De waanzin is niet meer te beschrijven Afrikaanse schrijvers putten uit traditie van orale literatuur

De demonen van de werkelijkheid hebben het gewonnen van de waanzinnige fictie van Sony Labou Tansi. Doodsbang zit de Kongolese schrijver verschanst in zijn huis in de hoofdstad Brazzaville....

Dat zijn geen zaken die een verstandig mens lichtvaardig opneemt in Kongo. In de woonwijken van Brazzaville vinden nachtelijke afrekeningen plaats. Tientallen mensen, misschien honderden, zijn vermoord, soms bij vechtpartijen tussen aanhangers van de regering en die van oppositiepartijen. Labou Tansi heeft zich aangesloten bij een van die partijen, hij is zelfs schaduwminister.

Het lijkt wel of Brazzaville zich vormt naar de stad uit Tansi's jongste roman, in het Nederlands verschenen onder de titel De ogen van de vulkaan. Die stad is een kloppende zweer. Iedereen spant tegen iedereen samen. Voor elke intrige, elk schandaal, elk bloedbad, elke ziekte-epidemie kan iedere willekeurige burger een heel verhaal ophangen. Welke versie waar is, wie zal het zeggen. De doorgaans bizarre inhoud van de verhalen doet er niet toe. Dat ze de ronde doen, daar gaat het om.

Zo gonst Brazzaville van de leugens en wilde verhalen, met soms dodelijke afloop. De president is gekozen, maar de verkiezingen waren frauduleus, zegt de oppositie. De mannen van de president waren vroeger oppositie. De militanten van de afgezette marxistische dictatuur zijn nu in de oppositie. Er zijn nog veel meer oppositiegroepen, waaronder die van Tansi. Er trekken groepjes gewelddadige jongeren door de wijken. Tot welke partij behoren ze? Of wisselen ze elke nacht van kleur?

De figuur die misschien als held kan doorgaan, oud-militair Benoit Goldman, schrijft vanuit zijn bed vlammende brieven en telegrammen naar de dictators. Nu richt Tansi zich in het werkelijke leven per open brief tot president Lissouba. Zo kan het toch niet verder gaan, waarde president. We leven nu toch in een democratie. Hoe kunt u mijn leven tot een nachtmerrie laten worden?

Lissouba reageerde met de meewarigheid van Tansi's romanboeven: de beroemde schrijver ziet spoken, hij hoeft helemaal niet bang te zijn. Lissouba heeft geen doodseskaders op hem afgestuurd. Dat Tansi het land niet uitmag is een administratieve kwestie.

Tansi's romans zijn kolkende stromen waanzin, gevat in een virtuoze schrijfstijl. De verhalen in de boeken die eerder werden vertaald, Het teken van Martial en De schandelijke staat, leiden nergens toe. Tansi vangt de waanzin van Afrika, zoals hij die ziet, in elke zin, in elke ontsporende fantasie, in elk bizar personage. Nog meer dan in zijn eerdere werk geeft Tansi in De ogen van de vulkaan vorm aan de gekte van de macht in hedendaags Afrika, de verstrengeling van onderdrukten en potentaten in een danse macabre.

De verhalende roman is niet meer in staat de waanzin van het geweld in Afrika weer te geven. De beste auteurs van het continent, zoals de Nigeriaan Ben Okri, zoeken een literaire uitweg in de stijl van borrelende angstdromen zonder begin of eind.

Beschrijven volstaat niet meer. De Zuidafrikaan Achmat Dangor doet in zijn roman De Z Town Trilogie een poging het gewelddadig bestaan in de zwarte woonoorden aan het eind van de apartheid weer te geven. Er figureren herkenbare personages in zijn boek. Dangor schrijft soms een ontroerende passage, maar de werkelijk gebeurde verhalen van de echte townshipbewoners zijn vaak aangrijpender.

Typerend genoeg is het enige moment in de roman, waar de literatuur uitstijgt boven de journalistiek, een hele duidelijke fantasie. Jane verandert in een vogel. Ze vliegt, nog wat onwennig, hoog boven de multiraciale woonwijk Hillbrow en beziet de wereld die haar ongelukkig maakte. Ze fladdert naar het beruchte martelcentrum van het politiebureau aan John Vorster Square en ziet haar geliefde Dr Malik.

De jonge Nigeriaanse schrijver Biyi Bandele-Thomas (1976) schreef met Doodgraver Deernis en andere dromen, op het eerste gezicht een rechttoe-rechtaan verhaal. De ik-figuur Kayo richt zich direct tot de lezer met het verhaal over zijn broer Rayo, die gek is geworden. Op weg naar de markt, waar Rayo naakt is gesignaleerd, haalt Kayo herinneringen op en citeert uit de politiek getinte dagboekaantekeningen van zijn broer. Pas aan het slot blijkt dat de waanzin al veel eerder in het boek is doorgedrongen en krijgen Kayo's verhalen met terugwerkende kracht een griezelige lading.

Met de verrassende ontknoping redt Bandele-Thomas zijn roman, die eerder nogal vervelend was. Het effect van de wending in het verhaal verbleekt echter bij het werk van auteurs als Okri en Tansi, die de lezer met hun vertelstijl bij de strot grijpen en niet meer loslaten.

Tot die groep Afrikaanse schrijvers hoort ook de Zimbabwaan Chenjerai Hove. Van hem verscheen eerder de roman Beenderen en vorig jaar Schaduwen. De waanzin ligt ook voor zijn hoofdpersonen altijd op de loer. 'Johana's vader' in Schaduwen bezwijkt, maar de meeste andere personages houden zich staande. Zij klampen zich vast aan een eeuwenoude cultuur, die bescherming biedt tegen de gekte van de dag.

Hove heeft net als Tansi een geheel eigen stijl gevonden. Ook bij hem leven de mensen in een wereld die zij niet begrijpen. Niet omdat ze dom zijn, maar omdat de werkelijkheid onbegrijpelijk is. Zoals bij Tansi de schrijfstijl de chaos weerspiegelt, zo roept de poëtische taal van Hove de sfeer van tijdloze wijsheid op, temidden van de chaos.

Beide schrijvers putten uit de traditie van de mondelinge overlevering. Vaste zegswijzen en beeldspraak zijn daarin belangrijk, omdat ze het geheugen van de verteller steunen. Tansi parodieert de gedragen stijl van de orale literatuur. De figuren die oude frasen bezigen, maken er een ratjetoe van, ze passen oude wijsheden aan aan hun eigen absurditeiten.

De traditionele samenleving bestaat niet meer bij Tansi. Wat we waarnemen is een geperverteerde vorm ervan. Als er aan het begin van De ogen van de vulkaan een reusachtige man op een paard de stad binnenrijdt, dichten de inwoners de Kolos meteen allerlei doldwaze mystieke gaven toe, vol half begrepen en onthouden tradities.

Hove daarentegen behandelt de tradities van zijn Shona-volk met grote liefde en respect. Zijn hoofdpersonen zijn eenvoudige mensen op het platteland, geen charlatans. Op momenten van wanhoop over het geweld om hen heen, vinden zij troost in mijmeringen die opborrelen uit een ver verleden.

Hove schuwt spectaculaire effecten (waarin Tansi excelleert) bij zijn beschrijvingen van geweld. Hij vertelt bijna terloops, zoals eenvoudige Zimbabwanen zouden doen, hoe de zwarte soldaten van het blanke minderheidsregime - dat tot 1980 in Zimbabwe (voorheen Rhodesië) heerste - de dorpelingen intimideren en hoe guerrillastrijders jongens dwingen hun broer de schedel in te slaan.

In Schaduwen vertelt Hove een aantal verhalen door elkaar (het lot van Johana's vader, het verdriet van Johana's achtergebleven moeder, de liefdestragedie van Johana en Marko). Hij springt als een gazelle door de tijd. De verhalen zijn ondergeschikt aan de sfeer die hij met zijn beeldentaal oproept. Zijn taal ademt de verbijstering van gewone Afrikanen die in de moderne chaos het onderscheid tussen goed en kwaad, heldendom en verraad niet meer kunnen maken.

Sony Labou Tansi: De ogen van de vulkaan. Uit het Frans door Marcel Ottevanger en Peter Abspoel. In de Knipscheer, ¿ 34,50.

Achmat Dangor: De Z Town trilogie. Uit het Engels vertaald door Hanneke Richard. Ambo/Novib, ¿ 32,90.

Biyi Bandele-Thomas: Doodgraver Deernis en andere dromen. Uit het Engels vertaald door Ellis van Midden. Ambo/Novib, ¿ 27,50.

Chenjerai Hove: Schaduwen. Uit het Engels vertaald door Peter Abspoel. In de Knipscheer, ¿ 32,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.