De ware verhalen van Redmond O'Hanlon

De verhalen over 19de-eeuwse spionnen, bordelen en gorilla's waren op tv al smeuïg. Het boek biedt meer. Wat zocht de Haagse Alexine in Caïro?

Marc Argeloo, Emile Brugman, Alexander Reeuwijk: In het spoor van de grote ontdekkers - O'Hanlons Helden

****


Atlas Contact; 288 pagina's; euro 39,99.


Wie de afgelopen maanden op zondagavond bij de VPRO de lotgevallen volgde van de Britse avonturenschrijver Redmond O'Hanlon zal het niet zijn opgevallen, maar het was maar televisie. Prachtige televisie, waarin de kijker met O'Hanlon meereist in de voetsporen van illustere historische globetrotters en avonturiers. Verre oorden, kleurrijke personages, vreemde museumcollecties, vreemde volkeren, overweldigende landschappen en weelderige natuur - O'Hanlon wandelt er als een verdwaalde 19de-eeuwer doorheen en leest voor uit verfomfaaide oude boekwerken die hij alle afleveringen in een rolkoffertje meevoert. Zwetend, voeten in de modder, in bootjes, treinen, jeeps, met een lampje op het voorhoofd in de nacht. De romantiek en verbeeldingskracht spat er vanaf.


Zo mooi, dat de kijker gemakkelijk vergeet dat over de zogenoemde helden van O'Hanlon vast meer te vertellen is dan de handvol soundbites en citaten die de presentator verstrekt, hoe vermakelijk die ook zijn. In dat gat springen nu Alexander Reeuwijk, Emile Brugman en Marc Argeloo met In het Spoor van de grote ontdekkers - O'Hanlons helden, waarin twaalf heldenlevens zijn uitgewerkt: tien uit de serie, plus Wallace en Darwin.


Plus, onvermijdelijk, Redmond O'Hanlon zelf, die een getroebleerde kostschooljongen blijkt met een sadistische moeder en een krankzinnig geworden dominee als vader. Een onhandige jongen die Engels gaat studeren met latere literatoren als Ian McEwan en Julian Barnes. Die, als alles misloopt, vlucht in verre avonturen, eerst als lezer van bijvoorbeeld Darwin en Wallace, later zelf als reiziger en reisschrijver. Ten slotte als televisiepersonage, als gast aan boord in de Beagle-serie van de VPRO, daarna in eigen series. Televisie en O'Hanlon lijken voor elkaar gemaakt, schrijft Emile Brugman zuinigjes over de echtheid van de televisieheld O'Hanlon. 'Hij kan verhalen een miljoen keer vertellen en elke keer klinken ze spontaan, alsof hij het ter plekke verzint. In werkelijkheid is het allemaal meticuleus voorbereid.'


Omgekeerd is dat de reden dat de televisiereeks over zijn 'persoonlijke helden' onder avonturiers en ontdekkingsreizigers ontegenzeggelijk boeide. Het begeleidende boek (O'Hanlon schreef er geen letter aan mee, schrijven lukt hem al jaren niet meer) barst van de intrigerende geschiedenissen, vol waanzin en ontberingen. Sommige ontdekkers blijken regelrechte schurken, andere zijn in de greep van ongeneeselijke nieuwsgierigheid, eerzucht of dadendrang.


Zo is daar Georg Wilhelm Steller, die in opdracht van Alexander de Grote de latere Beringstraat verkent. Of de Britse spion Sir Richard Francis Burton, die verkleed als Arabier jongensbordelen in Pakistan onderzoekt en Mekka aandoet. Paul Belloni du Chaillu, die als eerste Europeaan gorilla's ziet. Zijn verhalen worden als fictie afgedaan. Henry Alexander Wickham steelt in opdracht van de Britten zaden van de heveaboom in Brazilië; thuis krijgt hij er, vanwege zijn lage komaf, geen enkele waardering voor. En er is de Zweed Salomon August Andrée, die met een heteluchtballon naar de noordpool wil vliegen. Na drie dagen stort hij neer. Met twee kameraden wordt hij, jaren later, doodgevroren in het poolijs gevonden, met onder zijn jas zijn dagboeken en onontwikkelde foto's van het drama.


Voor veel 19de-eeuwers is reizen een manier om zich vrij te maken van de standenmaatschappij. Of om met veren, vogels, huiden en andere preparaten geld te verdienen op de Europese markten.


In hoeverre de twaalf werkelijk O'Hanlons helden zijn, dan wel de mooiste verhalen die zijn researchers konden vinden, staat in alle eerlijkheid te bezien. Maar wat doet het ertoe? Prachtverhalen zijn het en ze worden vaardig en redelijk nauwgezet opgediend. Wat de hedendaagse lezer onvermijdelijk zal intrigeren, zijn de afstanden die de avonturiers aflegden en de tijd die daarmee heenging. Tot ver in de 19de eeuw liepen ze hele continenten over, alleen of met hele regimenten, en ze waren gemakkelijk enkele jaren onderweg, vaak zonder dat er iemand wist of ze nog leefden.


Het mooiste historische verhaal in de bundel is, ondanks alles, dat van de Haagse adeldochter Alexine Tinne, geboren in 1835 in een van de rijkste koloniale families van Nederland. Met haar moeder reisde ze, op een ongelimiteerd budget lijkt het, eerst door Europa, logerend bij adelijke vrienden en kennissen. Alexine hunkert naar meer avontuur en in Italië besluiten de dames de Middellandse Zee over te steken. Op naar Caïro. In het duurste hotel nemen ze hun intrek, omgeven door een bonte schare avonturiers en ontdekkingsreizigers die het duistere Afrikaanse continent proberen te verkennen. Dat wil Alexine ook. In eerste instantie komen ze tot Luxor, Thebe en Aswan, waar dan nog zelden toeristen komen.


Drie jaar later zijn de Tinnes terug, met het voornemen de Nijl stroomopwaarts te volgen tot Soedan en wellicht verder. Het zijn de jaren dat de bronnen van de Nijl alom tot de verbeelding spreken. Op de heenweg trekken ze met honderden soldaten en bedienden, en met scheepsladingen luxe tenten (inclusief spiegels en decoratieve gravures) door de woestijn. Onder Khartoem hapert de onderneming en valt het legertje in handen van slavenhandelaren. Het wordt een ramp.


De regentijd breekt aan, negerslaven worden onder hun neus beestachtig behandeld, dysenterie en malaria grijpen om zich heen. Moeder Henriëtte en twee kamermeisjes sterven. Met drie tinnen lijkkisten keert Alexine gedesillusioneerd terug in Caïro. Nederland zal ze nooit meer aandoen.


In de tv-reeks staat O'Hanlon in Den Haag aan het overwoekerde graf van moeder Tinne en vertelt hij het verhaal van dochter Alexines gruweldood in Noord-Afrika, waar ze tijdens haar zoveelste wilde avontuur door Toearegs wordt overvallen en letterlijk in mootjes gehakt - om het goud dat ze helemaal niet bij zich had. Daarna schrobt hij bedachtzaam de groene steen met bleekwater. Zijn fiets en rolkoffer staan op de achtergrond. Betoverende televisie of toneel? Het boek vertelt de echte verhalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.