De vuistregels van het documentairemaken, volgens Victor Kossakovsky

De Rus Victor Kossakovsky formuleerde voor het IDFA ooit tien vuistregels voor documentairemakers.

Kevin Toma
Kossakovsky in Venetië in augustus vorig jaar. Beeld EPA
Kossakovsky in Venetië in augustus vorig jaar.Beeld EPA

Stuntelende wegwerkers, een ruziënd boerengezin, tegenvoeters en een aangespoelde walvis: in het universum van Victor Kossakovsky (Sint-Petersburg, 1961) is voor werkelijk alles plaats. IDFA 2012 vertoont een retrospectief van hoofdgast Kossakovsky, terwijl hij ook zijn eigen documentaire-toptien presenteert. Kossakovsky formuleerde ooit op verzoek van IDFA tien vuistregels voor documentairemakers; in hoeverre houdt de meester zich aan zijn belangrijkste geboden?

Ga niet filmen als je ook kunt leven zonder films te maken.
Kossakovsky regisseert niet alleen, hij schrijft, draait en monteert zijn films ook persoonlijk. 'Tijdens het maken van een film ben ik gelukkiger dan wanneer ik met een vrouw naar bed ga', bekende hij vorig jaar aan het publiek van het Berlijns Filmfestival. Geen wonder dat hij tien jaar geleden aan het filmen sloeg, toen hij eindeloos lang moest wachten op de financiering van zijn volgende project. Tishe! (2002) draaide hij zonder geld, volledig vanuit het venster van zijn appartement, toekijkend hoe wegwerkers een bijna burleske puinhoop maakten van zijn straat.

Ga niet filmen als je iets te zeggen hebt; film alleen als je iets wilt tonen.
Voor films over maatschappelijk onrecht of de financiële crisis moet je niet bij Kossakovsky zijn; wie iets te zeggen heeft, kan beter leraar of schrijver worden dan documentairemaker, vindt hij zelf. In The Belovs, op het IDFA van 1993 goed voor zowel de publieksprijs als de VPRO Joris Ivens Award, portretteert Kossakovsky boerin Anna en haar zuipende broers alsof hij zelf bij hen aan tafel is gaan zitten; impressionistisch, rapsodisch en zonder oordeel.

Ga niet filmen als je op voorhand al weet wat je boodschap wordt.
Hoe fris, komisch en meeslepend zijn documentaires vaak ook zijn, Kossakovsky beschouwt zichzelf als een menswetenschapper, met de camera als onderzoeksinstrument. De films zijn vaak opgezet als speurtochten. In Wednesday 19.07.1961 (1997) bezoekt hij mensen die op exact hetzelfde tijdstip in Sint Petersburg geboren werden als hijzelf; in het alle kanten op zwevende en draaiende ¡Vivan las Antipodas! (2011) reist hij naar acht locaties die paarsgewijs met elkaar verbonden raken wanneer je een lijn door het middelpunt van de aarde trekt. Groot is de verrassing, ook voor Kossakovsky, wanneer hij in Spanje een rotsblok aantreft dat op een walvis lijkt, en er in tegenvoeter Nieuw-Zeeland precies zo'n walvis op het strand aanspoelt.

Zet je hersens uit tijdens het filmen.
In de beroemdste scène uit The Belovs danst en zingt boerin Anna eenzaam door de woonkamer, afwisselend lachend en huilend. Dat ze in haar eentje danst, is slechts schijn; Kossakovsky doet zelf mee, zoals je aan de wiebelende camera kunt zien. Typisch een keuze die je als filmmaker met je onderbuik maakt, en niet met je verstand.

Dwing je personages niet om een handeling of dialoog te herhalen.
Kossakovsky doktert vaak precies uit hoe hij iets wil filmen. Om de juiste beelden van een afdalende gier te krijgen, legde hij tijdens de opnames van ¡Vivan las Antipodas! zijn zoon als lokaas op de grond. Maar zelfs op hun meest gefabriceerde momenten voelen zijn films aan alsof de werkelijkheid ongefilterd binnensijpelt. Het beste voorbeeld is Svyato (2005), waarin Kossakovsky toont hoe zijn piepjonge zoontje zich voor het eerst van zijn eigen spiegelbeeld bewust wordt.
De film werkt duidelijk naar dat moment toe, de camera opgesteld tegenover een gigantische spiegel in de speelkamer; maar wanneer de knul zijn spiegelbeeld ontdekt, en reageert met een mengsel van euforie en agressie, zie je een verpletterende gebeurtenis die zich onmogelijk laat ensceneren of herhalen.

Elk shot moet een nieuwe indruk bevatten.
'Ik wil dat je van me houdt zodra je het eerste shot van mijn film ziet', zei Kossakovsky tijdens de masterclass die hij in 2006 voor het IDFA gaf. En eigenlijk geldt deze regel ook voor alles wat na dat eerste shot komt: weinig andere documentairemakers die hun publiek zo verleiden met telkens nieuwe invallen, een visueel detail hier of een onverwacht accent op de cameravoering daar. In zijn debuut Losev (1989) mijmert de doodzieke filosoof Aleksei Losev een eind weg over God en wetenschap; net wanneer je als kijker begint in te dutten, springt een kat spinnend op Losevs schoot, de monoloog overstemmend met zijn gesnor. Misschien ook gewoon toeval, natuurlijk, dat die kat dat doet.

Het verhaal is belangrijk, maar de perceptie is nog veel belangrijker.
Als Kossakovsky de blik van zijn publiek al ergens mee stuurt en betovert, dan is het de muziek. 'Ik kan een film in twee dagen monteren, maar maanden zoeken naar het juiste geluid', bekende hij tijdens de IDFA-masterclass. Die zoektocht levert vaak uiterst ongewone combinaties op, zoals de tractor die in The Belovs op Cubaanse salsa door het Russische platteland sjeest.

Probeer menselijk te blijven, vooral tijdens het monteren.
Documentairemakers zijn volgens Kossakovsky vaak slechte, opportunistische mensen. 'Als Anna Belovy tevreden aan tafel zit, heb ik geen zin te filmen. Zodra ze begint te huilen, heb ik dat wel', zei Kossakovsky op de Berlinale.

Tijdens de IDFA-masterclass raadde hij jonge documentairemakers aan elke keuze aan de montagetafel te heroverwegen; een advies dat hij zelf niet altijd volgt, gaf hij toe bij een scène uit Tishe!, met lallende dronkaards in het park. 'Ik voel me altijd schuldig als ik dit shot zie.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden