Column

De waarde die wij toekennen aan alle beelden is relatief

Kunst volgens Pontzen

Stelling: John Berger liet 45 jaar geleden al zien dat u niets ziet.

John Berger. Beeld epa

Er zijn gedenkwaardige video's op internet die je af en toe in een opwelling opzoekt en bekijkt, met blijvend enthousiasme en opwinding. Neem Glenn Gould - The Russian Journey, een documentaire over de toen 24-jarige, Canadese pianist die in mei 1957 - hartje Koude Oorlog - Moskou en Leningrad bezocht, om daar eigenhandig de Berlijnse Muur op een muzikale manier te slechten. En die dat deed door eenvoudig een mopje Schönberg, Webern, Berg, Krenek en (natuurlijk) Bach te spelen, waardoor mensen elkaar in de pauze opbelden: 'Laat alles uit je handen vallen en kom onmiddellijk naar de Grote Zaal!' Een bezoek dat destijds insloeg als een komeet, 'een fenomeen van een andere planeet', zoals collega-pianist Vladimir Asjkenazi later zou zeggen.

Kijk op YouTube ook eens naar de korte film over hoe Jackson Pollock in 1951 een dripping maakt. Van onderen gefilmd door een glasplaat heen, waardoor je rechtstreeks in het gezicht kijkt van de Amerikaan en daarmee in diens ziel. Wat de kunstenaar zelf niet echt kon waarderen; aan het einde van de filmsessie liep hij de keuken in, opende de ijskast, haalde er een fles Bourbon uit, zoop die (na twee jaar geen druppel te hebben gedronken) leeg, gooide de tafel met kalkoen om (het was Thanksgiving Day), beende het huis uit en maakte daarna nooit meer een geslaagde dripping. Alleen al de ijselijke muziek van Morton Feldman tijdens de 9 minuten durende film lijkt een voorbode van het drama dat komen zou.

Maar kijk vooral nog even naar de openingsscène van John Bergers baanbrekende tv-serie Ways of Seeing, uit 1972. De Britse schrijver, kunsthistoricus, criticus en hardcore marxist is een paar weken geleden overleden, a big shame, maar door deze revolutionaire tv-minuten zal hij altijd bij de levenden blijven. In pak 'm beet tien, vijftien minuten weet Berger in zijn fancy jarenzeventigshirt, met zijn ruige kapsel en die laserachtige, blauwe oogopslag, op een volstrekt onorthodoxe manier uit te leggen dat het meeste wat we van kunstwerken te zien krijgen niet anders is dan manipulatie en gezichtsbedrog.

Dat hij daarmee en passant ook de theorie van cultuurfilosoof Walter Benjamin ('het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid') in een paar pakkende, sindsdien nimmer geëvenaarde tv-beelden wist samen te vatten, was sowieso mooi meegenomen - en voor elke dyslectische kunstliefhebber uiterst handig.

Zijn impliciete boodschap: de waarde die wij toekennen aan kunstwerken, aan alle beelden, is relatief en steeds afhankelijk van waar ze worden vertoond, tegen een witte of gekleurde muur, na het journaal of een soap, te midden van pornofilmpjes of facebookberichten. Het maakt van een allegorische figuur een buurmeisje of een hoer, van een dode een slachtoffer of slecht spelende acteur, van de ene president een heilige en van de andere een karikatuur.

Misschien is het geduld waarmee je Bergers tv-boodschap moet bekijken iets uit een ver verleden; de analyse zelf is er nog steeds een van nu. Namelijk deze: dat het met het informatiebombardement van vandaag opletten blijft wie wat precies heeft gezegd en getoond; in de krant, het museum, op tv of internet. Wees waakzaam!

Dat had die man in dat kleurige shirt, 45 jaar geleden, toch mooi gezien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.