De week van de adviseur en zijn Iraanse sponsor

Stel dat de gemeente Rotterdam een speciale normen-en-waardenadviseur had aangetrokken, de welbespraakte en door sommige beleidsambtenaren op handen gedragen godsdienstsocioloog Nadamar, onder meer bekend vanwege zijn uitstekende contacten met het Vaticaan....

Paul Brill

Stel voorts dat de gemeente er achter was gekomen dat deze adviseur een wekelijks programma over het katholicisme en de maatschappelijke moraal verzorgt voor een televisiestation dat tot de stal van Silvio Berlusconi behoort en dat kritische kanttekeningen bij zijn handel en wandel pleegt af te doen als vuige linkse laster. Ik denk dat de gemeente geen week bedenktijd nodig zou hebben gehad om haar houding te bepalen – hij zou per direct op non-actief zijn gesteld.

Dat dit niet gebeurt met Tariq Ramadan, werkzaam voor holocaust-ontkenner en verkiezingsfraudeur Mahmoud Ahmadinejad, zal vooral te maken hebben met de moeite die het nu eenmaal kost om toe te geven dat er sprake is geweest van een beoordelingsfout, zeker als het gaat om een persoon voor wiens benoeming men zich zo schrap heeft moeten zetten. Maar ik denk dat er ook nog een ander mechanisme werkt, namelijk een basaal onvermogen om het kwalijke karakter van het huidige Iraanse regime in zijn volle omvang te doorzien.

Er loopt hier een parallel met de wijze waarop een bepaald deel van de West-Europese publieke opinie in de vorige eeuw aankeek tegen de communistische heerschappij over Oost-Europa. Natuurlijk waren er slechts weinigen die de staatsdwang en de onvrijheid verdedigden. Maar het ontbrak vaak aan het besef hoe intens onderdrukkend en verstikkend het communistische bewind werkelijk was.

Voor een deel op sentimentele gronden: hoe zeer het communisme in de praktijk ook was gedegenereerd, het werd toch gezien als een leer die in beginsel het goede nastreefde, die armoede en achterstand wilde opheffen. Zo kon het gebeuren dat een PvdA-delegatie na een bezoek aan de DDR terugkeerde met veel lof voor het gratis onderwijs en de gezondheidszorg. Voor een ander deel liet men zich leiden door een overmaat een begrip voor het veiligheidssyndroom van de Sovjet-Unie. De Oost-Europeanen hadden misschien de pech dat zij daarvoor opdraaiden, maar ze moesten er maar het beste van maken. Mede daarom meenden sommige leden van de genoemde PvdA-delegatie de Berlijnse Muur te moeten betitelen als een historische noodzaak, die de DDR ‘een stuk leefbaarder’ (Jan Nagel) had gemaakt. (Dit is geen geleende observatie: ik werkte destijds in een omgeving waar dergelijke noties welig tierden.)

Iets soortgelijks is er aan de hand met het Iran van de ayatollahs en Ahmadinejad. Weinigen in het Westen zullen heuse affiniteit hebben met hun islamitische heilsleer. Maar als dragers van een succesvolle revolutie tegen een door de VS gesteunde potentaat hebben ze van menigeen toch het voordeel van de twijfel gekregen. Natuurlijk gingen ze wel erg tekeer tegen Israël en het Westen en natuurlijk was het niet zo fraai dat ze er een geheim nucleair programma op nahielden. Maar uit Teheran zelf kwam hoogstens gedempte kritiek. Met hun militante opstelling leken de Iraanse leiders te appelleren aan een wijdverspreid nationalistisch sentiment en gevoel van weerzin tegen alles wat uit de koker komt van de Grote Satan en zijn kleine handlanger in Jeruzalem.

Inmiddels kan er geen twijfel meer over bestaan wat het werkelijke overheersende sentiment in Teheran is: weerzin tegen een regime dat de bevolking in een benauwende greep houdt, dat van de papieren democratie een farce maakt en waarvan het veiligheidsapparaat steeds meer macht naar zich toe trekt. Als de massa’s op straat hun eigen voorkeur volgen, wensen ze niet de VS en Israël de dood toe, maar hun eigen leiders (en Rusland!). Qua repressief optreden is de sjah ruimschoots overklast door de ayatollahs.

De grote vraag is natuurlijk: hoe ver reikt hun controle? ‘Kijk voorbij de ayatollahs, de sharia-wetten en de lichaamsbedekking van top tot teen, en je ziet een verdrukt cultureel leven van jonge mensen die snakken naar de levensstijl en de vrijheid van het Westen’, schreef een anonieme verslaggever deze week in het onvolprezen webmagazine Slate. Zijn stellige indruk: de theocratie heeft haar glans al lang verloren, de twintigers en dertigers – die de meerderheid van de bevolking uitmaken – zullen op langere termijn niet blijven berusten in het feit dat een groepje zeventig-plussers uit Qom hun de wet voorschrijft.

Het Slate-verhaal deed me denken aan het verslag dat de historicus Timothy Garton Ash in 2005 maakte na een bezoek van twee weken aan Iran (en dat is opgenomen in zijn pas verschenen bundel Facts Are Subversive). Hij noemde toen de vooruitzichten voor een omwenteling gunstig: de meeste Iraniërs die hij had gesproken, waren jong, goed opgeleid, seculier en pro-westers.

Ik zou willen dat ik ook zo optimistisch kon zijn, maar heb mijn twijfels. Vier jaar na de prognose van Garton Ash zitten die jonge, goed opgeleide, seculiere Iraniërs alleen maar meer in de verdrukking. De gebeurtenissen van de afgelopen weken geven aan dat de macht is samengebald bij een vastberaden groep, die zichzelf een historische missie toedicht en die al te veel bloed aan de handen heeft om te kunnen hopen dat ze later de dans zullen ontspringen. Anders dan in de slotfase van het Sovjet-communisme brandt het heilig vuur in Teheran nog volop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden