig om nog met de regering-Bush een deal te sluiten? Of kan beter een vertragingstactiek worden gevolgd, in de hoop dat president Obama een zachtere noot is om te kraken?

Het zou me niet verbazen als de Iraniërs hun reactie zo formuleren dat ze nog alle kanten op kunnen. Maar Obama ziet de bui kennelijk hangen. Want hij sprak deze week ineens lovende woorden over de Iran-diplomatie van de regering-Bush en maande Teheran om nu over de brug te komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden