Analyse Verkiezingen in Irak

De VS en Iran zijn niet blij met Moqtada al-Sadr, maar toch betreedt hij nu het politiek hart van Bagdad

Moqtada al-Sadrs partij is de grote winnaar van de verkiezingen in Irak. Wie is deze Gregor Samsa van de Iraakse politiek? Om iets van zijn politieke beweging te begrijpen, moet je naar de stadswijk die zijn familienaam draagt: Sadr City.

Moqtada al-Sadr Foto REUTERS

De 44-jarige Moqtada al-Sadr is terug in de Groene Zone, het regeringshart van de Iraakse hoofdstad Bagdad. Deze keer gaat het niet zoals twee jaar geleden, toen duizenden van zijn aanhangers over muren klommen en de beveiliging omkochten. Uit angst voor de meute Sadristen maakten westerse diplomaten zich op die meidag in 2016 klaar voor evacuatie. Even vreesde Irak een staatsgreep.

Maar ditmaal gaat het anders: Moqtada al-Sadr, een sjiitische geestelijke, die door zijn vijanden steevast een ‘stokebrand’ wordt genoemd, betreedt de Groene Zone via niets minder dan de rode loper. Sadrs politieke partij is de grote winnaar van de Iraakse verkiezingen, zo werd dit weekeinde bekend. Premier kan hij niet worden – hij is leider van de winnende partij, maar zelf niet verkiesbaar - maar dat hij een grote rol zal spelen in de Iraakse politiek, staat vast, tot weerzin van zowel de VS als Iran.

Handreiking

Voor premier Haider al-Abadi, die zwaar verloren heeft, zat er zondag niets anders op dan zijn voormalige kwelgeest uit te nodigen voor de start van de formatie. Voor Sadr, de Gregor Samsa van de Iraakse politiek, was het slechts een zoveelste gedaanteverwisseling. Hij glimlachte en sprak woorden van verzoening. ‘We reiken onze hand naar iedereen die dit land wil opbouwen.’

Inderdaad, dat was de politicus die zijn naam vestigde door jarenlang aanslagen te laten plegen op Amerikaanse soldaten. De persoonlijke militie van Sadr, het leger van Mahdi? Zo rond 2004 zagen de VS deze groepering als net zo gevaarlijk  als Al Qaida.

Sadr City

Om iets van de politieke beweging van Moqtada al-Sadr te begrijpen, moet je naar de stadswijk die zijn familienaam draagt: Sadr City, een enorme sjiitische sloppenwijk in het noorden van de hoofdstad Bagdad. Riolering hebben ze er niet, de wijk stinkt als een Indiase vuilnisbelt, maar overal hangen posters van Moqtada al-Sadr, de man die de bewoners hun trots teruggaf.

Sadr City heette ooit Saddam City, naar de toenmalige Iraakse dictator Saddam Hoessein. Na zijn val werd de buurt vernoemd naar de vader van Moqtada, Mohammed al-Sadr, een gerespecteerd religieus leider die in 1999 onder verdachte omstandigheden om het leven kwam. Een oom en tante zijn in 1980 geëxecuteerd vanwege hun verzet tegen Saddam. Zijn religieuze en wereldlijke gezag ontleent Moqtada aan deze familiegeschiedenis.

Wie nu in de droeve hutjes van Sadr City komt, kan nog steeds de fotoboeken bekijken waarin de aanhangers van het leger van Mahdi hun aanslagen op Amerikanen hebben gedocumenteerd. Nee tegen Amerika, dat was de leuze waarmee de toen nog jeugdige Sadr in 2004 menigten onder de wapens kreeg. Zijn leger van Mahdi doodde bij gevechten in Najaf tientallen Amerikaanse mariniers.

Drilboor

Toen in Irak de sektarische oorlog uitbrak, stelde de sjiitische Sadr zich tot doel om de soennieten uit Bagdad te verjagen. Het leger van Mahdi heeft altijd ontkend, maar alles wijst erop dat soldaten van Sadr achter doodscampagnes zaten waarbij religieuze tegenstanders werden doodgemarteld. Hun favoriete wapen? Een elektrische drilboor, om gaten in ledematen te boren van slachtoffers.

Maar het leger van Mahdi is al tien jaar geleden ontbonden. Sadr zou tegenwoordig graag zien dat ook soennieten op hem stemmen, en richt zijn strijd op andere zaken. Allereerst is daar de corruptie. De demonstraties in de Groene Zone ontstonden omdat hij vond dat de huidige premier, Haider al-Abadi, te weinig doet om die corruptie aan te pakken. Een regering van ‘technocraten’ zou de integriteit van de Iraakse overheid moeten bevorderen.

Maar de voorvechter van integriteit in Bagdad moet niets hebben van de gang naar de rechter. Dat bleek toen in 2015 Sadr werd geconfronteerd met een geval van corruptie in eigen kring: een onderminister, lid van zijn eigen partij, zou geld achterover hebben gedrukt. Sadr toonde zich de rebellenman van weleer: de verdachte werd door hem hoogstpersoonlijk onder huisarrest gesteld. Wie meende geld te moeten krijgen, kon langskomen.

Iran

Tot slot is daar Iran. Iran gold ooit als een trouwe bondgenoot van Sadr, die daar een aantal jaar in ballingschap verbleef. In een zoveelste, voor buitenstaanders moeilijk te begrijpen draai ziet hij de Iraanse inmenging nu als bedreiging voor de soevereiniteit van Irak. Omgekeerd wil Iran hem niet accepteren als regeringsleider in Irak.

De vijand van je vijand is je vriend. Daarom zien sommige Amerikaanse analisten Sadr tegenwoordig als Trumps beste kaart in Bagdad. Zoals de Century Foundation eerder deze maand: ‘Zonder de vernieuwende nationalistische, professionele en tegen corruptie gerichte politiek van Sadr, zal Irak in een onafzienbare crisis storten die niet alleen Irak zal ontwrichten, maar ook haar buren en de Amerikaanse belangen in het Midden-Oosten.’

Of de beweging van Sadr bij de formatie echt aan het langste einde trekt, moet nog maar blijken. Iran verzet zich uit alle macht tegen zijn doorbraak.