De VVD kan de champagne vast koud zetten

De verwachte zeer lage opkomst zal de VVD vandaag niet van haar grootste verkiezingszege tot nu toe kunnen afhouden, voorspelt Maurice de Hond....

DE uitslag van de verkiezingen voor de Provinciale Staten van vandaag wordt, evenals het geval was bij de verkiezingen voor het Europarlement in juni 1994, sterk beïnvloed door de lage opkomst. Kwam in 1991 52,5 procent der kiezers op, vandaag is de kans erg groot dat dit cijfer lager zal zijn. Een opkomst tussen de 45 en 50 procent lijkt het meest waarschijnlijk.

Dit komt met name door het feit dat de kiezer het gevoel heeft vrij weinig te kiezen te hebben. Het verschil tussen de vier grote partijen wordt door de kiezer als vrij klein ervaren.

Terwijl in de periode 1965-1985 de meeste kiezers sterk voor een bepaalde partij waren en tegelijkertijd erg tegen een of meer andere partijen (denk bijvoorbeeld aan de tegenstelling PvdA-VVD), zijn die emoties nu veel minder aanwezig. En als er ook geen grote kwesties zijn waarover sterk tegengestelde meningen bestaan, nemen veel kiezers niet de moeite voor een niet-landelijke verkiezing naar de stembus te gaan.

De afgelopen week is dit patroon enigszins doorkruist door de abrupte electorale versterking van de VVD. Het 'oppositionele gedrag' van Bolkestein en de aanval op hem vanuit het CDA heeft een duidelijk effect gehad. Dit zal vandaag in de uitslag duidelijk merkbaar zijn. De VVD behaalt vandaag ongetwijfeld haar beste resultaat uit de geschiedenis (meer dan 22 procent, het resultaat in 1982).

Het niet opkomen van de helft van de kiezers kan een grote invloed hebben op de uiteindelijke uitslag. Als van alle bevolkingsgroepen en van aanhangers van de verschillende partijen een even groot deel niet opkomt, dan is de invloed daarvan nihil. Maar de ervaring is dat er grote verschillen zijn in opkomst tussen de diverse groepen.

Oudere kiezers komen duidelijk meer op dan jongere kiezers. De relatieve daling van de opkomst bij de Europese verkiezingen van 1994 was bij de jongeren veel groter dan bij ouderen. Van de groep ouder dan 65 jaar die bij de kamerverkiezingen hebben gestemd, bracht 61 procent ook bij de Europese verkiezingen zijn stem uit. Van de groep van 18 tot 24 jaar was dat maar 34 procent.

En als we dan weten dat van de groep boven de 65 jaar meer dan de 40 procent CDA stemt, terwijl dat van de groep tussen de 18 en 24 jaar minder dan 20 procent is, dan zien we meteen het effect van de lage opkomst op de uitslag. Het CDA en de bejaardenpartijen hebben veel voordeel van een lage opkomst, D66 en GroenLinks veel nadeel.

Mede met behulp van deze informatie kan een beeld worden gegeven van de te verwachten uitslag van vandaag:

Het CDA staat er niet goed voor. Ten opzichte van de dramatisch verlopen Tweede-Kamerverkiezingen van 1994 met een uitslag van 22 procent, heeft men zich landelijk nog niet hersteld. De afgelopen week zakte het CDA zelfs verder weg. Toch lijkt het effect van de lage opkomst deze positie wat te maskeren. Terwijl het CDA in de peilingen op verlies staat ten opzichte van de kamerverkiezingen, zal de partij vrijwel zeker meer dan de 22 procent behalen. Maar een uitslag van meer dan 30 procent, zoals bij de Europese verkiezingen van 1994, is volstrekt uitgesloten.

De PvdA profiteert tot dusverre nog niet van Kok als premier (hoewel hij het zelf in de peilingen niet slecht doet). De 24 procent van de kamerverkiezingen wordt vandaag vrijwel zeker niet gehaald. De PvdA loopt zelfs het risico de slechte uitslag van de statenverkiezingen van 1991 (net 20 procent) niet eens te halen. Het meest waarschijnlijk is een uitslag die rond de 22 procent ligt.

De VVD doet het op dit moment electoraal zeer goed. De kiezers stromen van alle kanten toe. De uitslag van de statenverkiezingen van 1991 (16 procent) wordt natuurlijk overtroffen. Maar ook de uitslag van de kamerverkiezingen van 1994 (ruim 20 procent) zal zeker worden overtroffen.

De VVD zal vandaag zeker haar beste resultaat uit de geschiedenis halen. Omdat op dit moment de VVD-kiezers de hoogst gemotiveerden zijn, zou de VVD ook nog eens kunnen profiteren van de lage opkomst. Die gemotiveerde kiezers zullen immers meer opkomen dan de rest. Al met al heeft de VVD zelfs een goede kans om de grootste partij te worden. Als het vandaag kamerverkiezingen geweest waren dan zou de VVD zeker de grootste partij geworden zijn.

D66 zal het vandaag niet al te goed doen. Een score van ruim 15 procent die deze partij zowel in 1991 bij de statenverkiezingen als in 1994 bij de kamerverkiezingen heeft gehaald, zit er zeker niet in. Mede door de lage opkomst is een resultaat van rond de 12 procent veel waarschijnlijker.

Bij de overige partijen zullen ten opzichte van de kamerverkiezingen van 1994 de volgende verschuivingen optreden:

SGP, RPF en GPV winnen dank zij de lage opkomst. Zij behalen ongeveer de uitslag van de statenverkiezingen van 1991. GroenLinks doet het electoraal op dit moment duidelijk beter dan vorig jaar. Hoewel de lage opkomst deze partij parten zal spelen, is een flinke winst ten opzichte van de kamerverkiezingen van 1994 zeer waarschijnlijk. De bejaardenpartijen zullen mede dank zij de lage opkomst een score halen die in de buurt komt van die van de kamerverkiezingen. De CD doet het wat slechter dan in 1994 en de SP doet het beter dan in 1994. Maar ook deze partijen kunnen 'last' hebben van de lage opkomst.

Hoewel het verschil in opkomst tussen de diverse leeftijdsklassen en de verschillende mate van gemotiveerdheid wat vreemde effecten kan hebben, geeft de bijgaande tabel wel aan wat de meeste waarschijnlijke uitslag is.

De verkiezingsuitslag van vandaag zal, zoals de afgelopen weken al reeds te merken was, de discussies weer aanwakkeren over methoden om de opkomst te bevorderen. Sommige suggesties, zoals 'organiseer de verkiezingen van afzonderlijke gemeenten op andere data', hebben gegarandeerd een averechtse werking. De opkomst bij tussentijdse verkiezingen zijn meestal slechter dan wanneer de verkiezingen in alle gemeenten tegelijk plaatsvinden.

Andere suggesties zullen wel een positief effect hebben op de opkomst, zoals de 'opkomstplicht weer instellen' en 'houdt de Provinciale-Statenverkiezingen gelijk met die van de Tweede Kamer'.

De centrale vraag is en blijft echter of we kunstgrepen moeten toepassen om de opkomst te verhogen. De opkomstplicht weer instellen verhoogt het risico dat kiezers dan uit balorigheid door de 'gedwongen' opkomst op niet-democratische of niet-serieuze partijen stemmen.

Het gelijk laten houden van de verkiezingen voor Tweede Kamer en Provinciale Staten zorgt bijna zeker voor een vrijwel identieke uitslag en dus een gelijke verdeling van de partijen in de Tweede en Eerste Kamer.

HET meest interessant hierbij is het feit dat de politici op een haast beschuldigende manier over de kiezers praten die niet willen opkomen. Mijn mening is dat ook kiezers die niet opkomen op een heel duidelijke manier hun 'voorkeur' aangeven en derhalve net zo serieus moeten worden genomen als degenen die wel stemmen. Als de kiezer door de politiek duidelijk wordt gemaakt dat er echt wat te kiezen valt en dat de uitgebrachte stem echt verschil kan uitmaken, dan komt die kiezer heus wel stemmen.

Het is derhalve aan te bevelen dat op basis van de uitslag van vandaag de politiek zich vooral daarop richt in plaats van op kunstgrepen, die alleen maar de schijn ophouden dat de kiezer het de moeite waard vond om zijn stem uit te brengen.

Maurice de Hond is opiniepeiler.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.