De week van een ongenaakbare Aziatische tijger

China kon deze week eens te meer pronken met een fraai rapportcijfer: een vette acht. Dankzij een sprint in het laatste kwartaal is de economische groei in 2009 uitgekomen op 8,7 procent....

Toch klinken de oh’s en ah’s over het Chinese groeitempo heel wat gedempter dan in voorgaande jaren. Met name in westerse hoofdsteden begint het optimisme over alle positieve effecten die de fabelachtige modernisering zou hebben op de (geo)politieke handel en wandel van China, plaats te maken voor onbehagen over de toenemende ongenaakbaarheid die Peking aan de dag legt.

De beslissing van Google om niet langer te berusten in de censuur die de Chinese autoriteiten opleggen aan zijn zoekmachine – wat vermoedelijk tot het vertrek van het internetbedrijf zal leiden – is een teken aan de wand. Weliswaar is Google met zijn onconventionele achtergrond een geval apart in het Amerikaanse bedrijfsleven en zal zijn voorbeeld niet snel worden gevolgd door andere multinationale ondernemingen, maar het conflict met Peking is meer dan een incident.

Alvorens hiertoe over te gaan heeft de top van Google contact gehad met minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton. Dit vooral vanwege de aanleiding: vanuit China ondernomen cyberaanvallen op het bedrijf, met als doel gegevens van Chinese mensenrechtenactivisten en dissidenten te bemachtigen. Clinton zal hiervan niet vreemd hebben opgekeken. Want de Verenigde Staten maken zich al langer grote zorgen over de intensieve Chinese cyberspionage, die niet alleen is gericht op critici van het communistische regime, maar ook op buitenlandse bedrijven en regeringen. Niet dat China het enige land is dat op dit vlak obscure activiteiten ontplooit, maar het heeft een dermate geavanceerd netwerk opgebouwd dat de Amerikaanse Nationale Veiligheidsdienst (NSA) dit al enige tijd geleden kwalificeerde als ‘het grootste veiligheidsprobleem’ voor de VS.

De Google-affaire is voor Newsweek-commentator Fareed Zakaria aanleiding om in de jongste editie van zijn blad de vraag op te werpen of de hypothese die ten grondslag ligt aan het Amerikaanse Chinabeleid nog wel klopt. Zoals wel vaker geldt hier: de vraag stellen is hem beantwoorden. Die hypothese wankelt.

Achtereenvolgende presidenten, Republikeinen zowel als Democraten, zijn ervan uitgegaan dat een zich voorspoedig ontwikkelend China de kans op politieke liberalisering zou vergroten en dus een heilzame uitwerking op de internationale verhoudingen zou hebben. Daarom was constructive engagement met China het parool. Dat wilde ook zeggen: Washington zou schendingen van de mensenrechten aan de kaak blijven stellen, maar de confrontatie mijden. Vandaar dat George Bush sr. zijn nationale veiligheidsadviseur Brent Scowcroft kort na de opstand op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 naar Peking stuurde om te benadrukken dat zijn regering, alle kritiek ten spijt, nog steeds hechtte aan goede betrekkingen.

Bill Clinton en George Bush jr. hielden deze lijn aan. Beiden waren ervan overtuigd dat economische groei op den duur tot grotere politieke vrijheid zou leiden. ‘Economische vrijheid smaakt naar politieke vrijheid’, zei Bush als kersverse president. ‘En daarmee wordt de democratie een wenkend perspectief. Laten we volop handel drijven met de Chinezen.’ Een naaste adviseur van Clinton voorspelde zelfs dat China groot economisch onheil over zich zou afroepen als het zou proberen het internetverkeer aan banden te leggen.

Niet dus. China volgt allesbehalve het pad dat andere Aziatische ‘tijgers’ zijn opgegaan, zoals Zuid-Korea, waar de economische groei inderdaad het politieke systeem openbrak. Tegen voorvechters van vrijheid en democratie wordt door Peking eerder harder dan milder opgetreden.

De behoedzaamheid die China lange tijd betrachtte op het internationale toneel, neemt ook duidelijk af. De zorgen van belangrijke handelspartners over de (te lage) waarde van de Chinese munt worden genegeerd. Als het erom gaat de ayatollahs in Teheran onder sterkere druk te zetten, geeft Peking niet thuis. Een conflict met Japan over de afbakening van de territoriale wateren, dat al beslecht leek, laait weer op. Ondanks verzoeken om clementie werd onlangs een psychologisch labiele Britse drugssmokkelaar terechtgesteld. En wat westerse diplomaten het meest heeft getroffen: de onbehouwen wijze waarop de Chinese delegatie opereerde tijdens de top in Kopenhagen, compleet met een staatssecretaris die president Obama toesnauwde en waarschuwende gebaren met zijn hand maakte.

Kortom, de ontwaakte Aziatische reus toont bepaald niet de toenemende politieke souplesse waarop de Amerikanen steeds hadden gehoopt en die het Chinese economische elan ook leek te beloven. Politiek gesproken heeft Washington er gewoon een leninistische éénpartijstaat als mondiale rivaal bij.

Voor Europa is de deceptie niet minder groot. Nog niet zo lang geleden werd door sommige Europese leiders openlijk gedroomd van een ‘multipolaire wereld’, waarin de VS, China, Rusland en Europa de voornaamste polen zouden zijn. Bij de Chinezen werd zelfs een zekere voorkeur voor Europa verondersteld, vanwege het model van de Europese samenwerking en het feit dat Brussel met zijn soft power geen heuse strategische tegenspeler is.

Dat soort geluiden is goeddeels verstomd. De multilaterale gedachte blijkt aan China nauwelijks besteed. Voor Europa met zijn goede bedoelingen en stroperige besluitvorming toont China veeleer verachting dan bewondering. In Kopenhagen zag het de Europeanen niet staan. Jammer? Ach, wishful thinking is een slechte raadgever in de internationale politiek en het kan voor de VS en Europa geen kwaad zich te realiseren met wie ze ook weer de waarden van vrijheid en democratie delen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden