De week van een historische mijlpaal en een geschiedenislesje

Je moet je zegeningen tellen, en dus stel ik met grote tevredenheid vast dat het scenario voor het verloop van de Amerikaanse verkiezingsavond waaraan ik me vorige week op deze plaats waagde, op een essentieel punt klopte....

Maar het scenario bevatte ook, hoe zal ik het zeggen, een paar onvolkomenheden. De belangrijke staat Pennsylvania viel veel sneller toe aan Obama dan ik had voorzien. Ten onrechte liet ik McCain aan het langste eind trekken in Ohio en Florida, terwijl in bellwether state Missouri de door mij voorspelde Obama-zege net niet uitkwam. Alles bij elkaar was mijn prognose van Obama’s overwicht in het electoral college een zestigtal stemmen te laag. I am so sorry.

Het is nu vier dagen na de verkiezingen, en we hebben inmiddels een wat scherper zicht op wat de uitslag wel en niet betekent. Zonder meer geldig blijft de vaststelling dat Obama’s overwinning een mijlpaal vormt in de geschiedenis van een land waar de zwarte bevolking nog onderhevig was aan tal van discriminatoire bepalingen toen hij in 1961 het levenslicht zag. Ook mag nog steeds worden gesproken van een overtuigende zege. Maar er moeten wel een paar nuanceringen worden gemaakt.

De eerste is dat de jongere kiezers zich minder hebben doen gelden dan was verwacht c.q. gehoopt. Weliswaar zijn ze in grotere aantallen gaan stemmen dan bij voorgaande verkiezingen, maar relatief gezien valt de aanwas tegen. Kiezers onder de 30 jaar maakten dit keer 18 procent van het electoraat uit, 1 procent hoger dan in 2000 en 2004. Maar in 1992, het jaar waarin Bill Clinton zijn eerste overwinning boekte, was het aandeel van de mindertigers nog 3 procent hoger.

Obama kan zich er wel op beroemen dat hij bijna tweederde van de jonge kiezers achter zich heeft gekregen. Maar als het erom gaat de kiezersgroep aan te wijzen waaraan hij zijn zege het meest heeft te danken, dan komt een andere toch eerder in aanmerking. Namelijk de hispanics, van wie 66 procent voor Obama stemde, een score die tien punten hoger lag dan die van John Kerry vier jaar geleden. Zelfs in Florida, met zijn vele behoudende ex-Cubanen, bleef hij McCain voor. Tweede groep waarbij Obama het duidelijk beter deed dan Kerry (of Al Gore in 2000): kiezers zonder partijpolitieke voorkeur (29 procent van het electoraat), van wie 52 procent zich achter hem schaarde.

Nog iets wat zich niet heeft voorgedaan, al waren velen (niet in de laatste plaats buiten Amerika) er op voorhand van overtuigd: het zogeheten Bradley-effect, genoemd naar Tom Bradley, de zwarte burgemeester van Los Angeles die in 1982 een gooi deed naar het gouverneurschap van Californië en die net iets te kort kwam, hoewel hij volgens de laatste peilingen een voorsprong had. Kennelijk hadden blanke kiezers in het stemhokje bedacht dat ze liever toch niet op een zwarte kandidaat stemden. Als dit laatste destijds al de doorslag gaf – wat later onderzoek heeft tegengesproken – dan heeft het zich nu in elk geval niet voorgedaan. Van de blanke kiezers kreeg Obama percentueel evenveel steun als Clinton, Gore en Kerry. Het raciale element heeft eerder in zijn voordeel dan in zijn nadeel gewerkt. Zwarte kiezers gingen massaler stemmen dan ooit, en van hen koos 95 procent voor Obama.

Luidt het aantreden van de nieuwe president tevens een nieuw tijdperk in, waarin de Democraten toonaangevend zijn? Ook hier is het nodige voorbehoud geboden. Obama heeft royaal gewonnen, maar een landslide is het niet. Dan moet je ruim boven de 400 kiesmannen uitkomen, zoals Ronald Reagan in 1980 (489) en 1984 (525). Obama heeft er 364, iets minder dan Clinton in 1992 (370) en 1996 (379).

Hetzelfde geldt voor de uitkomst van de Congresverkiezingen. Een fraai resultaat voor de Democraten. De zetelverdeling in het nieuwe Huis van Afgevaardigden is (voorlopig) 255-175 in hun voordeel, terwijl ze in de nieuwe Senaat vermoedelijk 58 van de 100 zetels zullen bezetten.

De geschiedenis leert dat deze meerderheden niet exceptioneel en al helemaal niet onaantastbaar zijn. Bij het aantreden van Jimmy Carter in 1977 hadden de Democraten een meerderheid van maar liefst 292-143 in het Huis en van 61-38 in de Senaat. Vier jaar later betrok Reagan het Witte Huis en deelden de Republikeinen de lakens uit in de Senaat. Deze Reagan-revolutie verliep ook niet zonder horten en stoten: bij de tussentijdse Congresverkiezingen van 1982 wist de Speaker of the House Tip O’Neill, een Democratische dinosaurus, zijn meerderheid in het Huis nog te vergroten. En dan Clinton: die begon met comfortabele rugdekking in het Congres, maar kreeg al na twee jaar de Republikeinse vloedgolf van Newt Gingrich over zich heen.

Twintig jaar geleden beschreef historicus Arthur Schlesinger jr. de Amerikaanse geschiedenis als een aaneenschakeling van cycli, waarbij idealisme en pragmatisme, liberalisme en conservatisme elkaar om de zoveel tijd afwisselen. Wellicht dacht Obama mede daaraan toen hij dinsdagavond zijn gehoor maande om niet te zwelgen in euforie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden