DE WEDEROPSTANDING VAN LINKS

NU HET LAND er na vijftien jaar bezuinigingsbeleid weer bovenop is gekomen, begint links zich weer te roeren. Na de val van de Berlijnse Muur is even gedacht dat het kapitalisme vrij spel zou hebben....

DIRK-JAN VAN BAAR

Voor een deel is dit een normale golfbeweging. Het 'Bolkestein-effect' is over zijn hoogtepunt heen, en de PvdA heeft, dankzij premier Kok, het politieke centrum veroverd. De paarse coalitie wekt de indruk dat er geen ideologische tegenstellingen meer zijn.

Daardoor lijkt ook een radicale club als GroenLinks minder extreem, terwijl een anti-partij als de SP zowel een ideologisch vacuüm vult als proteststemmers trekt. Lijsttrekker Jan Marijnissen is een gemoedelijke Brabander. Bij zulke mensen denk je eerder aan ons moeder dan aan oud-maoïstische sektariërs.

Sinds het gevaar van de wereldrevolutie is geweken, ziet links er een stuk onschuldiger uit. Het zijn eigenlijk wel aardige jongens, minder brallerig dan de patsers ter rechterzijde. Ondertussen groeit de ideële verwarring.

Zo is het CDA, dat haar 'sociale gezicht' heeft opgepoetst, de PvdA nu links gepasseerd. Voor de bevlogen critici van Wim Kok (de filosofen, psychiaters en dichters, die hun neus ophalen voor de economie) bewijst dat de verrechtsing van de PvdA. Maar belangrijker is dat het politieke centrum sinds de successen van het poldermodel naar links is opgeschoven.

Links heeft zelf nog niet door hoe sterk ze staat, en blijft maar doorzeuren over de verschrikkingen van de 'neoliberale marktideologie', die in Nederland nauwelijks is aangeslagen. Wél is het zo dat veel ambtenaren, waaronder de politie, in zaken zijn gegaan, en dat organisatieadviseurs prachtige sommen opstrijken. Dat ligt echter niet aan de markt, maar aan de overheid.

De hausse op de beurs, waarvan inderdaad niet iedereen in gelijke mate profiteert, heeft ook de armoedeproblematiek weer op de politieke agenda geplaatst. Er wordt nu met droge ogen geklaagd over schrijnende rijkdom.

Het basissentiment in Nederland is nog steeds dat de verschillen tussen arm en rijk niet te groot - en vooral niet te zichtbaar - mogen zijn. De verzorgingsstaat geniet onverminderde aanhankelijkheid. Vijftien jaar bezuinigen heeft dat gevoel verder versterkt. De bezuinigingspolitiek werd juist gelegitimeerd met het argument dat het voorzieningenniveau niet langer kon worden gewaarborgd. Daarom werd er afgeslankt. Het mocht, om met Elco Brinkman te spreken, een onsje minder zijn.

Veel mensen begrepen de wijsheden van Onno Ruding. Een dubbeltje kan maar één keer worden uitgegeven, en als werken niet loont, blijft de buurman liever bij tante Truus. Maar dan ligt het ook in de rede om weer meer aan collectieve doelen te besteden als het economisch beter gaat. Allerlei groepen die van de overheid afhankelijk zijn, gaan nu - héél rechtvaardig en marktconform - hun deel in de gestegen welvaart opeisen. Want als de zorgsector haar zin krijgt, kunnen andere niet achterblijven.

Ondanks alle verhalen over globalisering, individualisering, prestatieloon en flexibiliteit, leven we nog steeds in een land van koppelingen en trendvolgerslogica. Dat werkt goed zolang de economie het niet al te goed doet. Dan houdt iedereen elkaar op rantsoen, en kan er worden gematigd met het uitzicht op meer. Dat is voorbij.

Men wil nu eindelijk wel eens oogsten. Waartoe dat leidt, toont Denemarken. Daar ging het ook even wat minder, maar is sneller dan in Nederland gesaneerd. Werknemers die tachtigduizend gulden per jaar verdienen, staken daar nu voor zes weken vakantie.

Of het met Nederland werkelijk goed gaat, wordt pas bewezen als het met succes enige jaren links beleid doorstaat. Wat dat betreft is Denemarken verder. Het succes van het poldermodel berust op jarenlange kostenreductie, en dat kan niet blijven doorgaan. Met alle internationale lof, en de inmiddels meest concurrerende economie van West-Europa, begint onze matigingslogica in zijn tegendeel te verkeren. Het nationale begrotingstekort loopt, bij een groeiende economie, alweer op. Dat belooft nog wat in de EMU, die strikte begrotingsdiscipline voorschrijft.

Hier wreekt zich dat de sanering van de verzorgingsstaat pragmatisch is verlopen, en juist niet vanuit een ideologische (neoliberale) visie heeft plaatsgevonden. Een hele generatie heeft zich geruisloos laten afvloeien en in de wachtkamer laten plaatsen. Ondertussen zijn we ons sociale model blijven waarderen, en steeds zorgafhankelijker geworden.

Nu het draagvlak voor de verzorgingsstaat is behouden, komen de zachte krachten vanzelf weer bovendrijven. Politiek gezien lijkt er weer ruimte voor progressie. Het linkse potentieel is er al, nu de strijdpunten nog. We staan aan de vooravond van een Nieuw Keerpunt. Moderner, vriendelijker, vrouwelijker, en ecologischer, staat ons weer heel wat 'idealisme' te wachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden