De week van de rode lopers in Washington en Teheran

Tibet, dat blijft toch een hypergevoelige zenuw van de Chinese leiders. Eerst kreeg Angela Merkel de wind van voren omdat ze het had gewaagd de Dalai Lama te ontvangen....

Paul Brill

Een nieuwe overlegronde van de permanente leden van de Veiligheidsraad plus Duitsland over de kwestie-Iran is al door de Chinezen afgezegd. Berlijn moet er verder op rekenen dat er een paar stappen terug worden gezet in de bilaterale betrekkingen.

Waarom reageert Peking zo heftig? Er is geen geduchte Tibetaanse guerrillabeweging die de Chinese heerschappij over het gebied bedreigt. De Dalai Lama is een beminnelijk mens, die zich verre houdt van militante uitspraken. Er is geen enkele mogendheid die de afscheiding van Tibet propageert. De ergste vorm van binnenlandse subversie bestaat eruit dat er wel eens een spandoek met de tekst ‘Vrij Tibet’ wordt ontrold of dat iemand roept ‘Lang leve de Dalai Lama!’.

De enige verklaring kan zijn dat de communistische leiders, ondanks de spectaculaire groei van de Chinese economie en ondanks hun indrukwekkende veiligheidsapparaat – dat deze week tijdens het partijcongres weer volop zichtbaar was – zich toch wezenlijk onzeker voelen over de verankering van hun macht. De ideologische legitimatie van het communistische partijbewind is vergaand geërodeerd. De marxistisch-leninistische slogans worden nog wel aangeheven, maar ze staan haaks op de door en door kapitalistische praktijk, die de motor vormt van het Chinese Wirtschaftswunder.

Omdat ook aan het maoïstische verleden geen stralend aureool kan worden ontleend, is de uitoefening van de macht als het ware de raison d’être van de partij geworden. Daarachter gaapt een intense leegte. En daaruit volgt weer dat alternatieve of concurrerende machtscentra, hoe beperkt en onbeduidend ook, niet kunnen worden getolereerd. Zeker niet als ze lijken te knagen aan de patriottische solidariteit, een van de weinige sentimenten waarmee een grote meerderheid van de bevolking met gegarandeerd succes kan worden gemobiliseerd. Vandaar de furieuze reacties op elk signaal uit Taiwan dat de opmaat zou kunnen zijn naar een verdere losmaking van deze ‘afgescheiden provincie’. En vandaar dat zelfs een levenslange balling als de Dalai Lama met zijn spirituele boodschap nog altijd wordt gezien als een potentieel gevaar.

Maar zal deze ouderwetse rigiditeit niet slijten naarmate de economische ontwikkeling en de grotere internationale verantwoordelijkheid vragen om meer transparantie en souplesse? Dat is een redelijke veronderstelling – die echter vooralsnog niet wordt bewaarheid. In zijn grote rede tot het partijcongres oogde partijleider en president Hu Jintao deze week als een strak in het pak zittende CEO van een multinationale onderneming. Ook viel het woord democratie meer dan zestig keer, zo meldde het Chinese staatspersbureau. Maar concrete aanwijzingen dat er echt iets gaat veranderen in het partijleven ontbraken, laat staan dat er ruimte zou komen voor politieke activiteit buiten de partij.

Het hoopgevendste was gelegen in iets wat Hu niet zei: sprekend over Taiwan dreigde hij, anders dan zijn voorganger Jiang Zemin in 2002, niet met gewapend ingrijpen als het eiland een daadwerkelijke stap richting onafhankelijkheid zou zetten. Maar de vraag is of hier sprake is van een strategische bijstelling dan wel van een tijdelijke vorm van discretie, ingegeven door de wens om een vredelievende pose aan te houden met het oog op de Olympische Spelen van volgend jaar. Bovendien begint het te wringen dat China, samen met Rusland, de Amerikanen maant om elke toespeling op een militaire actie tegen Iran achterwege te laten, terwijl het zelf zich dat recht nadrukkelijk wel toekent inzake Taiwan.

Die vermaning werd deze week nog eens dik aangezet door president Poetin tijdens zijn ‘historische’ bezoek aan Teheran. Een bezoek dat vanuit Washington, waar men momenteel met de controverse rond de Armeense kwestie al voldoende zware kost op het bord heeft, met weinig vreugde zal zijn gadegeslagen.

Poetin maakte duidelijk dat het Westen nauwelijks op hem hoeft te rekenen als het de druk op Iran wil opvoeren. Ook hier bleef het ‘goede nieuws’ beperkt tot wat er niet werd gezegd: Poetin zegde geen militaire bijstand aan Iran toe en hij noemde trouwens ook geen datum voor de afgesproken levering van nucleaire brandstof aan de kernreactor in Bushehr.

Gezien de Russische en Chinese onwil wordt een verdere verscherping van de VN-sancties tegen Iran een zeer onzekere propositie. En dat terwijl het Westen juist een solider front vormt dan in het verleden. Met name het Frankrijk van Nicolas Sarkozy toont meer animo om de druk op te voeren. Op haar beurt is de regering-Bush bereid zich meer te voegen naar de diplomatieke inspanningen van de Europeanen. Maar de politieke slagkracht is er per saldo niet groter op geworden.

Zodat er toch een keuzemoment lijkt te naderen. Ofwel de Russische medewerking aan verdere VN-sancties wordt ‘gekocht’, bijvoorbeeld door voorlopig af te zien van het raketschild in Polen en Tsjechië. Ofwel de VS en Europa stippelen een eigen sanctiebeleid uit – en nemen de handelsverliezen op de koop toe.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden