De wederopstanding van Jochem Myjer: door ruggenmerg en been

Jochem Myjers theaterloopbaan verliep stormachtig, tot hij in 2011 zijn doodvonnis dacht te horen. Bij de eerste try-outs van Myjers nieuwe show beschrijft vriend Onno Blom ziekte en herstel van de komiek.

Jochem Myjer Beeld Stephan Vanfleteren

Met Jochem gaat altijd alles goed. Of hij nu zijn huiskamer binnenkomt, het café op de hoek, het atelier van een bevriende schilder - waar hij diens telefoon opneemt met de stem van Jan Wolkers - of het podium van Carré: de vrolijkheid spat van hem af. Hij stuitert door de ruimte, een lach van oor tot oor, zijn krullen springen als matrasveren op zijn hoofd. Hij geeft je het gevoel: nu gaat het beginnen.

Jochem Myjer (35) is de knuffelbeer onder de komieken. Zeldzaam is inmiddels de Nederlandse theaterbezoeker die géén foto heeft waarop zijn innige omstrengeling met de succesvolle grappenmaker is vastgelegd. Na afloop van al zijn shows komt Jochem binnen vijf minuten de foyer in, schijnbaar nog even fris en fruitig als voor het begin van de voorstelling, geeft schouderklopjes, deelt handtekeningen uit en gaat eindeloos op de foto. Hij kent verbijsterend veel mensen uit zijn publiek bij naam en weet hoe het met hun schoonmoeder gaat.

Kritiek op Jochem hoor je zelden. Iedereen vindt hem aardig. Iedereen vindt hem goed. Je hebt allemansvrienden en je hebt Jochem. Dat komt waarschijnlijk doordat hij zich nooit boven het Hollandse maaiveld heeft verheven. Hij afficheert zichzelf nadrukkelijk als 'komiek' en niet als 'cabaretier'. Een geniale zet: 'Zo hoef ik nooit te voldoen aan de eisen van de azijnpissers.'

André van Duin
Het is niet verwonderlijk dat Jochem meer wordt gezien als de opvolger van André van Duin dan van Freek of Youp. 'Let op, vriend: daar ben ik trots op. André van Duin is de ultieme vakman. Hij kan van helemaal niets iets maken. Timing, mimiek, allemaal perfect. Dus dat houden we zo. Geen pretenties. Ik maak grappen. De mensen verwachten van mij geen preek of een diepzinnige boodschap. Dat ze 'm af en toe stiekem toch krijgen, is mooi meegenomen.'

We zitten in een waterig ochtendzonnetje op het terras van De Vriend in Leiden, op een steenworp afstand van zijn huis. We spreken er vaak af. Met z'n tweeën, of met wat andere vrienden erbij. Jochem zit achter zijn potje thee. Voor hem op het tafeltje ligt de stukgelezen biografie van Toon Hermans. 'Even bijscholen.' Leest voor, met een perfecte imitatie van de stem van Toon: 'Je moet op het toneel zo natuurlijk mogelijk zijn. Een beetje onnatuurlijk zijn in het dagelijks leven is veel minder erg dan op het toneel.' Zwijgt even. 'Dat heb ik ook.'

Alles wat Jochem vertelt, is met een draadje aan zijn eigen leven verbonden - en wordt daarna verdraaid, omgekeerd of opgeblazen. Daarom kan hij al bij de eerste try-out van een nieuwe voorstelling alles uit zijn hoofd doen. Als hij vertelt hoe hij voor het eerst een zonnebankstudio bezoekt, een wesp gevangen raakt tussen de tosti-ijzers van de zonnebank en Jochem naakt de cabine uitvlucht, dan rent hij op het podium voor zijn gevoel óók in zijn blote kont. Hij beleeft alles opnieuw. En hij hoeft dus niets te onthouden.

Leiden
Het leeuwendeel van zijn grappen hoort Jochem gewoon op straat. Leiden is voor hem een veilige haven én Klein Absurdistan. Als Jochem op zaterdag over de markt loopt, langs de groenteboer en Bob de bloemenman, dan noteert hij na afloop zo een dozijn foute grappen. Fout is goed. Flauw is beter. Als je denkt: die kan echt niet, dan is-ie voor Jochem uitstekend geschikt. 'Bob, wat ben je bruin.' 'Ja, Jochem, ik ben in Thailand geweest.' 'In Thailand, Bob? Wat moest je daar?' 'Mijn schoonmoeder werd negentien.'

Er overkomt hem ook veel. Hij dendert in het ware leven geregeld een slapstickscène binnen. Laatst had Marloes, zijn vriendin, een fiets gekocht waarop Jochem met zijn twee kleine kinderen op pad kon. De één voor, de ander achter in een stoeltje. Hij aarzelde geen moment. Sprong op de fiets en doorkruiste met vijftig kilometer per uur de hele stad. Na vijftien minuten kwam hij bezweet en stralend aanrijden, lachte naar Marloes die hen achter het raam stond te bekijken, en zwaaide zijn voet zwierig over de bagagedrager, 'tok!', tegen het hoofd van zoontje Melle. Einde scène.

En toch, en toch. Als je met Jochem bevriend raakt, ontdek je dat er achter zijn humoristisch universum nog een universum schuil gaat. Om te beginnen komt Jochem, de lieveling van het volk, helemaal niet uit een volks nest. Hij is de zoon van Egbert Myjer, rechter bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Jochem groeide samen met zijn zusjes Carolijne en Wieke op in Zutphen en Leiden in een moreel bewust, creatief en intellectueel gezin. Hij was een razend slim, oneindig druk jongetje dat al jong viool speelde, terwijl zijn moeder Marja hem op de piano begeleidde.

Toon Hermans
Jochem kent niet alleen de conferences van Toon Hermans uit zijn hoofd, maar ook het begin van Homerus' Ilias en Under the milkwood van Dylan Thomas - dat hij als gymnasiast opvoerde, samen met zijn vriend Armin van Buuren. Zonder een spoor van ironie citeert hij, als de gelegenheid erom vraagt, sonnetten van Shakespeare: 'Shall I compare thee to a summer's day / Thou art more lovely and more temperate: / Rough winds do shake the darling buds of May.'

Twee zielen schuilen in Jochems borst. De maker van de shows Adéhadé en Yeee-Haa, de man bij wie de rook op het podium uit de oren komt, die als een raket over de wereld raast, wordt de rust zelve als hij een zeldzaam vogeltje ziet. Er is bijna niets dat hem zo ontroert. Dan staat hij plotseling als aan de grond genageld. Zijn mond valt letterlijk open en hij wijst: 'Zag je dat? Een puttertje. Wat een schitterend vogeltje. Mijn dag is van goud als ik een puttertje heb gezien. Ken je dat zeventiende-eeuwse schilderijtje van Fabritius in het Mauritshuis? Die vleugeltjes met een likje rood en een likje geel. Daar kan ik wel om janken.'

Dierengeluiden kan Jochem zo goed nadoen dat de natuur er van in de war raakt. Als student biologie - in Groningen, waar hij in 1997 het Studenten Cabaret Festival zou winnen en daarna zijn studie vaarwel zei - deed hij op excursie eens het geluid van een vleermuis zo goed na, dat er eentje recht zijn bos met krullen invloog. Die vleermuis kon alleen uit zijn weelderige haardos worden bevrijd door er een stuk van af te knippen.

Drukte
De vrolijke drukte (nou ja, vrolijk: hij was onhandelbaar op de lagere school. 'Mijn moeder zat nog geen vijf minuten thuis als ze mij naar school had gebracht, dan belden ze al. 'Kom hem maar weer halen.' Ze deed haar jas niet eens meer uit als ze thuiskwam.') heeft naast de verstilde liefde voor de natuur nog een antipode: de hypochondrie.
Jochem kan somber zijn, angstig. Hij heeft alle kanalen openstaan voor grappen én voor alle dingen die mis, fout, kapot of dood kunnen gaan in het leven. Niets ontgaat hem. Jochem is er altijd heilig van overtuigd geweest dat hij jong zou sterven. 'Als ik ooit ga trouwen, is mijn huisarts mijn getuige. Ik zie hem vaker dan mijn vrienden.'
Maar er gebeurde hem nooit iets.

Jochem was nooit zover gekomen als hij geen noeste werker zou zijn geweest. En een perfectionist. Hij slijpt aan zijn scènes en zinnen tot hij er haast krankzinnig van wordt. Het schrijven van een nieuwe voorstelling vindt hij een marteling. 'Youp doet dat veel sneller. Maassen, Teeuwen, ze lijken, als je de verhalen moet geloven, wel vanzelf te schrijven. Ik kán dat simpelweg niet. Dat maakt hen geniaal en mij een harde werker.'

Na afloop van elke tournee - hij speelt dezelfde voorstelling drie jaar lang achter elkaar - neemt hij negen maanden vrij om de nieuwe voorstelling geboren te laten worden. Hij doet drie maanden niets. Daarna sluit hij zich op in zijn werkhok. Gaat af en toe een weekje in een hotel in Friesland zitten, of in zijn huisje op Texel. Dat zijn Jochems mopperweken. 'Het is shit, het is slecht, het is tinnef. Dan haat ik mezelf.'

Zijn drive is zijn kracht en zijn valkuil. Hij blijft altijd op weg naar de ideale voorstelling en vecht tegen de demonen die hem er van afhouden. Maar als zijn show er eenmaal inzit, het decor staat en de regie klinkt als een klok, dan is hij de gelukkigste mens op aarde. 'Ge-nie-ten! Spelen is het heerlijkste op aarde. Ik weet het: waar anderen schrijven het mooiste vinden of dat eerste, breekbare begin, daar werkt het bij mij precies andersom. Pas als ik me helemaal veilig weet, dan gaat de zon op.'

Onveiligheid
Na afloop van zijn vorige voorstelling - avond aan avond uitverkochte zalen, met een daverende dernière in De Leidsche Schouwburg - bleef dat gevoel van onveiligheid lang hangen. Jochem was in de zomer van 2010 met Robert-Jan Veen, zijn beste vriend en manager, een weekje naar Bangkok geweest. Aan de rand van het zwembad was hem daar de titel van zijn nieuwe show ingevallen: Even Geduld AUB! 'Waarom?' vroeg Robert-Jan. 'Geen idee,' zei Jochem. 'Maar dit is 'm.'

Daarna was hij er met dubbele kracht tegenaan gegaan. Hij had een stapel grappen. Hij bedacht dat hij de liefdes van zijn leven de revue zou laten passeren. Hij zou ironisch-megalomaan beginnen. Als het doek openging, zou een daverende compositie van Armin van Buuren klinken. Midden op het podium zou Jochems eigen hoofd staan. Meters hoog en meters breed, zodat hij in zijn eigen hoofd kon rondlopen. Om te weten hoe gedachten zich eigenlijk verplaatsten in een hoofd, zocht hij contact met een arts van het Leids Universitair Medisch Centrum. Topneurochirurg Wilco Peul vertelde hem alles over het brein wat hij wilde weten.

Toch zat 't Jochem niet lekker. Hij had genoeg materiaal, goede ideeën, maar hij had geen verhaal. Wat wilde hij nu eigenlijk vertellen? 'Ik heb het niet', zei hij tegen me op een nieuwjaarsfeestje, op de eerste paar dagen van 2011. 'Ik mis iets, maar ik weet niet wat.' Jochem wist dat het altijd zo ging, dat hij altijd dacht dat het niks was. Hij probeerde zichzelf gerust te stellen. Was hij niet de oprichter en de voorzitter van de Nachtvisvereniging Geduld Is Een Schone Haak? Nou dan.
Jochem kon de knagende onrust niet van zich afschudden. Was hypernerveus. Op weg naar zijn huisje op Texel, in de lente van 2011, stopten we onderweg voor koffie. In een cafeetje in Den Helder sloeg hij pats! op zijn broekzak, daarna, pats! op zijn binnenzak. 'Waar zijn m'n sleutels en m'n telefoon?' Angst laaide op in zijn ogen. Ze lagen voor zijn neus op tafel, die enorme sleutelbos waar een conciërge trots op zou zijn, en zijn iPhone met het gebarsten scherm, omdat hij die altijd op de grond liet flikkeren. 'Oeffff!' Opgelucht ademhalen. Twee minuten later: wéér. Pats! pats! zijn handen op zijn borstzak, broekzak. Schiet overeind. 'M'n sleutels!' Op tafel, Jochem. 'Oeffff!'

Belangstelling
De eerste try-outs van Even Geduld AUB! stonden toen al voor de deur. De belangstelling was overweldigend. Alle shows van Jochem zijn in de voorverkoop binnen een paar minuten uitverkocht. In Leiden moesten de mensen zo lang wachten om een kaartje te bemachtigen dat hij in de ellenlange rij stroopwafels was gaan uitdelen.

In de lente van dit jaar - bijna een jaar na dato - kijken we bij Jochem thuis op zijn laptop naar de opnamen van de laatste try-out die hij vorig jaar speelde. Arnhem, 23 juni 2011. Jochem verdraagt het maar nauwelijks om naar zijn eigen voorstelling te kijken. Drukt steeds op de pauzeknop, lult erdoorheen. Zit neurotisch met een pen op tafel te tikken. Op het scherm zie je Jochem een twee meter hoge en brede kartonnen doos in en uit rennen waarop zijn eigen hoofd is geprojecteerd. Je hoort de mensen in de zaal hard lachen om het spervuur van grappen. Business as usual, lijkt het.

Toch klopt er iets niet. Als ik goed kijk, zie ik hoe moe Jochem er op het Arnhemse podium uitziet. Hij heeft zijn schouders hoog opgetrokken, beweegt houteriger dan gewoonlijk. Hij vertelt dat hij die middag vijf uur achter elkaar had geslapen. Vlak voor de show was hij door een masseur 'losgemaakt' omdat hij verrekte van de pijn in zijn nek. Twintig minuten voor het einde van de show is zijn batterij helemaal leeg. Jochem sleept zich naar het einde. Hij grapt moedig verder, verspreekt zich, vergeet wat - en maakt daar weer grappen over. Het lijkt improvisatie, maar hij is de weg kwijt.

'Bliksemschichten flitsten door mijn rug als ik een klein sprongetje maakte,' zegt hij. 'Ik stond onder stroom van mijn kruin tot mijn tenen.'

Tropenjaren
Jochem maakte zich zorgen. Maar iedereen zei: je hebt stress, maak je niet druk. Het komt goed. Jij altijd met je gepieker. Er was ook wel een logische verklaring. Jochem had een paar tropenjaren achter de rug. Niet alleen had hij avond aan avond opgetreden, maar hij had met Marloes twee kinderen gekregen: Limoni in 2009 en Melle in 2010. Het was de tijd van gebroken nachten en poepluiers.

Jochem neemt zijn verantwoordelijkheid als vader hoog op. Hij staat op als iedereen in huis nog slaapt. Om tien uur is hij als een wervelwind door het huis gegaan, heeft ontbijt gemaakt voor de kinderen, ze naar de crèche gebracht, boodschappen gedaan en de piepers geschild en in een pan onder water gezet, alvast voor het avondeten. Marloes zegt wel eens: 'Je kan het ook over de dag verspreiden.' Maar dat kan Jochem niet. Hij gaat als een pijl uit de boog van start en valt rond het middaguur om. Letterlijk: boem, op de bank.

Dit was anders. 'Ik had geen behoefte aan een middagslaapje. Mijn stem was kapot. Ik had helse pijn in mijn nek - ik dacht dat ik een hernia had. 's Nachts lag ik te shaken in bed.' Na een paar weken rust op Texel was de pijn nog altijd niet geweken en ging Jochem naar zijn huisarts op het eiland. Die vertrouwde het niet en stuurde hem door naar het Gemini Ziekenhuis in Den Helder om een scan te laten maken.
Op 14 juli 2011 nam Jochem, samen met zijn vader - zijn ouders waren ook op Texel, de familie komt al decennia lang elke zomer naar dezelfde plek op het eiland, vlakbij de Slufter - de boot naar de overkant. Ze reden naar het ziekenhuis. Bij binnenkomst deed de receptioniste niet onverdienstelijk de pons-pons-pons-kaartscène na uit één van Jochems shows. Het was een vrolijke boel. De arts zei tegen hem: 'Iedereen is van slag omdat u er bent.' Jochem werd snel een ruimtecapsule ingeschoven voor de MRI-scan. Daarna begon het tergende wachten op de uitslag. 'Dat duurde maar.'

Toen Jochem binnen werd gevraagd door de arts bleef zijn vader buiten op hem wachten. In de kamer van de neuroloog waren de röntgenfoto's van zijn ruggenwervel op het computerscherm te zien. 'Ik zag het meteen', zegt Jochem. 'Een wit puntje.' De dokter zei: 'U heeft inderdaad een nekhernia. Maar dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws is: u heeft een gezwel in uw ruggenwervel.' De dokter vermeed het woord 'tumor'. 'Hij sprak tegen de lucht', vertelt Jochem. 'Ik luisterde wel, maar hoorde niks. Je huilt van binnen.'

Handtekening
Zijn vader zat op de gang te wachten. Jochem deelde, immer plichtsgetrouw, nog twee handtekeningen uit aan twee verpleegsters die op hem stonden te wachten. Daarna stormde hij de gang uit. Naar buiten. Zijn vader rende achter hem aan. 'Pap, dit was het!' Jochem barstte in tranen uit. Hij had het altijd al gedacht. Nu was het zover: hij ging dood.

Op de boot terug naar Texel heerste ontreddering. In zijn dagboek noteerde Jochems vader: 'Een tijdbom? Het ging niet meer over al dan niet kunnen optreden maar over overleven. Over mogelijke arbeidsongeschiktheid en verzekeringen. Over Marloes en de kinderen. Over hoe hij altijd al had aangegeven dat hij niet lang zou leven. [..] Het werd een terugtocht om niet gauw te vergeten. Intens, vol gedeeld leed. Een diep gevoel van vader-zoon. De zaken niet bagatelliseren. Maar ook: veiligheid, troost en relativering.'

Jochem wilde zo snel mogelijk meer weten. Wat is er bekend van de kwaal? De neuroloog in het Gemini had gezegd dat het waarschijnlijk om een 'bloedtumor' ging, een goedaardig gezwel dat hij misschien al zijn hele leven bij zich droeg, maar dat nu zo groot was geworden dat het zijn zenuwen beknelde. Jochem was er net op tijd bij: één onverwachte beweging van zijn nek had hem fataal kunnen zijn. Zijn zenuw had kunnen knappen. Hij ging op zoek naar de namen van mensen die hem meer zouden kunnen vertellen. En wat bleek? Dé specialist op dit gebied was Wilco Peul, de neurochirurg die Jochem kort tevoren had leren kennen omdat hij voor zijn nieuwe show alles over het menselijk brein had willen weten.

Kalmeren
Onderweg van de boot naar het huisje, waar zijn vriendin, de kinderen en zijn moeder wachtten, slaagde Jochem erin wat te kalmeren. 'Ik kwam in de overlevingsstand. Bij een schaafwond begin ik te piepen, maar als het echt erg is, ga ik knokken.' Toch was dat het moeilijkste dat hij ooit had moeten doen: aan zijn vriendin vertellen dat hij een tumor had. Het voelde als verraad aan het leven, aan de dingen die zij elkaar hadden beloofd. Een hartverscheurend gesprek moet dat zijn geweest. Maar ze kwamen er goed uit. Ook Marloes wilde vechten. Niet bij de pakken neerzitten. Grappen blijven maken. 'Jochems reactie was tekenend', schreef zijn vader in zijn dagboek. 'Het gaat mij door ruggenmerg en been.'

Die avond zouden Jochem en zijn vader gaan eten bij Jef, een chic restaurant op Texel. Jochem had voor Jef een filmpje gemaakt, waarin hij in kokspak door het restaurant rent, wijnflessen aan zijn mond zet, koelkasten opentrekt en een peperdure fles champagne - 'niet aankomen', staat erop, 'die tekst heeft een hele bijzonder uitwerking op mij' - in scherven op de grond uiteen laat spatten. Als dank hadden ze hem een mooi diner voor twee aangeboden.

Ze besloten toch te gaan. Bij Jef hebben ze niets gemerkt van het verschrikkelijke nieuws dat Jochem die dag had gekregen. Vader en zoon Myjer werden opgehaald met de limousine, voorzien van ijsgekoelde Tatinger-champagne en exquise amuses, aten die avond schitterend gerechten en dronken nog mooiere wijnen. 'We genoten intens', staat er in het dagboek van Egbert Myjer. 'Zonder te verbloemen wat sinds de morgen dreigde, praatten we elkaar bij en hadden alweer een vader-zoon moment. En we waren ons ervan bewust dat deze dag in zekere zin tekenend was: een dag met Jochem kan nooit 'gewoon' zijn. Het is vaak iets met uitersten.'

Gehavend
Een maand later, op donderdag 18 augustus 2011, werd Jochem geopereerd in het LUMC. Wilco Peul deed de operatie niet zelf, omdat hij te nauw bij Jochem betrokken was geraakt. Zijn collega Radboud Koot zou de ingreep verrichten. Vlak voor de operatie was Jochem nog door de arts gebeld. Hij betwijfelde of het wel een 'bloedtumor' was. Misschien toch kwaadaardig. De kans was groot dat Jochem gehavend, misschien zelfs grotendeels verlamd uit de operatie tevoorschijn zou komen. Tegen Marloes zeiden ze in het ziekenhuis, die ochtend: 'Als het goed is, duurt het vijf uur.' Als het langer zou duren, was dat een slecht teken.

Die dag zaten zijn vrienden op het Leidse stadhuisplein hun zenuwen weg te zuipen. Marloes zat thuis te wachten bij de telefoon. Ze hoorde niets van het ziekenhuis. Ze hoorde wel dat het nieuws van Jochems operatie was uitgelekt. Jochem was in de administratie van het ziekenhuis ingeschreven als 'Jan van Hout', een held uit de strijd rond Leidens ontzet in 1574. Maar SBS Shownieuws had er lucht van gekregen en stond klaar met een cameraploeg. Robert-Jan zag zich gedwongen om een deal te sluiten met de crème de la crème van de Nederlandse journalistiek over het naar buiten brengen van het nieuws.

Om half acht 's morgens was Jochem de operatiekamer ingereden. Marloes werd pas om half negen 's avonds gebeld dat de operatie achter de rug was. Ze waren meer dan dertien uur met hem bezig geweest.

Draadje
Door een opening in de wervel van 12 millimeter doorsnede had de chirurg stukje voor stukje de tumor uit de wervel verwijderd. Het was geen bloedtumor. Op het oog kon de arts aan de randen van het gezwel niet vaststellen of hij sneed in tumorweefsel of zenuw. Dat kon hij alleen vaststellen als de bloeddruk van de patiënt plotseling zakte. Eenmaal pakte hij de zenuw vast - en liet vliegensvlug weer los. Jochems leven had letterlijk aan een draadje gehangen. Maar de operatie was geslaagd. De tumor was voor het allergrootste deel verwijderd, ogenschijnlijk zonder schade aan het zenuwgestel. De chirurg had een klein wonder volbracht.

Toen Jochem op de intensive care bijkwam uit narcose, leek het alsof een tractor over zijn hoofd heen had gereden. Robert-Jan maakte een foto, maar wiste die weer. Niet om aan te zien. Jochem zou in de weken daarna alles opnieuw leren: lopen, zitten en staan. Poepen en pissen. Van zijn middel tot zijn tenen was het gevoel weg. Hij had geen controle over zijn benen en voeten, en hij voelde zijn huid niet. Als zijn dochtertje Limoni hem onder zijn tenen kriebelde, stootte Marloes hem aan om hem te waarschuwen. Pas dan ging Jochem lachen.

In de dagen na de operatie begon Jochem te beseffen hoeveel geluk hij had gehad. Hij kreeg mails en brieven van mensen die een vergelijkbare ingreep hadden ondergaan. Bijna niemand was ongedeerd uit de strijd gekomen. Een vrouw had hem een mail gestuurd, waaruit bleek dat de tekst was getikt met een penseel in de mond. De rest van haar lichaam was verlamd.

Bij Jochem was het zelfs niet nodig om zijn nek op zijn romp te fixeren, een standaardprocedure bij zo'n zware ingreep. 'Dan zou ik op het podium bewegen alsof ik zo'n gipsen kraag omhad. Gelukkig hoefde dat niet. Maar als het nodig was geweest, was ik in een rolstoel het podium op gegaan en had ik voor die rolstoel een achtbaan laten bouwen. Met loopings!'

Wilskracht
Die wilskracht heeft ervoor gezorgd dat Jochem wonderbaarlijk snel herstelde. De dag nadat hij thuis was gekomen - 'alles voelt beter / zonder katheter' stond op de taart die hij aan de verpleegsters van het LUMC stuurde - is hij aan een loodzware revalidatie begonnen. Dagelijks werd hij onder handen genomen door twee ervaren fysiotherapeuten, Michel en Vincent de Geus. Die waren verbijsterd hoe hard Jochem voor zichzelf kon zijn.

Een paar maanden na de operatie zag ik Jochem toevallig met Vincent de Geus op een fietsbruggetje over de Jan van Goyenkade staan. Dat is een gietijzeren bruggetje uit het begin van de vorige eeuw. De treden zijn smal en klimmen akelig steil omhoog. Toen ik beter keek, zag ik dat Jochem op één been stond op een tree. Hij had zijn ogen dicht en helde gevaarlijk schuin voorover. Alles in zijn lichaam trilde en het zweet gutste van zijn gezicht. Stilletjes sloop ik verder de Jan van Goyenkade af. Jochem, een dag later: 'Zag je me daar? Waarom ben je niet even gestopt om te kletsen?'

Tuurlijk, Jochem.
Hij herstelde zó snel dat we tegen hem zeiden dat het niet de bedoeling was dat hij met al die training van een dikke gehaktbal in Mr. Universe zou veranderen. Zoveel medelijden hebben we nou ook weer niet.

Zorgen
Stiekem bleef Jochem-alles-gaat-goed zich natuurlijk veel zorgen maken. Elke controle was een verzoeking. Eén keer had hij op de scan in het ziekenhuis witte vlekken gezien in de bewuste wervel. Die zijn heel normaal. Maar Jochem vertrouwde het niet. Het spookte door zijn hoofd: 'Er zit nog iets. Is dat het residu van de tumor of littekenweefsel? Gaat het groeien?' Op 17 februari van dit jaar moest hij opnieuw voor controle. Twee minuten later flitste de sms: 'Yeeeaaaaaaah! Uitslag laatste scan gehad! Tumor niet gegroeid afgelopen maanden. Over 6 maanden pas weer. Godverdomme. Eindelijk goed nieuws! Ben zo blij. Liefs Jochem.'

Hoe beter het hem ging, hoe meer hij het theater ging missen. 'Daar lag ik wakker van. Ik had het enge idee dat met de tumor ook het podium was verdwenen.' Hij miste het gevoel onderweg te zijn, als een zwerfhond langs de theaters. 'Ik kan een jaar vrij nemen, maar als ik thuis moet zitten, word ik gek. Ik mis het. Het zit in mijn ziel, in mijn hele wezen. Ik ben diep gelukkig in een hotelletje langs de snelweg, op weg naar mijn volgende voorstelling.'

Jochems goede vriend Bert Visscher wist dat. Toen die dit voorjaar in het Nieuwe Luxor in Rotterdam stond, vroeg hij of Jochem hem aan het einde van de show op het podium bloemen wilde brengen - en het slotapplaus in ontvangst nemen. 'Dat vond ik grootmoedig van Bert. Zo kon ik weer even voelen wat ik zo verschrikkelijk had gemist. Een volle bak, het gevoel van de zaal.' Het publiek gaf de twee grootste druktemakers van Europa een staande ovatie. Samen gingen ze af.

Samen stonden ze in de coulissen als kleine jongetjes te janken.
Langzaam kwam het magische moment eraan. Jochem maakte zich op voor de eerste try-out na zijn operatie. Hij kreeg soms na de geringste inspanning al 'een meltdown', maar kon eigenlijk geen dag meer wachten. Zijn nieuwe voorstelling was geen moment uit zijn gedachten verdwenen. In het ziekenhuis had hij een dagboekje bijgehouden. Al op de intensive care had hij zich gerealiseerd dat wat hij nog miste in zijn voorstelling, hem door het leven was gegeven. 'Ik heb het.'

Voorbestemd
Het was zelfs nog sterker. Achteraf werd Jochem wel eens besprongen door het gevoel dat het allemaal was voorbestemd. Die titel alleen al: Even geduld AUB - ja, dat was wel nodig geweest. Het raadplegen van de neurochirurg, zijn idee om zijn eigen hoofd op het podium te zetten. Tekstflarden: 'Al word ik morgen ernstig ziek / en heb ik nooit meer leuk publiek', uit zijn liedje Mijn dag. Het feit dat hij juist in deze show op de liefdes van zijn leven terugkijkt. 'Wat doe je anders als je laatste uur heeft geslagen?'

Sinds de operatie heeft Jochem het gevoel te zijn herboren. Hij heeft meer rust, kan meer genieten van het optreden. Hij heeft meer vertrouwen dat het goed zit. Toch verviel hij, op weg zijn eerste try-out na de operatie, op maandag 14 mei 2012 in het Musiater in Zevenaar, nog één maal in zijn oude gewoonte.

Mijn telefoon gaat: 'Dit is het Grote Jochem Myjer Dekt Zich In Telefoontje.' Op de achtergrond is de ruis van zijn auto te horen. Hij zoeft over de A12, op weg naar het oosten. Bij toeval heeft Robert-Jan voor Jochem in het nabijgelegen Arnhem precies dezelfde hotelkamer geboekt als die waarin hij een jaar geleden helse pijnen leed. Jochem het Medium besluit er geen voorteken in te zien.

'Wat je morgen gaat zien, dat is nog helemaal niks. Alles moet nog anders.' Stilte. Gezoem van de snelweg. 'Eigenlijk bel ik je om te zeggen dat ik het doodeng vind. Het is zo persoonlijk geworden. Het is echt anders dan vroeger. Ik ga iets serieus zeggen op het podium. Dit gaat over mij. Dit zijn geen grappen. Het is huiveringwekkend. Ik weet zeker: als het doek opengaat, begin ik meteen te huilen.'

Die nacht, alleen in zijn hotelkamer, houdt hij het bijna niet meer. Hij stroomt over van emoties. De volgende ochtend om 7.44 uur knalt Jochem het eruit op Twitter: '8 maanden geleden kon ik amper 2 meter lopen en vanavond op het podium! Ben even heel gelukkig! :))))'
Daarop barst het mediageweld los. De NOS pakt de tweet van Jochem op en opent er het bulletin mee. Op het internet verschijnt de taart met 'Trots!' die Jochems ouders en zusjes voor hem hebben laten bezorgen in zijn kleedkamer. De bakkersknecht die de taart stiekem fotografeerde, beleeft zijn beroemdste dag.

Chinees
In Zevenaar blijft een paar uur voor het begin van de voorstelling de telefoon van Robert-Jan maar gaan. Hij haalt even Chinees voor Jochem - een rijsttafel, ruim voldoende voor een rugbyelftal - en moet de meest bizarre verzoeken afslaan. Er zijn journalisten van plan om tijdens de pauze de zaal binnen te dringen. Mensen die een kaartje hebben bemachtigd, krijgen het verzoek om de volgende ochtend in het radioprogramma De Heer ontwaakt Jochems grappen te komen verklappen.

In de zaal van het kleine theater dringt van het mediageweld niets door. Er heerst volmaakte rust. Jochem banjert in een korte broek en op sokken het podium op en af. Licht en geluid worden getest. Hij loopt als een weermannetje de grote doos met zijn eigen hoofd erop in en uit. De laatste uren voor het begin van de voorstelling tikken langzaam weg. Jochem zet zich met zijn technicus aan de rijsttafel en trekt zich daarna terug in de kleedkamer. Draait de deur op slot. Even een uurtje liggen.

Dan gaan de deuren van het theater open. De mensen stromen binnen. Het licht gaat uit. In het duister zwelt het geroezemoes aan en verstomt meteen weer. Het is zover. Tussen de coulissen en de rand van het podium opent zich het ravijn. Jochem haalt diep adem en springt er met speels gemak overheen. Een oerkreet klinkt: 'Het is me gelukt! Ik ben zó blij om hier te staan!'

Hij huilt niet.

 
Een nieuwe voorstelling schrijven is voor hem een marteling
 
Bij binnenkomst in het ziekenhuis deed de receptioniste niet onverdienstelijk de pons-pons-pons-kaartscène na
 
Jochem banjert in een korte broek en op sokken het podium op en af
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden