De week van de Republikeinse desertie

Niets is zo verraderlijk als de oorzaak van een lekkage in een oud huis. Stel: een of twee dakpannen zijn poreus....

Zo is het ook met de weerstand die de regering-Bush juist ook in eigen Republikeinse kring heeft ondervonden nadat een onderneming uit Dubai toestemming had gekregen om het beheer over zes grote Amerikaanse havens op zich te nemen. Je kunt het nooit bewijzen, maar het is onwaarschijnlijk dat Republikeinse Congresleden een jaar geleden hierover zoveel misbaar hadden gemaakt. George W. Bush was ruim voorzien van politiek kapitaal na zijn onverwacht duidelijke verkiezingsoverwinning, het Witte Huis straalde optimisme en vertrouwen uit over wat in de tweede ambtstermijn van de president kon worden bereikt.

Maar sindsdien heeft Bush het ene echec na het andere beleefd. Grootste bron van ellende is natuurlijk Irak. En niet alleen vanwege het aanhoudende aantal slachtoffers. Waar begin vorig jaar nog de hoop bestond dat het land, ondanks de sabotage van desperate Ba'ath-aanhangers en terroristen, zou toegroeien naar een nieuwe orde met meer democratie en harmonie, is het politieke perspectief inmiddels verkleind naar het voorkomen van een regelrechte burgeroorlog.

Elders in het Midden-Oosten wierp Bush' democratiseringsideaal ook niet bepaald de gehoopte vruchten af. De Palestijnse verkiezingen leverden een klinkende zege op voor de radicaal-islamitische Hamas-beweging.

Kapitaalvernietiger nummer twee was orkaan Katrina, die een zeer onflatteus licht wierp op de president en zijn regering: ongeïnteresseerd, slecht voorbereid en onbekwaam. De recent vertoonde video-opname van een briefing die Bush aan de vooravond van de catastrofe in New Orleans gaf, bevestigt die indruk nog eens op pijnlijke wijze: zonder één enkele vraag te stellen hoort hij de omineuze waarschuwingen van zijn adviseurs aan.

Eerder al had hij de sociaal-conservatieve kern van zijn achterban tegen de haren in gestreken met de voordracht van naaste adviseur en vriendin Harriet Miers voor een vacante plaats in het Hooggerechtshof. Vanwege de storm van kritiek trok ze haar kandidatuur in en kon de president een conservatieve rechter van meer gewicht benoemen, maar er was een wond geslagen die bleef schrijnen.

Door dit alles maakten de waarderingscijfers voor Bush een stevige tuimeling. Zijn politieke kapitaal verdampte. Ambitieuze hervormingsplannen, zoals de gedeeltelijke privatisering van de oudedagsvoorziening, verdwenen in de bureaula. En toen kwam de druppel die de emmer deed overlopen: de transfer van een aantal belangrijke havenfaciliteiten naar DP World uit de Verenigde Arabische Emiraten. Her en der gingen alarmbellen af. De Democraten grepen de kans om zich te profileren als hoeders van de nationale veiligheid en schilderden de deal af als een uitverkoop van nationale belangen. Tal van Republikeinen zagen de bui hangen en distantieerden zich van het Witte Huis.

DP World heeft intussen de angel uit de affaire getrokken door aan te kondigen dat het de beoogde haventaken zal overdragen aan een Amerikaanse 'entiteit'. Maar het teken aan de wand kan niet worden uitgewist: in het Republikeinse kamp voelt men zich niet meer verplicht om het Witte Huis door dik en dun te steunen. De lame duck is geland.

Wat de affaire saillant maakt, is dat er met het plan als zodanig niet zoveel mis was. Bijna het hele havenpersoneel zou blijven bestaan uit Amerikanen en er zou niets worden afgedaan aan de toezicht van de Amerikaanse douane en kustwacht op de veiligheid. De protesten hadden dan ook een xenofoob trekje.

Maar de regering heeft de gevoeligheid van de materie kennelijk totaal miskend. Het plan is door de ambtelijke en niet door de politieke kanalen gegaan. Er ontbrak een campagne om het Congres ervoor te winnen en de publieke opinie gerust te stellen. Het duidt erop dat de politieke antennes van het Witte Huis, die in Bush' eerste ambtstermijn uitstekend werkten, ernstig en bij herhaling haperen.

Voor de Democraten, lange tijd ontredderd na de nederlaag in november 2004, is dit natuurlijk goed nieuws. Als de nationale veiligheid in het geding is, worden ze sinds jaar en dag minder vertrouwd dan de Republikeinen. Maar volgens een recente peiling is hun achterstand, die vijf jaar geleden nog zestien punten bedroeg, praktisch verdwenen.

Daarmee is niet gezegd dat de Democraten op het punt staan het politieke initiatief te heroveren. De partij is over een aantal grote kwesties, zoals eventuele terugtrekking uit Irak, zwaar verdeeld. Sommigen zijn geporteerd van een harde oppositie tegen de regering, anderen willen een gematigd gezicht laten zien. De partijtop kan het almaar niet eens worden over een plan om, net zoals de Republikeinen onder Newt Gingrich in 1994 deden, een soort 'Contract met Amerika' te lanceren.

Er is zelfs eindeloos gedelibereerd over het motto voor de Congresverkiezingen die over acht maanden worden gehouden. Het laatste bod is een variant op John Kerry's slogan: Together, America Can Do Better (die kennelijk ook een Nederlands politicus heeft geïnspireerd). Maar deze variant bekt niet zo lekker, dus nu wordt overwogen het woordje together te schrappen. Gepriegel dat de Republikeinse spin doctors vast met genoegen gadeslaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden