De waardering voor tien dagen aanvallen

Sprinters, tijdrijders en klimmers krijgen in de Tour de France altijd wel een kans om op te vallen. Voor renners die het van andere kwaliteiten moeten hebben, is het geduldig wachten en toeslaan op het juiste moment, doceerde Niki Terpstra in Nîmes....

Aan het eind van een lange dag fietsen restte voor de Noord-Hollander alleen de onderscheiding voor de meest aanvalslustige renner. Het rode rugnummer, dat hem als eerste Nederlander op het podium bracht, voelde als een troostprijs voor de debutant.

Het leerde hem ook dat hij er goed aan had gedaan de moed niet op te geven. ‘Dit is de waardering voor tien dagen aanvallen’, zei Terpstra. Maar het hadden er ook elf of twaalf kunnen zijn. Het geduld dat hij had moeten betrachten, was groot geweest. In elke etappe probeerde hij in de gaten te houden wanneer zich een vluchtpoging voordeed om er adequaat op te kunnen reageren.

Eens moest het lukken om in een lange ontsnapping mee te zitten, bleef hij tegen zichzelf zeggen. Anders waren er wel de ploegleiders van Milram die hem oppepten. Nu de oude sprinter Erik Zabel niet aan de wensen kan voldoen, zijn het de aanvallers die de Duitse formatie het eerste succes bezorgen.

Het offensief rijden is aan Terpstra besteed. Voor zijn doen opvallend geïnteresseerd had hij geluisterd toen de ploegleiding vertelde hoe de wind zou staan vanaf de start in Narbonne. Maar er was geen enkele aanwijzing dat hem nu wel zou lukken wat hij al zo vaak had geprobeerd.

Vijf maal per etappe zei hij getracht te hebben aan te klampen bij een ontsnapping. ‘We zijn nu dertien etappes ver. Reken maar uit hoeveel keer dat is.’

De 24-jarige renner kan in zijn eerste grote ronde geen logica ontdekken in het ontstaan van een ontsnapping. Steeds dacht hij het wiel van de juiste renner te hebben gekozen, om even zo vaak te moeten constateren dat hij ernaast had gezeten.

Het systeem valt niet te doorgronden. Soms wordt een uur lang gedemarreerd, waarna pas een kluwen renners de goedkeuring krijgt van het peloton. Uitgerekend in de grootste kopgroep die deze Tour ontstond, in de rit naar Hautacam, was Milram niet vertegenwoordigd. ‘Toen werd er wel even gescholden ja’, zei Terpstra.

Veel geduld werd vrijdag niet van hem geëist. Bij zijn eerste poging was het meteen raak. Hij koos meteen het wiel van Florent Brard, om samen met de Fransman van Cofidis het peloton al snel op achterstand te rijden. Toen hij achterom keek, zag hij niemand volgen.

Niemand had fiducie in het duo. Hoe groter de namen zijn van de renners die wegrijden, hoe meer er aansluiten, is de wet in het wielrennen. Brard geniet als voormalige nationaal kampioen nog bekendheid, Frankrijk maakte voor het eerst kennis met Terpstra.

Over tien jaar zal hij de acht jaar oudere Brard vermoedelijk nog herinneren als zijn eerste vluchtgenoot in de Tour de France. Praten deden ze onderweg nauwelijks. Het was ook niet nodig. ‘We hadden allebei hetzelfde doel.’

De rugwind die ontbrak in de laatste 15 kilometer maakte het onmogelijk aan het eind de snelheid op te voeren om het peloton van het lijf te houden. Bewust liet Terpstra Brard geloven dat hij zich niet goed genoeg voelde om bij hem te kunnen wegrijden. Dat bleek 17 kilometer voor het einde toneelspel.

Meer dan een laatste demarrage zat er niet in voor Terpstra, die Mark Cavendish zijn vierde sprint zag winnen. Hij kon alleen toezien hoe Stef Clement, een andere Nederlandse eenling in dienst van een buitenlandse ploeg, hem passeerde. ‘Misschien dacht hij dat we met z’n tweeën verder konden.’

Maar Terpstra had niet meer de kracht om te antwoorden. Hij kon alleen concluderen dat hij had bevestigd wat hij al langer voelde. ‘Heb ik toch mooi een dag voorop gereden in zo’n grote koers.’

Hij bewees zichzelf er een goede dienst mee op het juiste moment. Terpstra wist zelf ook wel dat hij in de laatste vlakke rit voor de Alpen de interesse van andere ploegen had gewekt. Op een hogere aanbieding van Milram hoeft hij in elk geval niet te rekenen. ‘Ons laatste bod is al fantastisch’, zei manager Gerrie van Gerwen.

In zijn eentje had de baanspecialist, die in Peking tot de selectie voor de ploegenachtervolging behoort, de sponsor meer reclame bezorgd dan de rest van de ploeg in de twee weken ervoor. ‘Je moet er het beste van maken’, zei Niki Terpstra voordat hij de plichtplegingen zonder een spoor van nervositeit onderging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden