De week van de triomftocht van Carla en haar gemaal

Allereerst excuus voor het feit dat ik niet inga op Geert Wilders en zijn film. Volgens de commentaren in de meeste Nederlandse media bewijst deze een slechte dienst aan het debat over islam en integratie, hoewel diezelfde media momenteel juist bol staan van dit debat en ik eerlijk gezegd nog...

Paul Brill

Maar deze rubriek gaat nu eenmaal over het buitenland, en hoewel de omgang met de (politieke) islam ook elders bepaald geen sideshow is, heeft men daar de afgelopen week toch minder hevig zitten wachten op Wilders dan in de Nederlandse polder. Er waren andere opvallende verschijningen die de aandacht trokken.

Glorieus op de eerste plaats: Carla Bruni. Ze kwam met haar Nicolas naar Londen, zag en overwon.

De Britse pers, waarvoor scepsis en sarcasme een soort tweede natuur zijn, viel bijna als een blok voor de Franse presidentsvrouw. Andrew Gimson van The Daily Telegraph schreef donderdag: ‘Nicolas Sarkozy’s verleiding van de Britten begon gisteren om 11.26 uur toen zijn vliegtuig landde op Heathrow. Hij bracht Carla Bruni, zijn nieuwste verovering, mee en velen van ons besloten ter plekke dat als we ons dan toch lieten verleiden, dan het liefst door haar.’

Ze gedroeg zich charmant, doch correct. Bij elke gelegenheid wisselde ze van kleding, die evenwel nimmer uit de toon viel, met dank aan Dior. ‘Ze heeft met succes de transformatie van rock chick naar chique gemaakt, en ze presteerde dat voor het meest gereserveerde publiek ter wereld’, aldus The Daily Mail. De Britse prominenten, de stramme prins Philip voorop, ontdooiden zichtbaar in haar gezelschap. Alleen de koningin bleef stuurs kijken, maar dat kwam wellicht ook doordat ze zich moest onderhouden met een president die het Engels slechts in geringe mate meester is.

Ondanks die handicap wist Sarkozy eveneens te schitteren in Londen. Hij hield een gepassioneerde toespraak tot beide huizen van het parlement, die deed denken aan zijn eerdere bezoek aan Washington. Zoals hij daar de loftrompet stak van de Amerikaanse bijdrage aan de bevrijding van zijn land, zo sprak hij hier zijn dankbaarheid uit voor de offers die de Britten in de Tweede Wereldoorlog voor Frankrijk hebben gebracht. En er volgde nog een bijzonder compliment, dat nooit eerder uit de mond van een Franse president kwam: hij loofde de economische hervormingen die Groot-Brittannië de afgelopen decennia heeft doorgevoerd.

Dat alles mondde uit in een pleidooi voor intensivering van de Brits-Franse betrekkingen. In plaats van de oude Entente Cordiale, die honderd jaar geleden van kracht werd, zou er een Entente Amicale moeten komen.

Dat wilde de Britse premier Gordon Brown kennelijk niet op zich laten zitten, hij kwam met een nog grandiozere benaming op de proppen: Parijs en Londen zouden een Entente Formidable moeten vormen. Ik moest onmiddellijk denken aan een van de eerste grammofoonplaten die ik in mijn bezit kreeg, met daarop een nummer dat door Charles Aznavour half in het Frans, half in het Engels wordt gezongen: ‘You are for me, for me, for-mi-dable’. Zou Brown als jongen hetzelfde plaatje hebben gedraaid?

Maar hoe formidabel de intentieverklaringen ook zijn, de vraag blijft of Frankrijk en Groot-Brittannië er metterdaad aan toe zijn om nauwer samen te werken. Die vraag geldt vooral voor Londen, want aan de Franse strategische inzet hoeft nauwelijks te worden getwijfeld. Sarkozy heeft duidelijk meer affiniteit met de Angelsaksische wereld dan zijn voorgangers. Onder zijn bewind is Parijs weer een actieve speler op het wereldtoneel geworden, die vaker dan voorheen samen optrekt met de Amerikanen. Met de verwachte aankondiging dat extra Franse troepen zullen worden ingezet in Afghanistan, wordt deze lijn doorgetrokken.

Op het Europese vlak kijkt de president daarentegen met minder devotie naar partner Duitsland, waarmee Frankrijk vanouds de drijvende kracht van de Europese integratie vormt. In zijn ogen is de Duits-Franse as domweg niet sterk genoeg om het uitgedijde Europa te dragen. Vandaar ook zijn charmeoffensief richting Londen, vandaar ook de hartekreet in zijn toespraak tot de Britse parlementariërs: ‘Europa heeft u nodig.’

Aan iemand als de historicus Timothy Garton Ash zijn deze woorden zeer wel besteed. In zijn jongste column in The Guardian droomde hij van de potentiële stootkracht van een Brits-Frans pact. Draaide het Europese project in de eerste decennia vooral om de verzoening tussen Duitsland en Frankrijk, nu komt de relatie met de rest van de wereld, en dan vooral met opkomende mogendheden, centraal te staan. Juist op dat punt hebben de Britten en de Fransen, ondanks of misschien juist wel vanwege hun historische twisten, gezamenlijk veel te bieden: twee voormalige wereldrijken die gepokt en gemazeld zijn in mondiale diplomatie, deel uitmaken van de Veiligheidsraad, die allebei een militaire traditie kennen en niet vies zijn van machtsdenken.

Maar is met name Londen bereid dat machtsdenken in een Europees kader te plaatsen? De meeste Conservatieven staan nog altijd met hun rug naar het continent. Brown lijkt er de visionaire geestkracht (en het politieke kapitaal) voor te missen. Of zou Tony Blair als eerste president van de EU nog die duw kunnen geven die hij als premier heeft nagelaten?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden