Column

De week van gevallen mannen

Een gesprekje met Hubert Möllenkamp.

Möllenkamp bij de rechtbank. 'Anderhalve dag!'Beeld ANP

Het is de week van de gevallen mannen. Eén ervan zit eenzaam in de lege lobby van de rechtbank, het is vroeg, het is de laatste dag van zijn zaak. Hij heeft een geel papiertje bij zich met zijn laatste woord erop, dat zal hij straks op het verdachtenbankje leggen, naast zijn bril en zijn pen. Met die pen zal hij aantekeningen maken op dat papiertje - laatste woorden zijn niet gemakkelijk.

De grote man klein. Hubert Möllenkamp kan er niet aan wennen. Acht jaar, zegt hij in de lobby, acht jaar duurt dit al. 'En ze doen het inhoudelijk af in anderhalve dag!' Ik vraag hem wanneer hij doorkreeg dat het mis was. Ik vraag hem of hij de woede begrijpt over zijn rijkeluisgedrag. Ik vraag hem hoe hij zo geworden is. 'Je vraagt het nu drie keer, dat begrijp ik wel, dat mag je doen, jij bent journalist.'

Maar Hubert Möllenkamp praat liever over anderen. Over 'de krant die nooit slaapt', die hem op de hielen zat tot aan Altea toe, de Spaanse badplaats waar hij woont en waar ze hem uitkotsen. 'Dat mag kennelijk zomaar, dat schrijven.' Over de NOS die maar beelden blijft uitzenden. Over corporatiemannen die niet worden aangepakt, 'ik ken er wel twintig'.

Hubert nam een bad in vastgoedtonnetjes en miljoenen, maar ziet er niets misdadigs in. Zijn advocaat wil vrijspraak. Narcissus blijft verliefd op zijn spiegelbeeld in het water, ook al is dat het water van de Styx.

Met gekromde rug zit hij in de rechtszaal, alsof hij bukt voor de woorden die golvend over hem heen slaan. 'Oplichting', 'listige kunstgrepen', 'verduistering in dienstbetrekking', 'meineed'.

Zijn verhaal is dat van een man die opstijgt en neerstort als Loek Hermans. Als Bram Moszkowicz. Als de Amsterdamse taxibazen Dick Grijpink en Bub van Gelderen, die met hun vrouwen graag luxereizen beleefden zonder te betalen en zonder te weten wat ze eigenlijk in Dubai of Zuid-Afrika moesten. De vrouw van Bub wilde businessclass. 'Ik ga niet bij dat klootjesvolk zitten hoor', zei ze in een afgetapt telefoongesprek. En Bub zei terug: 'Nee, we gaan niet meer bij het klootjesvolk, je hebt gelijk.'

De twee vrouwen van Hubert, dochter Estelle en echtgenote Alberdien, konden een mooie Mercedes op waarde schatten maar houden zich nu schuil. Van Alberdien is hij gescheiden. Zo valt Hubert eenzaam van zijn klif.

Alberdien voorop De Lach, 'blad voor de man van nu'.

De rechtszaal is bijna leeg, zijn verhaal niet meer zo interessant. Zijn rug bereikt een meetkundig perfecte kromming, trekt plooien in zijn jasje. Hij pakt zijn pen en herstelt wat op het gele velletje. Het lijkt alsof hij niet luistert, maar dan komt er een vraag van de rechter en hij zegt: 'Er is 2,5 miljoen voor mij afgestort.' Iedereen heeft van alles gedaan, behalve Hubert Möllenkamp.

Een klassiek probleem van mannen die de mist ingaan is dat niemand ze vertelt dat ze de mist ingaan. Mensen liften handig mee en springen dan uit de auto voordat die begint te slippen.

Alberdien staat ook voor de rechter, maar komt niet opdagen. Zij was het die de Maserati wilde. Alberdien wilde een zwembad in Lelystad en een 'toppietop' verbouwde villa in Spanje; ze wilde leven 'oh la la'. Dat kreeg ze, van Hubert. Niemand kan haar vragen hoe dat zit. Als ik zoek naar Alberdien vind ik alleen een exemplaar van het ondeugende mannenblad De Lach uit 1966: zij als covergirl, een takje in haar mond, klaar om haar rokje op te trekken.

In de lobby vraag ik Hubert of hij voldoende tegenspraak heeft gehad, in de tijd van de tonnetjes en de miljoenen. Hij vindt het een rare vraag. 'Natuurlijk, wat dacht je dan! Ik had zeven directeuren om me heen. En vlak de accountant niet uit.' Zijn stem krijgt Amsterdamse hoeken, alsof hij weer de man is die hij was, de macher van woningstichting Rochdale - 'Rodsjdeel'. De koning van de arme Amsterdamse huurders. Elke dag nog hou ik mijn vak bij, zegt Hubert, '80 procent in Amsterdam is sociale huur, wist je dat? Dus dan moet je ook wel willen bouwen in een ander marktsegment.'

Komen we op Loek Hermans, gevallen koning van de bijbanen. 'Zijn dochter werkt bij Mark Rutte, dat wist je toch? Dat is nog eens een conflict of interest!'

En in de vrijwel lege rechtszaal leest Hubert Möllenkamp zijn laatste woord. Ovidius schreef over Narcissus: dit waren de laatste woorden van degene die in het water bleef staren.

'Toppietop' wonen in de Spaanse badplaats Altea.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden