De waarde van de premier

Opiniepeilingen in de aanloop naar verkiezingen kunnen vertroebeld worden door de politieke voorkeur van de respondent. Er is een alternatief dat betrouwbaarder is: de politieke aandelenmarkt....

Rijk worden met GroenLinks. Failliet gaan aan de Socialistische Partij. Handel met voorkennis in Zalm of Melkert. Het kan op de Politieke Aandelenmarkt die de Volkskrant vandaag opent. Iedereen met een aansluiting op internet kan speculeren op de uitkomst van de Tweede-Kamerverkiezingen in mei. Stemrecht is niet nodig. Gevoel voor beleggen al evenmin.

De Politieke Aandelenmarkt is een spel met geld, niet zo heel veel anders dan de effectenbeurs aan het Damrak. Tegelijk is de markt meer. Het is een concurrent van opiniepeilers als NIPO of Interview-NSS. Beleggers laten met hun portemonnee zien welke stembusuitslag ze verwachten. Die voorspelling wordt minder vertroebeld door hun politieke voorkeur dan bij de gebruikelijke opiniepeilingen.

Politieke aandelenmarkten zijn daardoor betere voorspellers, zegt Forrest Nelson, hoogleraar economie aan de Universiteit van Iowa in de Verenigde Staten. Al sinds 1988 organiseert hij markten over politiek (maar bijvoorbeeld ook over de vraag hoeveel bezoekers de Harry-Potterfilm zal trekken). Bij de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen wisten duizend deelnemers aan Nelsons politieke markt al maanden dat het een nek-aan-nekrace zou worden tussen Gore en Bush, terwijl opiniepeilingen Bush nog een comfortabele voorsprong toedichtten.

Nelson beschrijft hoe in de maanden voor de verkiezingen de aandelenkoersen van zowel Bush als Gore rond de 50 dollarcent bleven schommelen. Pas op de verkiezingsavond, toen duidelijk werd dat Bush iets meer kans maakte, steeg de koers van Bush naar 75 dollarcent en die van Gore naar 25 dollarcent. Die koersontwikkeling was des te informatiever omdat de opiniepeilers toen al van hun podium verdwenen waren. Op de verkiezingsavond zijn peilingen niet toegestaan, omdat ze de uitslag zouden kunnen beïnvloeden.

Zoals bekend kregen de presidentsverkiezingen een staartje. Bush won, maar niet omdat hij de meeste stemmen trok. Hij kon zijn intrek in het Witte Huis nemen omdat hij nipt won in Florida en daarmee in het Amerikaanse systeem van getrapte verkiezingen de meeste kiesmannen achter zich kreeg. De kandidaat met de meeste gewone stemmen (Gore haalde 50,2 procent) verloor. Op de politieke aandelenmarkt gingen de houders van aandelen-Gore er niettemin met de buit vandoor. Ze hadden correct voorspeld dat hij de meeste stemmen zou krijgen.

Economen als Nelson - met wie de Volkskrant nu samenwerkt - kijken anders aan tegen politieke aandelenmarkten dan politici of opiniepeilers. Voor hen is de voorspellende waarde van minder belang. Het gaat ze vooral om de proeftuin die zo'n markt is, om het economische experiment. Als wetenschappers kunnen ze het gedrag van beleggers op de voet volgen, en onderzoeken wat waar is van het adagium dat de markt altijd gelijk heeft. Want ze weten dat 'de markt' er soms hopeloos naast zit, dat beleggers als kuddedieren in de ban kunnen raken van een aandeel, zonder veel goede redenen.

De beursgekte rond World Online - waaraan veel beleggers stevig verloren - is een goed voorbeeld. En het politieke equivalent van Nina Brinks internetbedrijf is wellicht Leefbaar Nederland. Met dit verschil dat niemand ooit precies weet wat de waarde van een aandeel op de beurs moet zijn; het is vooral wat de gek er voor geeft. Terwijl op 16 mei heel Nederland zal weten hoeveel Leefbaar Nederland echt waard was: op de politieke aandelenmarkt is de uiteindelijke waarde van een aandeel LN, in eurocenten, gelijk aan het percentage stemmen dat de partij van Pim Fortuyn trekt.

Hoeveel is gekte bij Leefbaar Nederland? In de opiniepeilingen schommelt Pim Fortuyn tussen de drie en de twintig Kamerzetels. Waardoor die marge verklaard kan worden, zullen we wellicht nooit weten. NIPO en Interview-NSS laten een geheimzinnige bewerking los op hun verzamelde gegevens. Dat kan tot problemen leiden. Zo vond Interview-NSS onlangs dat RTL4 ten onrechte op basis van Interview-gegevens achttien zetels voor Fortuyn voorspelde. Het bureau nam afstand van dit bericht en bepaalde het aantal voor Leefbaar Nederland later op zestien.

Dit moet, vinden economische wetenschappers, beter kunnen, en vooral: inzichtelijker. Maar het grote verschil, zegt Forrest Nelson, tussen een opiniepeiling en een politieke aandelenmarkt is dat de eerste peilt en de tweede voorspelt. Opiniepeilers stellen de vraag: 'Waarop zou u stemmen als vandaag verkiezingen zouden worden gehouden?' De markt beantwoordt de vraag wat de uitslag van de verkiezingen op 15 mei wordt.

Die twee vragen zijn fundamenteel verschillend, maar beide interessant. Volgens Nelson is dit de belangrijkste reden dat opiniepeilingen en politieke aandelenmarkten altijd naast elkaar zullen bestaan. De opiniepeilers hoeven volgens hem dus niet te vrezen voor hun toekomst, afgezien van het feit dat een politieke aandelenmarkt die maanden duurt en permanent de laatste voorspelling geeft minder kost dan één enkele opiniepeiling.

In Nederland is één keer eerder een politieke aandelenmarkt opgezet, in 1994, door de Universiteit van Amsterdam en NOVA. De actualiteitenrubriek gaf wekelijks op televisie een overzicht van de koersen. Uiteindelijk deden vierhonderd beleggers mee. De markt stelde de economen enigszins teleur, omdat de koersen de uitkomst van de Tweede-Kamerverkiezingen niet beter (maar ook niet slechter) voorspelden dan de opiniepeilingen. Voor de hand liggende verklaringen bleken niet te kloppen. De politieke voorkeur van de deelnemers had geen invloed. Waar mensen bij een enquête geneigd kunnen zijn vrijblijvende, politiek correcte antwoorden te geven, zijn ze een dief van hun eigen portemonnee als ze op een politieke aandelenmarkt niet handelen naar wat ze werkelijk verwachten.

Uiteindelijk bleek dat de deelnemers in 1994 stelselmatig de uitkomsten voor kleine partijen hadden overschat en die voor grote partijen hadden onderschat. In landen met een tweepartijenstelsel, zoals in de VS, of in een land met een kiesdrempel, zoals in Duitsland, komt dit probleem niet voor. Een groter aantal deelnemers maakt de kans op zo'n vertekening ook kleiner. Nu de politieke aandelenmarkt bereikbaar is via internet, is de kans op meer dan 400 beleggers groot.

De grootste politieke markt die tot nu toe is georganiseerd, was die rond de voorlaatste Amerikaanse presidentsverkiezingen, in 1996. Tienduizend mensen legden toen gemiddeld 200 dollar in. De grootste Europese aandelenmarkt was die rond de Duitse federale verkiezingen, ook in 1996. Aan deze markt, georganiseerd door de kranten Die Zeit en Tagesspiegel deden 9500 handelaren mee. De voorspellende kracht bleek niet groot, omdat de deelnemers niet meer dan 5 euro mochten inleggen. Hun gedrag was hierdoor veel wilder en speculatiever dan bij hogere bedragen verwacht mag worden.

Op de politieke aandelenmarkt van de Volkskrant (die verder samenwerkt met de Erasmus Universiteit en KPMG) is de maximum inleg 1000 euro. Volgens Nelson wordt hiermee voorkomen dat handelaren te veel risico nemen en financieel in de problemen komen. Het maximumbedrag dient ook om te voorkomen dat Pim Fortuyn of een andere politicus grootschalig eigen aandelen inkoopt en de uitslag manipuleert. Want om die uitslag gaat het. Waar de opiniepeilers hem waarschijnlijk nog maanden in het duister laten, kan Fortuyn vanaf vandaag niettemin weten hoe hij ervoor staat. Hij hoeft slechts zijn eigen aandeel te volgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden