De waanzin en wreedheid van Romeinse keizers

In de boekenkast van zijn ouders vond Pieter Steinz Tacitus' Annales. Spannend, geraffineerd en niet weg te leggen. Het had een beslissende invloed op zijn leven.

null Beeld Henk Wildschut
Beeld Henk Wildschut

Het begon met Jaap ter Haar - tegenwoordig bijna vergeten, maar in de jaren zeventig de Geert Mak van zijn tijd. In de 'Geschiedenis en cultuurserie' van uitgeverij Fibula-Van Dishoeck publiceerde hij samen met Dr. K. Sprey Het Romeinse keizerrijk. Ik kreeg het boek van mijn opa en was meteen onder de indruk; niet alleen van de bloemrijke stijl van Ter Haar ('Waterig zonlicht valt over Rome, het rusteloos kloppend hart der wereld'), maar vooral van de waanzin en de wreedheid van de Romeinse keizers. In de ban van de ring was er niets bij vergeleken.

Niet lang na mijn eerste kennismaking met Augustus en zijn opvolgers keek ik ademloos naar I, Claudius, een televisiebewerking van twee oude romans van Robert Graves. De BBC-serie zou legendarisch worden door een hinkende en stotterende Derek Jacobi in de titelrol, maar vestigde ook opnieuw de aandacht op de bronnen van Graves: de tweede-eeuwse biograaf Suetonius, beroemd om zijn sappige anekdotes over de eerste twaalf 'cesaren', en zijn iets oudere tijdgenoot Tacitus, die in Annales en Historiae het tijdvak tussen Augustus en Vespasianus (14-68 n. Chr.) had beschreven.

Letterenfonds

Pieter Steinz (1963) is directeur van het Nederlands Letterenfonds. Zijn Made in Europe werd in 2014 een bestseller.

Suetonius was een vermakelijke roddelkont die af en toe met een briljante oneliner uit de hoek kon komen; wat te denken van 'Tot zover over keizer Caligula, de rest zal over het monster Caligula moeten gaan'? Maar de betere geschiedschrijving en de superieure stijl was te vinden bij Tacitus, zo ontdekte ik toen ik in de boekenkast van mijn ouders een Nederlandse versie van de Annales vond. Het boek heette Kronieken en was in 1959 vertaald door de Amsterdamse huisarts J.W. Meijer, die al meteen in Tacitus' voorwoord liet doorschemeren dat hij zijn vertaling graag wat grandeur meegaf. Het beroemde historische credo 'sine ira et studio' werd 'zonder ressentiment en zonder toegeeflijkheid', iets wat ik zonder woordenboek en zonder opperste concentratie als vijftienjarige niet meteen begreep.

Maar daarna duurde het niet lang of ik werd gegrepen door het snoer van tirannieke geboden, van eindeloos elkaar opvolgende beschuldigingen, van verraderlijke vriendschappen, van ''t verderf van onschuldigen' dat Tacitus rijgt. Ik kon niet stoppen met lezen over het gekonkel van de gedegenereerde keizer Tiberius en zijn even verdorven familieleden en ondergeschikten, en ik herinner me goed de teleurstelling toen ik ontdekte dat een heel stuk in de Kronieken ontbrak. Maar liefst vier van de zestien 'boeken' en grote delen van de rest hadden de tand des tijds niet doorstaan. Al bijna veertig jaar lang hoop ik dat Tacitus' beschrijving van de heerschappij van Caligula (die zijn paard consul maakte en oorlog voerde tegen de Noordzee) nog ergens uit een oude kloosterbibliotheek opduikt.

Maar zelfs met hiaten wordt duidelijk hoe geraffineerd Tacitus zijn verhaal opbouwde - van het conflict tussen de stugge Tiberius en zijn neef Germanicus, die de belichaming is van de klassieke Romeinse deugden, via de tragedie van de dommige Claudius en zijn gedoemde nageslacht, tot de climax: de strijd tussen Nero en zijn eerzuchtige moeder waarin alle middelen worden ingezet - vernedering, incest, en ten slotte aanslagen en moord.

null Beeld MietzeB
Beeld MietzeB

In een geweldig tempo wordt de lezer rondgeleid in het Rome van de vroege keizers, een plaats 'waar al wat barbaars en schandelijk is uit alle hoeken van de aarde samenstroomt en aanhang vindt.' Eerbiedwaardige grijsaards vallen ten prooi aan processen wegens majesteitsschennis, omdat ze niet genoeg respect tonen voor keizerlijke standbeelden. Een jong meisje wordt naast de galg verkracht, omdat maagden volgens de wet niet terechtgesteld mogen worden. En de bloem der natie, beschuldigd van complotten tegen de paranoïde heersers, wordt doodgemarteld of gedwongen de eer aan zichzelf te houden. 'Het heeft hier gegolden een strafgericht van de goden over Rome', dondert Tacitus in een van de laatste capita; 'iets waaraan men niet na er eenmaal summier melding van te hebben gemaakt - zoals men dit doet met nederlagen van legers of met het innemen van steden - verder stilzwijgend mag voorbijgaan.'

De bovenstaande zin telt in het Latijn maar twintig woorden, precies de helft van de vertaling - een elegant bewijs van de compactheid waarmee de oude meester schreef (en die Tacitus in de Latijnse les later zo moeilijk zou maken). De Kronieken en de Historiën, die ik meteen erna las, hadden een beslissende invloed op mijn leven. In de vierde klas schreef ik mijn geschiedeniswerkstuk over de Julisch-Claudische dynastie; toen ik twee jaar later ging studeren, koos ik voor oude geschiedenis; en uiteindelijk ging zowel mijn kandidaats- als doctoraalscriptie over de keizertijd. Zelfs het stuk waarmee ik solliciteerde bij NRC Handelsblad ging over Augustus.

Intussen bleef ik zoeken naar historici die net zo indrukwekkend schreven als Tacitus: Sallustius, die gloedvol schreef over de ondergang van de Romeinse republiek, was een kandidaat, en natuurlijk Thucydides, die oorlog tussen Sparta en Athene stileerde als een Griekse tragedie. Maar het dichtst in de buurt kwam Ronald Syme, een Oxford-classicus die de biografie van Tacitus schreef en in 1939 een ontluisterend boek over de opkomst van Augustus publiceerde. In The Roman Revolution leek het of een eigentijdse Tacitus aan het woord was: dezelfde gebeitelde stijl en hetzelfde cynisme over de heersende macht. Bij Syme werd Augustus een kruising tussen Mussolini, Hitler en Stalin.

Het heilig vuur dat door Tacitus werd aangestoken is nooit gedoofd, al heb ik mij na mijn studie voornamelijk bezig gehouden met journalistiek, kunst en moderne literatuur. Nog steeds verslind ik elke snipper nieuws over de cesaren en lees ik de boeken die over hen verschijnen - Augustus van John Williams was een recent hoogtepunt. En natuurlijk ben ik Tacitus blijven lezen, ook in de nieuwe vertalingen van M.A. Wes, die rondom de millenniumwisseling De jaren van Tiberius en Claudius en Nero publiceerde, en Vincent Hunink, die een paar jaar geleden verraste met een dynamische transformatie van de Historiën. Volgens Hunink was Tacitus een veel experimenteler stilist dan we altijd hebben gedacht. Uit zijn vertaling van de Annales, die in februari verschijnt, zal dat eens te meer blijken. Ik ben benieuwd wat Hunink van sine ira et studio heeft gemaakt, en hoeveel ruimte hij nodig heeft voor de twintig woorden van Tacitus' donderpreekje over de straf van de goden.

Tacitus Annalen De vertaling van Vincent Hunink verschijnt bij Atheneum Polak & Van Gennep.

Met de eindejaarslijstjes in de hand kun je de boeken kiezen die je nog had willen lezen. Maar misschien nog wel fijner dan te beginnen aan een inhaalactie is terug te grijpen naar dat ene boek dat je al je hele leven met je meedraagt. Dat boek waarvan je vindt dat iederéén het zou moeten lezen. Wij vroegen denkers van 2014 naar hun tijdloze favorieten, hun 'persoonlijke bijbel'. Ter inspiratie en overdenking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden